CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
A. TIZZANO
van 16 januari 2003 (1)
Zaak C-484/01
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Franse Republiek
„Niet-nakoming – Richtlijn 97/43/Euratom – Ioniserende straling in verband met medische blootstelling – Niet-uitvoering binnen gestelde termijn”
1. Met het op 13 december 2001 ingestelde beroep verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof om overeenkomstig artikel 141, tweede alinea, EA, te verklaren dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/43/Euratom van de Raad van 30 juni 1997 betreffende de bescherming van personen tegen de gevaren van ioniserende straling in verband met medische blootstelling en tot intrekking van richtlijn 84/466/Euratom (PB L 180, blz. 22; hierna: richtlijn), of althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2. Krachtens artikel 14, lid 1, van de richtlijn dienden de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om voor 13 mei 2000 aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
3. Bij brief van 17 april 2000 heeft de Franse Republiek overeenkomstig artikel 33 EA ontwerp-bepalingen tot omzetting van de richtlijn in nationaal recht meegedeeld. Nadien hebben de Franse autoriteiten de Commissie echter geen informatie meer meegedeeld betreffende de vaststelling van de maatregelen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen.
4. Daarom heeft de Commissie de Franse Republiek op 28 juli 2000 een aanmaningsbrief gestuurd. De Franse Republiek heeft hierop geantwoord dat zij, ondanks haar inspanningen, de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn nog niet had vastgesteld. Op 17 januari 2001 heeft de Commissie derhalve een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin de Franse Republiek een termijn van twee maanden werd gegeven om te voldoen aan de verplichtingen van de richtlijn. De Franse Republiek heeft op dit advies gereageerd door aan de Commissie een aantal maatregelen ter uitvoering van de richtlijn mee te delen. Aangezien de richtlijn op het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn evenwel nog niet volledig in Frans recht was omgezet, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
5. Zonder de grieven van de Commissie te betwisten, heeft de Franse regering in haar verweerschrift toegegeven dat op het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn nog niet alle voor de uitvoering van de richtlijn noodzakelijke bepalingen waren vastgesteld, aangezien de procedure voor het vaststellen van deze bepalingen langer was uitgevallen dan verwacht.
6. Derhalve ben ik van mening dat het beroep moet worden aanvaard en dat de Franse Republiek overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten moet worden verwezen.
Conclusie
7. Ik geef het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/43/Euratom van de Raad van 30 juni 1997 betreffende de bescherming van personen tegen de gevaren van ioniserende straling in verband met medische blootstelling en tot intrekking van richtlijn 84/466/Euratom, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Franse Republiek te verwijzen in de kosten.
1 – Oorspronkelijke taal: Italiaans.
Full & Egal Universal Law Academy