Zaak C‑366/02
Gerd Gschoßmann
tegen
Amt für Landwirtschaft und Flurneuordnung Süd
(verzoek van het Verwaltungsgericht Halle om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Verordeningen (EEG) nr. 1765/92 en (EG) nr. 1251/1999 – Steunregeling voor producenten van akkerbouwgewassen – Compensatiebedragen voor met akkerbouwgewassen ingezaaide of braakgelegde gebieden – Uitgesloten voor gronden gebruikt voor ‚meerjarige teelt’ – Begrip”
Samenvatting van het arrest
1. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Steun voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Compensatiebedragen voor met akkerbouwgewassen ingezaaide of braakgelegde gebieden – Uitgesloten voor gronden gebruikt voor meerjarige teelt – Begrip – Niet-geëxploiteerde gronden – Daaronder begrepen
(Verordeningen van de Raad nr. 1765/92, art. 9, en nr. 1251/1999, art. 7)
2. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Steun voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Compensatiebedragen voor met akkerbouwgewassen ingezaaide of braakgelegde gebieden – Uitgesloten voor gronden gebruikt voor meerjarige teelt – Feit dat einde maakt aan gebruik van grond voor meerjarige teelt van fruitbomen
(Verordeningen van de Raad nr. 1765/92, art. 9, en nr. 1251/1999, art. 7)
3. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Steun voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen – Compensatiebedragen voor met akkerbouwgewassen ingezaaide of braakgelegde gebieden – Uitgesloten voor gronden gebruikt voor meerjarige teelt – Gronden die niet langer voor meerjarige teelt worden gebruikt – Gebruik voor niet-agrarische doeleinden – Voorwaarden
(Verordeningen van de Raad nr. 1765/92, art. 9, en nr. 1251/1999, art. 7)
1. Artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999, welke verordeningen een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen instellen, moeten aldus worden uitgelegd dat voor de uitsluiting van compensatiebedragen voor grond die voor meerjarige teelt wordt gebruikt, niet vereist is dat deze grond is geëxploiteerd, inzonderheid niet dat bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt of dat is geoogst, aangezien deze bepalingen doelen op het loutere gebruik van deze grond. Van exploitatie in eigenlijke zin hoeft geen sprake te zijn.
(cf. punten 15, 19, dictum 1)
2. Artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999, welke verordeningen een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen instellen, die gronden die worden gebruikt voor meerjarige teelt, uitsluiten van compensatiebedragen, moeten aldus worden uitgelegd dat het gebruik van grond voor meerjarige teelt, in het geval van appelteelt, eindigt wanneer de fruitbomen worden geveld, ook wanneer ze niet worden weggehaald. Het besluit alleen om de bomen te vellen, zonder dat dit besluit wordt uitgevoerd, doet het gebruik van grond voor meerjarige teelt echter niet verdwijnen.
(cf. punt 23, dictum 2)
3. Artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999, welke verordeningen een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen instellen en daarbij gronden die worden gebruikt voor meerjarige teelt, uitsluiten van compensatiebedragen, moeten aldus worden uitgelegd dat grond die niet langer voor meerjarige teelt wordt gebruikt, moet worden beschouwd als grond die voor niet-agrarische doeleinden wordt gebruikt indien vaststaat dat hij niet voor de teelt van andere planten of dieren bestemd is.
(cf. punt 27, dictum 3)
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
16 september 2004(1)
„Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Verordeningen (EEG) nr. 1765/92 en (EG) nr. 1251/1999 – Steunregeling voor producenten van akkerbouwgewassen – Compensatiebedragen voor met akkerbouwgewassen ingezaaide of braak gelegde gebieden – Uitsluiting voor gronden gebruikt voor ‚meerjarige teelt’ – Begrip”
In zaak C-366/02,betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG,ingediend door het Verwaltungsgericht Halle (Duitsland) bij beslissing van 30 september 2002, ingekomen op 14 oktober 2002, in de procedure:
Gerd Gschoßmann
tegen
Amt für Landwirtschaft und Flurneuordnung Süd,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),,
samengesteld als volgt: A. Rosas, waarnemend voor de president van de Derde kamer, R. Schintgen (rapporteur) en N. Colneric, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: R. Grass,
gezien de stukken,gelet op de opmerkingen van:
– G. Gschoßmann, vertegenwoordigd door R. Zimmermann, Rechtsanwalt,
– het Amt für Landwirtschaft und Flurneuordnung Süd, vertegenwoordigd door E. Stübner als gemachtigde,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Niejahr als gemachtigde,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 mei 2004,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 9 van verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (PB L 181, blz. 12) en van artikel 7 van verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (PB L 160, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen G. Gschoßmann, landbouwer, en het Amt für Landwirtschaft und Flurneuordnung Süd (dienst voor landbouw en herverkaveling zuid; hierna: „Amt”), betreffende de terugvordering van compensatiebedragen.
Rechtskader
3 Uit de tweede overweging van de considerans van verordening nr. 1765/92 blijkt dat de bij deze verordening ingestelde steunregeling voor producenten van akkerbouwgewassen ertoe strekt een beter marktevenwicht te waarborgen door de prijzen in de Gemeenschap gelijk te trekken met die op de wereldmarkt en door het inkomensverlies ten gevolge van deze aanpassing te compenseren door middel van een compensatiebedrag voor de producenten.
4 Verordening nr. 1765/92 regelt aldus de toekenning van compensatiebedragen voor gebieden die met akkerbouwgewassen zijn ingezaaid of zijn braak gelegd. Artikel 9 van deze verordening sluit echter bepaalde grond van genoemde bedragen uit:
„Aanvragen voor het compensatiebedrag en voor het naleven van de verplichting om grond uit productie te nemen kunnen niet worden ingediend voor gronden die voor 31 december 1991 permanent als weidegrond, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik waren.”
5 Aan deze verordening is inzonderheid uitvoering gegeven bij verordening (EEG) nr. 2780/92 van de Commissie van 24 september 1992 betreffende de voorwaarden voor de toekenning van compensatiebedragen in het kader van de steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (PB L 281, blz. 5).
6 Punt II van bijlage I bij verordening nr. 2780/92, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1959/94 van de Commissie van 27 juli 1994 (PB L 198, blz. 93), definieert blijvende teelten als:
„Niet in een vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, met uitzondering van de in bijlage II bedoelde meerjarige akkerbouwgewassen en van blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren.”
7 Verordening nr. 2780/92 is vervangen door verordening (EG) nr. 658/96 van de Commissie van 9 april 1996 (PB L 91, blz. 46). De definitie van het begrip „blijvende teelten” in bijlage I, punt 2, van laatstgenoemde verordening is echter in essentie dezelfde gebleven, te weten:
„Niet in vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, met uitzondering van meerjarige gewassen en van blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren.”
8 Verordening nr. 1765/92 is vervangen door verordening nr. 1251/1999. Artikel 7, eerste alinea, van deze laatste verordening bepaalt:
„Er kunnen geen betalingsaanvragen worden ingediend voor grond die op 31 december 1991 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik was.”
9 De uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1251/1999 zijn vervat in verordening (EG) nr. 2316/1999 van de Commissie van 22 oktober 1999 (PB L 280, blz. 43), die verordening nr. 658/96 vervangt. De definitie van het begrip „blijvende teelten” in punt 2 van bijlage I bij verordening nr. 2316/1999 stemt overeen met de definitie in punt 2 van bijlage I bij verordening nr. 658/96, te weten:
„Niet in de vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, met uitzondering van meerjarige gewassen en van blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren.”
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
10 Gschoßmann heeft van het Amt compensatiebedragen ontvangen voor grond waarop hij vroeger een appelboomgaard exploiteerde.
11 In de verwijzingsbeschikking wordt deze grond in drie categorieën ingedeeld:
– op de grond van de eerste categorie waren op 31 december 1991 nog appelbomen geplant, die niet meer bespoten werden. In de loop van 1991 zijn geen appelen geoogst. Het besluit tot rooiing van de betrokken gronden was al genomen en is nadien ook uitgevoerd;
– op de grond van de tweede categorie waren de bomen op de referentiedatum reeds geveld. Zij lagen echter nog op de grond, waardoor exploitatie van de akker onmogelijk was. De opruiming van de bomen vond pas later plaats;
– op de grond van de derde categorie waren de bomen reeds geveld en opgeruimd. De grond was echter nog niet voor ander gebruik bestemd.
12 Bij beslissing van 15 juni 2001 heeft het Amt de compensatiebedragen gedeeltelijk teruggevorderd. Het voerde aan dat de betrokken grond onder de in artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 vervatte uitzonderingsregeling viel aangezien zij op 31 december 1991 „voor meerjarige teelten […] of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik was”.
13 Daar het twijfelde aan de strekking van de betrokken bepalingen van gemeenschapsrecht, heeft het Verwaltungsgericht Halle besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:
„1) Vereist het gebruik van grond voor meerjarige teelt in de zin van artikel 9 van verordening […] nr. 1765/92 […] of van artikel 7 van verordening […] nr. 1251/1999 […] dat de op de grond staande gewassen, in casu appelbomen, worden geëxploiteerd?
2) Wordt de grond ook dan voor meerjarige teelt gebruikt, wanneer de eigenaar of de pachter tijdens de groeiperiode nalaat bestrijdingsmiddelen te gebruiken en nadien de oogst van de bomen niet meer binnenhaalt?
3) In geval van een ontkennend antwoord op de tweede vraag, komt er een einde aan het gebruik voor meerjarige teelt wanneer de eigenaar of de pachter besluit de op de grond staande appelbomen binnenkort te vellen, zonder dit voornemen echter uit te voeren vóór de referentiedatum? Maakt het voor het antwoord op deze vraag verschil of een ander bedrijf vóór de referentiedatum de opdracht tot het vellen krijgt?
4) Ingeval ook de derde vraag ontkennend moet worden beantwoord, komt er een einde aan het gebruik voor meerjarige teelt wanneer de eigenaar of de pachter de bomen heeft geveld, zonder het voornemen nieuwe bomen te planten; met andere woorden: valt in dergelijk geval de uiterste datum voor het vellen, 31 december 1991, samen met de in het kader van de steunregeling in aanmerking te nemen grens?
5) Ingeval de vierde vraag eveneens ontkennend moet worden beantwoord, komt er een einde aan het gebruik voor meerjarige teelt door het vóór de referentiedatum weghalen van de gevelde bomen van de grond, teneinde deze voor het gebruik als akkergrond voor te bereiden?
6) Indien door één van de genoemde omstandigheden een einde komt aan het gebruik voor meerjarige teelt, moet deze grond dan in de zin van één van de voornoemde verordeningen na het beëindigen van het gebruik worden beschouwd als grond die op de referentiedatum voor niet-agrarische doeleinden in gebruik is, en zo ja, kan hieraan wegens één van de voornoemde omstandigheden een einde komen?”
De prejudiciële vragen
De eerste en de tweede vraag
14 Met de eerste en de tweede vraag, die samen moeten worden behandeld, wenst de verwijzende rechter te vernemen of artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd dat voor de uitsluiting van compensatiebedragen voor grond die voor meerjarige teelt wordt gebruikt, vereist is dat de betrokken grond is geëxploiteerd, meer in het bijzonder dat bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt tijdens de groeiperiode van de gewassen en dat is geoogst.
15 Zoals door de Commissie is opgemerkt alsook door de advocaat-generaal in de punten 16 en volgende van zijn conclusie, doelen artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 op het loutere gebruik van grond als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden. Van exploitatie in eigenlijke zin hoeft geen sprake te zijn.
16 Blijvend grasland en bosgrond kunnen immers als zodanig worden gebruikt, zonder dat de grond wordt geëxploiteerd. Bij gebreke van andersluidende bepalingen in het toepasselijke gemeenschapsrecht, zou het derhalve incoherent zijn te verlangen dat de grond wordt geëxploiteerd wanneer zij voor meerjarige teelt wordt gebruikt, maar niet wanneer zij als blijvend grasland of als bosgrond in gebruik is.
17 Het vereiste van exploitatie van de grond zou bovendien moeilijk verenigbaar zijn met het door de gemeenschapswetgever nagestreefde doel, uitgedrukt in de zeventiende overweging van de considerans van verordening nr. 1765/92 en in punt 26 van de considerans van verordening nr. 1251/1999, namelijk grond die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de betrokken steunregeling niet werd bebouwd, van compensatiebedragen uit te sluiten. Indien voor de uitsluiting van compensatiebedragen gold dat grond werd geëxploiteerd, zou zulks er immers toe hebben geleid dat grond die vóór 31 december 1991 niet was ingezaaid, maar enkel in bebouwbare bodems is omgezet ter verkrijging van compensatiebedragen, daarvoor in aanmerking zou komen.
18 Aangezien grond reeds van compensatiebedragen is uitgesloten indien zij voor meerjarige teelt wordt gebruikt, zonder dat sprake hoeft te zijn van exploitatie, is a fortiori niet vereist dat bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt of dat is geoogst.
19 Bijgevolg dient op de eerste en de tweede vraag te worden geantwoord dat artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd dat voor de uitsluiting van compensatiebedragen voor grond die voor meerjarige teelt wordt gebruikt, niet vereist is dat deze grond is geëxploiteerd, inzonderheid niet dat bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt of dat is geoogst.
De derde, de vierde en de vijfde vraag
20 Met de derde, de vierde en de vijfde vraag, die nauw met elkaar verband houden, wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van grond voor meerjarige teelt, in het geval van appelteelt, eindigt op het moment waarop de teler besluit de appelbomen te vellen of deze taak aan een ondernemer toe te vertrouwen, op het moment waarop de appelbomen daadwerkelijk worden geveld of op het moment waarop de gevelde bomen worden weggehaald.
21 Aangezien uit het antwoord op de eerste vraag volgt dat grond reeds van compensatiebedragen is uitgesloten indien zij voor meerjarige teelt is gebruikt, zonder dat sprake hoeft te zijn van exploitatie, is deze voorwaarde duidelijk niet meer vervuld wanneer, in het geval van fruitboomgaarden, de fruitbomen zijn geveld zonder te zijn weggehaald.
22 Daarentegen doet het enkele besluit om de bomen te vellen, zonder dat dit besluit echter wordt uitgevoerd, het gebruik van grond voor meerjarige teelt niet verdwijnen.
23 Bijgevolg dient op de derde, de vierde en de vijfde vraag te worden geantwoord dat artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd dat het gebruik van grond voor meerjarige teelt, in het geval van appelteelt, eindigt wanneer de fruitbomen worden geveld, ook wanneer ze niet worden weggehaald. Het enkele besluit om de bomen te vellen, zonder dat dit besluit wordt uitgevoerd, doet het gebruik van grond voor meerjarige teelt echter niet verdwijnen.
De zesde vraag
24 Met de zesde vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd dat grond die niet langer voor meerjarige teelt wordt gebruikt, moet worden beschouwd als grond die voor niet-agrarische doeleinden in gebruik is.
25 Zoals de advocaat-generaal in punt 25 van zijn conclusie heeft opgemerkt, veronderstelt het gebruik van grond voor agrarische doeleinden dat zij voor de teelt van planten of dieren wordt gebruikt.
26 Grond die niet langer voor meerjarige teelt wordt gebruikt, kan derhalve slechts worden beschouwd als grond die voor niet-agrarische doeleinden in gebruik is indien vaststaat dat zij niet wordt gebruikt voor de teelt van andere planten of dieren. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of deze voorwaarde in casu was vervuld.
27 Bijgevolg dient op de zesde vraag te worden geantwoord dat artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 aldus moeten worden uitgelegd, dat grond die niet langer voor meerjarige teelt wordt gebruikt, moet worden beschouwd als grond die voor niet-agrarische doeleinden wordt gebruikt indien vaststaat dat zij niet voor de teelt van andere planten of dieren bestemd is.
Kosten
28 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Derde kamer) verklaart voor recht:
1) Artikel 9 van verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, en artikel 7 van verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, moeten aldus worden uitgelegd dat voor de uitsluiting van compensatiebedragen voor grond die voor meerjarige teelt wordt gebruikt, niet vereist is dat deze grond is geëxploiteerd, inzonderheid niet dat bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt of dat is geoogst.
2) Artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 moeten aldus worden uitgelegd dat het gebruik van grond voor meerjarige teelt, in het geval van appelteelt, eindigt wanneer de fruitbomen worden geveld, ook wanneer ze niet worden weggehaald. Het enkele besluit om de bomen te vellen, zonder dat dit besluit wordt uitgevoerd, doet het gebruik van grond voor meerjarige teelt echter niet verdwijnen.
3) Artikel 9 van verordening nr. 1765/92 en artikel 7 van verordening nr. 1251/1999 moeten aldus worden uitgelegd dat grond die niet langer voor meerjarige teelt wordt gebruikt, moet worden beschouwd als grond die voor niet-agrarische doeleinden wordt gebruikt indien vaststaat dat zij niet voor de teelt van andere planten of dieren bestemd is.
ondertekeningen
1 – Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy