CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
P. LÉGER
van 13 december 2001 ( 1 )
1.
Op grond van artikel 226 EG heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof verzocht vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen ( 2 ), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 ( 3 ), en krachtens beschikking 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 ( 4 ), op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2.
Bij richtlijn 75/442, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156 ( 5 ), zijn gemeenschapsregels vastgesteld voor het beheer van afvalstoffen in de Gemeenschap.
3.
Artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 bepaalt:
„In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a)
afvalstof: elke stof of elk voorwerp behorende tot de in bijlage I genoemde categorieën waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
De Commissie stelt uiterlijk op 1 april 1993 volgens de procedure van artikel 18 een lijst op van de afvalstoffen die tot de categorieën van bijlage I behoren. Deze lijst wordt periodiek opnieuw bezien en zo nodig volgens dezelfde procedure gewijzigd.”
4.
De lijst waarnaar in deze laatstgenoemde bepaling wordt verwezen, is door de Commissie vastgesteld bij beschikking 94/3, onder de benaming „Europese afvalcatalo-gus”. ( 6 )
5.
De derde overweging van de considerans van richtlijn 91/156 preciseert dat „het ter wille van een doeltreffender afvalbeheer in de Gemeenschap noodzakelijk is de terminologie te harmoniseren”.
6.
Punt 5 van de inleiding van de bijlage bij beschikking 94/3 luidt:
„Het is de bedoeling dat de EAC fungeert als referentielijst die ervoor zorgt dat in de hele Gemeenschap dezelfde terminologie wordt gebruikt, zodat werkzaamheden voor het beheer van afvalstoffen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. [...]”
7.
De EAC werd in Luxemburgs recht omgezet bij de ministeriële circulaire van de minister van Milieubeheer van 20 november 1998 houdende invoering van een nomenclatuur van afvalstoffen. ( 7 )
8.
Punt 1, eerste alinea, van die circulaire luidt:
„Deze circulaire heeft een tweevoudig doel:
—
het invoeren van een Luxemburgse nomenclatuur van afvalstoffen
—
het overnemen van de Europese afvalcatalogus (EAC).”
9.
Van mening dat richtlijn 75/442 en beschikking 94/3 niet juist in Luxemburgs recht waren omgezet, heeft de Commissie een procedure wegens niet-nakoming ingeleid. Na het Groothertogdom Luxemburg in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, heeft de Commissie bij brief van 25 juli 2000 een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan dit advies te voldoen. Aangezien het Groothertogdom Luxemburg geen gevolg heeft gegeven aan dit advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
10.
De Commissie concludeert dat het het Hof behage:
—
vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en beschikking 94/3 op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Groothertogdom Luxemburg te verwijzen in de kosten.
11.
Zij wijst erop dat de bedoeling van de Gemeenschap met de invoering van de EAC was om terwille van een doeltreffender afvalbeheer in de Gemeenschap te beschikken over een gemeenschappelijke terminologie en een definitie van afvalstoffen, zoals vermeld in de derde overweging van de considerans van richtlijn 91/156 en in punt 5 van de inleiding van de bijlage bij beschikking 94/3.
12.
De Commissie brengt in herinnering dat beschikking 94/3 volgens artikel 2 ervan tot de lidstaten is gericht en dat de beschikking krachtens artikel 249, vierde alinea, EG verbindend is in al haar onderdelen voor degenen tot wie zij uitdrukkelijk is gericht. Het Groothertogdom Luxemburg had dus de verplichting om de EAC in zijn nationale recht op te nemen.
13.
Volgens de Commissie heeft het Groothertogdom Luxemburg inbreuk gemaakt op het bindende karakter van beschikking 94/3, enerzijds, door de EAC over te nemen door middel van een ministeriële circulaire die verbindend is voor het bestuur, maar die niet dwingend is ten aanzien van derden, en anderzijds, door samen met de EAC een zuiver Luxemburgse nomenclatuur in te voeren, die verschilt van de EAC en tot gevolg heeft dat het gebruik van de EAC wordt uitgesloten voor een groot aantal verrichtingen waarin de classificatie van afvalstoffen een rol speelt.
14.
De Luxemburgse regering wijst erop dat de inwerkingtreding van een groothertogelijk reglement dat strekt tot de volledige en getrouwe toepassing van de EAC, is gepland voor 1 januari 2002 en dat de milieudienst alle maatregelen voorbereidt die nodig zijn om vanaf diezelfde datum te verzekeren dat uitsluitend de EAC wordt gebruikt. De Luxemburgse regering voert bovendien aan dat de ministeriële circulaire binnenkort zal worden ingetrokken. Zij nodigt de Commissie daarom uit om afstand te doen van het beroep.
De niet-nakoming
15.
De Luxemburgse regering betwist niet dat zij niet aan de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en beschikking 94/3 op haar rustende verplichtingen heeft voldaan.
16.
Zij heeft integendeel verklaard, een passend gevolg aan het door de Commissie vastgestelde beroep te willen geven, zowel om een veroordeling te voorkomen als om een juiste en uniforme toepassing van de gemeenschapsregeling te waarborgen.
17.
Hoe het ook zij, volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en kan het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening houden. ( 8 )
18.
De door de Commissie in het met redenen omkleed advies aan het Groothertogdom Luxemburg gestelde termijn eindigde op 25 september 2000.
19.
De Luxemburgse regering heeft verklaard dat een ontwerp van een groothertogelijk reglement is opgesteld met het oog op de volledige en getrouwe toepassing van de EAC en dat dit reglement op 6 september 2001 door de Luxemburgse regering is vastgesteld en in werking zal treden op 1 januari 2002, vanaf welke datum nog slechts de EAC zal worden gebruikt. Een ontwerp van een groothertogelijk reglement betreffende de verwijdering van afvalstoffen is op 20 juli 2001 door de Luxemburgse regering vastgesteld. De ministeriële circulaire zal spoedig worden ingetrokken.
20.
Aangezien op de in het met redenen omkleed advies vastgestelde datum niet was voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit richtlijn 75/442 en beschikking 94/3, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht. Om dezelfde redenen kan haar niet worden verweten, niet te zijn ingegaan op het verzoek van het Groothertogdom Luxemburg om afstand te doen van het beroep.
21.
Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen voorzover dit is gevorderd, wat in casu het geval is.
Conclusie
Bijgevolg geef ik het Hof in overweging vast te stellen:
„1)
Het Groothertogdom Luxemburg is de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991, en krachtens beschikking 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442, op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.”
( 1 ) Oorspronkelijke taal: Frans.
( 2 ) PB L 194, blz. 39.
( 3 ) PB L 78, blz. 32.
( 4 ) PB 1994, L 5, blz. 15.
( 5 ) Hierna: „richtlijn 75/442”.
( 6 ) Hierna: „EAC”.
( 7 ) Memorial A 1998, nr. 108, van 22 december 1998, blz. 2548; hierna: „ministeriele circulaire”.
( 8 ) Zie bijvoorbeeld arresten van 11 september 2001, Commissie/Duitsland (C-71/99, Jurispr. blz. I-5811, punt 29), en 11 oktober 2001, Commissie/Oostenrijk (C-110/00, Jurispr. blz. I-7545, punt 13).
Full & Egal Universal Law Academy