Zaak C‑83/03
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Italiaanse Republiek
„Niet-nakoming – Milieu – Richtlijn 85/337/EEG – Milieueffectbeoordeling van projecten – Bouw van jachthaven te Fossacesia”
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 2 juni 2005
Samenvatting van het arrest
Milieu – Milieueffectbeoordeling van bepaalde projecten – Richtlijn 85/337 – Onderwerping aan beoordeling van projecten die tot in bijlage II genoemde categorieën behoren – Beoordelingsvrijheid van lidstaten – Grenzen – Nationale toepassingsbepalingen – Schending – Niet-inachtneming van richtlijn – Niet-nakoming in zin van artikel 226 EG
(Art. 226 EG; richtlijn 85/337 van de Raad, art. 2, lid 1, en 4, lid 2)
Voor projecten die tot de in bijlage II bij richtlijn 85/337 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, genoemde categorieën behoren, kent artikel 4, lid 2, van deze richtlijn de lidstaten een beoordelingsmarge toe om vast te stellen of een project op grond van zijn kenmerken een milieueffectbeoordeling vereist. Deze beoordelingsmarge wordt begrensd door de in artikel 2, lid 1, van deze richtlijn neergelegde verplichting voor de lidstaten om de projecten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, aan een dergelijke beoordeling te onderwerpen. Wanneer een lidstaat, gebruik makend van de in de tweede alinea van artikel 4, lid 2, neergelegde bevoegdheid, algemene regels vaststelt om te bepalen of de onder dit artikel vallende projecten, voordat een vergunning wordt afgegeven, aan een voorafgaande milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen, worden bij schending van deze regels noodzakelijkerwijs de bepalingen van artikel 2, lid 1, juncto artikel 4, lid 2, niet nageleefd. Zelfs indien een dergelijke schending van het gemeenschapsrecht tevens een schending vormt van het nationale recht dat is vastgesteld ter uitvoering van het gemeenschapsrecht, welke schending waarschijnlijk had kunnen worden vastgesteld via de nationale rechtsmiddelen, vormt deze niettemin een niet-nakoming in de zin van artikel 226 EG.
(cf. punten 19‑20, 22)
ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer)
2 juni 2005(*)
„Niet-nakoming – Milieu – Richtlijn 85/337/EEG – Milieueffectbeoordeling van projecten – Bouw van jachthaven te Fossacesia”
In zaak C‑83/03,
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 26 februari 2003,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Amorosi en A. Aresu als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door M. Fiorilli, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: A. Borg Barthet, kamerpresident, J.‑P. Puissochet (rapporteur) en S. von Bahr, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer,
griffier: R. Grass,
gezien de stukken,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet naar behoren te onderzoeken of de bouw van een jachthaven te Fossacesia (Chieti), een projecttype als bedoeld in bijlage II bij richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40), op grond van zijn kenmerken een milieueffectbeoordeling noodzakelijk maakte, de krachtens artikel 4, lid 2, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Rechtskader
Gemeenschapsregelgeving
2 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 85/337, in de versie die ten tijde van de feiten van toepassing was, bepaalt:
„De lidstaten treffen de nodige maatregelen om te verzekeren dat, voordat een vergunning wordt verleend [op basis waarvan de opdrachtgever een project mag uitvoeren], de projecten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, met name gezien hun aard, omvang of ligging, worden onderworpen aan een beoordeling van die effecten.
Deze projecten worden omschreven in artikel 4.”
3 Artikel 4, lid 2, van deze richtlijn luidt:
„Projecten van de in bijlage II genoemde categorieën worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10 indien de lidstaten van oordeel zijn dat hun kenmerken zulks noodzakelijk maken.
Met het oog hierop kunnen de lidstaten met name bepaalde projecttypes die aan een beoordeling moeten worden onderworpen, specificeren of criteria en/of drempelwaarden vaststellen die noodzakelijk zijn om te bepalen welke projecten van de in bijlage II genoemde categorieën moeten worden onderworpen aan een beoordeling overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10.”
4 Punt 10 van bijlage II bij richtlijn 85/337, getiteld „Infrastructuurprojecten”, verwijst naar „[j]achthavens”.
5 Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206, blz. 7), voorziet van haar kant in de vorming van een coherent ecologisch netwerk van specialebeschermingszones, „Natura 2000” genaamd.
6 Dit netwerk, dat bestaat uit gebieden met bepaalde typen natuurlijke habitats en bepaalde soorten, moet de betrokken typen habitats en soorten in een gunstige staat van instandhouding behouden of in voorkomend geval herstellen door middel van passende beschermingsmaatregelen. Voor de vorming van dit netwerk moeten de lidstaten krachtens artikel 4 van richtlijn 92/43 gebieden voorstellen die kunnen worden aangewezen als gebieden van communautair belang en daarna als specialebeschermingszones (gewoonlijk aangeduid met „voorgestelde gebieden van communautair belang”; hierna: „pSCI’s”).
Nationale regelgeving
7 Blijkens het dossier maakt de Italiaanse regelgeving tot uitvoering van richtlijn 85/337 wat jachthavens betreft onderscheid tussen jachthavens met een watervlak van meer dan 10 hectare, met een omtrek van meer dan 5 hectare of met kades die langer zijn dan 500 meter, en die welke deze drempels niet te boven gaan. Enkel de eerste soort jachthavens worden geacht op grond van hun kenmerken de door richtlijn 85/337 voorgeschreven beoordeling automatisch verplicht te maken. Jachthavens van de tweede soort worden aan een ad-hoconderzoek onderworpen om vast te stellen of deze beoordeling al dan niet noodzakelijk is.
Precontentieuze procedure
8 Nadat zij door milieuverenigingen was aangezocht, heeft de Commissie de Italiaanse autoriteiten verzocht om inlichtingen over de bouw van een jachthaven te Fossacesia, in de Regione Abruzzo (hierna: „Regione”). Voor deze bouw is namelijk een vergunning afgegeven zonder dat een milieueffectbeoordeling heeft plaatsgevonden noch een onderzoek om vast te stellen of een dergelijke beoordeling al dan niet noodzakelijk was.
9 Blijkens de informatie die de Italiaanse autoriteiten in antwoord op dat verzoek hebben verstrekt, gaat het in casu om een jachthaven met 391 ligplaatsen en een totale oppervlakte van 59 825 m², die met name een parkeerterrein met 398 plaatsen, diverse diensten en een winkelcentrum heeft. De Commissie benadrukt dat dit complex volledig gelegen is binnen een pSCI in de zin van richtlijn 92/43, genaamd „Lecceta litoranea di Torino di Sangro e foce fiume Sangro”, die een van de best behouden natuurgebieden van de kust van Abruzzo is.
10 De Commissie merkt op dat de Regione de definitieve bouwvergunning op 9 juni 1999 heeft verleend. Volgens de inlichtingen van de Italiaanse autoriteiten heeft de Regione bij regionaal decreet nr. 14/2000 van 27 januari 2000 bevestigd dat voor het project geen milieueffectbeoordeling noodzakelijk was, aangezien het de in de Italiaanse regelgeving gestelde grenzen waarboven een dergelijke beoordeling automatisch plaatsvindt, niet te boven ging. De Regione heeft dit vastgesteld nadat het regionaal coördinatiecomité voor milieueffectbeoordeling (hierna: „regionaal coördinatiecomité”) op 21 januari 2000 een gunstig advies, advies nr. 2/92, had gegeven, na een onderzoek van de kenmerken van het project waaruit bleek dat een dergelijke beoordeling niet noodzakelijk was.
11 Niet overtuigd door de uitleg van de Italiaanse Republiek, heeft de Commissie laatstgenoemde bij brief van 29 oktober 2001 aangemaand haar opmerkingen in te dienen over deze beslissing om het project niet op zijn milieueffecten te beoordelen.
12 Bij gebreke van een antwoord van de Italiaanse autoriteiten heeft de Commissie hun op 27 juni 2002 een met redenen omkleed advies gezonden en hun verzocht om dit binnen een termijn van twee maanden op te volgen.
13 Aangezien een antwoord van voormelde autoriteiten is uitgebleven, heeft de Commissie het onderhavige beroep bij het Hof ingesteld.
Het beroep
Argumenten van partijen
14 De Commissie is van mening dat de bevoegde instanties niet naar behoren volgens de nationale regelgeving ter omzetting van richtlijn 85/337 hebben onderzocht of voor de bouw van de jachthaven te Fossacesia een milieueffectbeoordeling noodzakelijk was. Het gebrek aan of de ontoereikendheid van de motivering van hun negatieve vaststelling dienaangaande evenals het feit dat deze van na de afgifte van de bouwvergunning dateert, doen de Commissie oordelen dat artikel 4, lid 2, van richtlijn 85/337 niet juist is toegepast.
15 De Italiaanse regering bevestigt de ontoereikendheid van de motivering van het gunstig advies van het regionaal coördinatiecomité van 21 januari 2000 en van het regionaal decreet van 27 januari 2000 waarbij een milieueffectbeoordeling van het project niet noodzakelijk is bevonden. Zij bevestigt eveneens dat deze akten van na de afgifte van de bouwvergunning dateren.
16 Zij beroept zich echter op een later, omstandig gunstig advies van het regionaal coördinatiecomité, waarin voorstellen waren opgenomen om met name bepaalde effecten van de reeds uitgevoerde werkzaamheden te compenseren. Zij geeft eveneens te kennen dat zij de Regione heeft meegedeeld dat indien de milieueffectbeoordeling van het project uiteindelijk een negatieve uitkomst zou hebben, onderzocht zou moeten worden of een herstel in de oorspronkelijke toestand mogelijk was. Voorts zullen, ongeacht de uitkomst van de beoordeling, maatregelen moeten worden getroffen met betrekking tot de aangetaste pSCI om elders te beschermen of terug te krijgen wat in het gebied van de jachthaven verloren is gegaan.
17 De Italiaanse regering betoogt evenwel dat geen milieueffectbeoordeling van het jachthavenproject noodzakelijk was, behoudens om de effecten op de pSCI „Lecceta litoranea di Torino di Sangro e foce fiume Sangro” te beoordelen. Deze beoordeling is achteraf uitgevoerd in het kader van het tweede advies van het regionaal coördinatiecomité.
Beoordeling door het Hof
18 Richtlijn 85/337 heeft blijkens de vijfde overweging ervan tot doel, algemene beginselen voor de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten in te voeren ter aanvulling op en coördinatie van de vergunningprocedures voor projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
19 Voor bepaalde projecttypes kent artikel 4, lid 2, van richtlijn 85/337 de lidstaten een beoordelingsmarge toe om vast te stellen of een project op grond van zijn kenmerken een milieueffectbeoordeling noodzakelijk maakt. Deze beoordelingsmarge wordt evenwel begrensd door de in artikel 2, lid 1, van deze richtlijn neergelegde verplichting voor de lidstaten om de projecten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, aan een dergelijke beoordeling te onderwerpen (zie in die zin arrest van 24 oktober 1996, Kraaijeveld e.a., C‑72/95, Jurispr. blz. I‑5403, punt 50).
20 Wanneer een lidstaat, gebruikmakend van de in de tweede alinea van artikel 4, lid 2, van richtlijn 85/337 neergelegde bevoegdheid, algemene regels vaststelt om te bepalen of de onder dit artikel 4, lid 2, vallende projecten voordat een vergunning wordt afgegeven aan een voorafgaande milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen, worden bij schending van deze regels noodzakelijkerwijs de bepalingen van artikel 2, lid 1, juncto artikel 4, lid 2, van richtlijn 85/337 niet nageleefd.
21 In casu staat vast dat de Regione voor de bouw van de jachthaven te Fossacesia een vergunning heeft afgegeven voordat zij het door de Italiaanse regelgeving vereiste ad-hoconderzoek heeft uitgevoerd om na te gaan of een milieueffectbeoordeling van dit project noodzakelijk was. Zonder dat uitspraak behoeft te worden gedaan over de motiveringsvereisten voor een beslissing die zich positief of negatief uitspreekt over deze noodzaak, zij derhalve vastgesteld dat de Regione de bepalingen van artikel 4, lid 2, juncto artikel 2, lid 1, van richtlijn 85/337 niet heeft nageleefd.
22 Weliswaar vormt in casu de schending van het gemeenschapsrecht tevens een schending van het nationale recht dat door de lidstaat waar de schending heeft plaatsgevonden, is vastgesteld ter uitvoering van het gemeenschapsrecht, welke schending waarschijnlijk had kunnen worden vastgesteld via de nationale rechtsmiddelen, maar deze schending door een openbaar lichaam van de lidstaat vormt niettemin een niet-nakoming door de staat in de zin van artikel 226 EG.
23 Hieruit volgt dat de Italiaanse Republiek, doordat de Regione niet naar behoren heeft onderzocht of de bouw van een jachthaven te Fossacesia, een projecttype als bedoeld in bijlage II bij richtlijn 85/337, op grond van zijn kenmerken een milieueffectbeoordeling noodzakelijk maakte, de krachtens artikel 4, lid 2, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
24 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie te worden verwezen in de kosten.
Het Hof van Justitie (Zesde kamer) verklaart:
1) Doordat de Regione Abruzzo niet naar behoren heeft onderzocht of de bouw van een jachthaven te Fossacesia (Chieti), een projecttype als bedoeld in bijlage II bij richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, op grond van zijn kenmerken een milieueffectbeoordeling noodzakelijk maakte, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 4, lid 2, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
ondertekeningen
* Procestaal: Italiaans.
Full & Egal Universal Law Academy