Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
2. Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging op basis van nationale praktijken of situaties - Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG en 249, lid 3, EG)
Partijen
In zaak C-414/01,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door I. Martínez del Peral als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door S. Ortiz Vaamonde als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerder,
betreffende een verzoek om te doen vaststellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PB L 144, blz. 19), of althans deze bepalingen niet ter kennis van de Commissie te brengen, de krachtens artikel 15, lid 1, van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: R. Schintgen, kamerpresident, V. Skouris en N. Colneric (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: C. Stix-Hackl,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 oktober 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 17 oktober 2001, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld tot vaststelling dat het Koninkrijk Spanje, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PB L 144, blz. 19), of althans door deze bepalingen niet ter kennis van de Commissie te brengen, de krachtens artikel 15, lid 1, van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens deze bepaling moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van richtlijn 97/7 aan deze richtlijn te voldoen en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Richtlijn 97/7 is op 4 juni 1997 in werking getreden.
Precontentieuze procedure
3 Van mening dat richtlijn 97/7 niet binnen de gestelde termijn in Spaans recht was omgezet, heeft de Commissie de niet-nakomingsprocedure ingeleid. Na het Koninkrijk Spanje te hebben aangemaand zijn opmerkingen te maken, zond de Commissie op 9 maart 2001 een met redenen omkleed advies, waarbij zij deze lidstaat uitnodigde, binnen twee maanden na de betekening ervan aan dit advies te voldoen.
4 Aangezien uit de door de Spaanse autoriteiten verstrekte inlichtingen bleek dat de werkzaamheden tot omzetting van richtlijn 97/7 in Spaans recht nog niet waren voltooid, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
Het beroep
Argumenten van partijen
5 De Commissie stelt dat het Koninkrijk Spanje de krachtens artikel 15, lid 1, van richtlijn 97/7 op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, aangezien het niet de nodige maatregelen heeft vastgesteld om deze richtlijn in Spaans recht om te zetten, althans haar deze maatregelen niet ter kennis heeft gebracht.
6 De Spaanse regering betwist niet dat zij richtlijn 97/7 niet tijdig heeft omgezet, maar voert aan dat omstandigheden haar dit hebben verhinderd.
7 Volgens haar heeft de Spaanse wetgever ten tijde van de vaststelling van de Ley de Ordenación del Comercio Minorista nr. 7/1196 van 15 januari 1996 (wet inzake de reglementering van de kleinhandel) besloten om wat toen nog maar een voorstel voor een richtlijn was, in deze wet te verwerken zodat te zijner tijd nog slechts zeer geringe wijzigingen zouden hoeven te worden aangebracht.
8 Een groot deel van de tijd die is verlopen sinds de bekendmaking van richtlijn 97/7, ging op aan discussies over de vraag of deze richtlijn eigenlijk reeds was omgezet en of, indien zij niet volledig was omgezet, de Ley de Ordinación del Comercio Minorista diende te worden gewijzigd dan wel een nieuwe wet diende te worden opgesteld.
9 Volgens de Spaanse regering is uiteindelijk besloten de Ley de Ordinación del Comercio Minorista voorzover nodig te wijzigen. Daarop rees evenwel de vraag of ook andere wetten dienden te worden gewijzigd, zoals de Ley General de Defensa de los Consumidores y Usuarios (algemene wet betreffende de consumentenbescherming) en de Ley de Contratos celebrados fuera del Establecimiento Mercantil (wet betreffende de buiten de onderneming gesloten overeenkomsten). Ook het verband tussen de maatregelen tot omzetting van richtlijn 97/7 en de nieuwe reglementering inzake elektronische handel kwam ter sprake.
10 De Spaanse regering beklemtoont dat een voorontwerp van wet eerstdaags als wetsontwerp zal worden goedgekeurd.
Beoordeling door het Hof
11 Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn (zie met name arrest van 30 november 2000, Commissie/België, C-384/99, Jurispr. blz. I-10633, punt 16). Vastgesteld moet worden, dat bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn van twee maanden de omzetting van richtlijn 97/7 in Spaans recht nog niet was voltooid.
12 Verder volgt uit de rechtspraak van het Hof dat nationale praktijken of situaties van een lidstaat geen rechtvaardiging kunnen opleveren voor de niet-nakoming van uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen en termijnen en evenmin voor een te late of onvolledige omzetting van een richtlijn (zie met name arrest van 7 mei 2002, Commissie/Nederland, C-364/00, Jurispr. blz. I-4177, punt 10).
13 Gelet op een en ander, moet worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 97/7 te voldoen, de krachtens artikel 15, lid 1, van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, is het Koninkrijk Spanje de krachtens artikel 15, lid 1, van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy