Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
Partijen
In zaak C-376/01,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Wainwright als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door D. J. O'Hagan als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland, door niet vóór 14 mei 2000 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123, blz. 1) of, in elk geval, door de Commissie niet in kennis te stellen van deze bepalingen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: P. Jann, kamerpresident, M. Wathelet (rapporteur) en A. Rosas, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 30 april 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 28 september 2001, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat Ierland, door niet vóór 14 mei 2000 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123, blz. 1) of, in elk geval, door haar niet in kennis te stellen van deze bepalingen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 34 van richtlijn 98/8 moesten de lidstaten binnen een termijn van vierentwintig maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn, dat wil zeggen uiterlijk op 14 mei 2000, de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden die noodzakelijk zijn om aan die richtlijn te voldoen, en moesten zij de Commissie hiervan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie van de Ierse autoriteiten geen enkele inlichting had ontvangen over de omzetting van richtlijn 98/8, leidde zij de niet-nakomingsprocedure in. Na Ierland te hebben aangemaand zijn opmerkingen te maken en daarop geen antwoord te hebben gekregen, heeft de Commissie op 31 januari 2001 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan deze richtlijn te voldoen.
4 Bij brief van 29 maart 2001 hebben de Ierse autoriteiten aan de Commissie gemeld dat al het mogelijke werd gedaan om de omzetting zo snel mogelijk te laten verlopen, en dat zij de Commissie op de hoogte zouden houden. Bij brief van 11 juli 2001 hebben zij de Commissie met name ervan in kennis gesteld dat de werkzaamheden tot omzetting voortduurden en vóór november 2001 zouden worden voltooid.
5 Daar zij sindsdien geen enkele inlichting had ontvangen waaruit zij kon afleiden dat de omzetting van richtlijn 98/8 voltooid was, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
6 Onder verwijzing naar de verplichtingen die krachtens artikel 249, derde alinea, EG op de lidstaten rusten, betoogt de Commissie dat Ierland de maatregelen had moeten nemen die nodig zijn om aan richtlijn 98/8 te voldoen binnen de in artikel 34 ervan gestelde termijn.
7 De Ierse regering betoogt dat de richtlijn is omgezet door een op 18 december 2001 vastgestelde regelgevende handeling, getiteld The European Community (Authorisation, Placing on the Market, Use and Control of Biocidal products) 2001". Zij verzoekt derhalve het Hof de procedure voor drie maanden, te rekenen vanaf de datum van het verweerschrift, te schorsen, teneinde de Commissie in de gelegenheid te stellen de door Ierland genomen maatregelen te onderzoeken en eventueel afstand te doen van instantie.
8 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat, volgens vaste rechtspraak, het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn (zie met name arrest van 15 maart 2001, Commissie/Frankrijk, C-147/00, Jurispr. blz. I-2387, punt 26).
9 In casu staat vast dat Ierland niet de nodige maatregelen heeft genomen om binnen de daartoe gestelde termijn aan het met redenen omkleed advies te voldoen.
10 Het beroep van de Commissie is daarom gegrond.
11 Derhalve moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, indien dat is gevorderd. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, is Ierland de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy