Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Vrij verkeer van personen - Vrijheid van vestiging - Zelfstandige handelsagenten - Richtlijn 86/653 - Nationale regeling die inschrijving van handelsagent in handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in specifiek register - Toelaatbaarheid - Voorwaarden
(Richtlijn 86/653 van de Raad)
Samenvatting
$$Richtlijn 86/653 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een specifiek register, op voorwaarde dat het ontbreken van inschrijving in het handelsregister de geldigheid van de door de handelsagent met zijn principaal gesloten agentuurovereenkomst niet aantast en niet op een andere wijze afbreuk doet aan de bescherming die de richtlijn aan de handelsagenten in hun betrekkingen met hun principaal verleent.
( cf. punt 20 en dictum )
Partijen
In zaak C-485/01,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Tribunale civile e penale di Trento (Italië), in het aldaar aanhangige geding tussen
Francesca Caprini
en
Conservatore Camera di Commercio, Industria, Artigianato e Agricoltura (CCIAA),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382, blz. 17),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: M. Wathelet, kamerpresident, D. A. O. Edward, A. La Pergola, P. Jann (rapporteur) en S. von Bahr, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs,
griffier: R. Grass,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- F. Caprini, vertegenwoordigd door A. Amadesi en G. Vialli, avvocati,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Patakia en A. Aresu als gemachtigden,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 november 2002,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 6 december 2001, ingekomen bij het Hof op 14 december daaraanvolgend, heeft het Tribunale civile e penale di Trento (Italië) krachtens artikel 234 EG een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382, blz. 17; hierna: richtlijn").
2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen F. Caprini en de Conservatore del registro delle imprese di Trento [bewaarder van het handelsregister te Trento (Italië)] over de verplichting voor handelsagenten om zich in dit register te laten inschrijven.
Rechtskader
3 Artikel 1, lid 1, van de richtlijn voorziet in harmonisatiemaatregelen die van toepassing zijn op de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de betrekkingen tussen handelsagenten en hun principalen.
4 Blijkens de tweede en de derde overweging van de considerans van de richtlijn beoogt deze de handelsagenten in hun betrekkingen met hun principalen te beschermen, de zekerheid in het handelsverkeer te bevorderen en het goederenverkeer tussen de lidstaten te vergemakkelijken door onderlinge aanpassing van de rechtsstelsels van de lidstaten op het gebied van de handelsvertegenwoordiging. Daartoe zijn in de richtlijn onder meer regels vastgesteld inzake de rechten en verplichtingen van partijen (artikelen 3 tot en met 5), de beloning van de handelsagenten (artikelen 6 tot en met 12) en de sluiting en beëindiging van de agentuurovereenkomst (artikelen 13 tot en met 20).
5 De Italiaanse wet nr. 204 van 3 mei 1985 (GURI nr. 119, van 22 mei 1985, blz. 3623) voorziet in de oprichting van een register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers, waarin eenieder die een dergelijke activiteit wil uitoefenen, zich moet laten inschrijven op straffe van een bestuurlijke sanctie. Op de vraag van een Italiaanse rechterlijke instantie of de richtlijn zich verzet tegen de bepalingen van deze wet die de geldigheid van de agentuurovereenkomsten afhankelijk stellen van de inschrijving van de handelsagent in een daartoe bestemd register, heeft het Hof in punt 14 van zijn arrest van 30 april 1998, Bellone (C-215/97, Jurispr. blz. I-2191), geantwoord dat uit artikel 13, lid 2, van de richtlijn - dat de lidstaten toestaat te bepalen dat een agentuurovereenkomst slechts geldt, als zij op schrift is gesteld" - enerzijds blijkt dat de richtlijn uitgaat van het beginsel dat voor de overeenkomst geen bepaalde vorm is voorgeschreven, en de lidstaten de bevoegdheid laat de schriftelijke vorm te verlangen, en anderzijds dat de gemeenschapswetgever door als enig vereiste voor de geldigheid van de overeenkomst een geschrift te vermelden, het onderwerp exhaustief heeft geregeld. Buiten het opmaken van een geschrift, kunnen de lidstaten dus geen andere voorwaarde opleggen. In punt 15 van dat arrest heeft het Hof daaruit afgeleid dat de inschrijving van de handelsagent in een register geen voorwaarde voor de geldigheid van de overeenkomst kan zijn.
6 Artikel 2188 van het Italiaanse burgerlijk wetboek (hierna: burgerlijk wetboek") voorziet in de oprichting van een handelsregister. Voor bepaalde activiteiten is inschrijving in dat register verplicht, terwijl artikel 2083 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat de inschrijving voor andere activiteiten, waaronder die van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers, facultatief is. Uit de stukken van het hoofdgeding blijkt dat voor deze laatsten de inschrijving voorziet in een behoefte aan voorlichting en openbaarheid. Artikel 2084 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat de voorwaarden voor de uitoefening van de verschillende categorieën van activiteiten bij wet worden vastgesteld. Volgens artikel 2189 van dat wetboek moet het registerkantoor nagaan of de wettelijke voorwaarden voor inschrijving zijn vervuld".
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
7 Blijkens de stukken van het hoofdgeding heeft Caprini op 10 april 2001 bij het handelsregisterkantoor te Trento een verzoek ingediend om als handelsagent voor de verkoop van reclameruimte in de categorie kleine ondernemers" van het handelsregister te worden ingeschreven. Caprini was op dat ogenblik niet ingeschreven in het register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers.
8 Op 18 oktober 2001 wees de bewaarder van het handelsregister Caprini's verzoek om inschrijving af op grond zij niet in het register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers was ingeschreven. De bewaarder was van mening dat de inschrijving in laatstgenoemd register een voorwaarde voor het uitoefenen van een bedrijfsactiviteit in de zin van artikel 2084 van het burgerlijk wetboek is, en derhalve ook als een wettelijke voorwaarde voor inschrijving in het handelsregister in de zin van artikel 2189 van dat wetboek moet worden beschouwd, en dat hij moet nagaan of deze voorwaarde is vervuld, alvorens de gevraagde inschrijving te verrichten.
9 De Giudice del registro (registerrechter), bij wie Caprini een beroep had ingesteld tegen die beslissing, verwierp dit beroep bij beschikking van 2 november 2001. Van deze beschikking kwam Caprini in hoger beroep bij het Tribunale civile e penale di Trento.
10 Onder verwijzing naar het reeds aangehaalde arrest Bellone vraagt deze rechterlijke instantie zich af of dit arrest indirecte gevolgen kan hebben voor de inschrijving in het handelsregister. Zij stelt vast dat het Hof in dit arrest uitspraak heeft gedaan over de onverenigbaarheid van wet nr. 204 met de richtlijn, met betrekking tot de ongeldigheid van agentuurovereenkomsten wegens schending van een dwingende bepaling van die wet. In de onderhavige zaak moet worden uitgemaakt of van een dergelijke onverenigbaarheid ook sprake is voorzover volgens diezelfde nationale bepalingen eenieder die als handelsagent werkzaam is of wil zijn, zich in het register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers moet laten inschrijven, en de inschrijving in het handelsregister derhalve indirect afhankelijk wordt gesteld van het vervullen van die voorwaarde.
11 In die omstandigheden heeft het Tribunale civile e penale di Trento de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:
Verzet richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, zich tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een specifiek register voor handelsagenten en handelsvertegenwoordigers?"
De prejudiciële vraag
Argumenten van partijen
12 Volgens Caprini moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Zij voert aan dat de kamers van koophandel weigeren een niet in het handelsregister ingeschreven handelsagent het certificaat af te geven dat deze volgens de relevante fiscale en sociale bepalingen nodig heeft om zijn bedrijf te kunnen beginnen en correct te kunnen voeren. Een handelsagent kan de met zijn principaal gesloten agentuurovereenkomst derhalve niet geldig uitvoeren indien hij niet over dat certificaat beschikt, en om die reden zijn de nationale bepalingen inzake het handelsregister in strijd met de richtlijn.
13 Aangezien de inschrijving in het handelsregister slechts declaratieve werking heeft, is de bewaarder van het register verplicht, desgevraagd jegens derden te verklaren dat een persoon de status van zelfstandige handelsagent heeft, onder voorbehoud van het door deze laatste aan de hand van een schriftelijke overeenkomst te leveren bewijs dat hij als handelsagent werkzaam is. In het hoofdgeding was dit bewijs ten volle geleverd door de overlegging van de agentuurovereenkomst, zodat de bewaarder van het register de gevraagde inschrijving niet had mogen weigeren.
14 Volgens de Commissie verzet de richtlijn zich niet tegen de in het hoofdgeding omstreden nationale regeling aangezien de omstandigheid dat voor de facultatieve inschrijving van een handelsagent in het handelsregister wordt geëist dat hij in het register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers is ingeschreven, de geldigheid van de agentuurovereenkomsten niet aantast en geen afbreuk doet aan de rechtsbescherming die de handelsagent op grond van de richtlijn geniet.
15 Naar het oordeel van de Commissie betreft de vraag een probleem dat niet rechtstreeks verband houdt met de geldigheid van de door handelsagenten gestelde handelingen. Aangezien de handelsagenten niet verplicht zijn zich in het handelsregister te laten inschrijven, kunnen zij geldig agentuurovereenkomsten ondertekenen zonder in het handelsregister te zijn ingeschreven. De richtlijn stelt slechts één dwingende voorwaarde, namelijk dat de nationale regeling de geldigheid van de agentuurovereenkomsten niet aantast en meer in het algemeen geen afbreuk doet aan de rechtsbescherming die de handelsagent op grond van de richtlijn geniet.
Beoordeling door het Hof
16 In de punten 14 tot en met 18 van het reeds aangehaalde arrest Bellone heeft het Hof inderdaad geoordeeld dat, gelet op de door de richtlijn verleende bescherming zoals deze in de tweede en de derde overweging van de considerans is beschreven, de geldigheid van de door een handelsagent met zijn principaal gesloten overeenkomst niet afhankelijk mag worden gesteld van de voorwaarde dat de handelsagent in een daartoe bestemd register is ingeschreven.
17 In punt 11 van het reeds aangehaalde arrest Bellone heeft het Hof er evenwel op gewezen dat de richtlijn niet spreekt van de inschrijving van de handelsagent in een register, maar het aan de lidstaten overlaat om, indien zij dat om administratieve redenen wenselijk achten, de inschrijving in een daartoe bestemd register op te leggen.
18 De richtlijn staat derhalve niet eraan in de weg dat de lidstaten registers bijhouden waarin de handelsagenten zich kunnen of moeten laten inschrijven, daaronder begrepen een handelsregister als bedoeld in het hoofdgeding.
19 Slechts wanneer de niet-inschrijving afbreuk zou doen aan de bescherming die de richtlijn aan de handelsagenten in hun betrekkingen met hun principaal verleent, speelt de richtlijn een rol. Uit de door de verwijzende rechter verstrekte gegevens blijkt evenwel dat nationale bepalingen als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, volgens welke een niet in het register van handelsagenten en handelsvertegenwoordigers ingeschreven handelsagent niet in het handelsregister kan worden ingeschreven, de geldigheid van de agentuurovereenkomst en de betrekkingen tussen de partijen bij die overeenkomst niet aantasten. Het staat aan de nationale rechter om met inaanmerkingneming van de omstandigheden van het geding vast te stellen of dit het geval is.
20 Op de prejudiciële vraag dient derhalve te worden geantwoord dat de richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een specifiek register voor handelsagenten en handelsvertegenwoordigers, op voorwaarde dat het ontbreken van inschrijving in het handelsregister de geldigheid van de door de handelsagent met zijn principaal gesloten agentuurovereenkomst niet aantast en niet op een andere wijze afbreuk doet aan de bescherming die de richtlijn aan de handelsagenten in hun betrekkingen met hun principaal verleent.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 De kosten door de Commissie wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunale civile e penale di Trento bij beschikking van 6 december 2001 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de inschrijving van een handelsagent in het handelsregister afhankelijk stelt van zijn inschrijving in een specifiek register voor handelsagenten en handelsvertegenwoordigers, op voorwaarde dat het ontbreken van inschrijving in het handelsregister de geldigheid van de door de handelsagent met zijn principaal gesloten agentuurovereenkomst niet aantast en niet op een andere wijze afbreuk doet aan de bescherming die de richtlijn aan de handelsagenten in hun betrekkingen met hun principaal verleent.
Full & Egal Universal Law Academy