CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
P. LÉGER
van 15 mei 2003 (1)
Zaak C-12/02
Strafzaak
tegen
M. Grilli
[verzoek van het Bayerische Oberste Landesgericht (Duitsland) om een prejudiciële beslissing]
„”
1. Het onderhavige verzoek om een prejudiciële beslissing heeft betrekking op de uitlegging van artikel 29 EG. Het Bayerische Oberste Landesgericht (Duitsland) vraagt of deze bepaling zich verzet tegen een nationale regeling die het strafbaar stelt om op het grondgebied van de betrokken lidstaat te rijden met een voertuig dat voorzien is van voorlopige nummerplaten die zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig naar dient te worden overgebracht.
Nationaal juridisch kader
2. In Duitsland moeten voertuigen van particulieren ingeschreven zijn om op het nationale grondgebied te mogen rijden. De nationale regelingen met betrekking tot de administratieve toelating van deze voertuigen zijn opgenomen in het Straßenverkehrsgesetz (verkeersreglement; hierna: StVG) en in de Straßenverkehrszulassungsordnung (regeling inzake de toelating van motorvoertuigen tot het wegverkeer; hierna: StVZO).
3. § 22, lid 1, punt 1, en lid 2, StVG bepaalt:
(1) Eenieder die met een onwettig doel
1. een voertuig of een aanhangwagen waarvoor geen nummerplaat is afgegeven of waarvoor geen inschrijving is gebeurd, voorziet van een nummerplaat die lijkt op een officiële nummerplaat,
[...]wordt, indien geen enkele andere bepaling in een zwaardere straf voor deze inbreuk voorziet, veroordeeld tot een gevangenisstraf van maximaal één jaar of tot een boete.
(2) Dezelfde straf wordt opgelegd aan personen die op de openbare weg of op een openbare plaats gebruikmaken van een voertuig of een aanhangwagen waarvan zij weten dat de nummerplaat vals, vervalst of ingetrokken is op de in lid 1, punten 1 tot en met 3, beschreven wijze.
4. § 18, lid 1, StVZO bepaalt: Verplichte inschrijving
(1) Motorvoertuigen met een door de aard van de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 6 km/h en de aanhangwagens ervan [...] mogen op de openbare weg alleen worden gebruikt, indien zij tot het verkeer zijn toegelaten door de afgifte van een keuringsbewijs of een EG-typegoedkeuring en door de afgifte van een officiële nummerplaat voor motorvoertuigen of aanhangwagens door de bevoegde administratieve autoriteiten (Dienst inschrijving). [...]
.
5. § 18 moet worden gelezen in samenhang met § 69 bis, lid 2, punt 3, StVZO, dat luidt als volgt:
(2) Handelt in strijd met § 24 van het verkeersreglement, elke persoon die opzettelijk of uit nalatigheid [...]
3. een motorvoertuig of de aanhangwagen ervan in strijd met § 18, lid 1, zonder de vereiste inschrijving of in strijd met § 18, lid 3, zonder het vereiste keuringsbewijs op de openbare weg gebruikt.
6. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt dat, volgens bovengenoemde regelingen, een in Duitsland gekocht voertuig door de Duitse autoriteiten moet zijn ingeschreven om in die lidstaat te mogen rijden of om van daaruit naar een andere lidstaat te worden overgebracht. Het is bijgevolg onwettig om in Duitsland gekochte tweedehandsauto's van Italiaanse voorlopige nummerplaten te voorzien en ermee in Duitsland te rijden om ze naar Italië over te brengen.
Feiten en hoofdgeding
7. Grilli is een Italiaans onderdaan die in Italië in auto's handelt. In augustus 2000 is hij naar Duitsland gegaan om een tweedehandsauto te kopen, waarop hij Italiaanse voorlopige nummerplaten heeft aangebracht die hem vooraf door de Italiaanse administratieve autoriteiten waren afgegeven.
8. Tijdens zijn terugreis met deze auto naar Italië, is Grilli gecontroleerd door de Duitse politie, die de Italiaanse voorlopige nummerplaten in beslag heeft genomen. Dezelfde dag zijn aan Grilli Duitse exportplaten afgegeven, en nadat hij deze op de auto had aangebracht, heeft hij zijn reis naar Italië voortgezet.
9. Naar aanleiding van deze controle is tegen Grilli strafvervolging ingesteld, welke uitmondde in een veroordeling door het Amtsgericht Ebersberg (Duitsland) krachtens § 22, leden 1, punt 1, en 2, StVG en de gecombineerde bepalingen van de §§ 18 en 69 bis, lid 2, punt 3, StVZO tot een boete van 1 500 DEM wegens misbruik van nummerplaten.
10. Nadat Grilli tegen deze veroordeling in verzet was gekomen, heeft het Amtsgericht Ebersberg hem vrijgesproken. Deze rechterlijke instantie stelde immers vast dat Grilli inderdaad de voornoemde regelingen van het StVG en de StVZO had overtreden, maar dat zijn fout onvermijdbaar was vanwege de dubbelzinnige formulering van de Duits-Italiaanse overeenkomst van 22 december 1993 inzake de onderlinge erkenning van voorlopige nummerplaten en platen voor proefritten (2) (hierna: Duits-Italiaanse overeenkomst).
11. Het openbaar ministerie heeft tegen deze vrijspraak beroep tot Revision ingesteld bij het Bayerische Oberste Landesgericht, dat van mening was dat Grilli ten onrechte was vrijgesproken. In zijn verwijzingsbeschikking (3) stelde het Bayerische Oberste Landesgericht immers vast, dat de Duits-Italiaanse overeenkomst alleen betrekking heeft op de overbrenging van voertuigen met Italiaanse voorlopige nummerplaten van Italië naar Duitsland en niet op de overbrenging van Duitsland naar Italië, zoals in het onderhavige geval.
12. De verwijzende rechter heeft evenwel twijfels ten aanzien van de eventuele verenigbaarheid van een verbod zoals dat in het onderhavige geval met artikel 29 EG. Volgens hem beogen de voorlopige nummerplaten, waarnaar in de overeenkomst wordt verwezen, de uitvoer en invoer van auto's tussen de twee lidstaten te bevorderen. Het verbod om een in Duitsland gekocht voertuig van Italiaanse voorlopige nummerplaten te voorzien, teneinde dat voertuig naar Italië over te brengen, zou dus een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking kunnen zijn. (4)
13. Ten slotte heeft de verwijzende rechter twijfels ten aanzien van de strafrechtelijke sancties waarin de Duitse wettelijke regeling jegens Grilli voorziet, en die met het oog op het arrest Skanavi en Chryssanthakopoulos (5) als onevenredig zouden kunnen worden beschouwd.
Prejudiciële vraag
14. De verwijzende rechter heeft bijgevolg besloten om het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen:Moet artikel 29 EG aldus worden uitgelegd dat deze bepaling in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan het strafbaar is dat een onderdaan van de Italiaanse Republiek die aldaar van de bevoegde autoriteiten een voorlopige nummerplaat verkrijgt, deze nummerplaat aanbrengt op een in Duitsland te koop aangeboden voertuig en vervolgens dit voertuig over de Duitse openbare weg naar Italië brengt?
Beoordeling
15. De verwijzende rechter wenst met zijn vraag te vernemen, of artikel 29 EG in de weg staat aan een regeling van een lidstaat, die een verbod inhoudt op de aankoop van een voertuig op zijn grondgebied en de overbrenging daarvan naar een andere lidstaat door een onderdaan van een andere lidstaat, die voorlopige nummerplaten aanbrengt die door de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat zijn afgegeven met het oog op de uitvoer van het voertuig naar zijn eigen staat. Voorts heeft de verwijzende rechter twijfels over de evenredigheid van de in deze nationale regeling gestelde strafsancties, gelet op de relevante gemeenschapsrechtelijke bepalingen.
16. De verwijzende rechter heeft, zoals de Commissie heeft benadrukt (6) , het Hof weliswaar slechts weinig gegevens met betrekking tot het feitelijke en juridische kader verstrekt. Ik ben evenwel van mening dat het Hof in staat is om de verwijzende rechter de criteria voor de uitlegging van het gemeenschapsrecht te verstrekken.
17. Ik zal beide delen van de vraag van de verwijzende rechter onderzoeken.
Maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking
18. Om te beginnen stel ik vast dat er geen enkele gemeenschapsrechtelijke bepaling bestaat die de administratieve inschrijving van voertuigen, in het algemeen of specifiek met het oog op de uitvoer daarvan naar een andere lidstaat, regelt. (7) Tot op heden betreffen de enige harmonisatiemaatregelen op het gebied van de belasting van voertuigen de belastingvrijstellingen bij de tijdelijke invoer van vervoermiddelen door niet-ingezetenen (8) , de toepassing door de lidstaten van belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen (9) , alsmede de kentekenbewijzen. (10) Geen van deze richtlijnen wijst de voor de inschrijving van voertuigen bevoegde nationale autoriteiten aan.
19. Bij ontstentenis van een gemeenschapsrechtelijke regeling op dit gebied, zijn uitsluitend de lidstaten bevoegd de wettelijke voorwaarden voor de administratieve inschrijving van voertuigen met het oog op de overbrenging hiervan naar een andere lidstaat, alsook de sancties in geval van schending van deze voorwaarden vast te stellen. (11) Deze bevoegdheid moet evenwel worden uitgeoefend met eerbiediging van alle in het EG-Verdrag (12) , onder andere in artikel 29 EG, opgenomen fundamentele vrijheden.
20. Artikel 29 EG bepaalt dat [k]wantitatieve uitvoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking [...] tussen de lidstaten verboden [zijn].
21. Volgens vaste rechtspraak verbiedt artikel 29 EG nationale maatregelen die een specifieke beperking van het uitgaand goederenverkeer tot doel of tot gevolg hebben en aldus tot een ongelijke behandeling van de binnenlandse handel en de uitvoerhandel van een lidstaat leiden, waardoor aan de nationale productie of de binnenlandse markt van de betrokken lidstaat ten koste van de productie of de handel van andere lidstaten een bijzonder voordeel wordt verzekerd. (13)
22. Het Hof heeft voorts verklaard dat artikel 29 EG, anders dan artikel 28 EG dat kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking verbiedt, enkel die nationale maatregelen verbiedt welke voorzien in een ongelijke behandeling tussen voor de uitvoer bestemde en in de betrokken lidstaat verhandelde producten. (14)
23. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt, dat de Duitse wettelijke regeling vereist dat een op het Duitse grondgebied gekochte tweedehandsauto waarmee op de Duitse openbare weg wordt gereden, is voorzien van voorlopige nummerplaten die door de Duitse bevoegde autoriteiten zijn afgegeven, zelfs wanneer dit voertuig is bestemd voor uitvoer naar een andere lidstaat. (15)
24. De verwijzende rechter heeft immers aangegeven dat de nationale regeling in de weg staat aan een situatie als die van Grilli, waarin door de Italiaanse bevoegde autoriteiten afgegeven voorlopige nummerplaten zijn aangebracht op een in Duitsland gekocht voertuig, met het oog op de overbrenging hiervan naar Italië.
25. De verwijzende rechter preciseert dat de overbrenging naar Italië, van een in Duitsland gekocht en voor de uitvoer bestemd voertuig waarop door de Italiaanse bevoegde autoriteiten afgegeven voorlopige nummerplaten zijn aangebracht, binnen de werkingssfeer van § 22, lid 1, sub 1, en lid 2, StVG valt. (16)
26. Op grond van het voorafgaande, staat het aan de nationale rechter om te onderzoeken of, in concreto, de in de Duitse regeling vastgestelde modaliteiten voor de afgifte van voorlopige nummerplaten, tegen de achtergrond van de in de aangehaalde rechtspraak vastgestelde voorwaarden verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht. Zo zal de nationale rechter de in de Duitse wettelijke regeling vastgestelde modaliteiten voor de administratieve inschrijving van voertuigen in Duitsland, moeten vergelijken met die voor de administratieve inschrijving van voertuigen in Duitsland met het oog op de uitvoer daarvan naar een andere lidstaat.
27. De nationale rechter zou kunnen concluderen dat er sprake is van een uitvoerbeperking, indien hij vaststelt dat er een ongelijke behandeling bestaat tussen de administratieve inschrijving van een voertuig waarmee in Duitsland zal worden gereden, en die van een voertuig bestemd voor uitvoer, en dat deze ongelijke behandeling tot een beperking van het uitgaand goederenverkeer kan leiden. (17) Ook moet de verwijzende rechter nagaan of de nationale wettelijke regeling tot een ongelijke behandeling van de binnenlandse en de buitenlandse handel van een lidstaat leidt en of daardoor de nationale handel ten koste van die van een andere lidstaat wordt bevoordeeld.
28. Indien zulks het geval is, dat wil zeggen indien de nationale wettelijke regeling een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking vormt, dient de nationale rechter vervolgens te onderzoeken of deze wettelijke regeling kan worden gerechtvaardigd op grond van artikel 30 EG, waarin de voorwaarden zijn neergelegd waaronder een lidstaat van het vrije verkeer van goederen kan afwijken.
29. Daarbij zal de verwijzende rechter in het bijzonder moeten onderzoeken of de nationale regeling kan worden gerechtvaardigd uit hoofde van de openbare orde of de openbare veiligheid. Hij zal moeten vaststellen of de nationale wettelijke regeling noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken en of zij geen willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten vormt. (18)
30. Stelt de nationale rechter bijgevolg vast dat een nationale wettelijke regeling:
─ van dien aard is dat zij het uitgaand goederenverkeer beperkt,
─ een ongelijke behandeling van de binnenlandse en de buitenlandse handel van een lidstaat inhoudt,
─ ten grondslag ligt aan een bevoordeling van de nationale handel ten nadele van de handel van een andere lidstaat en niet op basis van artikel 30 EG kan worden gerechtvaardigd,
dan moet deze nationale wettelijke regeling als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG worden aangemerkt.
In de betrokken nationale regeling vastgestelde strafsancties
31. In zijn verwijzingsbeschikking uit de verwijzende rechter twijfels met betrekking tot de in de betrokken nationale wettelijke regeling vastgestelde strafsancties, die in de zin van de reeds aangehaalde rechtspraak Skanavi en Chryssanthakopoulos als onevenredig zouden kunnen worden aangemerkt.
32. Volgens vaste rechtspraak mogen de lidstaten geen onevenredige strafsancties stellen die een belemmering van het vrije verkeer zouden veroorzaken. (19)
33. Zo benadrukte het Hof in het reeds aangehaalde arrest Skanavi en Chryssanthakopoulos, dat betrekking had op de verplichting tot inwisseling van het rijbewijs bij vestiging in een andere lidstaat, dat de gelijkstelling van iemand die heeft nagelaten zijn rijbewijs in te wisselen, met iemand die zonder rijbewijs rijdt, waarvoor strafsancties, ook van geldelijke aard, zoals die welke door de betrokken nationale wetgeving worden gesteld, kunnen worden opgelegd, onevenredig [zou] zijn aan de ernst van de overtreding, gelet op de gevolgen die uit deze sanctie voortvloeien. (20)
34. Het Hof heeft voorts verklaard dat een strafrechtelijke veroordeling, ook wanneer het geen gevangenisstraf betreft, gevolgen kan hebben voor de beroepsuitoefening van alle betrokkenen. Het heeft hieraan toegevoegd dat [z]oals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, [...] een strafrechtelijke veroordeling namelijk gevolgen [zou] kunnen hebben voor de uitoefening van een beroep als zelfstandige of als werknemer, in het bijzonder voor de toegang tot bepaalde activiteiten of functies, wat een verdere duurzame beperking van het vrije verkeer van personen zou vormen. (21)
35. In het onderhavige geval wordt Grilli, die voorlopige nummerplaten heeft aangebracht welke door de Italiaanse bevoegde autoriteiten op de voorgeschreven wijze waren afgegeven, door de Duitse wettelijke regeling gelijkgesteld met iemand die een voertuig met valse of vervalste nummerplaten heeft bestuurd. Vanwege dit feit kan hij overeenkomstig het StVG worden veroordeeld tot een strafsanctie, zoals een gevangenisstraf of een geldboete.
36. Het staat aan de nationale rechter om, in het licht van het reeds aangehaalde arrest Skanavi en Chryssanthakopoulos, na te gaan of de strafsancties waarin de nationale wettelijke regeling in geval van schending van de daarin opgenomen verplichtingen voorziet, onevenredig zijn aan de ernst van de overtreding, gelet op de gevolgen die daaruit voortvloeien met betrekking tot het in het Verdrag neergelegde vrije verkeer.
Conclusie
37. Bijgevolg geef ik het Hof in overweging te verklaren: Een nationale regeling die van dien aard is dat zij het uitgaand goederenverkeer beperkt, een ongelijke behandeling van de binnenlandse en de buitenlandse handel van een lidstaat invoert, ten grondslag ligt aan een bevoordeling van de nationale handel ten nadele van de handel van een andere lidstaat en niet op basis van enige in het Verdrag voorziene uitzondering kan worden gerechtvaardigd, kan door de nationale rechter als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking in de zin van artikel 29 EG worden aangemerkt.Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of de strafsancties waarin de nationale wettelijke regeling in geval van schending van de daarin opgenomen verplichtingen voorziet, onevenredig zijn aan de ernst van de overtreding, gelet op de gevolgen die daaruit voortvloeien met betrekking tot het in het Verdrag neergelegde vrije verkeer.
1 – Oorspronkelijke taal: Frans.
2 – In werking getreden op 1 januari 1994. Volgens het Amtsgericht kon Grilli vanwege de dubbelzinnige formulering van de Duits-Italiaanse overeenkomst denken dat hij Italiaanse voorlopige nummerplaten mocht aanbrengen op een in Duitsland gekochte personenauto.
3 – Blz. 3.
4 – Zie verwijzingsbeschikking, blz. 4.
5 – Arrest van 29 februari 1996 (C-193/94, Jurispr. blz. I-929).
6 – Zie haar schriftelijke opmerkingen (punten 16 e.v.).
7 – De Commissie merkt op, dat er enkel gemeenschapsrechtelijke bepalingen bestaan met betrekking tot bepaalde voorwaarden voor de inschrijving van voertuigen, maar niet met betrekking tot die welke in het onderhavige geval relevant zijn (zie haar schriftelijke opmerkingen, punt 20).
8 – Richtlijn 83/182/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de belastingvrijstellingen bij de tijdelijke invoer van bepaalde vervoermiddelen binnen de Gemeenschap (PB L 105, blz. 59).
9 – Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van 25 oktober 1993 betreffende de toepassing door de lidstaten van de belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen en van de voor het gebruik van sommige infrastructuurvoorzieningen geheven tolgelden en gebruiksrechten (PB L 279, blz. 32). Deze richtlijn is bij arrest van 5 juli 1995 in zaak C-21/94 (Parlement/Raad, Jurispr. blz. I-1827) nietig verklaard. Zij bleef evenwel van kracht tot de Raad een nieuwe regeling op dit gebied zou hebben vastgesteld.
10 – Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138, blz. 57). De lidstaten dienen deze richtlijn per 1 juni 2004 in nationaal recht te hebben omgezet.
11 – Ter zake van de voorwaarden voor de voorlopige inschrijving kunnen wederkerige, bilaterale overeenkomsten, zoals de Duits-Italiaanse overeenkomst, worden gesloten.
12 – Zie arresten van 6 juni 1984, Melkunie (97/83, Jurispr. blz. 2367, punten 9 en 10), en 24 oktober 2002, Hahn (C-121/00, Jurispr. blz. I-9193, punt 34).
13 – Zie arrest van 8 november 1979, Groenveld (15/79, Jurispr. blz. 3409, punt 7), dat een andere weg inslaat dan de conclusie van advocaat-generaal Capotorti in deze zaak, die de definitie van het arrest Dassonville (arrest van 11 juli 1974, 8/74, Jurispr. blz. 837) heeft toegepast op de artikelen 28 EG en 29 EG, zonder onderscheid te maken (punt 3). Zie ook arresten van 24 maart 1994, Commissie/België (C-80/92, Jurispr. blz. I-1019, punt 24), en 23 mei 2000, Sydhavnens Sten & Grus (C-209/98, Jurispr. blz. I-3743, punt 34).
14 – Zie arrest van 8 november 1979, Groenveld (15/79, Jurispr. blz. 3409, punt 7). Zie ook dienaangaande Oliver, P., Free movement of goods in the European Community: under article 28 to 30 of the EC Treaty, London, Sweet and Maxwell, 2003, 4e ed., blz. 207-214; Léger, P., Commentaire article par article des traités EU et CE, Paris, Dalloz, 2000, blz. 290-294; Commentaire Megret, Préambule, Principes, Libre circulation des marchandises, Brussel, Collection IEE, 1992, 2e ed., blz. 265-268, en, voor een scherpe kritiek op deze rechtspraak, Mattera, A., Le marché unique européen, Brussel, Jupiter, 1990, 2e ed., blz. 511-523.
15 – Gelet op de Duits-Italiaanse overeenkomst [mag] een in de Bondsrepubliek Duitsland aangekocht voertuig niet met een Italiaanse maar enkel met een Duitse voorlopige nummerplaat naar Italië [...] worden overgebracht (zie verwijzingsbeschikking, blz. 4).
16 – De Duitse regeling maakt geen verschil tussen de situatie van Grilli, die beschikt over voorlopige nummerplaten die op de voorgeschreven wijze door de Italiaanse autoriteiten zijn afgegeven, en die van iemand die valse of vervalste nummerplaten gebruikt.
17 – Zie mijn conclusie in de zaak Sydhavnens Sten & Grus, reeds aangehaald (punt 115).
18 – Zie arrest van 12 juni 1986, Schloh (50/85, Jurispr. blz. 1855, punt 13).
19 – Zie onder andere arrest van 12 december 1989, Messner (C-265/88, Jurispr. blz. 4209, punt 14).
20 – Punt 37.
21 – Zie arrest Skanavi en Chryssanthakopoulos, reeds aangehaald (punt 38).
Full & Egal Universal Law Academy