Conclusie van de advocaat generaal
1. In deze inbreukzaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat het Koninkrijk België niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld en medegedeeld die nodig zijn voor het volledig uitvoeren van richtlijn 90/641/Euratom van de Raad van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone. De in artikel 8 van deze richtlijn bepaalde omzettingstermijn is op 31 december 1993 verstreken.
2. Krachtens artikel 1 heeft richtlijn 90/641 ten doel richtlijn 80/836/Euratom van de Raad van 15 juli 1980 houdende wijziging van de richtlijnen tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren aan te vullen en aldus de voorschriften voor de praktische bescherming van externe werkers die in een gecontroleerde zone werken, op communautair vlak te optimaliseren. Richtlijn 80/836 is per 13 mei 2000 ingetrokken. De inhoud van deze en enkele aanverwante richtlijnen is herzien en vastgelegd in een nieuwe richtlijn. Richtlijn 90/641 is echter niet aangepast en blijft onverkort van kracht.
3. De onderhavige richtlijn is in Belgisch recht uitgevoerd door het Koninklijk Besluit van 25 april 1997 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's voortkomende uit ioniserende straling, alsmede het Koninklijk Besluit van 2 oktober 1997 tot - onder meer - wijziging van het Koninklijk Besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. De Commissie is van oordeel dat deze wetgeving een aantal bepalingen van richtlijn 90/641 niet volledig omzet.
4. De grieven van de Commissie betreffen in de eerste plaats de niet-nakoming van artikel 4, lid 2, en bijlagen I en II, van richtlijn 90/641. Overeenkomstig deze bepalingen dienen de lidstaten een radiologisch controlesysteem op te zetten om ervoor te zorgen dat aan de externe werkers een bescherming wordt geboden die gelijkwaardig is aan die van de werkers in vaste dienst. Volgens de Commissie voorziet de Belgische wetgeving niet in de daadwerkelijke invoering van een systeem voor radiologisch toezicht.
5. In de tweede plaats is de kritiek van de Commissie gericht op de niet-nakoming van de artikelen 5 en 6 van richtlijn 90/641. Deze bepalingen zien op de verplichtingen van de externe onderneming en van de exploitant voor de externe werkers. De Commissie erkent dat de Belgische wetgeving een regeling kent voor externe werkers die zijn tewerkgesteld door een onderneming die haar zetel in een andere lidstaat heeft, wanneer deze onderneming niet in het bezit is van een door die andere lidstaat erkend radiologisch document. Zij betoogt evenwel dat de betrokken nationale wetgeving geen rekening houdt met de externe werkers die zijn tewerkgesteld door een onderneming uit een andere lidstaat die reeds in het bezit is van het door deze andere lidstaat voorgeschreven document.
6. De Belgische regering heeft tegen de bezwaren van de Commissie geen inhoudelijk verweer gevoerd. Zij wijst erop dat alle noodzakelijke stappen zijn ondernomen om een Koninklijk Besluit tot wijziging van het reeds vermelde Koninklijk Besluit van 25 april 1997 zo spoedig mogelijk in werking te laten treden.
7. Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met reden omkleed advies gestelde termijn. In casu is het met redenen omkleed advies uitgebracht op 1 augustus 2000, waarin de Belgische regering werd verzocht de Commissie binnen twee maanden op de hoogte te stellen van de te nemen maatregelen. Het Hof kan derhalve geen rekening houden met eventuele wijzigingen die zijn opgetreden na 1 oktober 2000.
8. Derhalve geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en mee te delen die nodig zijn voor het volgen van artikel 4, lid 2, bijlagen I en II, en de artikelen 5 en 6 van richtlijn 90/641/Euratom van de Raad van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone, de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- het Koninkrijk België in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy