ARREST VAN HET GERECHT (Derde kamer)
van 12 mei 2004
Zaak T‑191/01
André Hecq
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Ambtenaren – Sociale zekerheid – Artikel 72, lid 1, van Statuut – Vergoeding van ziektekosten – Ernstige ziekte – Weigering bepaalde medische verstrekkingen tegen 100 % te vergoeden”
Volledige Franse tekst II - 0000
Betreft: Beroep tot nietigverklaring van twee besluiten van het afwikkelingsbureau van respectievelijk 13 oktober en 6 november 2000 houdende weigering om bepaalde medische verstrekkingen van verzoekers echtgenote tegen 100 % te vergoeden.
Beslissing: De besluiten van het afwikkelingsbureau van respectievelijk 13 oktober en 6 november 2000 houdende weigering om bepaalde medische verstrekkingen van verzoekers echtgenote tegen 100 % te vergoeden, worden nietig verklaard. De Commissie wordt verwezen in de kosten.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ziektekostenverzekering – Ziektekosten – Ernstige ziekte – Vergoeding tegen 100 % – Voorwaarden – Rechtstreeks verband tussen ziektekosten en ziekte
(Ambtenarenstatuut, art. 72, lid 1; regeling inzake ziektekostenverzekering, bijlage I, punt IV)
2. Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ziektekostenverzekering – Ziektekosten – Ernstige ziekte – Vergoeding van 100 % van kosten betreffende opsporing van ziekte ongeacht resultaat ervan
(Ambtenarenstatuut, art. 72, lid 1)
3. Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ziektekostenverzekering – Ziektekosten – Ernstige ziekte – Vergoeding van 100 % van ziektekosten om oorzaak te bepalen van kwalen die verband kunnen houden met ernstige ziekte
(Ambtenarenstatuut, art. 72, lid 1)
4. Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ziektekostenverzekering – Ziektekosten – Vergoeding – Weigering – Rechterlijke toetsing – Grens – In geding brengen van regelmatig gegeven medische beoordelingen
(Ambtenarenstatuut, art. 72)
5. Ambtenaren – Sociale zekerheid – Ziektekostenverzekering – Ziektekosten – Ernstige ziekte – Vergoeding van 100 % – Vereiste van verband tussen ziektekosten en ziekte – Bewijslast die op ambtenaar rust – Grens
(Ambtenarenstatuut, art. 72)
1. Volgens de regeling inzake ziektekostenverzekering van de ambtenaren van de Gemeenschappen, zoals deze volgt uit artikel 72, lid 1, van het Statuut en punt IV van bijlage I bij de regeling, bedraagt de vergoeding van ziektekosten 100 % in geval van ernstige ziekte.
Artikel 72, lid 1, van het Statuut laat het aan de opstellers van die regeling over om het toepassingsgebied van die verzekering nader te bepalen in overeenstemming met de bepalingen en de doelstellingen van het Statuut.
Hieruit volgt dat een uitlegging van de statutaire bepalingen, volgens welke alleen ziektekosten die rechtstreeks verband houden met de betrokken ziekte voor 100 % worden vergoed, zowel in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever, namelijk ervoor te zorgen dat alleen kosten verband houdende met de behandeling van een ernstige ziekte volledig worden vergoed, als met het afwijkende karakter van deze bepalingen ten opzichte van het beginsel dat ziektekosten voor 80 % of 85 % worden vergoed.
(cf. punten 44‑47)
Referentie: Hof 8 maart 1988, Brunotti/Commissie, 339/85, Jurispr. blz. 1379, punt 10; Gerecht 26 oktober 1993, Reinarz/Commissie, T‑6/92 en T‑52/92, Jurispr. blz. II‑1047, punt 73
2. Aangezien kosten om ernstige ziekten op te sporen ingevolge artikel 72 van het Statuut voor 100 % worden vergoed, geldt de volledige vergoeding voor medische onderzoeken die kunnen aantonen dat er geen sprake is van een ernstige ziekte, voorzover deze tot doel hebben om het bestaan van die ziekte na te gaan. Doel van deze bepaling is dus, het opsporen van ernstige ziekten aan te moedigen teneinde in een vroeg stadium voor een doeltreffende behandeling ervan te kunnen zorgen en zodoende ertoe bij te dragen dat de ontwikkeling van ernstige ziekten in het belang van de patiënt wordt voorkomen, en dat hogere behandelingskosten ontstaan voor het gemeenschappelijk stelsel van ziektekosten van de instellingen van de Europese Gemeenschappen.
Dit geldt temeer wanneer de patiënt reeds getroffen is door een door de gemeenschapsinstellingen erkende ernstige ziekte. In een dergelijk geval moet immers temeer worden aanvaard dat de artsen alle noodzakelijke onderzoeken mogen voorschrijven om na te gaan, of de door de patiënt vastgestelde kwalen betekenen dat er opnieuw sprake is van die ziekte.
(cf. punten 54 en 55)
3. De in artikel 72, lid 1, van het Statuut voorziene vergoeding van 100 % betreft niet alleen de kosten voor de behandeling van een ernstige ziekte, maar, in ruimere zin, alle kosten die rechtstreeks verband houden met die ziekte. Die vergoeding geldt eveneens voor kosten die tot doel hebben de oorzaak te bepalen van kwalen die rechtstreeks verband kunnen houden met een dergelijke ziekte.
Hieruit volgt dat de uitsluiting van de vergoeding van 100 % van kosten die zijn gemaakt teneinde de oorzaak te bepalen van kwalen die rechtstreeks verband kunnen houden met een ernstige ziekte, alleen omdat op grond van de resultaten van die onderzoeken een dergelijk verband niet met zekerheid kan worden vastgesteld, terwijl de artsen, hypothetisch gesproken, op het moment waarop die onderzoeken werden uitgevoerd niet de oorzaak van de kwalen kenden, in strijd zou zijn met het vereiste van een doeltreffende preventieve gezondheidszorg en, bijgevolg, met het gezond beheer van de statutaire regeling van bescherming van de gezondheid, overeenkomstig het doel van artikel 72, lid 1, van het Statuut.
(cf. punten 56, 57 en 106)
Referentie: Gerecht 30 september 2002, Viana França/Commissie, T‑25/01, Jurispr. blz. I‑A-185 en II-951, punten 58 en 59
4. De beroepsmogelijkheden waarin het Ambtenarenstatuut voorziet kunnen in beginsel niet worden gebruikt om medische beoordelingen in eigenlijke zin in geding te brengen, welke als definitief moeten worden beschouwd wanneer zij op regelmatige wijze tot stand zijn gekomen. Dit betekent echter niet dat het Gerecht niet mag onderzoeken, zonder de medische beoordelingen in geding te brengen, of een weigering om ziektekosten te vergoeden in een concreet geval een juiste beoordeling van de feiten vormt en een nauwkeurige toepassing van de relevante bepalingen.
(cf. punten 62 en 63)
Referentie: Hof 19 januari 1988, Biedermann/Rekenkamer, 2/87, Jurispr. blz. 143, punt 8; Gerecht 16 maart 1993, Blackman/Parlement, T‑33/89 en T‑74/89, Jurispr. blz. II‑249, punt 44; Gerecht 7 november 2002, G/Commissie, T‑199/01, JurAmbt. blz. I‑A‑207 en II-1085, punt 59
5. Van een ambtenaar kan niet worden verlangd dat hij, om rechtens genoegzaam te bewijzen dat er sprake is van een verband tussen medische onderzoeken en een ernstige ziekte, met zekerheid het bestaan van een dergelijk verband aantoont, omdat een dergelijk bewijs vanuit medisch-wetenschappelijk oogpunt in de meeste gevallen onmogelijk kan worden geleverd, maar alleen dat hij op basis van een reeks nauwkeurige en overeenstemmende aanwijzingen met voldoende waarschijnlijkheid aantoont dat dit verband bestaat.
(cf. punt 81)
Full & Egal Universal Law Academy