Conclusie van de advocaat generaal
1. Bij verzoekschrift van 22 januari 2001 heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de plannen, schema's en samenvattingen van inventarissen, bedoeld in de artikelen 11 en 4, lid 1, van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's) op te stellen en uiterlijk op 16 september 1999 aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze bepalingen van de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. De richtlijn heeft volgens artikel 1 tot doel de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de gecontroleerde verwijdering van PCB's, de reiniging of de verwijdering van PCB's bevattende apparaten en/of de verwijdering van gebruikte PCB's, teneinde op basis van de bepalingen van deze richtlijn te komen tot een volledige verwijdering van PCB's".
3. Artikel 4, lid 1, van de richtlijn luidt: Teneinde te voldoen aan artikel 3, dragen de lidstaten er zorg voor dat inventarissen worden opgesteld van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten en sturen zij uiterlijk drie jaar na aanneming van deze richtlijn een samenvatting van deze inventarissen naar de Commissie. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 5 dm3 voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel."
4. Artikel 11 van de richtlijn luidt:
1. De lidstaten stellen binnen drie jaar na aanneming van deze richtlijn het volgende vast:
- een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's;
- een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de in artikel 6, lid 3, bedoelde apparaten die niet overeenkomstig artikel 4, lid 1, hoeven te worden geïnventariseerd.
2. De lidstaten delen dit plan en dit schema onverwijld mede aan de Commissie."
5. Bij brief van 10 april 2000 heeft de Commissie de Italiaanse Republiek overeenkomstig artikel 226 EG erop gewezen dat deze, door niet de plannen, schema's en samenvattingen van inventarissen, bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van de richtlijn op te stellen en mee te delen, de krachtens deze bepalingen op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen.
6. De Commissie heeft de Italiaanse regering dan ook verzocht, binnen twee maanden na ontvangst van genoemde brief haar opmerkingen in te dienen; bij het uitblijven van opmerkingen zou zij een met redenen omkleed advies uitbrengen.
7. Aangezien de Commissie geen antwoord op genoemde brief heeft ontvangen, heeft zij bij brief van 3 augustus 2000 een met redenen omkleed advies uitgebracht. Deze brief is onbeantwoord gebleven.
8. In haar verzoekschrift stelt de Commissie dat de Italiaanse Republiek, door de in de artikelen 4, lid 1, en 11 van de richtlijn bedoelde plannen, schema's en samenvattingen van inventarissen niet uiterlijk op 16 september 1999 op te stellen en aan haar mee te delen, de krachtens deze bepalingen van de richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
9. De Italiaanse regering betoogt in de eerste plaats dat de richtlijn in Italiaans recht is omgezet bij decreto legislativo nr. 209 van 22 mei 1999. Artikel 3 van dit besluit verplicht de houders van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, met inbegrip van sterkstroomcondensatoren, iedere twee jaar mededeling hiervan te doen. Voor de eerste mededeling was de uiterste termijn 31 december 1999. Op basis van deze mededelingen worden de inventarissen en samenvattingen als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 96/59 opgesteld. De Italiaanse regering erkent dat zij tot nu toe nog niet aan haar mededelingsverplichting heeft voldaan.
10. In de tweede plaats verklaart zij dat de overschrijding van de in artikel 11 van de richtlijn vastgestelde termijnen voor de toezending van de mededeling is te wijten aan de moeilijkheid om een volledige inventaris van de bestaande PCB's op te stellen, bij gebreke van gestandaardiseerde methoden voor de analytische vaststelling van de aanwezigheid van PCB's.
11. In dit verband verklaart de Italiaanse regering dat de gestandaardiseerde methoden voor de uitvoering van de analyses, die noodzakelijk zijn om op uniforme wijze de aanwezigheid vast te stellen van de stoffen die onder de communautaire definitie van PCB's in de zin van artikel 2 van richtlijn 96/59 vallen, pas zijn aangenomen bij beschikking 2001/68/EG van de Commissie van 16 januari 2001 tot vaststelling van twee referentiemethoden ter bepaling van het PCB-gehalte in overeenstemming met artikel 10, sub a, van richtlijn 96/59.
12. Zij voegt hieraan toe dat het ministerie van Leefmilieu, in afwachting van de vaststelling van beschikking 2001/68, een organisatie heeft belast met het maken van een inventaris van de apparaten waarop de mededelingsverplichting betrekking heeft en van de PCB's die zij bevatten. Zij acht zich dan ook in staat om onverwijld aan de bepalingen van artikel 4 van de richtlijn te voldoen en verzoekt de Commissie van het beroep af te zien.
13. De Commissie antwoordt hierop in de eerste plaats dat de Italiaanse regering toegeeft dat zij niet aan de verplichtingen van de artikelen 4, lid 1, en 11 van de richtlijn heeft voldaan.
14. In de tweede plaats stelt zij dat de Italiaanse regering zich ter rechtvaardiging van de gestelde niet-nakoming niet kan beroepen op het feit dat er op 16 september 1999 nog geen referentiemethode op Europees niveau voor de vaststelling van de aanwezigheid van PCB's bestond. Zolang de Commissie geen referentiemeetmethoden voor het bepalen van het PCB-gehalte van verontreinigde materialen had vastgesteld, moesten volgens artikel 10, sub a, van de richtlijn de metingen worden verricht op basis van de op nationaal niveau toegepaste methode dan wel op basis van de in de Verenigde Staten toegepaste methode. Dankzij deze bestaande methoden is het ontbreken van een referentiemethode op Europees niveau daarom voor de lidstaten nooit een beletsel geweest om de door de richtlijn voorgeschreven documenten op te stellen.
15. Ik wijs erop dat de Italiaanse regering toegeeft dat zij niet heeft voldaan aan de verplichting tot mededeling aan de Commissie van de samenvatting van de inventarissen, bedoeld in artikel 4, lid 1, van de richtlijn, en van het plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's en het schema voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet hoeven te worden geïnventariseerd, bedoeld in artikel 11, lid 1, van de richtlijn.
16. Met betrekking tot de stelling van de Italiaanse regering dat deze vertraging wordt gerechtvaardigd door de afwezigheid van gestandaardiseerde methodes waarmee uniforme analyses kunnen worden gerealiseerd, aangezien deze methodes pas onlangs door de Commissie zijn vastgesteld, merk ik op dat de metingen die vóór de vaststelling van de referentiemethoden zijn verricht, volgens artikel 10, sub a, van de richtlijn, geldig zijn gebleven.
17. De richtlijn gaf de lidstaten dus toestemming de noodzakelijke analyses voor het vervullen van de opgedragen taken te verrichten zonder de vaststelling van een referentiemeetmethode op Europees niveau af te wachten.
18. Het door de Italiaanse regering aangevoerde middel kan haar dan ook niet ontheffen van de door de richtlijn opgelegde verplichting om de plannen, schema's en samenvattingen van inventarissen op te stellen en aan de Commissie mee te delen. De door de Commissie gestelde niet-nakoming is hiermee dus bewezen.
Conclusie
19. Derhalve geef ik het Hof in overweging te beslissen:
1) Door niet de plannen, schema's en samenvattingen van inventarissen bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's) op te stellen en uiterlijk op 16 september 1999 aan de Commissie mee te delen, is de Italiaanse Republiek de krachtens deze bepalingen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse regering wordt in de kosten verwezen."
Full & Egal Universal Law Academy