Zaak T‑184/01
IMS Health, Inc.
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Beroep tot nietigverklaring – Opschorting van tenuitvoerlegging en vervolgens intrekking van bestreden beschikking in loop van geding – Afdoening zonder beslissing”
Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 10 maart 2005
Samenvatting van de beschikking
1. Beroep tot nietigverklaring – Beroep tegen beschikking waarvan tenuitvoerlegging is opgeschort en die vervolgens in loop van geding is ingetrokken – Verdwijning van elk voor verzoeker schadelijk rechtsgevolg – Beroep zonder voorwerp geraakt – Afdoening zonder beslissing
(Art. 230 EG)
2. Procedure – Kosten – Afdoening zonder beslissing – Beroep zonder voorwerp geraakt door intrekking van bestreden beschikking – Wijziging van omstandigheden die tot vaststelling van deze beschikking hebben geleid – Iedere partij draagt eigen kosten
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 87, lid 6)
1. De verzoeker kan belang hebben bij de nietigverklaring van een in de loop van het geding ingetrokken handeling, wanneer de nietigverklaring van deze handeling op zich rechtsgevolgen kan hebben.
Wanneer de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking is opgeschort, heeft deze geen rechtsgevolgen kunnen sorteren tussen het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging ervan is opgeschort, en de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is ingetrokken, zodat het beroep, wanneer er voor de periode vóór de opschorting geen schadelijke effecten voor verzoekster blijven, zonder voorwerp is geraakt met het gevolg dat er niet meer op hoeft te worden beslist.
(cf. punten 38, 40‑41, 47, 49)
2. In een geval waarin de Commissie in de loop van het geding een beschikking betreffende een procedure op grond van artikel 82 EG heeft ingetrokken wegens wijziging van de omstandigheden die tot de vaststelling ervan hebben geleid, namelijk de concurrentiesituatie, en waarin noch de beschikking tot intrekking noch de dossierstukken de opvatting wettigen dat de Commissie een onrechtmatigheid van deze beschikking ten aanzien van de grieven van de verzoeker heeft erkend, is het billijk elke partij in haar eigen kosten te verwijzen.
(cf. punten 53, 55)
BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer)
10 maart 2005 (*)
„Beroep tot nietigverklaring – Opschorting van tenuitvoerlegging en vervolgens intrekking van bestreden beschikking tijdens procedure – Afdoening zonder beslissing”
In zaak T‑184/01,
IMS Health, Inc., gevestigd te Fairfield, Connecticut (Verenigde Staten), vertegenwoordigd door N. Levy, J. Temple-Lang, solicitors, en R. O’Donoghue, barrister,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door A. Whelan, É. Gippini Fournier en F. Siredey-Garnier, vervolgens door A. Whelan als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
ondersteund door
NDC Health Corp., voorheen National Data Corp., gevestigd te Atlanta, Georgia (Verenigde Staten), aanvankelijk vertegenwoordigd door I. Forrester, QC, F. Fine, solicitor, C. Price en A. Gagliardi, advocaten, vervolgens door C. Price, J. Bourgeois, advocaten, en F. Fine, ten slotte door F. Fine,
door
NDC Health GmbH & Co. KG, gevestigd te Bad Camberg (Duitsland), aanvankelijk vertegenwoordigd door I. Forrester, QC, F. Fine en M. Powell, solicitors, C. Price en A. Gagliardi, advocaten, vervolgens door F. Fine, C. Price en J. Bourgeois, advocaten, ten slotte door F. Fine,
en door
AzyX Deutschland GmbH Geopharma Information Services, gevestigd te Neu-Isenburg (Duitsland), aanvankelijk vertegenwoordigd door G. Vandersanden, L. Levi en D. Dugois, advocaten, vervolgens door G. Vandersanden en L. Levi,
interveniënten,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking 2002/165/EEG van de Commissie van 3 juli 2001 betreffende een procedure op grond van artikel 82 EG (Zaak COMP D3/38044 – NDC Health/IMS Health: voorlopige maatregelen) (PB 2002, L 59, blz. 18),
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: M. Vilaras, kamerpresident, F. Dehousse en D. Šváby, rechters,
griffier: H. Jung,
de navolgende
Beschikking
Voorgeschiedenis
1 IMS Health, Inc. (hierna: „IMS”), een vennootschap naar Amerikaans recht, biedt in verschillende landen informatiediensten voor de farmaceutische en de gezondheidsindustrie aan.
2 In Duitsland oefent IMS haar activiteiten uit via haar dochtermaatschappij IMS Health GmbH & Co. OHG. Zij biedt de farmaceutische laboratoria een dienst op het gebied van regionale verkoopgegevens aan. Deze dienst berust op een bouwsteenstructuur, genoemd „structuur van 1 860 bouwstenen”, waarbij het Duitse grondgebied voor de vaststelling van verkoopgegevens over geneesmiddelen wordt opgedeeld in 1 860 geografische gebieden.
3 Daar sommige vennootschappen – in casu Pharma Intranet Information AG (hierna: „PII”) en AzyX Deutschland GmbH Geopharma Information Services (hierna:„AzyX”) – reproducties van de structuur van 1 860 bouwstenen gebruikten, heeft IMS bij het Landgericht Frankfurt am Main (hierna: „Landgericht Frankfurt”) gerechtelijke procedures wegens schending van haar auteursrecht aangespannen. Deze procedures zijn op 26 mei 2000 ingesteld tegen PII en op 22 december 2000 tegen AzyX.
4 Bij beschikking van 12 oktober 2000 heeft het Landgericht Frankfurt PII verboden de structuur van 1 860 bouwstenen te gebruiken. Bij beschikking van 27 oktober 2000, bevestigd bij vonnis van 16 november 2000, heeft het Landgericht Frankfurt PII ook verboden de structuren van 2 847 of 3 000 bouwstenen te gebruiken, of iedere andere soortgelijke structuur die van de structuur van 1 860 bouwstenen is afgeleid. De beschikking van 12 oktober 2000 en het vonnis van 16 november 2000 zijn op 17 september 2002 respectievelijk 19 juni 2001 bevestigd door het Oberlandesgericht Frankfurt am Main (hierna: „Oberlandesgericht Frankfurt”).
5 Na de overname van PII door NDC Health Corp. (voorheen National Data Corp.), een vennootschap naar Amerikaans recht (hierna: „NDC”) die voortaan haar activiteiten in Duitsland uitoefent via haar dochtermaatschappij NDC Health GmbH & Co. KG, is NDC bij beschikking van het Landgericht Frankfurt van 28 december 2000, bevestigd bij vonnis van 12 juli 2001, hetzelfde verbod opgelegd.
6 Bij beschikking van 28 december 2000 heeft het Landgericht Frankfurt AzyX ook verboden gegevens op basis van de structuur van 1 860 bouwstenen te leveren, op de markt te brengen of aan te bieden. Bij arrest van 15 februari 2001 bevestigde het Landgericht Frankfurt deze beschikking.
7 Parallel met deze gerechtelijke procedures hebben NDC en AzyX IMS verzocht om een licentie voor het gebruik van de structuur van 1 860 bouwstenen tegen een royalty. IMS heeft deze verzoeken op 28 november 2000 respectievelijk 28 mei 2001 afgewezen.
8 In dit kader heeft NDC op 19 december 2000 bij de Commissie een klacht krachtens artikel 82 EG ingediend.
9 Naar aanleiding van deze klacht heeft de Commissie op 3 juli 2001 beschikking 2002/165/EG inzake een procedure op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag (Zaak COMP D3/38.044 - NDC Health/IMS Health: voorlopige maatregelen) (PB L 59, blz. 18; hierna: „bestreden beschikking”), vastgesteld.
10 In deze beschikking kwam de Commissie tot de conclusie dat er een begin van bewijs van inbreuk in de zin van artikel 82 EG was, aangezien IMS weigerde een licentie voor het gebruik van de structuur van 1 860 bouwstenen te verlenen. Voorts achtte de Commissie ernstige en onherstelbare schade voor het algemeen belang waarschijnlijk. Dienaangaande wees zij op de mogelijke terugtrekking van de concurrenten van IMS, namelijk NDC en AzyX, uit de Duitse markt indien hun geen licenties werden verleend.
11 Daarom heeft de Commissie voorlopige maatregelen genomen in de vorm van een gebod aan IMS om alle ondernemingen die op de Duitse markt voor diensten op het gebied van regionale verkoopgegevens actief zijn, onverwijld en zonder discriminatie een licentie voor het gebruik van de structuur van 1 860 bouwstenen te verlenen.
Procesverloop en conclusies van partijen
12 Op 6 augustus 2001 heeft IMS krachtens artikel 230, vierde alinea, EG beroep tot nietigverklaring van de litigieuze beschikking ingesteld.
13 Bij op dezelfde dag ter griffie van het Gerecht neergelegde afzonderlijke akte heeft IMS krachtens de artikelen 242 EG en 243 EG tevens verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking totdat het Gerecht uitspraak heeft gedaan op het beroep in de hoofdzaak.
14 Bij beschikking van 10 augustus 2001 heeft de kortgedingrechter krachtens artikel 105, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht als conservatoire maatregel de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking opgeschort tot de uitspraak over het verzoek om voorlopige maatregelen (beschikking president Gerecht van 10 augustus 2001, IMS Health/Commissie, T‑184/01 R, Jurispr. blz. II‑2349).
15 Bij beschikking van 26 oktober 2001 heeft de president van het Gerecht de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking opgeschort (beschikking president Gerecht van 26 oktober 2001, IMS Health/Commissie, T‑184/01 R, Jurispr. blz. II‑3193). Op hogere voorziening van NDC is deze beschikking bevestigd bij beschikking van de president van het Hof van 11 april 2002, NDC Health/IMS Health en Commissie [C‑481/01 P(R), Jurispr. blz. I‑3401].
16 Bij beschikking van de president van de Derde kamer van het Gerecht van 5 februari 2002 zijn AzyX, NDC en NDC Health GmbH & Co. KG toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
17 Bij beschikking van 26 september 2002 heeft de president van de Derde kamer van het Gerecht de procedure in de onderhavige zaak geschorst tot de uitspraak van het Hof over de prejudiciële vragen betreffende de uitlegging van artikel 82 EG van het Landgericht Frankfurt in het kader van de in Duitsland tussen IMS en NDC aanhangige gerechtelijke procedures.
18 Op 13 augustus 2003 heeft de Commissie beschikking 2003/741/EG in een procedure op grond van artikel 82 van het EG-Verdrag (Zaak COMP D3/38.044 – NDC Health/IMS Health: voorlopige maatregelen) (PB L 268, blz. 69; hierna: „beschikking van 13 augustus 2003”), vastgesteld, waarbij zij de bestreden beschikking heeft ingetrokken.
19 Bij op 16 september 2003 ter griffie van het Gerecht neergelegde brief heeft de Commissie het Gerecht verzocht vast te stellen dat een beslissing in de onderhavige zaak niet meer nodig is en heeft zij ter ondersteuning van haar verzoek een kopie van haar beschikking van 13 augustus 2003 voorgelegd. De Commissie verzocht ook, elke partij te verwijzen in haar eigen kosten.
20 Partijen zijn uitgenodigd schriftelijk hun opmerkingen te maken over de vraag, of op de onderhavige zaak nog moest worden beslist.
21 In haar op 28 november 2003 ter griffie van het Gerecht neergelegde opmerkingen over het verzoek om afdoening zonder beslissing, concludeert IMS dat het het Gerecht behage:
– het verzoek van de Commissie volledig af te wijzen en, wanneer in de hoofdzaak zal zijn beslist, de Commissie te verwijzen in de kosten met inbegrip van die voor de onderhavige opmerkingen;
– subsidiair, ingeval het verzoek van de Commissie wordt toegewezen, deze laatste te verwijzen in de kosten.
22 In hun op 4 november 2003 ter griffie van het Gerecht neergelegde gemeenschappelijke opmerkingen over het verzoek om afdoening zonder beslissing, stellen NDC en NDC Health GmbH & Co. KG dat het Gerecht niet meer hoeft te beslissen op het verzoek om nietigverklaring van de bestreden beschikking en verzoeken zij, elke partij te verwijzen in haar eigen kosten.
23 In haar op 14 oktober 2003 ter griffie van het Gerecht neergelegde opmerkingen over het verzoek om afdoening zonder beslissing, preciseert AzyX dat zij geen bijzondere opmerkingen heeft, maar verzoekt zij, niet te worden verwezen in haar eigen kosten.
24 Op 29 april 2004 heeft het Hof in het kader van een prejudiciële verwijzing het arrest IMS Health (C‑418/01, Jurispr. blz. I‑5039) gewezen.
25 Op 8 juni 2004 zijn, in het kader van de maatregelen tot organisatie van de procesgang bedoeld in artikel 64 van het Reglement voor de procesvoering, aan partijen in de hoofdzaak verschillende vragen over de strekking van de beschikking van 13 augustus 2003 gesteld. Zij hebben geantwoord binnen de gestelde termijnen.
Het verzoek om afdoening zonder beslissing
Argumenten van partijen
26 In haar verzoek om afdoening zonder beslissing, is de Commissie van mening dat het onderhavige beroep zonder voorwerp is geraakt.
27 In haar antwoord op de door het Gerecht op 8 juni 2004 gestelde vragen over de strekking van de beschikking van 13 augustus 2003, preciseert de Commissie dat deze berust op feiten en omstandigheden van na de vaststelling van de bestreden beschikking. De beschikking van 13 augustus 2003 heeft op zich dus geen terugwerkende kracht.
28 De Commissie stelt evenwel dat de bestreden beschikking geen enkel rechtsgevolg heeft gehad. In de eerste plaats legde de bestreden beschikking slechts „voorlopige” maatregelen op en berustte zij dus niet op de definitieve vaststelling van een inbreuk op artikel 82 EG. In de tweede plaats was de bestreden beschikking de hele tijd van haar mogelijke toepassing opgeschort.
29 Hooguit zou er volgens de Commissie een rechtsgevolg kunnen zijn geweest voor de Duitse rechters in nationale procedures. Haar inziens dient de onderhavige procedure evenwel niet te worden voortgezet en kan de bestreden beschikking, door de intrekking bij de beschikking van 13 augustus 2003, in casu geen gevolgen meer hebben voor die rechters. Er is dus geen gevaar van tegenstrijdige beslissingen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
30 Volgens IMS kan de onderhavige zaak niet worden afgedaan zonder beslissing.
31 In de eerste plaats, aldus IMS, zijn door de intrekking van de bestreden beschikking de rechtsgevolgen ervan niet verdwenen. De zaak kan zonder beslissing worden afgedaan wanneer de betrokken handeling volledig is ingetrokken of wanneer de handeling is vervangen door een latere handeling waartegen wordt opgekomen; gerechtelijke procedures kunnen nog steeds een voorwerp hebben wanneer de ingetrokken beschikking rechtsgevolgen blijft sorteren, met name omdat de intrekking alleen voor de toekomst geldt. Bovendien stelt IMS dat zij, wanneer de intrekking geen terugwerkende kracht heeft, bij afdoening zonder beslissing de geldigheid en de gevolgen van de bestreden beschikking niet kan betwisten.
32 In de tweede plaats acht IMS de gegrondheid van de bestreden beschikking beslissend voor de oplossing van de voor de Duitse rechters aanhangige geschillen. Zij herinnert aan de tussen haar en NDC aanhangige procedures. In het bijzonder heeft IMS volgens NDC, naar in de bestreden beschikking prima facie is vastgesteld, haar machtspositie misbruikt door te weigeren haar een licentie te verlenen. Bovendien zou NDC kunnen stellen dat de bestreden beschikking tussen 3 juli 2001 en 13 augustus 2003 niet was ingetrokken of nietig verklaard en dat zij het recht had een licentie voor die periode te krijgen. In het bijzonder onder verwijzing naar het arrest van het Hof van 14 december 2000, Masterfoods en HB (C‑344/98, Jurispr. blz. I‑11369) zouden de Duitse rechters kunnen betwijfelen in welke zin zij, gesteld dat de bestreden beschikking niet was nietigverklaard of met terugwerkende kracht was ingetrokken, zouden moeten beslissen. Ten slotte stelt IMS dat de door het Landgericht Frankfurt aan het Hof gestelde prejudiciële vragen niet ingingen op een aantal in het beroep tot nietigverklaring aangevoerde punten.
33 In de derde plaats, aldus IMS, rechtvaardigen overwegingen van proceseconomie de afwijzing van het verzoek om afdoening zonder beslissing. Uit dien hoofde meent IMS nog steeds belang te hebben bij de voortzetting van een procedure tot nietigverklaring, aangezien zij het gevaar loopt in de toekomst met soortgelijke handelingen als de bestreden handeling te maken te krijgen. Bovendien heeft de Commissie steeds geweigerd zich uit te spreken over de vraag of het onderzoek moest worden uitgesteld of over de vraag of de procedure moest worden afgesloten. Ten slotte bestaat het gevaar dat NDC of andere ondernemingen op basis van de bestreden beschikking eventueel om verlening van een licentie verzoeken.
Beoordeling door het Gerecht
34 Het verzoek van de Commissie om afdoening zonder beslissing, is een procesincident waarover het Gerecht krachtens artikel 114, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering uitspraak kan doen op basis van de dossierstukken zonder mondelinge behandeling.
35 De Commissie heeft de bestreden beschikking in de loop van het geding bij de beschikking van 13 augustus 2003 uitdrukkelijk ingetrokken.
36 Uit de motivering van de beschikking van 13 augustus 2003 volgt dat de „intrekking”, zoals de Commissie beklemtoont, geen terugwerkende kracht heeft zodat deze beschikking moet worden geacht de bestreden beschikking in te trekken.
37 Derhalve sorteert de bestreden beschikking sedert de inwerkingtreding van de beschikking van 13 augustus 2003 geen dwingende rechtsgevolgen meer voor verzoekster.
38 Volgens de rechtspraak kan de verzoeker evenwel belang hebben bij de nietigverklaring van een in de loop van het geding ingetrokken handeling, wanneer de nietigverklaring van deze handeling op zich rechtsgevolgen kan hebben (zie beschikking Gerecht van 14 maart 1997, Arbeitsgemeinschaft Deutscher Luftfahrt-Unternehmen en Hapag-Lloyd/Commissie, T‑25/96, Jurispr. blz. II‑363, punt 16, en aldaar aangehaalde rechtspraak).
39 In casu stelt verzoekster juist, dat zij belang heeft bij het verzoek tot nietigverklaring van de bestreden handeling wegens de rechtsgevolgen van deze laatste tijdens de periode vóór de intrekking.
40 De tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking is evenwel opgeschort, in de eerste plaats bij een beschikking van de president van het Gerecht van 10 augustus 2001, vervolgens bij een beschikking van de president van het Gerecht van 26 oktober 2001. De bestreden beschikking heeft dus geen rechtsgevolgen kunnen sorteren tussen het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging ervan een eerste maal is opgeschort, namelijk 10 augustus 2001, en de inwerkingtreding van de beschikking van 13 augustus 2003.
41 De bestreden beschikking kan slechts rechtsgevolgen hebben gesorteerd vanaf het tijdstip van de inwerkingtreding ervan tot het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging ervan is opgeschort. Blijkens het dossier is weliswaar een aanvang gemaakt met de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking, maar blijft daarvan geen enkel gevolg over, dat een belang bij het verzoek tot nietigverklaring van de bestreden beschikking zou kunnen wettigen.
42 Zo volgt uit artikel 2 van de bestreden beschikking, dat de in artikel 1 bedoelde verplichting om een licentie te verlenen slechts kon worden uitgevoerd in het kader van een verzoek van de concurrenten van IMS en een overeenkomst over de royalty’s, eventueel vast te stellen door deskundigen.
43 Blijkens het dossier hebben de concurrenten van IMS, in casu AzyX en NDC, na de vaststelling van de bestreden beschikking verzocht om een licentie. Partijen werden het niet eens over de royalty’s en de procedure voor de keuze van een deskundige werd op gang gebracht. Gelet op de beschikking van de president van het Gerecht van 10 augustus 2001, is deze procedure evenwel niet voltooid en heeft de Commissie de aanwijzing van een deskundige opgeschort.
44 Vaststaat dus dat verzoekster op basis van de bestreden beschikking geen licentie heeft moeten verlenen aan een van haar concurrenten en dat zij daartoe thans op die basis niet meer kan worden verplicht, daar de bestreden beschikking op 13 augustus 2003 is ingetrokken.
45 Tevens staat vast dat de dwangsom van artikel 3 van de bestreden beschikking over de betrokken periode niet kon worden toegepast en wegens de intrekking van deze beschikking niet meer zal kunnen worden toegepast.
46 Betreffende verzoeksters betoog over de uitkomst van de in Duitsland aanhangige gerechtelijke procedures en de inaanmerkingneming van het arrest Masterfoods en HB, punt 32 supra, dient te worden opgemerkt dat dit arrest ertoe strekt iedere mogelijke tegenspraak tussen de beschikkingen van nationale rechters en die van de Commissie te voorkomen. De bestreden beschikking is sinds 13 augustus 2003 uit de communautaire rechtsorde verdwenen; derhalve bestaat in casu geen risico op tegenspraak. De Duitse rechters kunnen dus volledig vrij beslissen, waarbij dient te worden opgemerkt dat bij de bestreden beschikking hoe dan ook alleen voorlopige maatregelen werden vastgesteld.
47 Bovendien heeft de bestreden beschikking, gelet op het in de punten 40, 44 en 45 hierboven overwogene, geen enkel rechtsgevolg meer. Dat verzoeksters concurrenten in Duitsland of andere belanghebbende marktdeelnemers voor de Duitse rechters in voorkomend geval op het bestaan van de bestreden beschikking in het verleden kunnen wijzen om een licentie of schadevergoeding te verkrijgen, heeft op zich geen gevolgen voor verzoeksters rechtspositie.
48 Betreffende het argument van IMS dat zij in de toekomst met eenzelfde handeling als de bestreden handeling dreigt te maken te krijgen, merkt het Gerecht op, dat verzoeksters positie hoe dan ook slechts kan worden aangetast door beschikkingen die verschillen van de bestreden beschikking en waarvan de eventuele betwisting tot andere geschillen dan het onderhavige verzoek tot nietigverklaring zal leiden.
49 Derhalve wettigt niets in het betoog van IMS de conclusie dat zij, ondanks de intrekking van de bestreden beschikking, een belang behoudt bij de nietigverklaring ervan. Bijgevolg is het onderhavige beroep zonder voorwerp geraakt en hoeft op de onderhavige zaak niet meer te worden beslist.
Kosten
50 Volgens de Commissie moet elke partij worden verwezen in haar eigen kosten aangezien de bestreden beschikking wegens een wezenlijke wijziging van de omstandigheden is ingetrokken. Deze intrekking betekent dus niet dat de Commissie haar aanvankelijk standpunt over het bestaan op het eerste gezicht van een misbruik van machtspositie heeft gewijzigd. Bovendien laat deze intrekking de beoordeling van het criterium van spoedeisendheid, de belangenafweging in de bestreden beschikking en de geschiktheid van de daarbij genomen voorlopige maatregelen onverlet.
51 Volgens IMS daarentegen moet de Commissie in de kosten worden verwezen. Om te beginnen is de relatieve waarde van de aanvankelijke grieven van partijen een element dat het het Gerecht mogelijk maakt, zijn beoordelingsbevoegdheid ten aanzien van de kosten uit te oefenen. IMS verwijst hier met name naar de beschikking van 26 oktober 2001, IMS Health/Commissie, punt 15 supra. Voorts acht IMS het juist en billijk de Commissie te verwijzen in de kosten en wijst zij voornamelijk op de grote kosten die de onderhavige zaak en de begane vergissingen voor haar hebben meegebracht.
52 Volgens artikel 87, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering beslist het Gerecht vrijelijk over de kosten wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt.
53 De Commissie heeft de bestreden beschikking ingetrokken wegens de wijziging van de omstandigheden die tot de vaststelling ervan hebben geleid, namelijk de concurrentiesituatie. Noch de beschikking van 13 augustus 2003 noch de dossierstukken wettigen de opvatting dat de Commissie een onrechtmatigheid in de bestreden beschikking ten aanzien van verzoeksters grieven heeft erkend.
54 Ook zijn de beschikkingen van de kortgedingrechters krachtens artikel 107, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering voorlopig en prejudiciëren zij de door het Gerecht in de hoofdzaak te geven beslissing niet.
55 In de omstandigheden van de onderhavige zaak acht het Gerecht het billijk elke partij in haar eigen kosten te verwijzen, daaronder begrepen die van de procedure in kort geding.
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer)
beschikt:
1) Op het onderhavige beroep behoeft niet meer te worden beslist.
2) Elke partij zal haar eigen kosten dragen, daaronder begrepen die van de procedure in kort geding.
Luxemburg, 10 maart 2005.
De griffier
De president van de Vijfde kamer
H. Jung
M. Vilaras
* Procestaal: Engels.
Full & Egal Universal Law Academy