ARREST VAN HET GERECHT (Vijfde kamer)
28 oktober 2004
Gevoegde zaken T‑219/02 en T‑337/02
Olga Lutz Herrera
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Openbare dienst – Algemeen vergelijkend onderzoek – Niet-toelating tot examens – Aankondiging van vergelijkend onderzoek – Leeftijdsgrens”
Volledige Spaanse tekst II - 0000
Betreft: Beroepen tot nietigverklaring van de besluiten van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/6/01 van 31 juli 2001 en van de jury van vergelijkend onderzoek COM/A/10/01 van 20 december 2001 houdende weigering om verzoekster toe te laten tot de examens van die vergelijkende onderzoeken op grond dat zij niet voldeed aan de voorwaarde inzake de leeftijdsgrens, en, subsidiair, beroepen tot nietigverklaring van de afwijzingen van de administratieve klachten die verzoekster heeft ingediend tegen de besluiten van de jury’s van de vergelijkende onderzoeken COM/A/6/01 en COM/A/10/01.
Beslissing: De beroepen worden verworpen. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.
Samenvatting
1. . Ambtenaren – Beroep – Beroep tegen besluit van jury van vergelijkend onderzoek houdende uitsluiting van vergelijkend onderzoek – Mogelijkheid om met beroep op onregelmatigheid van aankondiging van vergelijkend onderzoek op te komen tegen uitsluiting van vergelijkend onderzoek – Voorwaarden
(Ambtenarenstatuut, art. 91)
2. Ambtenaren – Aanwerving – Aanwervingprocedure – Beoordelingsvrijheid van administratie – Rechterlijke toetsing – Grenzen
3. Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Organisatie – Toelatingsvoorwaarden en modaliteiten – Beoordelingsvrijheid van tot aanstelling bevoegd gezag – Vaststelling van leeftijdsgrens – Toelaatbaarheid
(Ambtenarenstatuut, art. 27, eerste alinea, en 29, lid 1; bijlage III, art. 1, lid 1, sub g)
4. Gemeenschapsrecht – Fundamentele rechten – Handvest van grondrechten van Europese Unie – Draagwijdte
5. Ambtenaren – Aanwerving – Algemeen non-discriminatiebeginsel – Vaststelling van leeftijdsgrens – Toelaatbaarheid gelet op legitieme doelstellingen
(Richtlijn 2000/78 van de Raad)
6. Ambtenaren – Vergelijkend onderzoek – Niet-toelating tot vergelijkend onderzoek – Onmogelijkheid, voor betrokkenen, om zich op voorwaarden voor toelating tot andere vergelijkende onderzoeken te beroepen
1. Een kandidaat voor een vergelijkend onderzoek kan tot staving van een beroep tegen een besluit van een jury van een vergelijkend onderzoek om hem niet toe te laten tot het vergelijkend onderzoek middelen aanvoeren ontleend aan de vermeende onregelmatigheid van de aankondiging van vergelijkend onderzoek die zelf niet tijdig is aangevochten, wanneer er een nauw verband bestaat tussen de betrokken middelen en het bestreden besluit.
(cf. punten 45 en 47)
Referentie: Gerecht 16 september 1993, Noonan/Commissie, T‑60/92, Jurispr. blz. II‑911, bevestigd bij Hof 11 augustus 1995, Commissie/Noonan, C‑448/93 P, Jurispr. blz. I‑2321
2. De omvang van de controle van het Gerecht op besluiten in aanwervingsprocedures is, rekening houdend met de beoordelingsvrijheid van het tot aanstelling bevoegd gezag, beperkt tot een onderzoek naar de regelmatigheid van de door de administratie gebruikte procedures, een verificatie van de juistheid van de feiten waarop de administratie haar besluit heeft gebaseerd, alsmede een onderzoek naar de vraag of het besluit van de administratie niet gebrekkig is wegens kennelijk onjuiste beoordeling, dwaling ten aanzien van het recht en misbruik van bevoegdheid.
(cf. punt 59)
Referentie: Gerecht 20 maart 1991, Perez-Mínguez Casariego/Commissie, T‑1/90, Jurispr. blz. II‑143, punt 56
3. Uit artikel 1, lid 1, sub g, van bijlage III bij het Statuut volgt dat het Statuut de gemeenschapsinstellingen toestaat om in hun aanwervingprocedures zowel een leeftijdsgrens in de aankondigingen van vergelijkend onderzoek vast te stellen als de verhoging ervan voor personeelsleden die ten minste één jaar in dienst van de instelling zijn. Het Statuut verbiedt het stellen van een leeftijdsgrens dus niet, maar verleent juist een bevoegdheid, waarvan het gebruik afhangt van de discretionaire bevoegdheid van elke instelling.
Het Statuut verleent de instellingen ter zake van de organisatie van vergelijkende onderzoeken een ruime beoordelingsvrijheid. Onverminderd de inachtneming van de bepalingen van het Statuut, en inzonderheid de artikelen 27, eerste alinea, en 29, lid 1, ervan, beschikt het tot aanstelling bevoegd gezag over een ruime beoordelingsvrijheid om de voor de te vervullen ambten vereiste geschiktheidscriteria vast te stellen en om met inachtneming van deze criteria en in het belang van de dienst te bepalen, onder welke voorwaarden en op welke wijze een vergelijkend onderzoek dient te worden georganiseerd.
Artikel 27 van het Statuut stelt niet als één van de voorwaarden waaraan communautaire selectieprocedures moeten voldoen dat de aangeworven personen zonder onderscheid naar leeftijd worden geselecteerd. Artikel 29, lid 1, van het Statuut, dat bepaalt op welke wijze in vacatures moet worden voorzien, bevat evenmin een dergelijke verplichting.
Het gebruik van de beoordelingsvrijheid waarover de instellingen ter zake van de organisatie van vergelijkend onderzoeken, en inzonderheid ter zake van de vaststelling van een leeftijdsgrens als bijzondere toelatingsvoorwaarde voor het vergelijkend onderzoek, beschikken, is verenigbaar met de bepalingen van artikel 27, eerste alinea, en artikel 29, lid 1, van het Statuut.
(cf. punten 78 en 80‑84)
Referentie: Hof 16 oktober 1975, Deboeck/Commissie, 90/74, Jurispr. blz. 1123, punt 29; Gerecht 16 oktober 1990, Gallone/Raad, T‑132/89, Jurispr. blz. II‑549, punt 27; Gerecht 8 november 1990, Bataille e.a./Parlement, T‑56/89, Jurispr. blz. II‑597, punt 42; Gerecht 21 november 2000, Carrasco Benítez/Commissie, T‑214/99, JurAmbt. blz. I‑A‑257 en II‑1169, punt 52
4. In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn de fundamentele rechten van de Europese Unie opgenomen teneinde de bescherming van de rechten van burgers van de Gemeenschap te waarborgen. Ofschoon de gemeenschapsrechter het Handvest meermaals heeft aangemerkt als inspiratiebron voor de erkenning en de bescherming van de rechten van burgers en als referentiepunt voor de door de communautaire rechtsorde gewaarborgde rechten, neemt dit niet weg dat het thans, dat wil zeggen in oktober 2004, om een verklaring gaat die geen dwingende rechtskracht heeft.
(cf. punten 87 en 88)
Referentie: Gerecht 15 januari 2003, Philip Morris International e.a./Commissie, T‑377/00, T‑379/00, T‑380/00, T‑260/01 en T‑272/01, Jurispr. blz. II‑1, punt 122
5. Met de vaststelling van leeftijdsgrenzen in haar aanwervingprocedures beoogt de Commissie loopbaanperspectieven te bieden zowel aan ambtenaren die een lange loopbaan binnen die instelling zullen hebben als aan ambtenaren die op latere leeftijd worden aangeworven, en ervoor te zorgen dat de ambtenaren hun werkzaamheid gedurende een minimumtijd uitoefenen, in verband met de door het Statuut vastgestelde pensioenrechten, dat wil zeggen met het oog op het behoud van het financiële evenwicht van de communautaire pensioenfondsen. Gelet op die doelstellingen, is die vaststelling redelijk en evenredig. De Commissie kan daarom geen schending worden verweten van het algemene non-discriminatiebeginsel noch van richtlijn 2000/78 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.
(cf. punten 95‑100)
Referentie: Gerecht 2 maart 2004, Di Marzio/Commissie, T‑14/03, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 83
6. Op maatregelen die een instelling ten behoeve van een bepaalde groep van personen treft, maar waartoe elke statutaire verplichting ontbreekt, kunnen ambtenaren van een andere instelling niet een beroep doen tot staving van een middel ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling.
Bovendien kan een kandidaat die niet tot een bepaald vergelijkend onderzoek is toegelaten zich niet met succes beroepen op de voorwaarden voor toelating tot andere vergelijkende onderzoeken, die anders en met andere doelstellingen zijn georganiseerd.
(cf. punten 110 en 112)
Referentie: Hof 18 januari 1990, Maurissen en Union syndicale/Rekenkamer, C‑193/87 en C‑194/87, Jurispr. blz. I‑95, punten 26 en 27; Gerecht 3 maart 1994, Cortes Jiménez e.a./Commissie, T‑82/92, JurAmbt. blz. I‑A‑69 en II‑237, punt 44; Gerecht 6 november 1997, Wolf/Commissie, T‑101/96, JurAmbt. blz. I‑A‑351 en II‑949
Full & Egal Universal Law Academy