Conclusie van de advocaat generaal
1. De niet-nakomingszaak waarin ik heden conclusie neem, strekt tot vaststelling dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, de krachtens artikel 32 van genoemde richtlijn en artikel 249 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Deze richtlijn heeft betrekking op de harmonisatie van de voorwaarden voor een open en efficiënte toegang tot en gebruik van de netwerken en vaste openbare telefoondiensten overeenkomstig de beginselen van Open Network Provision (ONP), om ervoor te zorgen dat in de gehele Gemeenschap homogene vaste openbare telefoondiensten beschikbaar zijn van hoge kwaliteit en voor een aanvaardbare prijs.
3. De Commissie wijst erop dat de lidstaten op grond van artikel 32 van de richtlijn de nodige bepalingen in werking moesten doen treden om uiterlijk op 30 juni 1998 aan de richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis dienden te stellen.
4. Verweerster zou deze maatregelen niet hebben genomen.
5. De Commissie stelt met name de niet-omzetting van artikel 6, leden 3 en 4, en van de artikelen 10, 21 en 26 van de richtlijn.
6. De Franse Republiek verzoekt het Hof echter het beroep van de Commissie gedeeltelijk te verwerpen. Zij betoogt in wezen dat de artikelen 6, lid 3, en 10, lid 2, van de richtlijn uitdrukkelijk zijn omgezet in de artikelen 17, 18 en 19 van ordonnance nº 2001-670 van 25 juli 2001 portant adaptation au droit communautaire du code de la propriété intellectuelle et du code des postes et télécommunications (besluit nr. 2001-670 van 25 juli 2001 tot aanpassing van de intellectuele-eigendomswet en van de post- en telecommunicatiewet aan het gemeenschapsrecht), dat bij brieven van 1 augustus en 3 oktober 2001 aan de Commissie is meegedeeld.
7. Verweerster voegt hieraan toe dat de artikelen 10, lid 1, en 21 van de richtlijn zijn omgezet sinds de vaststelling van décret nº 2002-36 van 8 januari 2002 relatif à certaines clauses-type des cahiers des charges annexés aux autorisations délivrées en application de l'article L. 33-1 du code des postes et télécommunications (besluit nr. 2002-36 van 8 januari 2002 betreffende bepaalde standaardclausules in de voorwaarden van de machtigingen die worden verleend krachtens artikel L. 33-1 van de post- en telecommunicatiewet), dat op 31 januari 2002 aan de Commissie ter kennis is gebracht.
8. Met de Commissie wijs ik er echter op, dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn. In het onderhavige geval is het met redenen omklede advies op 19 juli 1999 aan de Franse regering gezonden, en hierin was een termijn van twee maanden gesteld.
9. De door de Franse regering genoemde omzettingsmaatregelen, die, zoals reeds gezegd, in augustus en oktober 2001 en in januari 2002 aan de Commissie zijn meegedeeld, zijn dus genomen na afloop van de door het met redenen omklede advies gestelde termijn en zijn dan ook niet van invloed op het bestaan van de door de Commissie gestelde niet-nakoming.
10. Wat de andere aan de orde zijnde bepalingen betreft, namelijk de artikelen 6, lid 4, en 26 van de richtlijn, betwist verweerster niet dat er nog altijd aan de vaststelling van de omzettingsmaatregelen ervan wordt gewerkt.
11. Hieruit volgt dat de door de Commissie gestelde niet-nakoming is aangetoond.
Conclusie
12. Gezien het bovenstaande geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden die nodig zijn voor de omzetting van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, en met name van artikel 6, leden 3 en 4, en van de artikelen 10, 21 en 26 ervan, de krachtens artikel 32 van deze richtlijn en artikel 249 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
- de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy