Zaak C‑19/03
Verbraucher-Zentrale Hamburg eV
tegen
O2 (Germany) GmbH & Co. OHG
(verzoek van het Landgericht München I om een prejudiciële beslissing)
„Economisch en monetair beleid – Verordening (EG) nr. 1103/97 – Invoering van euro – Omrekening tussen nationale munteenheden en euro – Afronding van te betalen of te boeken geldbedragen na omrekening – Overeenkomst in telecommunicatiesector – Begrip ‚te betalen of te boeken geldbedrag’ – Tarifering per minuut van telefoongesprekken”
Samenvatting van het arrest
Economisch en monetair beleid – Invoering van euro – Verordening nr. 1103/97 – Regel die voorziet in afronding na omrekening van te betalen of te boeken geldbedragen – Toepassing op telefoontarief – Daarvan uitgesloten – Afronding van bedoeld tarief door nationale maatschappij – Toelaatbaarheid – Voorwaarden
(Verordening nr. 1103/97 van de Raad, art. 5)
Verordening nr. 1103/97 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro heeft enerzijds tot doel, ervoor te zorgen dat het beginsel van continuïteit van de contracten in acht wordt genomen, zodat de omschakeling op de gemeenschappelijke munteenheid plaatsvindt zonder de door de burgers en ondernemingen reeds aangegane verbintenissen aan te tasten, en beoogt anderzijds de doelstelling van neutraliteit van de omschakeling op de euro te realiseren. Zij stelt slechts minimumvoorschriften voor de afronding van bepaalde bedragen vast en laat het aan de nationale autoriteiten over om regels te handhaven of vast te stellen die deze doelstelling zouden kunnen helpen realiseren.
Hieruit volgt dat artikel 5, eerste zin, van bedoelde verordening, waarin is bepaald dat te betalen of te boeken geldbedragen moeten worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent, niet ruim mag worden uitgelegd. Valt daar dus niet onder een door een nationale maatschappij vastgesteld tarief, zoals de prijs per minuut van het telefoongesprek, dat bestaat in een bedrag dat niet daadwerkelijk aan de consument wordt gefactureerd en door hem wordt betaald, en niet in een boekhoudkundig bescheid of rekeningoverzicht wordt opgenomen. Hieraan doet niet af dat dit tarief gebaseerd is op een bepaald veelvoud van de eenheid die wordt gebruikt voor de berekening van het eindbedrag van de factuur, of dat dit tarief voor de consument de bepalende factor is voor de prijs van de goederen of diensten.
De verordening verzet zich er evenwel niet tegen dat bedragen, zoals bedoeld tarief, op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond, op voorwaarde dat deze afronding het beginsel van continuïteit van de contracten en het doel van neutraliteit van de omschakeling op de euro in acht neemt, dat wil zeggen dat de afronding de door de economische subjecten – met inbegrip van de consumenten – aangegane contractuele verbintenissen niet aantast en geen reële invloed heeft op de daadwerkelijk te betalen prijs.
(cf. punten 31‑32, 34, 36, 40‑43, 57, dictum 1‑2)
ARREST VAN HET HOF (grote kamer)
14 september 2004(1)
„Economisch en monetair beleid – Verordening (EG) nr. 1103/97 – Invoering van euro – Omrekening tussen nationale munteenheden en euro-eenheid – Afronding van te betalen of te boeken geldbedragen na omrekening – Overeenkomst in telecommunicatiesector – Begrip ‚te betalen of te boeken geldbedrag’ – Tarifering per minuut van telefoongesprekken”
In zaak C‑19/03,betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG,ingediend door het Landgericht München I (Duitsland), bij beschikking van 17 december 2002, ingeschreven bij het Hof op 20 januari 2003, in de procedure:
Verbraucher-Zentrale Hamburg eV
tegen
O2 (Germany) GmbH & Co. OHG,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (grote kamer),,
samengesteld als volgt: V. Skouris, president, P. Jann, C. W. A. Timmermans, A. Rosas, C. Gulmann, J.-P. Puissochet (rapporteur) en J. N. Cunha Rodrigues, kamerpresidenten, R. Schintgen, F. Macken, N. Colneric en S. von Bahr, rechters,
advocaat-generaal: M. Poiares Maduro,
griffier: M. Múgica Arzamendi, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 13 januari 2004,gelet op de opmerkingen van:
– O2 (Germany) GmbH & Co. OHG, vertegenwoordigd door P. Neuwald, Rechtsanwalt,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Wölker en P. Aalto als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 maart 2004,
het navolgende
ARREST
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 5 van verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro (PB L 162, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in een geding tussen Verbraucher-Zentrale Hamburg eV (hierna: „Verbraucher‑Zentrale”) en O2 (Germany) GmbH & Co. OHG (hierna: „O2”) betreffende de wijze waarop laatstgenoemde de in haar overeenkomsten vermelde prijs per minuut van telefoongesprekken, die tot dan in Duitse marken was uitgedrukt, in euro’s heeft omgerekend en afgerond.
Bepalingen van gemeenschapsrecht
3 Artikel 3 van verordening nr. 1103/97 bepaalt:
„De invoering van de euro heeft niet ten gevolge dat wijziging wordt gebracht in enige bepaling in een rechtsinstrument of dat een partij wordt ontslagen of ontheven van de uitvoering van enig rechtsinstrument, en geeft een partij niet het recht een rechtsinstrument eenzijdig te wijzigen of te beëindigen. Partijen mogen bij overeenkomst afwijken van deze bepaling.”
4 Artikel 4 van deze verordening luidt:
„1. De omrekeningskoersen worden vastgesteld als één euro, uitgedrukt in de afzonderlijke nationale munteenheden van de deelnemende lidstaten. Deze koersen worden vastgesteld in zes significante cijfers.
2. Bij omrekeningen worden de omrekeningskoersen niet afgerond of verkort.
3. De omrekeningskoersen worden gebruikt voor omrekening van de euro-eenheid naar de nationale munteenheden en vice versa. Inverse koersen, die van de omrekeningskoersen zijn afgeleid, mogen niet worden gebruikt.
4. Geldbedragen die van de ene in de andere nationale munteenheid moeten worden omgerekend, moeten eerst worden omgerekend in een geldbedrag in euro, dat op niet minder dan drie decimalen wordt afgerond en vervolgens wordt omgerekend in de andere nationale munteenheid. Alternatieve berekeningsmethoden mogen niet gebruikt worden, tenzij zij tot dezelfde resultaten leiden.”
5 In artikel 5 van voornoemde verordening heet het:
„Te betalen of te boeken geldbedragen die na omrekening in de euro-eenheid volgens artikel 4 afgerond worden, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Te betalen of te boeken geldbedragen die in een nationale munteenheid worden omgerekend, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde ondereenheid of, indien die niet bestaat, op de dichtstbijzijnde eenheid, of naar de nationale wetgeving of het nationaal gebruik op een veelvoud of fractie van de ondereenheid of eenheid van de nationale munt. Als toepassing van de omrekeningskoers tot een resultaat leidt dat precies de helft van een (onder)eenheid is, wordt het bedrag naar boven afgerond.”
6 Artikel 14 van verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (PB L 139, blz. 1) bepaalt:
„Verwijzingen naar de nationale munteenheden in rechtsinstrumenten die aan het einde van de overgangsperiode bestaan, worden gelezen als verwijzingen naar de euro-eenheid, overeenkomstig de respectieve omrekeningskoersen. De in verordening (EG) nr. 1103/97 vastgestelde afrondingsregels zijn van toepassing.”
7 Volgens artikel 13 van verordening nr. 974/98 is voornoemd artikel 14 met name van toepassing „vanaf het einde van de overgangsperiode”, die in artikel 1 van die verordening wordt gedefinieerd als „de periode die ingaat op 1 januari 1999 en eindigt op 31 december 2001”.
8 Krachtens artikel 1 van verordening (EG) nr. 2866/98 van de Raad van 31 december 1998 over de omrekeningskoersen tussen de euro en de munteenheden van de lidstaten die de euro aannemen (PB L 359, blz. 1), is de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Duitse mark: 1 euro voor 1,95583 mark.
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
9 O2, dat tot april 2002 VIAG Interkom GmbH & Co. heette, is te München (Duitsland) gevestigd. Zij exploiteert een mobieletelefoonnetwerk. Haar mobieletelefonieovereenkomsten bepalen dat haar tarief gebaseerd is op een prijs per minuut, die verschilt naar gelang van het door de klant gekozen tariefaanbod, en dat de te factureren gesprekstijd per telpuls van tien seconden wordt berekend.
10 Vóór de overgang op de euro stelde O2 de prijs per minuut van haar verschillende tariefaanbiedingen in DEM vast, op twee cijfers na de komma, bijvoorbeeld 0,05 DEM voor een van de tarieven („Genion Home”-tarief, voor gesprekken na 21 uur naar het vaste net). Tegen dat tarief was de prijs per telpuls 0,00833 DEM en de prijs voor een gesprek van tien minuten 0,5 DEM.
11 In de zomer van 2001 heeft O2 de bedragen in haar overeenkomsten die in DEM waren gesteld, omgerekend in euro. De prijs per minuut van het hierboven aangehaalde tarief, die tegen de in artikel 1 van verordening nr. 2866/98 bepaalde omrekeningskoers van 1,95583 DEM voor 1 EUR en na beperking tot de eerste vijf cijfers na de komma, 0,02556 EUR bedroeg, werd afgerond op de dichtstbijzijnde eurocent, namelijk tot de hogere eurocent, en aldus op 0,03 EUR vastgesteld.
12 De Verbraucher-Zentrale (een organisatie die bevoegd is om in rechte op te treden tegen inbreuken op de consumentenbeschermingswetgeving) stelde vast dat de toepassing van de omrekeningskoers en de afronding tot gevolg hadden dat aan dit tarief onderworpen gesprekken duurder werden – de prijs van een gesprek van tien minuten bedroeg 0,3 EUR, dit is 0,59 DEM, terwijl dit vroeger 0,5 DEM was –, en was bijgevolg van mening dat O2 inbreuk had gemaakt op de volgens haar in de verordeningen nrs. 1103/97 en 2866/98 neergelegde beginselen van continuïteit van contracten en uiterste nauwkeurigheid bij de omrekening.
13 Bij verzoekschrift van 20 februari 2002 heeft Verbraucher-Zentrale bij het Landgericht een vordering ingesteld op grond dat de in de contracten van O2 vastgestelde prijs per minuut geen te betalen of te boeken bedrag in de zin van artikel 5 van verordening nr. 1103/97 is. Volgens Verbraucher-Zentrale is die prijs enkel een tussenbedrag, dat niet mag worden afgerond. De omrekening en afronding van die prijs benadeelt de consumenten, terwijl verordening nr. 1103/97 juist tot doel heeft hen te beschermen.
14 O2 daarentegen heeft aangevoerd dat de prijs per minuut zowel de bepalende factor was bij de vergelijking van de prijzen van de exploitanten van mobieletelefoonnetten als – net zoals iedere prijs – een te boeken en door de consument te betalen bedrag in de zin van artikel 5 van verordening nr. 1103/97. De vermelding van een prijs per minuut met meer dan twee cijfers na de komma is strijdig met het in het nationale reglement inzake de vermelding van prijzen neergelegde beginsel dat prijzen duidelijk en naar waarheid moeten worden vermeld. Voorts heeft O2 betoogd dat de prijs per minuut van andere dan het door Verbraucher‑Zentrale als voorbeeld aangehaalde tarief door de omrekening en afronding was gedaald, zodat de klanten van O2 over het geheel genomen geen nadeel hadden ondervonden van de wijze waarop deze vennootschap de overgang op de euro heeft gemaakt.
15 Het Landgericht heeft geoordeeld dat de consumentenbescherming een doelstelling van verordening nr. 1103/97 was. Het heeft gesteld dat het nationale reglement inzake de vermelding van prijzen op geen enkele wijze aan O2 de verplichting oplegde haar prijzen per minuut in euro’s om te rekenen en af te ronden, en dat een vermelding in marken kon volstaan om aan de eisen van het nationaal reglement te voldoen. Het Landgericht heeft benadrukt dat er enkel sprake was van een inbreuk op artikel 5 van verordening nr. 1103/97, als de in de overeenkomsten vastgestelde prijzen per minuut geen te betalen of te boeken bedragen in de zin van die bepaling waren, en als volgens voornoemde verordening andere dan de te betalen of te boeken geldbedragen niet mochten worden afgerond.
16 Uitgaande van de letterlijke bewoordingen van artikel 5 van verordening nr. 1103/97, heeft het Landgericht om te beginnen geoordeeld dat de prijs per minuut slechts een berekeningsgrondslag was, en dus noch het door de klant betaalde noch het door O2 geboekte bedrag. Het was van oordeel dat O2 met deze omrekening en afronding was afgeweken van haar contractuele verplichting om telefoondiensten tegen een bepaalde prijs per minuut aan te bieden, hoewel artikel 3 van verordening nr. 1103/97 bepaalt dat de invoering van de euro en de daarmee verbonden noodzaak tot omrekening geen rechtvaardiging kunnen zijn om juridische verplichtingen niet na te komen. Het Landgericht heeft evenwel opgemerkt dat de prijs per minuut voor de consumenten inderdaad de bepalende factor bij vergelijking was en dat het in het licht van de overgang op de euro niet wenselijk was deze prijs in de nationale munteenheid of met een onbeperkt aantal cijfers na de komma te blijven vermelden.
17 Van oordeel dat er dus sprake was van een tegenstelling tussen de letterlijke en de teleologische uitlegging van verordening nr. 1103/97, heeft het Landgericht München besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof om een prejudiciële beslissing te verzoeken over de volgende vragen:
„1) Moet artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 aldus worden uitgelegd, dat bij een privaatrechtelijke contractuele relatie enkel het eindbedrag van een factuur of een in de factuur opgenomen individueel bedrag mag of moet worden afgerond, of is een ook contractueel vastgelegde prijs per eenheid/tarief (hier: prijs per minuut) een te betalen en te boeken bedrag in de zin van genoemde bepaling? Is het voor de beantwoording van de vraag of een tarief een te betalen of te boeken bedrag in de zin van artikel 5 van verordening nr. 1103/97 is, beslissend dat dit tarief bestaat uit een bepaald veelvoud (hier: zesvoud) van de eenheid op basis waarvan het eindbedrag van de factuur wordt berekend (hier: telpuls van tien seconden), dan wel of het tarief in de ogen van de consument de bepalende rekeneenheid is?
2) Moet verordening nr. 1103/97 (met name artikel 5) aldus worden uitgelegd, dat deze een uitputtende regeling bevat op grond waarvan de andere dan de te betalen of te boeken bedragen (indien deze bestaan) niet op de in artikel 5 beschreven wijze mogen worden afgerond, zodat deze bedragen verder in de tot dan toe geldende nationale munteenheid moeten worden vermeld, of anders het resultaat van de omrekening nauwkeurig moet worden vermeld?”
De eerste vraag
18 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of een tarief, zoals de prijs per minuut waartegen O2 de telefoongesprekken aan haar klanten factureert, een te betalen of te boeken geldbedrag in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 is, dan wel of enkel het eindbedrag dat daadwerkelijk aan de consument wordt gefactureerd, een dergelijk bedrag kan zijn.
Bij het Hof ingediende opmerkingen
19 O2 voert aan dat zij de afrondingsregel van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 juist heeft toegepast en dat haar klanten over het geheel genomen daardoor niet zijn benadeeld, aangezien de overgang op de euro, naar gelang van de verschillende prijzen per minuut die zij hanteert, zowel tariefverhogingen als ‑dalingen tot gevolg had.
20 O2 is van mening dat het hoofdgeding enkel betrekking heeft op de mogelijkheid de prijzen per minuut in euro om te rekenen en af te ronden, en niet op de wijze van afronding van deze prijzen na de omrekening. Alleen artikel 4 van verordening nr. 1103/97, inzake de mogelijkheid van omrekening en afronding, dient te worden uitgelegd, aangezien artikel 5, eerste zin, van deze verordening enkel de wijze van afronding van geldbedragen vaststelt.
21 O2 betoogt dat zij zich heeft gehouden aan artikel 4, leden 2 en 3, van verordening nr. 1103/97. Zij heeft bij haar omrekeningen de omrekeningskoersen afgerond noch verkort, en de voor de omrekening van Duitse marken in euro’s vastgestelde koers toegepast. Artikel 4, lid 4, van dezelfde verordening is in casu niet van toepassing, aangezien geen enkel geldbedrag van de ene in de andere nationale munteenheid is omgerekend.
22 De werking van de afrondingsregel van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 wordt volgens O2 noch door deze artikelen noch door enige andere bepaling van gemeenschapsrecht tot het daadwerkelijk aan de consument gefactureerde totaalbedrag beperkt. In het bijzonder bevat artikel 4 van voornoemde verordening geen enkel verbod op de omrekening en afronding van een bedrag zoals de prijs per minuut, die het maatgevende bedrag is dat als facturatie-eenheid voor de gesprekken met de consument is overeengekomen. De Commissie heeft overigens erkend dat de twee omrekeningsmethoden, waarbij bij de eerste elk van de tussenbedragen en bij de tweede enkel het eindbedrag wordt omgerekend, beide met de afrondingsvoorschriften van de verordeningen inzake de euro verenigbaar zijn.
23 Ten slotte stelt O2 dat de prijs per minuut het met de consument overeengekomen te betalen geldbedrag is, en dus daadwerkelijk overeenstemt met een „te betalen geldbedrag” in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97, waarvoor de afrondingsregel geldt. Hoe dan ook vormt die prijs, op basis waarvan de gesprekken worden gefactureerd, een „te boeken geldbedrag” in de zin van dezelfde bepaling. Voor het onderzoek van de prejudiciële vraag is het niet van belang of een tarief als de prijs per minuut bestaat uit een bepaald veelvoud van de eenheid op basis waarvan het eindbedrag van de factuur is berekend, en of het tarief, vanuit het oogpunt van de consument, de maatgevende rekeneenheid is.
24 De Commissie is van mening dat verordening nr. 1103/97 geen definitie geeft van „te betalen of te boeken” geldbedragen. Blijkens de elfde overweging van de considerans ervan, die stelt dat de invoering van de euro het afronden van geldbedragen „vereist”, gelden de afrondingsregels enkel voor dat wat voor de overgang naar de euro onontbeerlijk is.
25 Aangezien de kleinste onderverdeling van de euro de cent is, moeten volgens de Commissie alle bedragen die om praktische redenen niet nog kleiner kunnen worden uitgedrukt, als te betalen of te boeken worden beschouwd, en derhalve op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond. Dit is bijvoorbeeld zo voor geldschulden of bedragen in rekeningoverzichten of balansen.
26 Evenwel moet een bedrag dat enkel dient om dergelijke bedragen te berekenen, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde prijs per minuut, waarvoor een hogere graad van nauwkeurigheid geen enkel praktisch probleem stelt, volgens de Commissie als een tussenbedrag worden beschouwd dat niet moet worden afgerond op de wijze van artikel 5 van verordening nr. 1103/97. Dat de prijs per minuut voor de consument het beslissende referentiecriterium is doet aan deze analyse niet af. Overigens hebben bepaalde concurrenten van O2 hun prijs per minuut bij de overgang op de euro op vier cijfers na de komma afgerond, en niet op de dichtstbijzijnde cent.
27 Volgens de Commissie moet artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 dan ook aldus worden uitgelegd, dat het niet van toepassing is op bedragen zoals de in de overeenkomsten van O2 vermelde prijs per minuut.
Antwoord van het Hof
28 Verordening nr. 1103/97 geeft geen definitie van het begrip „te betalen of te boeken geldbedragen” in artikel 5, eerste zin, van deze verordening.
29 Hoewel uit de bewoordingen van deze bepaling duidelijk blijkt dat dit begrip de door een consument te betalen bedragen, dit zijn alle geldschulden, en de in boekhoudkundige bescheiden en rekeningoverzichten vermelde bedragen omvat, kan daaruit niet onmiddellijk worden afgeleid of dit begrip eveneens betrekking heeft op geldbedragen zoals de door O2 gehanteerde prijzen per minuut, op basis waarvan de door de consument te betalen prijs wordt berekend.
30 Nu de bewoordingen van verordening nr. 1103/97 geen andere aanwijzingen opleveren, moet naar de doelstellingen ervan worden gezien.
31 Uit het geheel van de considerans en de bepalingen ervan blijkt dat deze verordening tot doel heeft ervoor te zorgen dat de overgang op de eenheidsmunt plaatsvindt zonder de door de burgers en ondernemingen reeds aangegane verbintenissen aan te tasten. Zo bepaalt de vierde overweging van de considerans van de verordening dat „deze rechtszekerheid, mits in een vroeg stadium aanwezig, het de burgers en het bedrijfsleven mogelijk maakt om hun voorbereidingen onder goede omstandigheden te laten verlopen”. De zevende overweging van de considerans bepaalt dat „als algemeen aanvaard rechtsbeginsel geldt dat de invoering van een nieuwe munteenheid de continuïteit van contracten en andere rechtsinstrumenten niet aantast”. Dezelfde overweging van de considerans preciseert dat het doel van de bepalingen van verordening nr. 1103/97 inzake de continuïteit van contracten erin bestaat „de economische subjecten, met name de consument, rechtszekerheid en doorzichtigheid te verschaffen”. Artikel 3, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 bepaalt dat „de invoering van de euro niet ten gevolge heeft dat wijziging wordt gebracht in enige bepaling in een rechtsinstrument of dat een partij wordt ontslagen of ontheven van de uitvoering van enig rechtsinstrument, en een partij niet het recht geeft een rechtsinstrument eenzijdig te wijzigen of te beëindigen”.
32 Om de doelstelling van neutraliteit van de overgang op de euro te kunnen realiseren zijn voorschriften voor de omrekeningsverrichtingen vastgesteld. Om deze verrichtingen voor de burgers en de ondernemingen zo neutraal mogelijk te maken dient immers, zoals de twaalfde overweging van de considerans van deze verordening aangeeft, „een hoge graad van nauwkeurigheid bij omrekeningen” te worden verzekerd. Artikel 4, lid 1, van verordening nr. 1103/97 bepaalt daarom dat de omrekeningskoersen „worden vastgesteld in zes significante cijfers”. Het tweede lid van dit artikel preciseert dat „bij omrekeningen de omrekeningskoersen niet afgerond of verkort worden”, en het derde lid bepaalt dat „inverse koersen, die van de omrekeningskoersen zijn afgeleid, niet mogen worden gebruikt”. Dit laatste verbod heeft volgens de tiende overweging van de considerans van verordening nr. 1103/97 tot doel „significante onnauwkeurigheden [...], met name wanneer het grote bedragen betreft”, te vermijden.
33 Vanuit dezelfde doelstelling van neutraliteit van de overgang op de euro bepaalt de elfde overweging van de considerans van verordening nr. 1103/97 dat de afrondingsregels voor geldbedragen „geen gevolgen hebben voor afrondingsmethoden, afrondingsovereenkomsten of nationale bepalingen inzake afronding die bij tussenberekeningen een hogere nauwkeurigheid opleveren”.
34 Uit dit onderzoek van de doelstellingen van verordening nr. 1103/97, en in het bijzonder uit de verwijzing naar de nationale bepalingen inzake de afronding van geldbedragen in de elfde overweging van de considerans ervan, blijkt dat de verordening slechts minimumvoorschriften voor de afronding van bepaalde bedragen vaststelt en het aan de nationale autoriteiten overlaat om regels te handhaven of vast te stellen die de beoogde neutraliteit van de overgang op de euro zouden kunnen helpen realiseren. De bewoordingen zelf van de elfde overweging van de considerans tonen aan dat de afrondingsregels voor geldbedragen van verordening nr. 1103/97 niet beogen de tussenberekeningen betreffende deze bedragen uitputtend te regelen.
35 Zou artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 evenwel aldus worden uitgelegd dat het betrekking heeft op alle geldbedragen, met inbegrip van die welke geen aanleiding geven tot een betaling of een boeking, dan zou door deze bepaling een afrondingsregel moeten worden nageleefd die niet in alle gevallen nauwkeurig genoeg is om de beoogde neutraliteit van de invoering van de euro te bereiken, en derhalve afbreuk zou kunnen doen aan nauwkeuriger nationale regels.
36 Artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 moet dus niet ruim worden uitgelegd. Zoals de Commissie terecht opmerkt, kan deze bepaling enkel betrekking hebben op de in punt 29 van het onderhavige arrest bedoelde geldbedragen waarvoor praktische redenen, van commerciële, boekhoudkundige dan wel financiële aard, de afronding op de dichtstbijzijnde cent niet enkel rechtvaardigen maar ook noodzakelijk maken.
37 Aangezien de kleinste monetaire ondereenheid van de euro de cent is, kan de door de consument daadwerkelijk betaalde prijs, in geval van contante betaling, immers enkel op de cent na worden uitgedrukt. Daar facturen op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond, kunnen ook de daarmee overeenstemmende boekhoudkundige bescheiden en rekeningoverzichten slechts even nauwkeurig zijn.
38 Het is juist dat de ontwikkeling van elektronische betaalmiddelen, zoals bankkaarten en bankoverschrijvingen, het mogelijk had kunnen maken nauwkeuriger dan op de cent te werken. Dergelijke verplichting, die hoe dan ook niet bij contante betalingen kon worden nageleefd, is evenwel om evidente praktische redenen niet aan de burgers en de ondernemingen opgelegd.
39 De gemeenschapswetgever was zich bewust van de onnauwkeurigheden waarmee de afronding van geldbedragen op de dichtstbijzijnde cent onvermijdelijk gepaard gaat, en heeft derhalve volstaan met vast te stellen dat dit dient te gebeuren met geldbedragen die aanleiding geven tot een betaling of boeking, en in de laatste zin van artikel 5 van verordening nr. 1103/97 te preciseren dat „als [de] toepassing van de omrekeningskoers tot een resultaat leidt dat precies de helft van een (onder)eenheid is, het bedrag naar boven wordt afgerond”.
40 Voor een tarief zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde prijs per minuut, bestaat er geen enkele praktische reden om het bedrag ervan steeds op twee cijfers na de komma af te ronden. De eenheidsprijs van goederen en diensten kan immers veel nauwkeuriger worden weergegeven, zoals uit de handelwijze van talrijke marktdeelnemers blijkt. In het bijzonder wordt een dergelijk bedrag niet daadwerkelijk aan de consument gefactureerd en door hem betaald, en wordt het als dusdanig in geen enkel boekhoudkundig bescheid of rekeningoverzicht opgenomen. In die omstandigheden is het geen te betalen of te boeken geldbedrag in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97. Derhalve hoeft het niet in alle gevallen op de dichtstbijzijnde cent te worden afgerond.
41 Dat dit tarief de bepalende factor is voor de prijs van aan de consument aangeboden goederen of diensten doet aan deze conclusie niet af. De vermelding van een tarief op niet meer dan twee cijfers na de komma nauwkeurig, is niet noodzakelijk de beste manier om de volledige voorlichting van de consument te verzekeren.
42 Dat dit tarief gebaseerd is op een bepaald veelvoud (het zesvoud) van de eenheid (een telpuls van tien seconden) die als grondslag dient voor de berekening van het eindbedrag van de factuur, heeft evenmin invloed op het antwoord op de prejudiciële vraag. Nu dit tarief niet het daadwerkelijk door de consument betaalde bedrag is, is het geen te betalen of te boeken geldbedrag in de zin van verordening nr. 1103/97, ongeacht de structuur of de berekeningswijze ervan.
43 Op de eerste prejudiciële vraag moet dus worden geantwoord dat een tarief zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde prijs per minuut geen te betalen of te boeken geldbedrag in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 is, en derhalve niet in alle gevallen op de dichtstbijzijnde cent hoeft te worden afgerond. Hieraan doet niet af dat dit tarief gebaseerd is op een bepaald veelvoud van de eenheid die dient voor de berekening van het eindbedrag van de factuur, of dat dit tarief voor de consument de bepalende factor is voor de prijs van goederen of diensten.
De tweede vraag
44 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of verordening nr. 1103/97, met name artikel 5, eerste zin, ervan, aldus moet worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staat dat andere dan de te betalen of te boeken bedragen op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond.
Bij het Hof ingediende opmerkingen
45 O2 voert aan dat alle geldbedragen te betalen of te boeken bedragen zijn en dat zij allemaal mogen worden omgerekend en bijgevolg op de wijze van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 mogen worden afgerond. Indien geldbedragen te betalen noch te boeken zouden zijn, zouden de afrondingsregels van de verordening daarvoor niet gelden, en zouden zij verder in de oude nationale munteenheid uitgedrukt moeten worden of met een precieze aanduiding van het resultaat van de omrekening, wat onverenigbaar is met het doel van een snelle overgang op de euro.
46 Subsidiair stelt O2 dat, gesteld dat de prijs per minuut niet als een te betalen of te boeken bedrag in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 zou worden aangemerkt, deze bepaling aldus moet worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzet dat andere bedragen, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde prijs per minuut, op de dichtstbijzijnde cent mogen worden afgerond.
47 Volgens de Commissie kan uit het feit dat voornoemde bepaling geen andere geldbedragen vermeldt, niet worden afgeleid dat die bepaling formeel verbiedt andere bedragen af te ronden, wat, hoewel de verordening gebaseerd is op het beginsel dat de omrekening zo nauwkeurig mogelijk moet zijn, een uitdrukkelijke bepaling had vereist. Daar artikel 5 een minimumniveau van nauwkeurigheid vaststelt en niet eraan in de weg staat dat het nationale recht voor andere bedragen, in het bijzonder voor tussenberekeningen, een hogere graad van nauwkeurigheid beoogt, geldt dat artikel enkel voor de afronding van de daarin bedoelde bedragen.
Antwoord van het Hof
48 Uit het antwoord op de eerste vraag blijkt dat artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 een afrondingsregel vaststelt die enkel geldt voor de daarin bedoelde geldbedragen. De overige bepalingen van de verordening voorzien niet in een afrondingsregel voor andere geldbedragen, zoals eenheidstarieven voor goederen en diensten of tussenbedragen die dienen voor de berekening van de te betalen of te boeken geldbedragen. Gezien met name de waardeverschillen tussen de oude munteenheden van de lidstaten, kon verordening nr. 1103/97 immers niet voor alle lidstaten die de euro hadden aangenomen op homogene wijze bepalen hoe nauwkeurig voornoemde tarieven of tussenbedragen moesten worden afgerond.
49 Dat verordening nr. 1103/97 niet zelf bepaalt hoe nauwkeurig andere geldbedragen moeten worden afgerond, heeft evenwel niet tot gevolg dat deze verrichtingen niet zijn onderworpen aan het in artikel 3 van voornoemde verordening neergelegde algemene beginsel van continuïteit van contracten, en evenmin dat zij het door deze verordening beoogde doel van neutraliteit van de overgang op de euro mogen miskennen.
50 Enerzijds is het zo dat de regel van afronding op de dichtstbijzijnde cent, en de daaraan complementaire regel van afronding van bepaalde geldbedragen op de hogere cent, die in artikel 5, eerste respectievelijk laatste zin, van verordening nr. 1103/97 zijn neergelegd, slechts wegens praktische noodwendigheden aan de economische subjecten zijn opgelegd.
51 Deze twee regels samen leiden tot een beperkte onnauwkeurigheid van het resultaat van de omrekening in euro van de waarde van goederen en diensten. Deze onnauwkeurigheid kan zo ver gaan dat de bij overeenkomst vastgestelde prijs in niet geringe mate wordt gewijzigd, en zo de oorzaak vormen van een schending van de vereisten van continuïteit van contracten en neutraliteit van de overgang op de euro. Hieruit volgt dat een afronding op twee cijfers na de komma van geldbedragen waarvoor artikel 5, eerste zin, van verordening nr. 1103/97 niet geldt, niet in alle gevallen kan beantwoorden aan de door voornoemde vereisten opgelegde nauwkeurigheid, gesteld al dat een dergelijke afronding niet door nationale bepalingen is uitgesloten.
52 Anderzijds blijkt uit de elfde overweging van de considerans van verordening nr. 1103/97, die bepaalt dat de afrondingsregels van deze verordening „geen gevolgen hebben voor afrondingsmethoden, afrondingsovereenkomsten of nationale bepalingen inzake afronding die bij tussenberekeningen een hogere nauwkeurigheid opleveren”, dat de auteurs van de verordening de nationale autoriteiten niet hebben gemachtigd om van de continuïteits- en neutraliteitsvereisten af te wijken bij de vaststelling van de wijze van afronding van tarieven of tussenbedragen.
53 Blijkens deze overwegingen verzet verordening nr. 1103/97 zich weliswaar niet in het algemeen ertegen dat andere geldbedragen dan die waarop artikel 5, eerste zin, ervan van toepassing is, op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond, wat niet wegneemt dat deze wijze van afronding de door de economische subjecten – met inbegrip van de consumenten – aangegane contractuele verbintenissen niet mag aantasten, en geen wezenlijke invloed op de daadwerkelijk te betalen prijs mag hebben.
54 Wanneer de te betalen prijs dus het resultaat is van een groot aantal tussenberekeningen kan de afronding op de dichtstbijzijnde cent van het eenheidstarief van deze goederen en diensten of van alle tussenbedragen in de facturen, een wezenlijke invloed hebben op de door de consumenten daadwerkelijk betaalde prijs. Was een dergelijke prijsvariatie evenwel tussen de partijen bij de betrokken overeenkomst niet vooraf overeengekomen, dan is zij strijdig met het beginsel van continuïteit van contracten en met de door verordening nr. 1103/97 nagestreefde doelstelling van neutraliteit van de overgang op de euro.
55 Het staat aan de nationale rechter, na te gaan of de toepassing van de regel van afronding op de dichtstbijzijnde cent in de voor hem dienende zaak een wezenlijke invloed heeft gehad op het door de consumenten te betalen bedrag, en of de toepassing van deze regel ingaat tegen de contractuele verbintenissen van de partijen.
56 De verwijzende rechter dient derhalve na te gaan of de beslissing van O2 om al haar tarieven per minuut op de dichtstbijzijnde cent af te ronden, een reële invloed had op de prijzen, en of O2 daarmee haar contractuele verbintenissen ten aanzien van haar klanten schendt.
57 Op de tweede vraag moet dus worden geantwoord, dat verordening nr. 1103/97 aldus moet worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzet dat andere dan te betalen of te boeken bedragen op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond, op voorwaarde dat deze afronding het bij artikel 3 van deze verordening verzekerde beginsel van continuïteit van contracten en het door voornoemde verordening beoogde doel van neutraliteit van de overgang op de euro in acht neemt, dat wil zeggen dat de afronding de door de economische subjecten – met inbegrip van de consumenten – aangegane contractuele verbintenissen niet mag aantasten en geen reële invloed mag hebben op de daadwerkelijk te betalen prijs.
Kosten
58 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (grote kamer) verklaart voor recht:
1) Een tarief zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde prijs per minuut is geen te betalen of te boeken geldbedrag in de zin van artikel 5, eerste zin, van verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro, en hoeft derhalve niet in alle gevallen op de dichtstbijzijnde cent te worden afgerond. Hieraan doet niet af dat dit tarief gebaseerd is op een bepaald veelvoud van de eenheid die dient voor de berekening van het eindbedrag van de factuur, of dat dit tarief voor de consument de bepalende factor is voor de prijs van goederen of diensten.
2) Verordening nr. 1103/97 moet aldus worden uitgelegd, dat zij zich niet ertegen verzet dat andere dan te betalen of te boeken bedragen op de dichtstbijzijnde cent worden afgerond, op voorwaarde dat deze afronding het bij artikel 3 van deze verordening verzekerde beginsel van continuïteit van contracten en het door voornoemde verordening beoogde doel van neutraliteit van de overgang op de euro in acht neemt, dat wil zeggen dat de afronding de door de economische subjecten – met inbegrip van de consumenten – aangegane contractuele verbintenissen niet mag aantasten en geen reële invloed mag hebben op de daadwerkelijk te betalen prijs.
ondertekeningen
1 – Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy