Conclusie van de advocaat generaal
1. In deze zaak vraagt het Tribunale Civile e Penale di Trento (Italië) het Hof of richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (hierna: richtlijn") zich verzet tegen een nationale wetgeving die de inschrijving van de handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van diens inschrijving in een register van handelsagenten.
Rechtskader
2. De richtlijn coördineert de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de rechtsbetrekkingen tussen de handelsagent en de principaal. Zoals uit de considerans van de richtlijn blijkt, beoogt deze de bescherming van handelsagenten in hun betrekkingen met hun principalen en bevordering van de zekerheid in het handelsverkeer, almede het vergemakkelijken van het goederenverkeer tussen de lidstaten door een onderlinge aanpassing van de rechtsstelsels van de lidstaten op het gebied van de handelsvertegenwoordiging. Hiertoe stelt de richtlijn regels inzake de rechten en verplichtingen van handelsagenten en principalen (artikelen 3, 4 en 5), de beloning van handelsagenten (artikelen 6 tot en met 12) en de sluiting en beëindiging van agentuurovereenkomsten (artikelen 13 tot en met 20).
3. De Italiaanse wet nr. 204 van 3 mei 1985 schrijft de invoering van een register van handelsvertegenwoordigers en -agenten in elke Italiaanse Kamer van Koophandel voor. Artikel 2 van wet nr. 204 bepaalt dat zich in het register moeten laten inschrijven diegenen die de werkzaamheid van handelsagent of -vertegenwoordiger verrichten of wensen te verrichten". Artikel 9 van wet nr. 204 verbiedt degene die niet in het in deze wet bedoelde register is ingeschreven, de werkzaamheid van handelsagent of -vertegenwoordiger te verrichten" op straffe van een administratieve sanctie.
4. Artikel 2188 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek voorziet in de invoering van een handelsregister, dat door het handelsregisterkantoor wordt gehouden. Volgens artikel 2195 van het Wetboek dienen bepaalde soorten ondernemingen in dit register te worden ingeschreven. Van andere soorten ondernemingen, waaronder handelsagenten, staat de inschrijving vrij op grond van artikel 2083 van het Wetboek. Artikel 2084 van het Wetboek bepaalt dat de voorwaarden voor het functioneren van verschillende categorieën ondernemingen bij wet moeten worden vastgelegd. Volgens artikel 2189 moet het handelsregisterkantoor erop toezien dat aan de plaatselijke vereisten voor inschrijving in het register is voldaan".
5. In de zaak Bellone werd het Hof gevraagd of het verenigbaar met de richtlijn is dat een nationale wet de geldigheid van een agentuurovereenkomst afhankelijk stelt van de inschrijving van de handelsagent in een daartoe bestemd register. Het Hof verklaarde dat de richtlijn de lidstaten weliswaar niet belet om een register van handelsagenten te houden, maar dat zij in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die de geldigheid van een agentuurovereenkomst afhankelijk stelt van de inschrijving van de handelsagent in het register.
6. In het arrest Bellone kwam de geldigheid van de eerdere rechtspraak van de Italiaanse Corte di Cassazione aan de orde, op grond waarvan artikel 1418 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek sinds 1989 aldus moet worden uitgelegd dat dit vereist dat overeenkomsten die door niet overeenkomstig wet nr. 204 ingeschreven agenten zijn gesloten, als nietig moeten worden beschouwd. Naar aanleiding van het arrest Bellone van het Hof heeft de Corte di Cassazione haar rechtspraak aldus gewijzigd dat naar Italiaans recht de agentuurovereenkomst niet meer nietig is wanneer de bij wet nr. 204 opgelegde verplichtingen tot inschrijving in het register niet is nagekomen.
De feiten en de prejudiciële vraag
7. De feiten zijn in de verwijzingsbeschikking als volgt weergegeven. Verzoekster, Caprini, is Italiaans staatsburger. Verweerder is het handelsregisterkantoor in Trento. Caprini wendde zich op 10 april 2001 tot verweerder om zich in het handelsregister te laten inschrijven als handelsagent voor de verkoop van reclameruimte. Verweerder wees Caprini's verzoek af omdat zij niet was ingeschreven in het bij wet nr. 204 ingevoerde register van handelsagenten en -vertegenwoordigers. Aangezien inschrijving in laatstgenoemd register volgens verweerder een voorwaarde was voor het functioneren van een onderneming in de zin van artikel 2084 van het Burgerlijk Wetboek, nu deze wordt vereist door de artikelen 2 en 9 van wet nr. 204, moest deze inschrijving ook worden beschouwd als een wettelijk vereiste uit het oogpunt van artikel 2189, zodat de houder van het register moest nagaan of hieraan is voldaan voordat inschrijving in het handelsregister kon plaatsvinden.
8. Caprini stelde beroep in tegen verweerders beschikking, aanvankelijk bij de Giudice del registro, de met het toezicht op verweerder belaste rechterlijke instantie, die haar beroep op 2 november 2001 verwierp, en vervolgens bij het Tribunale di Trento, waarbij zij verzocht om hetzij een bevel om haar in het handelsregister in te schrijven, hetzij een verklaring dat zij niet verplicht was zich in dat register te doen inschrijven.
9. Het Tribunale di Trento stelde vast dat er een verschil was tussen de aan hem voorgelegde situatie en die welke tot een prejudiciële vraag in de zaak Bellone had geleid, schorste het hoofdgeding en vroeg het Hof of de richtlijn zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een specifiek register.
Beoordeling
10. Voor de beantwoording van de vraag van het Tribunale di Trento is het nuttig om stil te staan bij de redenering van het Hof die tot het arrest Bellone heeft geleid. Naar mijn mening zijn uit dat arrest twee voor de onderhavige zaak relevante constateringen af te leiden.
11. De eerste constatering is, dat niets in de richtlijn een lidstaat belet om handelsagenten te verplichten tot inschrijving in een daartoe bestemd register indien zij dat om bepaalde administratieve redenen wenselijk achten.
12. Die eerste constatering wordt echter beperkt door een tweede, die de beslissing van het Hof in de zaak Bellone verklaart, namelijk dat een lidstaat de door de richtlijn geboden wettelijke bescherming van handelsagenten jegens hun principaal niet afhankelijk mag stellen van de inschrijving in enig register dat door de lidstaat wordt ingevoerd, of van enige andere basis die niet expliciet in de richtlijn is voorgeschreven.
13. Het in de zaak Bellone litigieuze nationale wettelijke voorschrift, op grond waarvan een agentuurovereenkomst niet geldig was tenzij de agent in het handelsagentenregister was ingeschreven, beperkte duidelijk de door de richtlijn geboden wettelijke bescherming. De nietigheid van de agentuurovereenkomst op grond van het nationale recht had voor de handelsagente tot gevolg dat zij van haar principaal noch de door hoofdstuk III van de richtlijn gegarandeerde beloning, noch de door hoofdstuk IV van de richtlijn voorgeschreven vergoedingen kon verkrijgen.
14. De vraag in de onderhavige zaak heeft betrekking op een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een niet in het register van handelsagenten ingeschreven agent niet in het handelsregister kan worden ingeschreven.
15. De Commissie houdt er in haar bij het Hof ingediende opmerkingen aan vast dat een dergelijke maatregel niet onverenigbaar met de richtlijn is, aangezien deze geen beperking vormt op de door de richtlijn aan handelsagenten jegens hun principalen geboden rechtsbescherming. Een dergelijk voorschrift zou op zichzelf handelsagenten die in geen van de betrokken registers zijn ingeschreven niet beletten om rechtsgeldige en voor de nationale rechter afdwingbare agentuurovereenkomsten te sluiten, waarvan de toepassing onder de richtlijn zou vallen.
16. Ik deel dit standpunt.
17. Caprini stelt echter dat het Italiaanse wettelijke voorschrift dat handelsagenten verplicht tot inschrijving in het register van handelsagenten voordat zij in het handelsregister kunnen worden ingeschreven, in de praktijk de door de richtlijn aan de agenten geboden wettelijke bescherming aantast. Bij het uitblijven van deze inschrijving zullen Italiaanse kamers van koophandel agenten niet de verklaring afgeven die zij nodig hebben om aan de op hen toepasselijke fiscale en sociale voorschriften te voldoen. Zij betoogt dat de mogelijkheid van agenten om rechtsgeldige agentuurovereenkomsten te sluiten voor hen niet van nut is indien zij de door hen gesloten overeenkomsten niet kunnen uitvoeren.
18. Dit argument kan mij niet overtuigen.
19. Uit het arrest Bellone van het Hof blijkt duidelijk dat lidstaten overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn administratieve consequenties kunnen verbinden aan de inschrijving in een register van handelsagenten, zij het steeds onder de voorwaarde dat de door de richtlijn geboden rechtsbescherming niet wordt beperkt.
20. Het staat voor mij niet vast dat de consequenties die volgens Caprini uit niet-inschrijving in het register van handelsagenten volgen, namelijk dat niet-ingeschreven handelsagenten niet in het handelsregister kunnen worden ingeschreven, hetgeen gevolgen voor de afhandeling van hun fiscale en sociale aangelegenheden heeft, een beperking vormen van de door de richtlijn geboden bescherming van handelsagenten in hun rechtsverhouding met hun principalen.
21. Daarom ben ik van mening dat een nationale wet die handelsagenten de verplichting oplegt zich in een register van handelsagenten te laten inschrijven voordat zij in een handelsregister kunnen worden ingeschreven, verenigbaar met de richtlijn is, zij het onder de voorwaarde dat dit niet op enige wijze leidt tot beperking van de door de richtlijn aan handelsagenten geboden rechtsbescherming. Hiervan zou bijvoorbeeld sprake zijn indien de geldigheid van agentuurovereenkomsten afhankelijk zou worden gesteld van de inschrijving van een handelsagent in een of beide betrokken registers.
Conclusie
22. Gelet op een en ander, geef ik het Hof in overweging te verklaren:
Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten verzet zich niet tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een register van handelsagenten, mits het al dan niet ingeschreven zijn van een handelsagent in een of beide registers niet van invloed is op de rechtsgeldigheid van door die agent gesloten agentuurovereenkomsten of anderszins afbreuk doet aan de door genoemde richtlijn geboden bescherming van die agent.
Full & Egal Universal Law Academy