Zaak C-369/03 P
Forum des migrants de l'Union européenne
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Termijn – Niet-ontvankelijkheid”
Samenvatting van de beschikking
Procedure – Beroepstermijnen – Verval van instantie – Toeval of overmacht – Hogere voorziening – Betekening van bestreden arrest – Rekwirant die geen domicilie te Luxemburg heeft gekozen
(Statuut van het Hof van Justitie, art. 45, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 37, lid 6; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 2)
Slechts in hoogst uitzonderlijke omstandigheden, bij toeval of overmacht in de zin van artikel 45, tweede alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie, kan worden afgeweken van de toepassing van de gemeenschapsregelingen inzake procestermijnen, aangezien de strike toepassing van deze regels vereist is ter wille van de rechtszekerheid en de noodzaak om elke discriminatie of willekeurige behandeling bij de rechtsbedeling te vermijden.
Indien alleen reeds het feit dat een partij van mening is dat zij niet over de nodige informatie beschikt om de opportuniteit van een hogere voorziening te beoordelen, de te late instelling van een hogere voorziening kon rechtvaardigen, zouden de beroepstermijnen immers hun betekenis verliezen.
In het kader van de berekening van de termijn voor instelling van hogere voorziening, moet, wanneer rekwirant geen domicilie te Luxemburg had gekozen voor de procedure voor het Gerecht, de regelmatige betekening van het bestreden arrest ingevolge artikel 44, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht worden geacht te hebben plaatsgevonden door bezorging van de aangetekende zending op het postkantoor te Luxemburg. Volgens artikel 37, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de dag waarop een kopie van het ondertekende origineel van een processtuk door middel van enig technisch communicatiemiddel waarover het Hof beschikt, ter griffie binnenkomt, slechts voor de berekening van de procestermijnen in aanmerking genomen, indien het ondertekende origineel van het stuk, vergezeld van de vereiste bijlagen en afschriften, uiterlijk tien dagen later ter griffie wordt neergelegd.
(cf. punten 10, 13, 16-18)
BESCHIKKING VAN HET HOF (Eerste kamer)
19 februari 2004 (*)
„Hogere voorziening – Termijnen – Niet‑ontvankelijkheid”
In zaak C‑369/03 P,
Forum des migrants de l'Union européenne, vertegenwoordigd door N. Crama, avocat,
rekwirant,
betreffende hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (Vierde kamer) van 9 april 2003, Forum des migrants/Commissie (T‑217/01, Jurispr. blz. II‑1563), en strekkende tot vernietiging van dit arrest,
andere partij bij de procedure:
Commissie van de Europese Gemeenschappen,
verweerster in eerste aanleg,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
samengesteld als volgt: P. Jann (rapporteur), kamerpresident, A. Rosas, A. La Pergola, R. Silva de Lapuerta en K. Schiemann, rechters,
advocaat‑generaal: J. Kokott,
griffier: R. Grass,
de advocaat‑generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
1 Bij op 9 juli 2003 ter griffie van het Hof ingekomen e-mail heeft het Forum des migrants de l' Union Européenne een kopie van het verzoekschrift toegezonden, waarbij het krachtens artikel 56 van het Statuut van het Hof van Justitie hogere voorziening wenst in te stellen tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 9 april 2003, Forum des migrants/Commissie (T‑217/01, Jurispr. blz. II‑1563; hierna: „bestreden arrest”). Op 21 juli 2003 is het ondertekende origineel van het verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd.
2 Bij het bestreden arrest heeft het Gerecht rekwirants beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 11 juli 2001 waarbij de hem uit hoofde van artikel A0‑3040 van de gemeenschapsbegroting verleende financiële bijstand was stopgezet, verworpen.
3 Volgens het verzoekschrift in hogere voorziening is het bestreden arrest op 12 april 2004 aan rekwirants raadsman betekend.
4 Blijkens het dossier dat de griffie van het Gerecht aan de griffie van het Hof heeft toegezonden, had rekwirant geen domicilie in Luxemburg gekozen. Volgens het ontvangstbewijs in dit dossier is het bestreden arrest op 10 april 2003 per aangetekende post op het postkantoor te Luxemburg aan rekwirants raadsman betekend. Dit bewijs vermeldt niet de datum van ontvangst ervan.
5 Bij brief van 28 juli 2003 heeft de griffie van het Hof rekwirant erop geattendeerd dat de hogere voorziening te laat was ingesteld, en hem verzocht mee te delen of hij een toeval of een geval van overmacht kon aantonen, dat verval van instantie wegens het verstrijken van de termijn in de weg stond.
6 Bij brief van 11 augustus 2003 heeft rekwirants raadsman geantwoord dat de opportuniteit van een hogere voorziening in wezen afhankelijk was geweest van het gevolg dat de Commissie zou geven aan punt 39 van het bestreden arrest, waarin het Gerecht heeft vastgesteld dat de litigieuze beschikking alleen het jaar 2000 betreft. Op een reeds op 14 april 2003 aan de Commissie gestuurde brief met het verzoek mee te delen of zij de financiële bijstand voor de jaren 2001 en 2002 zou toekennen, had deze instelling eerst bij brief van 19 juni 2003 geantwoord dat geen retroactieve financiering kon worden verleend. Deze brief had de doorslag gegeven om hogere voorziening in te stellen. Aangezien rekwirants bestuurders geografisch verspreid wonen, kon niet sneller een volmacht op naam van de advocaat worden opgesteld.
7 Krachtens artikel 119 van het Reglement voor de procesvoering kan het Hof, wanneer de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk kennelijk ongegrond is, op ieder moment, op rapport van de rechter-rapporteur, de advocaat-generaal gehoord, bij met redenen omklede beschikking de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk afwijzen.
8 De termijn voor het instellen van hogere voorziening bedraagt volgens artikel 56 van het Statuut van het Hof van Justitie twee maanden vanaf de betekening van de bestreden beslissing.
9 Krachtens artikel 81, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt deze termijn verlengd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen.
10 Daar rekwirant in de procedure voor het Gerecht geen domicilie te Luxemburg had gekozen, moet de regelmatige betekening van het bestreden arrest ingevolge artikel 44, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht worden geacht te hebben plaatsgevonden door bezorging van de aangetekende zending op het postkantoor te Luxemburg, namelijk op 10 april 2003.
11 De termijn voor het instellen van hogere voorziening tegen het bestreden arrest is dus twee maanden en 10 dagen na deze datum verstreken, te weten op vrijdag 20 juni 2003.
12 Aan de griffie van het Hof is echter pas op 9 juli 2003, dat wil zeggen na deze datum, een kopie van het verzoekschrift in hogere voorziening per e-mail gezonden.
13 Daarentegen wordt volgens artikel 37, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof de dag waarop een kopie van het ondertekende origineel van een processtuk door middel van enig technisch communicatiemiddel waarover het Hof beschikt, ter griffie binnenkomt, slechts voor de berekening van de procestermijnen in aanmerking genomen, indien het ondertekende origineel van het stuk, vergezeld van de vereiste bijlagen en afschriften, uiterlijk tien dagen later ter griffie wordt neergelegd.
14 In casu is het ondertekende origineel van het verzoekschrift pas ter griffie van het Hof ontvangen op 21 juli 2003, dat wil zeggen meer dan 10 dagen na de e-mail. Ook al was derhalve de e-mail tijdig bij het Hof binnengekomen, zou er geen acht op kunnen worden geslagen daar de hogere voorziening moet worden geacht te zijn ingesteld op de datum van indiening van het origineel, namelijk 21 juli 2003.
15 Het verzoekschrift in hogere voorziening is dus kennelijk te laat ingediend.
16 Volgens vaste rechtspraak kan slechts in hoogst uitzonderlijke omstandigheden, bij een toeval of overmacht in de zin van artikel 45, tweede alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie, worden afgeweken van de toepassing van de gemeenschapsregeling inzake procestermijnen, aangezien de strikte toepassing van deze regels vereist is ter wille van de rechtszekerheid en de noodzaak om elke discriminatie of willekeurige behandeling bij de rechtsbedeling te vermijden (zie onder meer beschikking van 7 mei 1998, Ierland/Commissie, C‑239/97, Jurispr. blz.I‑2655, punt 7)
17 De door rekwirant in casu aangevoerde omstandigheid dat de opportuniteit van een hogere voorziening afhing van het gevolg dat de Commissie voor de volgende jaren zou geven aan de vaststelling in punt 39 van het bestreden arrest, dat de litigieuze beschikking slechts het jaar 2000 betreft, kan geen toeval of overmacht vormen.
18 Indien immers reeds het feit dat een partij van mening is dat zij niet over alle nodige informatie beschikt om de opportuniteit van een hogere voorziening te beoordelen, de te late instelling van een hogere voorziening kon rechtvaardigen, zouden de beroepstermijnen hun betekenis verliezen .
19 Welke de inlichtingen ook mogen zijn geweest die rekwirant wenste te verkrijgen over de verlening van financiële bijstand voor andere jaren dan het in het bestreden arrest bedoelde jaar, deze omstandigheid kan een miskenning van dwingende beroepstermijnen en van de ter zake geboden spoed en voorzichtigheid niet rechtvaardigen.
20 Mitsdien moet de hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
Kosten
21 Ingevolge artikel 69 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof zal rekwirant zijn eigen kosten dragen.
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer)
beschikt:
1) De hogere voorziening wordt verworpen.
2) Het Forum des migrants de l' Union Européenne zal zijn eigen kosten dragen.
Luxemburg, 19 februari 2004.
De griffier
De president van de Eerste kamer
R. Grass
P. Jann
* Procestaal: Frans.
Full & Egal Universal Law Academy