Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Partijen
In zaak C-196/01,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H. Støvlbaek en J. Adda als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Groothertogdom Luxemburg, aanvankelijk vertegenwoordigd door N. Mackel en vervolgens door J. Faltz als gemachtigden,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PB L 194, blz. 39), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 (PB L 78, blz. 32), en krachtens beschikking 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 (PB 1994, L 5, blz. 15), op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: P. Jann, kamerpresident, L. Sevón (rapporteur) en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 december 2001,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 8 mei 2001 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG het Hof verzocht vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PB L 194, blz. 39), zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 (PB L 78, blz. 32; hierna: "richtlijn 75/442"), en krachtens beschikking 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 (PB 1994, L 5, blz. 15), op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 bepaalt:
"In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) afvalstof: elke stof of elk voorwerp behorende tot de in bijlage I genoemde categorieën waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
De Commissie stelt uiterlijk op 1 april 1993 volgens de procedure van artikel 18 een lijst op van de afvalstoffen die tot de categorieën van bijlage I behoren. Deze lijst wordt periodiek opnieuw bezien en zo nodig volgens dezelfde procedure gewijzigd."
3 De lijst waarnaar in deze laatste bepaling wordt verwezen, is door de Commissie vastgesteld bij beschikking 94/3, onder de benaming "Europese afvalcatalogus" (hierna: "EAC"). Punt 5 van de inleiding van deze beschikking luidt als volgt:
"Het is de bedoeling dat de EAC fungeert als referentielijst die ervoor zorgt dat in de hele Gemeenschap dezelfde terminologie wordt gebruikt, zodat werkzaamheden voor het beheer van afvalstoffen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. (...)"
4 De EAC werd in Luxemburgs recht omgezet bij de circulaire van de minister van Milieubeheer van 20 november 1998 houdende invoering van een nomenclatuur van afvalstoffen (Mémorial A 1998, blz. 2548). Punt 1, eerste alinea, van voornoemde circulaire luidt:
"Deze circulaire heeft een tweevoudig doel: - het invoeren van een Luxemburgse nomenclatuur van afvalstoffen - het overnemen van de Europese afvalcatalogus (EAC)."
5 Overeenkomstig artikel 226, eerste alinea, EG, heeft de Commissie, na het Groothertogdom Luxemburg in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, bij brief van 25 juli 2000 een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan dit advies te voldoen. Aangezien het Groothertogdom Luxemburg geen gevolg heeft gegeven aan dit advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
6 De Commissie betoogt dat het Groothertogdom Luxemburg artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en beschikking 94/3 heeft geschonden, enerzijds, door de EAC over te nemen door middel van een ministeriële circulaire die verbindend is voor het bestuur, maar die niet dwingend is ten aanzien van derden, en anderzijds, door samen met de EAC een zuiver Luxemburgse nomenclatuur in te voeren, die verschilt van de EAC en tot gevolg heeft dat het gebruik van de EAC wordt uitgesloten voor een groot aantal verrichtingen waarin de classificatie van afvalstoffen een rol speelt.
7 De Luxemburgse regering betwist de conclusies van de Commissie niet, maar voert aan dat de inwerkingtreding van een groothertogelijk reglement dat de volledige en getrouwe toepassing van de EAC verzekert, voor 1 januari 2002 is gepland.
8 Het is vaste rechtspraak dat het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie met name arrest van 13 juli 2000, Commissie/Portugal, C-261/98, Jurispr. blz. I-5905, punt 25).
9 Aangezien de Luxemburgse regering niet betwist dat zij niet de maatregelen heeft genomen die nodig zijn voor het volgen van artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en beschikking 94/3, moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden verklaard.
10 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 en beschikking 94/3 op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Groothertogdom Luxemburg in het ongelijk is gesteld, dient het overeenkomstig de vordering van de Commissie in te kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Het Groothertogdom Luxemburg is de krachtens artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991, en krachtens beschikking 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442, op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy