Zaak T‑292/03
Messe Berlin GmbH
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
„Gemeenschapsmerk – Gedeeltelijke weigering tot inschrijving – Intrekking van aanvraag – Afdoening zonder beslissing”
Beschikking van het Gerecht (Tweede kamer) van 22 april 2004
Samenvatting van de beschikking
Gemeenschapsmerk – Beroepsprocedure – Beroep tegen beslissing van kamer van beroep betreffende aanvraag tot inschrijving van merk – Intrekking van aanvraag – Beroep dat zonder voorwerp is geraakt – Afdoening zonder beslissing
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 113)
Door de intrekking van een bij het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) ingediende aanvraag tot inschrijving als gemeenschapsmerk, raakt het beroep bij het Gerecht tegen de beslissing van een kamer van beroep van het Bureau betreffende deze aanvraag zonder voorwerp, zodat het Gerecht niet hoeft te beslissen.
(cf. punt 3)
BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Tweede kamer)
22 april 2004 (*)
„Gemeenschapsmerk – Gedeeltelijke weigering tot inschrijving – Intrekking van aanvraag – Afdoening zonder beslissing”
In zaak T‑292/03,
Messe Berlin GmbH, gevestigd te Berlijn (Duitsland), vertegenwoordigd door R. Lange en E. Schalast, advocaten,
verzoekster,
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), vertegenwoordigd door I. Mayer en G. Schneider als gemachtigden,
verweerder,
betreffende een beroep tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM van 5 juni 2003 (zaak R 646/2001‑2) inzake een aanvraag tot inschrijving van het woordmerk HOMETECH als gemeenschapsmerk,
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: J. Pirrung, kamerpresident, A. W. H. Meij en N. J. Forwood, rechters,
griffier: H. Jung,
de navolgende
Beschikking
1 Bij op 10 december 2003 ter griffie van het Gerecht neergelegde brief heeft verzoekster het Gerecht meegedeeld dat zij haar gemeenschapsmerkaanvraag had ingetrokken en dat de zaak haars inziens zonder beslissing kon worden afgedaan. Zij heeft niet geconcludeerd ten aanzien van de kosten.
2 Bij op 27 januari 2004 ter griffie van het Gerecht neergelegde brief heeft het Bureau zich akkoord verklaard met het verzoek om de zaak zonder beslissing af te doen. Het heeft niet geconcludeerd ten aanzien van de kosten.
3 Derhalve volstaat de vaststelling overeenkomstig artikel 113 van het Reglement voor de procesvoering, dat het onderhavige beroep wegens intrekking van de inschrijvingsaanvraag zonder voorwerp is geraakt. Op de zaak behoeft dus niet te worden beslist (zie, naar analogie, beschikking van het Gerecht van 3 juli 2003, Lichtwer Pharma/BHIM – Biofarma (Sedonium), T‑10/01, Jurispr. blz. II‑2225, punten 16-18).
4 Volgens artikel 87, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering beslist het Gerecht, wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt, vrijelijk over de kosten.
5 Daar het Bureau niet heeft geconcludeerd ten aanzien van de kosten, dient in de omstandigheden van de onderhavige zaak elke partij haar eigen kosten te dragen.
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer)
beschikt:
1) Op het beroep behoeft niet te worden beslist.
2) Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
Luxemburg, 22 april 2004.
De griffier
De president van de Tweede kamer
H. Jung
J. Pirrung
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy