ARREST VAN HET GERECHT (Enkelvoudige kamer)
van 21 januari 2004
Zaak T‑97/02
Prodromos Mavridis
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Ambtenaren – Bevordering – Niet-plaatsing op lijst van tot rang A 5 bevorderde ambtenaren – Beschikbaarheid van beoordelingsrapporten”
Volledige Franse tekst II – 0000
Betreft: Beroep tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 6 april 2001 om verzoeker bij de bevorderingsronde 2001 niet op de lijst van de tot de rang A 5 bevorderde ambtenaren te plaatsen.
Beslissing: Het beroep wordt verworpen. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Bevordering – Vergelijking van verdiensten – Inaanmerkingneming van beoordelingsrapporten – Onvolledig persoonsdossier – Gevolgen
(Ambtenarenstatuut, art. 45, lid 1)
2. Ambtenaren – Bevordering – Vergelijking van verdiensten – Inaanmerkingneming van beoordelingsrapporten – Verplichting van tot aanstelling bevoegd gezag om zijn besluit uit te stellen wanneer laatste of voorlaatste beoordelingsrapport van één van voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren niet beschikbaar is – Geen verplichting
(Ambtenarenstatuut, art. 45, lid 1)
3. Ambtenaren – Bevordering – Vergelijking van verdiensten – Modaliteiten – Beoordelingsvrijheid van administratie – Voorafgaand onderzoek van sollicitaties binnen elk directoraat-generaal – Toelaatbaarheid
(Ambtenarenstatuut, art. 45)
1. Het beoordelingsrapport vormt een onmisbaar gegeven telkens wanneer de loopbaan van de ambtenaar in aanmerking wordt genomen met het oog op de vaststelling van een besluit betreffende zijn bevordering.
Voorts is een bevorderingsprocedure onregelmatig, wanneer het tot aanstelling bevoegd gezag niet in staat was een vergelijkend onderzoek van de verdiensten der sollicitanten te verrichten, doordat de beoordelingsrapporten van een of meer van de sollicitanten door toedoen van de administratie veel te laat zijn opgesteld.
Deze onregelmatigheid leidt overigens in twee gevallen niet tot een sanctie. Enerzijds kan het ontbreken van een beoordelingsrapport in uitzonderlijke omstandigheden worden gecompenseerd door andere gegevens over de verdiensten van de ambtenaar. Anderzijds is het voor de nietigverklaring van de bevorderingen niet voldoende dat het persoonsdossier van één van de kandidaten onregelmatig en onvolledig is, tenzij wordt aangetoond dat dit een beslissende invloed kon hebben op de bevorderingsprocedure.
(cf. punten 49‑51)
Referentie: Hof 18 december 1980, Gratreau/Commissie, 156/79 en 51/80, Jurispr. blz. 3943, punten 22 en 24; Hof 10 juni 1987, Vincent/Parlement, 7/86, Jurispr. blz. 2473, punten 16 en 17; Hof 17 december 1992, Moritz/Commissie, C‑68/91 P, Jurispr. blz. I‑6849, punt 16; Gerecht 16 december 1993, Moat/Commissie, T‑58/92, Jurispr. blz. II‑1443, punt 59; Gerecht 19 september 1996, Allo/Commissie, T‑386/94, JurAmbt. blz. I‑A‑393 en II‑ 1161, punt 28; Gerecht 24 februari 2000, Jacobs/Commissie, T‑82/98, JurAmbt. blz. I‑A‑39 en II‑169, punt 34; Gerecht 5 oktober 2000, Rappe/Commissie, T‑202/99, JurAmbt. blz. I‑A‑201 en II‑911, punten 38 en 40; Gerecht 20 juli 2001, Brumter/Commissie, T‑351/99, JurAmbt. blz. I‑A‑165 en II‑757, punt 83; Gerecht 12 december 2002, Morello/Commissie, T‑135/00, JurAmbt. blz. I‑A‑265 en II‑1313, punt 84
2. Ofschoon het tot aanstelling bevoegd gezag op het moment van vaststelling van een bevorderingsbesluit bij de vergelijking van de verdiensten rekening kan houden met alle beoordelingsrapporten die over de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren zijn uitgebracht, verplicht artikel 45, lid 1, van het Statuut dit gezag echter niet om zijn besluit uit te stellen wanneer het definitieve beoordelingsrapport van deze of gene kandidaat niet beschikbaar is. Dit geldt ook voor het ontbreken van het voorlaatste beoordelingsrapport van een ambtenaar wanneer vaststaat dat op het moment van vaststelling van het bestreden besluit het meest recente definitieve beoordelingsrapport beschikbaar was voor de vergelijking van de verdiensten.
(cf. punt 60)
Referentie: Hof 27 januari 1983, List/Commissie, 263/81, Jurispr. blz. 103, punten 25‑27; Moritz/Commissie, reeds aangehaald, punten 16‑18; Rappe/Commissie, reeds aangehaald, punt 39; Gerecht 15 november 2001, Sebastiani/Commissie, T‑194/99, Jurispr. blz. II‑991, punt 44
3. Het tot aanstelling bevoegd gezag beschikt over de statutaire bevoegdheid om de vergelijking van de verdiensten van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren te verrichten volgens de procedure of methode die het het meest geschikt acht.
In het kader van die vergelijking dient dat gezag te beschikken over alle gegevens om de respectieve verdiensten van de sollicitanten te beoordelen. Daartoe laat het zich bijstaan door de administratieve diensten op verschillend niveau van de hiërarchische weg.
Een voorafgaand onderzoek van de sollicitaties van de voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren, binnen elk directoraat-generaal van de Commissie waaronder zij vallen, kan niet verhinderen dat een uitgebreide vergelijking van de verdiensten van de kandidaten plaatsvindt in de zin van artikel 45 van het Statuut en draagt juist bij tot het beginsel van behoorlijk bestuur. Bovendien is de inschakeling van de directeur-generaal in de bevorderingsprocedure in tweeledig opzicht noodzakelijk, namelijk om rekening te kunnen houden met de specifieke omstandigheden binnen zijn directoraat-generaal, zoals die hem bekend zijn uit overleg met de verschillende afdelingshoofden, en daarnaast om de beoordelingsrapporten van de verschillende ambtenaren, die niet door dezelfde beoordelaars zijn opgesteld, op één lijn te brengen.
(cf. punten 75‑77)
Referentie: Gerecht 10 juli 1992, Mergen/Commissie, T‑53/91, Jurispr. blz. II‑2041, punt 36; Gerecht 30 november 1993, Tsirimokos/Parlement, T‑76/92, Jurispr. blz. II‑1281, punt 16; Gerecht 13 juli 1995, Rasmussen/Commissie, T‑557/93, JurAmbt. blz. I‑A‑195 en II‑603, punt 20; Gerecht 29 februari 1996, Lopes/Hof van Justitie, T‑547/93, JurAmbt. blz. I‑A‑63 en II‑185, punt 71; Allo/Commissie, reeds aangehaald, punt 29; Gerecht 16 september 1998, Rasmussen/Commissie, T‑234/97, JurAmbt. blz. I‑A‑507 en II‑1533, punt 21; Gerecht 3 oktober 2000, Cubero Vermurie/Commissie, T‑187/98, JurAmbt. blz. I‑A‑195 en II‑885, punt 60
Full & Egal Universal Law Academy