Conclusie van de advocaat generaal
1. Het beroep van de Commissie van de Europese Gemeenschappen waarop deze conclusie betrekking heeft, strekt tot de vaststelling dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om uitvoering te geven aan richtlijn 98/20/EG van de Raad van 30 maart 1998 tot wijziging van richtlijn 92/14/EEG betreffende de beperking van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel 1, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988), niet heeft voldaan aan de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen.
2. De Commissie herinnert eraan, dat uit deze richtlijn voortvloeit dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om er uiterlijk op 1 maart 1999 aan te voldoen en dat zij de Commissie onverwijld in kennis stellen van de bepalingen die zij met het oog daarop vaststellen.
3. Aangezien de Commissie geen informatie ontving waaruit bleek dat Ierland de nodige maatregelen had getroffen, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
4. Verweerder erkent dat hij niet binnen de gestelde termijn de vereiste omzettingsbepalingen heeft vastgesteld. Hij verzoekt het Hof echter de procedure voor een periode van drie maanden te schorsen, waarna de richtlijn naar verwachting in Ierland zal zijn omgezet, en hoopt dat de Commissie haar beroep zal intrekken.
5. Zowel het bestaan van de op verweerder rustende verplichting om de nodige maatregelen vast te stellen om aan de richtlijn te voldoen, als de niet-nakoming daarvan staan onbetwistbaar vast. Wat dit laatste punt betreft, herinner ik eraan dat de Commissie op 21 oktober 1999 een met redenen omkleed advies aan Ierland had uitgebracht, waarin zij deze lidstaat een termijn van twee maanden had gegund om de nodige maatregelen te treffen, en dat verweerder zelf erkent dat dit niet is geschied, daar de procedure tot vaststelling van bedoelde maatregelen immers nog niet is afgerond.
6. Derhalve is het gerechtvaardigd, dat het Hof de niet-nakoming vaststelt.
7. Om de hiervoor uiteengezette redenen geef ik het Hof in overweging:
- vast te stellen dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om uitvoering te geven aan richtlijn 98/20/EG van de Raad van 30 maart 1998 tot wijziging van richtlijn 92/14/EEG betreffende de beperking van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel 1, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988), niet heeft voldaan aan de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen;
- Ierland te verwijzen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy