Conclusie van de advocaat generaal
1. In deze zaak verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof vast te stellen dat Frankrijk niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld en medegedeeld die nodig zijn voor het volledig uitvoeren van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's). De omzettingstermijn in artikel 12 van deze richtlijn is op 16 maart 1998 verstreken.
2. Krachtens artikel 1 heeft richtlijn 96/59/EG tot doel de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de gecontroleerde verwijdering van PCB's, de reiniging of de verwijdering van PCB's bevattende apparaten en/of de verwijdering van gebruikte PCB's, om op basis van de bepalingen van deze richtlijn te komen tot een volledige verwijdering van PCB's.
3. Op grond van artikel 3 treffen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gebruikte PCB's zo spoedig mogelijk worden verwijderd en PCB's en apparaten die PCB's bevatten, zo spoedig mogelijk worden gereinigd of verwijderd. Apparaten en de daarin aanwezige PCB's die overeenkomstig artikel 4, lid 1, moeten worden geïnventariseerd, worden uiterlijk eind 2010 gereinigd en/of verwijderd.
4. Ingevolge artikel 4, lid 1, dragen de lidstaten er zorg voor dat inventarissen worden opgesteld van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten en sturen zij uiterlijk vóór 16 september 1999 een samenvatting van deze inventarissen naar de Commissie.
5. Op basis van artikel 6, lid 3, worden apparaten met PCB's die niet overeenkomstig artikel 4, lid 1, hoeven te worden geïnventariseerd en die onderdeel uitmaken van een ander apparaat, verwijderd en afzonderlijk ingezameld wanneer het apparaat buiten gebruik wordt gesteld, wordt gerecycleerd of verwijderd. Krachtens artikel 11 dienen de lidstaten voor 16 september 1999 een plan vast te stellen voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's en een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de in artikel 6, lid 3, bedoelde apparaten. De lidstaten delen dit plan en dit schema onverwijld mede aan de Commissie.
6. De Franse autoriteiten hebben de Commissie decreet nr. 2001/63 van 18 januari 2001 overgelegd, dat voorziet in een procedure voor de totstandkoming van een nationale inventaris van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, welke de grondslag zal vormen voor het nationale plan voor de reiniging of verwijdering van de geïnventariseerde apparaten, dat in een later stadium moet worden vastgesteld. Op 13 februari 2001 is een besluit genomen ter uitvoering van het decreet, dat tot doel heeft de eigenaren van apparaten die PCB's bevatten te verzoeken deze aan de bevoegde autoriteiten te melden.
7. De Commissie is van oordeel dat de onderhavige richtlijn niet volledig is uitgevoerd in de Franse wetgeving. Zij stelt in de eerste plaats dat het invoeren van een procedure voor de totstandkoming van een nationale inventaris niet het bezwaar wegneemt, dat haar geen samenvatting van de inventarissen is meegedeeld ingevolge artikel 4, lid 1, van de richtlijn. In de tweede plaats acht zij de vaststelling van het decreet niet voldoende om het bezwaar weg te nemen, dat deze lidstaat ingevolge artikel 11 van de richtlijn geen plan heeft opgesteld voor de reiniging en/of verwijdering van verontreinigde apparaten, noch een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet zijn geïnventariseerd.
8. De Franse regering betwist de grieven van de Commissie niet. Zij wijst erop dat het opzetten van de procedure om de in de artikelen 4 en 11 van de richtlijn bedoelde verplichtingen uit te werken langer heeft geduurd dan voorzien en dat technische belemmeringen die samenhangen met het informatiesysteem voor meer vertraging hebben gezorgd.
Conclusie
9. Derhalve geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat de Franse Republiek, door de Commissie niet een samenvatting mee te delen van de inventarissen van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's, alsmede een schema voor de inzameling en later verwijdering van de apparaten die niet overeenkomstig artikel 4, lid 1, hoeven te worden geïnventariseerd en die worden bedoeld in artikel 6, lid 3, van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's), de ingevolge de artikelen 4 en 11 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy