Conclusie van de advocaat generaal
1. Bij verzoekschrift, ingediend op 10 september 2001, heeft de Europese Commissie het Hof overeenkomstig artikel 226 EG verzocht om vast te stellen dat Frankrijk, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (hierna: richtlijn"), of de Commissie in elk geval hiervan niet volledig in kennis te stellen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. De Commissie verwijt Frankrijk met name:
i. artikel 1, punten 7 en 11, van de richtlijn niet te hebben omgezet voor alle openbare en particuliere bouwprojecten die geen voor de milieubescherming aangewezen installaties zijn;
ii. bijlage II bij de richtlijn niet volledig te hebben omgezet, aangezien de projecten voor het gebruik van niet of half ontgonnen gronden voor intensieve landbouw, eerste bebossingen en windturbineparken niet onder de bepalingen over milieu-effectbeoordeling vallen.
3. In haar verweerschrift heeft de Franse regering de niet-nakoming erkend wat de eerste grief betreft, maar bestreden met betrekking tot de tweede grief. In repliek heeft de Commissie akte genomen van het feit dat bijlage II van de richtlijn inderdaad in nationaal recht was omgezet en heeft zij de tweede grief dus ingetrokken.
4. Na de intrekking van de tweede grief door de Commissie betreft onderhavige zaak uitsluitend de niet-omzetting van artikel 1, punten 7 en 11, van de richtlijn. Aangezien de door de Commissie op dit punt gestelde niet-nakoming niet wordt betwist, ben ik van oordeel dat het beroep moet worden toegewezen.
5. Ik ben echter van mening dat de vordering van de Franse regering tot compensatie van de kosten op grond van artikel 69, leden 2, 3 en 5 van het Reglement voor de procesvoering moet worden toegewezen, aangezien de Commissie een van de oorspronkelijk aangevoerde grieven heeft ingetrokken zonder specifieke redenen aan te geven op grond waarvan deze intrekking aan het gedrag van de verwerende regering moet worden toegerekend.
Conclusie
6. Ik geef het Hof dan ook in overweging:
1. te verklaren dat de Franse Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 1, punten 7 en 11, van richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, of de Commissie in elk geval daarvan niet volledig in kennis te stellen, de op grond van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2. te bepalen dat elke partij haar eigen kosten zal dragen.
Full & Egal Universal Law Academy