ARREST VAN HET GERECHT (Enkelvoudige kamer)
van 20 januari 2004
Zaak T‑195/02
Anselmo Briganti
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Ambtenaren – Algemeen vergelijkend onderzoek – Beroep tot nietigverklaring – Preselectieprocedure – Verloop van proeven – Annulering met terugwerkende kracht van aantal meerkeuzevragen – Beginsel van gelijke behandeling – Beginsel van gewettigd vertrouwen”
Volledige Italiaanse tekst II - 0000
Betreft: Beroep tot nietigverklaring van het besluit van de jury van algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/11/01 om verzoeker niet toe te laten tot het op de preselectieproeven volgende examen.
Beslissing: Het beroep wordt verworpen. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Vergelijkend onderzoek op grondslag van schriftelijke bewijsstukken en examen – Inhoud van examen – Onregelmatigheden of vergissingen bij algemeen vergelijkend onderzoek – Beoordelingsvrijheid van jury – Rechterlijke toetsing – Grenzen
2. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Gelijke behandeling – Begrip
3. Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Vergelijkend onderzoek op grondslag van schriftelijke bewijsstukken en examen – Inhoud van examen – Rechterlijke toetsing – Grenzen
4. Ambtenaren – Rechtskarakter van verhouding tussen kandidaat en instelling die algemeen vergelijkend onderzoek organiseert
5. Ambtenaren – Beginselen – Bescherming van gewettigd vertrouwen – Voorwaarden
1. De jury van een vergelijkend onderzoek beschikt in het kader van de in de kennisgeving van vacature gestelde voorwaarden en vereisten over een ruime beoordelingsvrijheid ten aanzien van de modaliteiten voor het verloop van een vergelijkend onderzoek en de precieze inhoud van de examens. De gemeenschapsrechter kan zich dus alleen mengen in de modaliteiten van de examens voorzover dit nodig is om de gelijke behandeling van de kandidaten en de objectiviteit van de tussen hen gemaakte keuze te waarborgen. Diezelfde beoordelingsvrijheid moet, binnen dezelfde grenzen, worden toegekend aan de jury van een vergelijkend onderzoek wanneer zij onregelmatigheden of fouten ontdekt bij het verloop van een algemeen vergelijkend onderzoek met talrijke deelnemers, die op grond van de beginselen van evenredigheid en behoorlijk bestuur niet kunnen worden hersteld door een herhaling van de examens van een vergelijkend onderzoek.
(cf. punt 31)
Referentie: Gerecht 21 mei 1996, Kaps/Hof van Justitie, T‑153/95, JurAmbt. blz. I‑A‑233 en II‑663, punt 37; Gerecht 2 mei 2001, Giulietti e.a./Commissie, T‑167/99 en T‑174/99, JurAmbt. blz. I‑A‑93 en II‑441, bevestigd bij Hof 13 december 2001, Giulietti/Commissie, C‑263/01 P, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie
2. Er is sprake van schending van het beginsel van gelijke behandeling wanneer twee groepen personen waarvan de feitelijke en de rechtssituatie niet wezenlijk verschillen, verschillend worden behandeld of wanneer verschillende situaties op dezelfde wijze worden behandeld.
(cf. punt 41)
Referentie: Gerecht 25 mei 2000, Elkaïm en Mazuel/Commissie, T‑173/99, JurAmbt. blz. I‑A‑101 en II‑433, punt 64; Gerecht 15 maart 1994, La Pietra/Commissie, T‑100/92, JurAmbt. blz. I‑A‑83 en II‑275, punt 50
3. Het Gerecht kan zich niet mengen in de precieze inhoud van een examen, tenzij die buiten het kader van de aankondiging van vergelijkend onderzoek valt of geen verband houdt met de doelstellingen van het examen van het vergelijkend onderzoek.
(cf. punt 50)
Referentie: Hof 24 maart 1988, Goossens e.a./Commissie, 228/86, Jurispr. blz. 1819, punt 14; Kaps/Hof van Justitie, reeds aangehaald, punt 37
4. Er is geen sprake van een overeenkomst tussen een kandidaat voor een vergelijkend onderzoek en de jury van dat vergelijkend onderzoek. De rechtsbetrekkingen tussen de ambtenaren, daaronder begrepen de eventuele kandidaten voor het openbare ambt, en de betrokken instelling vloeien voort uit het Statuut en niet uit een overeenkomst.
(cf. punt 60)
Referentie: Gerecht 19 juli 1999, Mammarella/Commissie, T‑74/98, JurAmbt. blz. I‑A‑151 en II‑797, punt 25
5. Het recht om aanspraak te maken op bescherming van het gewettigd vertrouwen komt toe aan iedere particulier die in een situatie verkeert waaruit blijkt dat de gemeenschapsadministratie, door hem nauwkeurige toezeggingen te doen, bij hem gegronde verwachtingen heeft gewekt.
(cf. punt 63)
Referentie: Gerecht 5 februari 1997, Ibarra Gil/Commissie, T‑207/95, JurAmbt. blz. I‑A‑13 en II‑31, punt 25
Full & Egal Universal Law Academy