Zaak C‑386/03
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Bondsrepubliek Duitsland
„Niet-nakoming – Luchthavens – Grondafhandeling – Richtlijn 96/67/EG”
Conclusie van advocaat-generaal P. Léger van 26 mei 2005
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 14 juli 2005
Samenvatting van het arrest
1. Vervoer – Luchtvervoer – Toegang tot grondafhandelingsmarkt op luchthavens van Gemeenschap – Bevoegdheid van lidstaten om voor personeel van bedrijven die grondafhandelingsdiensten verlenen, adequate sociale bescherming te garanderen – Grenzen – Nationale regeling die luchthavenbeheerder mogelijkheid biedt om van nieuwe dienstverlener overname van door vorige dienstverlener tewerkgestelde werknemers te eisen – Maatregel die ertoe kan leiden dat openstelling van markt in gedrang komt – Onverenigbaarheid
(Richtlijn 96/67 van de Raad, art. 18)
2. Vervoer – Luchtvervoer – Toegang tot grondafhandelingsmarkt op luchthavens van Gemeenschap – Heffing van vergoeding voor gebruik van luchthavenvoorzieningen – Voorwaarden – Nationale regeling die luchthavenbeheerder bevoegdheid verleent om kosten die werden veroorzaakt door niet-overname van werknemers door nieuwe dienstverleners te compenseren door vergoeding – Financiële last die geen verband houdt met kosten die worden veroorzaakt door terbeschikkingstelling door luchthavenbeheerder van zijn voorzieningen – Financieel voordeel voor genoemde entiteit – Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 96/67 van de Raad, art. 16 en 18)
1. De bevoegdheid om voor het personeel van de bedrijven die grondafhandelingsdiensten verlenen een adequate sociale bescherming te garanderen, die de lidstaten behouden krachtens richtlijn 96/67 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap, omvat geen onbeperkte verordenende bevoegdheid en moet aldus worden uitgeoefend dat daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het nuttig effect van die richtlijn en de erdoor nagestreefde doelstellingen.
Een nationale regeling die de luchthavenbeheerders in deze lidstaat de mogelijkheid biedt om een zekere druk uit te oefenen op de ondernemingen of gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen en zich toegang tot een dergelijke markt wensen te verschaffen, door hen aan te sporen de werknemers van de grondafhandelingsdiensten over te nemen, kan ertoe leiden dat de toegang tot de betrokken sector voor nieuwe dienstverleners duurder wordt, en dat zij worden benadeeld ten opzichte van de reeds gevestigde ondernemingen. Een dergelijke regeling dreigt wegens haar financiële consequenties het rationeel gebruik van de luchthaveninfrastructuur en de verlaging van de kosten van de betrokken diensten voor de gebruikers in gevaar te brengen en zet aldus de opening van de markten voor grondafhandeling en het nuttig effect van richtlijn 96/67 op het spel, en kan derhalve niet in overeenstemming met de krachtens artikel 18 van de genoemde richtlijn aan de lidstaten toegekende bevoegdheden worden geacht.
(cf. punten 26‑30)
2. Komt de krachtens de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap op hem rustende verplichtingen niet na, een lidstaat die in zijn nationale regeling bepaalt dat een deel van de vergoeding, die de luchthavenbeheerder van de dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen kan eisen voor de toegang tot en de terbeschikkingstelling en het gebruik van zijn voorzieningen, kan worden aangewend ter compensatie van de kosten die werden veroorzaakt door de niet-overname van werknemers bij de openstelling van een grondafhandelingsmarkt.
Enerzijds moet het bedrag van de door de luchthavenbeheerder gevraagde vergoeding een tegenprestatie vormen die exact overeenkomt met het gebruik van de luchthavenvoorzieningen en overeenkomstig de criteria van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 moet worden vastgesteld, met inachtneming van het winstoogmerk van de betrokken luchthavenbeheerder. De door de niet-overname van werknemers veroorzaakte kosten houden immers op geen enkele wijze verband met de kosten die worden veroorzaakt door de terbeschikkingstelling door de genoemde autoriteit van haar voorzieningen, en kunnen dus niet worden geacht deel uit te maken van de in de genoemde bepaling vermelde criteria.
Anderzijds vormt een dergelijke financiële last een financieel voordeel voor de luchthavenbeheerder, en beoogt hij de bescherming van belangen die geen deel uitmaken van die welke worden vermeld in artikel 18 van richtlijn 96/67.
(cf. punten 32, 36‑37, 39, 41)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)
14 juli 2005 (*)
„Niet-nakoming – Luchthavens – Grondafhandeling – Richtlijn 96/67/EG”
In zaak C-386/03,
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 12 september 2003,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Huttunen en M. Niejahr als gemachtigden,
verzoekster,
tegen
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door W.‑D. Plessing en A. Tiemann als gemachtigden,
verweerster,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, R. Silva de Lapuerta (rapporteur), C. Gulmann, R. Schintgen en J. Klučka, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger,
griffier: M.‑F. Contet, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 17 februari 2005,
gelet op de opmerkingen van partijen,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 mei 2005,
het navolgende
Arrest
1 De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt het Hof vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door in het kader van de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, van de Verordnung über Bodenabfertigungsdienste auf Flugplätzen (verordening betreffende grondafhandelingsdiensten op luchthavens) van 10 december 1997 (BGBl. 1997 I, blz. 2885; hierna: „BADV”) maatregelen vast te stellen die in strijd zijn met de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap (PB L 272, blz. 36), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Toepasselijke bepalingen
De communautaire regeling
2 Richtlijn 96/67 voorziet in een stelsel van geleidelijke openstelling van de markt voor grondafhandelingsdiensten op de communautaire luchthavens.
3 De artikelen 16 en 18 van deze richtlijn bevatten bepalingen die betrekking hebben op de toegang tot de luchthavenvoorzieningen respectievelijk de sociale bescherming en de milieubescherming. Deze artikelen luiden als volgt:
„Artikel 16
Toegang tot voorzieningen
1. De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om de dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling wensen te zorgen, de toegang tot de luchthavenvoorzieningen te garanderen, voorzover deze toegang voor hen noodzakelijk is om hun activiteiten uit te oefenen. Indien de luchthavenbeheerder of, in voorkomend geval, de overheidsinstantie of een andere autoriteit waaronder hij ressorteert, ten aanzien van deze toegang voorwaarden stelt, dienen deze relevant, objectief, transparant en niet-discriminerend te zijn.
2. De voor grondafhandeling beschikbare ruimten op de luchthaven moeten worden verdeeld over de verschillende dienstverleners en de verschillende gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, met inbegrip van de nieuwkomers, voorzover dit nodig is voor het uitoefenen van hun rechten en teneinde een daadwerkelijke en eerlijke concurrentie te bewerkstelligen op basis van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende regels en criteria.
3. Wanneer voor de toegang tot de luchthavenvoorzieningen een vergoeding moet worden betaald, wordt deze vastgesteld op basis van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
[...]
Artikel 18
Sociale bescherming en milieubescherming
Onverminderd de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn en met inachtneming van de overige bepalingen van het Gemeenschapsrecht, kunnen de lidstaten de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten van de werknemers en de bescherming van het milieu.”
4 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82, blz. 16), codificeert richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 (PB L 61, blz. 26), zoals gewijzigd bij richtlijn 98/50/EG van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 201, blz. 88).
De nationale regeling
5 Richtlijn 96/67 werd hoofdzakelijk in Duits recht omgezet bij het Gesetz über Bodenabfertigungsdienste auf Flughäfen (wet betreffende grondafhandelingsdiensten op luchthavens) van 11 november 1997 (BGBl. 1997 I, blz. 2694), en bij de BADV. De §§ 8 en 9 van laatstgenoemde verordening bepalen het volgende:
„§ 8
(1) De dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, dienen te voldoen aan de ‚voorwaarden met betrekking tot de levering van grondafhandelingsdiensten’ […] In de gevallen van § 3, leden 2 tot en met 5, maken deze voorwaarden deel uit van de aanbesteding en van de selectieprocedure overeenkomstig § 7.
(2) De luchthavenbeheerder kan van een dienstverlener of een gebruiker die voor zelfafhandeling zorgt, eisen dat hij werknemers overneemt afhankelijk van de grondafhandelingsdiensten die deze werden overgedragen. Deze werknemers worden op basis van relevante criteria geselecteerd, in het bijzonder volgens de activiteit die zij uitoefenen. § 9, lid 3, derde zin, is onverminderd § 613a van het Bürgerliche Gesetzbuch van toepassing.
(3) Naast het bepaalde in de leden 1 en 2, kunnen de luchtvaartautoriteiten de levering van grondafhandelingsdiensten onderwerpen aan de naleving van een bestek of van technische specificaties. Dit bestek wordt of deze specificaties worden opgesteld na voorafgaande raadpleging van het gebruikerscomité.
(4) De voorwaarden, de criteria, het bestek alsmede de technische specificaties bedoeld in de leden 1 tot en met 3 worden op relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze opgesteld en toegepast. Zij worden tevoren door de luchthavenbeheerder bekendgemaakt.
§ 9
(1) De luchthavenbeheerder en de verlener van grondafhandelingsdiensten of de gebruiker die voor zelfafhandeling zorgt, moeten een overeenkomst sluiten inzake het gebruik van het noodzakelijke en beschikbare gedeelte van de luchthaven en de luchthavenvoorzieningen alsmede inzake de vergoedingen die aan de luchthavenbeheerder dienen te worden betaald krachtens onderhavige verordening en inzake de voorwaarden die de verleners van grondafhandelingsdiensten en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, krachtens § 8 moeten vervullen.
(2) De luchthavenbeheerder ziet erop toe dat de toegang van de in de onderhavige verordening bedoelde dienstverleners en gebruikers tot de luchthavenvoorzieningen niet op ongeoorloofde wijze wordt belemmerd, voorzover deze toegang voor hen noodzakelijk is om hun activiteiten uit te oefenen. Indien de luchthavenbeheerder deze toegang aan voorwaarden onderwerpt, dienen deze relevant, objectief, transparant en niet-discriminerend te zijn.
(3) De luchthavenbeheerder heeft het recht om van de dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, een vergoeding te vragen voor de toegang tot en de terbeschikkingstelling en het gebruik van zijn voorzieningen. Deze vergoeding wordt op advies van het gebruikerscomité vastgesteld aan de hand van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria; zij kan in de zin van een commerciële retributie met name bijdragen aan de zelffinanciering van de luchthaven. Voor de vaststelling van het bedrag van deze vergoeding kan de luchthavenbeheerder ten belope van een gepast gedeelte rekening houden met de noodzakelijke kosten die worden veroorzaakt door de overname van grondafhandelingsdiensten door dienstverleners of gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, in het bijzonder de kosten die worden veroorzaakt door de niet-overname van werknemers.”
6 § 613a van het Bürgerliche Gesetzbuch (Duits burgerlijk wetboek), dat in § 8, lid 2, BADV wordt vermeld, bepaalt:
„(1) Gaat een vestiging of een onderdeel daarvan door een rechtshandeling over op een andere eigenaar, dan treedt deze in de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de arbeidsbetrekkingen die bestaan op het tijdstip van de overgang. Voorzover deze rechten en verplichtingen worden beheerst door de bepalingen van een collectieve overeenkomst of door een bedrijfsakkoord, maken zij integraal deel uit van de arbeidsbetrekking tussen de nieuwe eigenaar en de werknemer en mogen zij niet eerder dan een jaar na het tijdstip van de overgang ten nadele van laatstgenoemde worden gewijzigd. De tweede zin is niet van toepassing, wanneer de rechten en verplichtingen bij de nieuwe eigenaar door de bepalingen van een andere collectieve overeenkomst of door een ander bedrijfsakkoord worden beheerst. De rechten en verplichtingen kunnen vóór afloop van de in de tweede zin bedoelde termijn worden gewijzigd, wanneer de collectieve overeenkomst of het bedrijfsakkoord niet meer geldig is of bij gebreke van wederzijdse gebondenheid aan een andere collectieve overeenkomst waarvan de toepassing wordt overeengekomen tussen de nieuwe eigenaar en de werknemer.
(2) De vorige werkgever en de nieuwe eigenaar zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de in lid 1 bedoelde verplichtingen, voorzover deze zijn ontstaan vóór de datum van overgang en uiterlijk een jaar na deze datum moeten worden nagekomen. Voorzover deze verplichtingen moeten worden nagekomen na de datum van overgang, is de vorige werkgever echter slechts aansprakelijk in de omvang die overeenkomt met het op de datum van overgang verstreken gedeelte van het tijdvak waarop de verplichtingen betrekking hebben.
[…]”
De precontentieuze procedure
7 Na onderzoek van de Duitse regeling was de Commissie van mening dat deze de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67 niet correct in het nationale recht had omgezet. Op 28 februari 2000 stuurde zij de Bondsrepubliek Duitsland dus een aanmaningsbrief waarin zij deze lidstaat uitnodigde om zijn opmerkingen te maken.
8 In haar antwoord van 16 mei 2000 betwistte de Bondsrepubliek Duitsland de haar verweten niet-nakoming.
9 Op 21 maart 2002 zond de Commissie, die zich door de verschafte uitleg niet had laten overtuigen, deze lidstaat een met redenen omkleed advies waarin zij hem uitnodigde om binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de betekening ervan de nodige maatregelen te nemen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
10 Aangezien de Commissie het antwoord op dit met redenen omkleed advies onbevredigend vond, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
Het beroep
Argumenten van partijen
11 De Commissie betoogt dat de maatregelen die worden genomen in het kader van de bevoegdheid die de lidstaten bij artikel 18 van richtlijn 96/67 is toegekend, niet kunnen indruisen tegen de door de artikelen 6 en 7 van deze richtlijn beoogde geleidelijke totstandbrenging van de vrije toegang tot de markt van grondafhandelingsdiensten. Bijgevolg mogen de nationale maatregelen die zijn vastgesteld om de arbeidsvoorwaarden op dit gebied te regelen, noch discrimineren tussen de dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, noch de mededinging tussen hen vervalsen.
12 De betrokken Duitse regeling voldoet niet aan deze eisen, aangezien zij een onderscheid maakt tussen de luchthavenbeheerder enerzijds en de overige dienstverleners en gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen anderzijds, en aldus de toegang tot de markt voor deze laatste belemmert en de mededinging tussen deze verschillende categorieën marktdeelnemers vervalst. De luchthavenbeheerder mag namelijk de kosten van de werknemers die hij niet langer kan tewerkstellen wegens het verlies van marktaandelen dat inherent is aan het liberaliseringsproces, volledig of althans gedeeltelijk afwentelen op de nieuwkomers op de markt.
13 De algemene beschermingsmaatregelen die de lidstaten hebben genomen om richtlijn 2001/23 om te zetten, zijn ook van toepassing op de sector van de grondafhandelingsdiensten. Wanneer bijgevolg de openstelling van een grondafhandelingsmarkt zoals die bedoeld in richtlijn 96/67 leidt tot de overgang van een vestiging in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 2001/23, dan gaan de rechten en verplichtingen die voor de vervreemder ontstaan uit een op de datum van de betrokken transactie bestaande arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking dientengevolge over op de verkrijger.
14 De maatregelen die worden bedoeld in de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, BADV hebben in de gevallen die niet worden bestreken door richtlijn 2001/23, een discriminerend effect tussen de luchthavenbeheerder enerzijds en de andere dienstverleners en gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen anderzijds, wat betreft de sociale lasten in geval van overgang van de grondafhandelingsdiensten.
15 Verder kan de in § 9, lid 3, BADV voorziene mogelijkheid om bepaalde sociale lasten af te wentelen, niet op basis van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 worden gerechtvaardigd. Laatstgenoemde bepaling staat de luchthavenbeheerder weliswaar toe om een vergoeding voor de toegang tot de luchthavenvoorzieningen te vragen aan de andere dienstverleners en gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen. Maar het bedrag van deze vergoeding moet worden vastgesteld aan de hand van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
16 De Commissie betoogt ten slotte dat de uitdrukking „luchthavenvoorzieningen” in genoemde bepaling dient te worden begrepen in de context van de luchthaveninfrastructuur en dat het bedrag van de ontvangen vergoeding slechts relevant en objectief kan zijn wanneer het is gebaseerd op de kosten die de luchthavenbeheerder heeft gemaakt om de andere dienstverleners en gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, de toegang tot de infrastructuur in kwestie te waarborgen. De kosten die de luchthavenbeheerder dient te dragen wegens niet-overname van werknemers, behoren bijgevolg niet tot de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen voor de vaststelling van de in artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 bedoelde vergoeding.
17 De Duitse regering betoogt dat § 8, lid 2, BADV door de invoering van een systeem van onderhandelingen tussen de luchthavenbeheerder en een nieuwe ondernemer, een mechanisme creëert dat erop gericht is om voorzover mogelijk de arbeidsovereenkomsten tezamen met de overgang van de activiteit te beschermen. Volgens deze regeling moet een nieuwe marktdeelnemer die voor eigen rekening of voor rekening van derden grondafhandelingsdiensten wil verlenen, overleg voeren met de luchthavenbeheerder om de bescherming van de rechten van de werknemers te verzekeren. Enkel op voorwaarde dat deze beheerder heeft geëist dat zijn overtollige werknemers worden overgenomen en de nieuwe marktdeelnemer dit heeft geweigerd, mag die beheerder de sociale lasten die daardoor worden veroorzaakt verdelen over alle dienstverleners op de betrokken markt.
18 De bepalingen van de §§ 8, lid 2, juncto 9, lid 3, BADV alsmede de daaruit voortvloeiende mogelijkheid om de door het ontslag van werknemers veroorzaakte sociale lasten billijk te verdelen over de verleners van grondafhandelingsdiensten, vormen mechanismen voor sociale bescherming die binnen het door artikel 18 van richtlijn 96/67 vastgestelde kader blijven.
19 Voorzover in het kader van de liberalisering van de grondafhandelingsdiensten de overgang van activiteiten, werknemers en andere onderdelen van de luchthavenbeheerder op een nieuwe ondernemer gepaard gaat met een overgang van een vestiging, hebben de bepalingen van richtlijn 2001/23 in elk geval voorrang. In situaties die niet binnen de werkingssfeer van die richtlijn vallen, zijn de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, BADV voorts in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien zij een juist evenwicht willen invoeren tussen de bescherming van werknemers en de doelstelling van liberalisering van de diensten in kwestie.
20 § 8, lid 2, BADV houdt ten aanzien van een nieuwe marktdeelnemer en de luchthavenbeheerder enkel een verplichting in om overleg te voeren in verband met de overname van de werknemers. De regeling voorziet slechts in de tweede plaats in de mogelijkheid voor de luchthavenbeheerder om de sociale lasten van de liberalisering en de weigering om werknemers over te nemen, evenredig te verdelen over de marktdeelnemers, en wel op basis van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
21 Ten slotte verzet artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 zich niet tegen de betrokken nationale regeling, aangezien het een bepaling betreft die het recht van de luchthavenbeheerder regelt om een vergoeding te vragen als tegenprestatie voor de toegang tot de luchthavenvoorzieningen. § 9, lid 3, BADV beperkt zich niet tot de toegang tot de luchthavenvoorzieningen, maar moet een aansporing vormen voor de nieuwe marktdeelnemers om in het belang van de werknemers met de luchthavenbeheerder te onderhandelen over de voorwaarden van de overname van de activiteit in kwestie.
22 Dienaangaande voert de Duitse regering aan dat de betrokken Duitse regeling geen omzetting van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 is, maar is gebaseerd op artikel 18 van deze richtlijn.
Beoordeling door het Hof
Het voorwerp van het geding
23 Vooraf dient erop te worden gewezen dat het onderhavige beroep enkel betrekking heeft op de verenigbaarheid van de betrokken Duitse regeling met de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67 in situaties waarin door richtlijn 2001/23 niet is voorzien. Zoals immers blijkt uit de argumenten voor het Hof, zijn partijen het erover eens dat richtlijn 2001/23 toepasselijk is op overgangen in de sector van de grondafhandelingsdiensten en dat de rechten en verplichtingen die uit laatstbedoelde richtlijn voortvloeien telkens volledig werking hebben wanneer een openstelling van de markt op dit gebied leidt tot een overgang in de zin van artikel 1, lid 1, van deze richtlijn.
24 Wat de nationale regeling in kwestie betreft, staat het eveneens vast dat die een ruimere werkingssfeer heeft dan richtlijn 2001/23 en dat zij elke situatie betreft waarin de luchthavenbeheerder een activiteitensector aan een nieuwe marktdeelnemer afstaat. Bijgevolg dient te worden nagegaan of de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, BADV in overeenstemming zijn met de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67.
De grief inzake de verplichting tot overname van de werknemers
25 De grief van de Commissie heeft betrekking op § 8, lid 2, BADV, volgens welke de luchthavenbeheerder van een dienstverlener of een gebruiker die voor zelfafhandeling zorgt, kan eisen dat hij werknemers overneemt afhankelijk van de grondafhandelingsdiensten die deze werden overgedragen.
26 Dienaangaande moet worden opgemerkt dat hoewel de Duitse regering gelijk had met haar stelling dat deze bepaling geen absolute verplichting inhoudt om werknemers over te nemen in alle gevallen waarin de grondafhandelingsmarkt wordt opengesteld voor nieuwe dienstverleners of gebruikers, dit niet wegneemt dat de bepaling alleen al op grond van het bestaan ervan de luchthavenbeheerders in Duitsland de mogelijkheid biedt om een zekere druk uit te oefenen op de ondernemingen of gebruikers die zich toegang tot een dergelijke markt wensen te verschaffen, door hen aan te sporen de werknemers van de grondafhandelingsdiensten over te nemen.
27 Een dergelijke bepaling kan derhalve ertoe leiden dat de toegang tot de betrokken sector voor nieuwe dienstverleners duurder wordt en dat zij worden benadeeld ten opzichte van de reeds gevestigde ondernemingen.
28 Met betrekking tot de vraag of een dergelijke regeling kan worden gerechtvaardigd op grond van artikel 18 van richtlijn 96/67, moet eraan worden herinnerd dat het Hof heeft geoordeeld dat hoewel de lidstaten de bevoegdheid behouden om voor het personeel van de bedrijven die grondafhandelingsdiensten verlenen, een adequate sociale bescherming te garanderen, deze bevoegdheid nochtans geen onbeperkte verordenende bevoegdheid omvat en aldus moet worden uitgeoefend dat daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het nuttig effect van die richtlijn en de daardoor nagestreefde doelstellingen (zie arrest van 9 december 2004, Commissie/Italië, C‑460/02, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punten 31 en 32).
29 Aangaande de nationale regeling in kwestie moet worden opgemerkt dat zij wegens haar financiële consequenties het rationeel gebruik van de luchthaveninfrastructuur en de verlaging van de kosten van de betrokken diensten voor de gebruikers in gevaar dreigt te brengen en aldus de opening van de markten voor grondafhandeling en het nuttig effect van richtlijn 96/67 op het spel zet (zie arrest Commissie/Italië, reeds aangehaald, punten 33 en 34).
30 Bijgevolg kan § 8, lid 2, BADV niet in overeenstemming met de krachtens artikel 18 van richtlijn 96/67 aan de lidstaten toegekende bevoegdheden worden geacht.
31 Uit deze overwegingen vloeit voort dat de grief inzake de verplichting tot overname van de werknemers gegrond is.
De grief inzake de regels voor vergoeding voor de toegang tot en de terbeschikkingstelling en het gebruik van de luchthavenvoorzieningen
32 De grief van de Commissie heeft betrekking op § 9, lid 3, BADV, die de regels vastlegt met betrekking tot de vergoeding die de luchthavenbeheerder van de dienstverleners en de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, kan eisen voor de toegang tot en de terbeschikkingstelling en het gebruik van zijn voorzieningen.
33 Er dient te worden opgemerkt dat deze bepaling voor de luchthavenbeheerder de rechtsgrondslag vormt om de bovengenoemde marktdeelnemers een aantal financiële lasten op te leggen.
34 Aangaande de kwestie of de mogelijkheid om een vergoeding te eisen in overeenstemming is met richtlijn 96/67, moet eraan worden herinnerd dat het Hof heeft geoordeeld dat de verwijzing naar voorzieningen duidelijk betrekking heeft op de door de luchthaven ter beschikking gestelde infrastructuur en uitrusting (zie arrest van 16 oktober 2003, Flughafen Hannover-Langenhagen, C‑363/01, Jurispr. blz. I‑11893, punt 40).
35 Bovendien heeft het Hof gepreciseerd dat de mogelijkheid voor de luchthavenbeheerder om bovenop de vergoeding voor het gebruik van de luchthavenvoorzieningen een toegangsvergoeding te verlangen, niet alleen de toegang tot de betrokken markt niet bevordert, doch tevens rechtstreeks ingaat tegen de doelstelling van het verlagen van de exploitatiekosten van de luchtvaartmaatschappijen en in bepaalde gevallen zelfs zal leiden tot een stijging van deze kosten (zie arrest Flughafen Hannover-Langenhagen, reeds aangehaald, punt 44).
36 Uit deze overwegingen volgt dat het bedrag van de vergoeding in kwestie een tegenprestatie moet vormen die exact overeenkomt met het gebruik van de luchthavenvoorzieningen en overeenkomstig de criteria van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 moet worden vastgesteld, met inachtneming van het winstoogmerk van de betrokken luchthavenbeheerder (zie arrest Flughafen Hannover-Langenhagen, reeds aangehaald, punt 62).
37 In de onderhavige zaak bepaalt de betrokken nationale regeling echter dat een deel van de vergoeding kan worden aangewend ter compensatie van de kosten die werden veroorzaakt door de niet-overname van werknemers bij de openstelling van een grondafhandelingsmarkt.
38 Zoals de advocaat-generaal in punt 69 van zijn conclusie echter terecht opmerkt, wijst dit aspect erop dat deze aldus in het Duitse recht voorziene vergoeding het kader te buiten gaat dat de communautaire wetgever daarvoor heeft ontworpen, te weten uitsluitend als tegenprestatie voor het gebruik van de luchthavenvoorzieningen door dienstverleners of gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen.
39 De door de niet-overname van werknemers veroorzaakte kosten houden immers op geen enkele wijze verband met de kosten die worden veroorzaakt door de terbeschikkingstelling door de luchthavenbeheerder van zijn voorzieningen, en kunnen dus niet worden geacht deel uit te maken van de in artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 vermelde criteria.
40 Wat bovendien het argument van de Duitse regering betreft dat § 9, lid 3, BADV niet beoogt artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 om te zetten, maar in zijn geheel met artikel 18 van die richtlijn overeenstemt, volstaat de vaststelling dat deze paragraaf van de BADV voorziet in een vergoeding voor de toegang tot en de terbeschikkingstelling en het gebruik van de luchthavenvoorzieningen, terwijl artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67 specifiek betrekking heeft op het geval waarin een vergoeding moet worden betaald voor de toegang tot deze voorzieningen. Derhalve dient het argument van de Duitse regering te worden verworpen.
41 Aangaande dit argument van de Duitse regering dient er ten overvloede nog op te worden gewezen dat, zoals de advocaat-generaal in de punten 50 en 51 van zijn conclusie terecht opmerkt, een financiële last die door de luchthavenbeheerder wegens niet-overname van werknemers bij de overdracht van een grondafhandelingsmarkt aan de nieuwe marktdeelnemers kan opleggen, een financieel voordeel vormt voor deze beheerder en de bescherming van belangen beoogt die geen deel uitmaken van die welke worden vermeld in artikel 18 van richtlijn 96/67.
42 De grief inzake de schending van artikel 16 van richtlijn 96/67 is derhalve eveneens gegrond.
43 Gelet op een en ander, dient het beroep van de Commissie als in zijn geheel gegrond te worden beschouwd.
44 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Bondsrepubliek Duitsland, door in het kader van de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, BADV maatregelen vast te stellen die in strijd zijn met de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
45 Krachtens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart:
1) Door in het kader van de §§ 8, lid 2, en 9, lid 3, van de Verordnung über Bodenabfertigungsdienste auf Flugplätzen (verordening betreffende grondafhandelingsdiensten op luchthavens) van 10 december 1997 maatregelen vast te stellen die in strijd zijn met de artikelen 16 en 18 van richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Bondsrepubliek Duitsland wordt in de kosten verwezen.
ondertekeningen
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy