CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
L. A. GEELHOED
van 10 maart 2005(1)
Zaak C-40/04
Syuichi Yonemoto
tegen
Virallinen syyttäjä
en
Raine Pöyry
[Verzoek om een prejudiciële beslissing van de Korkein oikeus (Finland)]
„Maatregelen van gelijke werking – Verplichting om overeenstemming met nationale veiligheidsnormen te controleren van machine die vergezeld gaat van EG-verklaring van overeenstemming”
Inleiding
1. In de onderhavige zaak heeft de Korkein oikeus (opperste gerechtshof) (Finland) het Hof twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (2) en van de artikelen 28 EG en 30 EG. Hij wenst met name te vernemen, of het gemeenschapsrecht zich verzet tegen de toepassing van een nationale bepaling die de importeur van een in een andere lidstaat gefabriceerde machine op straffe van civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkstelling verplicht, de veiligheid van die machine te onderzoeken, ondanks het feit dat deze is voorzien van de CE-markering van overeenstemming.
I – De feiten en de prejudiciële vragen
2. R. Pöyry, werknemer van de vennootschap Peltitarvike Oy, had op 17 november 1998 een ernstig ongeluk op het werk, toen hij een kantbank bediende.
3. Blijkens de verwijzingsbeschikking wilde de voorman van Pöyry die dag met zijn hulp de messen van deze kantbank vervangen. Daartoe had de voorman de noodstop in werking gesteld teneinde de stroom uit te schakelen. Bij die vervanging heeft Pöyry per ongeluk het voetpedaal van de machine geraakt. Ofschoon de stroom door de noodstop was uitgeschakeld heeft het aanraken van het voetpedaal een snelle persbeweging tot gevolg had, waardoor Pöyry een ernstige verwonding aan zijn handen opliep.
4. Deze kantbank van het type Amada Promecam ITS 2, serienummer ITS 2 80 25 B 5 0412, die in Frankrijk door de Franse vennootschap Amada Europe was gefabriceerd en door de Finse vennootschap Ama Prom, waarvan S. Yonemoto algemeen directeur is, in Finland was ingevoerd, was in april 1995 aan de vennootschap Peltitarvike Oy verkocht en geleverd. Bij de invoer was de machine voorzien van een CE-markering en de door de fabrikant overgelegde verklaring („certificate of conformity CE relative to working equipments”) luidde als volgt:
„The undersigned manufacturer Amada Europe [adresse] certifies that the new below designated equipment hydraulic press brake 80.25 type ITS 2 No Series B 50412 complies with the regulations applicable to it:
– European Reference: 89/392 EEC Directive
– European Standards: EN 292-1, EN 292-2, EN 294, EN 394, EN 418, EN 457, EN 60204
The AIF/S, Organisation authorized by the act from the Labour Department on the 11/08/1992, has granted a type-tested certificate of conformity CE for the machine of the ITS 2-type under the number 384‑090A-0004-11-94 (No. IAF/S), on the 08/11/94”.
5. Voor de Helsingin käräjäoikeus (rechtbank van eerste aanleg te Helsinki) (Finland) heeft het openbaar ministerie zich in zijn tenlastelegging op het standpunt gesteld dat de machine gevaarlijk was en niet voldeed aan de voorschriften, aangezien deze met het voetpedaal op volle snelheid in werking kon worden gesteld en de noodstop niet naar behoren had gefunctioneerd. Volgens het openbaar ministerie was de gebruiksaanwijzing te summier en gebrekkig om een veilig gebruik mogelijk te maken, verschilde het bedieningspaneel van het in de gebruiksaanwijzing weergegeven schema en was de gebruiksaanwijzing niet volledig in het Fins gesteld.
6. De Helsingin käräjäoikeus heeft een aantal feiten betreffende de kenmerken van de machine als vaststaand aangemerkt. Deze kunnen worden samengevat als volgt:
– wanneer een schakelaar met behulp van een sleutel in stand 2 was gezet, kon de machine met het voetpedaal op volle snelheid in werking worden gesteld;
– door het indrukken van de noodstop van de machine werd alleen de stroom naar de bediening onderbroken, maar de elektriciteitstoevoer sloeg niet af en de hydraulische pomp bleef in werking;
– bij het indrukken van de noodstop openden de contacten zich minder dan één millimeter, maar voor vergrendeling in de stoppositie diende de knop nog een paar millimeter verder te worden ingedrukt. De noodstop was moeilijk in te drukken;
– de gebruiksaanwijzing van de machine was niet geheel in het Fins gesteld, het bedieningspaneel verschilde van het paneel op de tekening in de gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzing was te summier en gebrekkig om de machine volledig veilig te kunnen gebruiken;
– de machine werd gewoonlijk door middel van het voetpedaal op hoge werksnelheid in werking gezet, terwijl er geen andere veiligheidsvoorzieningen ter bescherming van de handen aanwezig waren dan een tweehandenbediening en het bij Peltitarvike Oy gangbare praktijk was om die niet te gebruiken;
– de noodstop werd gebruikt voor het stopzetten van de machine ten behoeve van het dagelijks, in zekere zin routinematig wisselen van de messen, waarvoor de noodstop niet was bestemd. Een veilige werkwijze zou zijn geweest dat de stroom werd afgezet of dat door middel van de schakelaar op het bedieningspaneel werd gekozen voor een langzame werksnelheid.
7. Volgens de Helsingin käräjäoikeus had de importeur erop moeten toezien dat de verkochte en in bedrijf gestelde machines volgens de geldende voorschriften waren ontworpen en gefabriceerd en volstond het niet dat de machine was voorzien van de CE-markering en dat de fabrikant schriftelijk had verklaard dat deze aan de voorschriften voldeed. De importeur werd hierdoor immers niet ontslagen van de verplichting de veiligheidsvoorschriften op het werk in acht te nemen, voorzien in artikel 40 van de työturvallisuuslaki (Finse wet inzake de veiligheid op het werk). Laatstgenoemd artikel verplicht de importeur of verkoper van een machine, op straffe van strafrechtelijke en civielrechtelijke aansprakelijkheid ervoor te zorgen dat de machine bij normaal gebruik geen ongeval kan veroorzaken of een gevaar voor de gezondheid oplevert en dat deze is ontworpen en gefabriceerd overeenkomstig de in de wet voorziene voorschriften en vereisten.
8. De Helsingin käräjäoikeus veroordeelde Yonemoto derhalve tot een boete van 30 dagen salaris wegens inbreuk op de veiligheid op het werk en letsel als gevolg van nalatigheid en tot betaling van een schadevergoeding aan Pöyry.
9. De Helsingin hovioikeus (hof van beroep te Helsinki) (Finland) bekrachtigde het vonnis van de Helsingin käräjäoikeus en verhoogde de boete tot 50 dagen salaris. Het bedrag van de schadevergoeding werd enigszins verlaagd.
10. In zijn bij de Korkein oikeus ingestelde hogere voorziening tegen het arrest van de Helsingin hovioikeus betwist Yonemoto dat de importeur zichzelf ervan moet vergewissen dat een machine volgens de erkende normen is ontworpen en gefabriceerd, wanneer deze is voorzien van een CE-markering, een certificaat van overeenstemming en van de instructies voor het gebruik en onderhoud ervan. In casu berustten de CE-markering van de fabrikant en het certificaat van overeenstemming op een door een erkende instelling afgegeven certificaat, volgens hetwelk de machine in overeenstemming was met de voor dit soort machines geldende richtlijnen en normen.
11. Voorts stelt Yonemoto zich op het standpunt dat de Finse bestuursorganen en gerechtelijke autoriteiten, in strijd met artikel 28 EG, niet kunnen verlangen dat een importeur een machine van een in een andere lidstaat goedgekeurd model en voorzien van een CE-markering, in Finland laat onderzoeken. Zijns inziens dient hij zich er alleen van te vergewissen dat de fabrikant van een daartoe erkende instantie een verklaring heeft gekregen dat de machine aan de communautaire normen voldoet, dat hij deze heeft geleverd met een CE-markering en met de gebruiksaanwijzing en instructies voor onderhoud en dat hij een certificaat van overeenstemming heeft overgelegd.
12. In deze context heeft de Korkein oikeus de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:
„1) Welke grenzen stelt het gemeenschapsrecht, inzonderheid gelet op richtlijn 98/37 [...] en de artikelen 28 EG en 30 EG, aan de verplichtingen die naar nationaal recht kunnen worden opgelegd aan de importeur (of andere distributeur) van een machine die is voorzien van een CE-markering met betrekking tot de veiligheidsaspecten van een machine
– vóór de wederverkoop van de machine en
– na die verkoop?
2) Met name wordt opheldering gevraagd over de volgende punten:
a) in welke mate en onder welke voorwaarden zijn de handelings- en controleverplichtingen die met betrekking tot de veiligheid op een importeur (of andere distributeur) van een met een CE‑markering voorziene machine rusten, naar gemeenschapsrecht gerechtvaardigd?
b) Is het bij de toetsing van de aan een importeur (of andere distributeur) opgelegde verplichtingen aan het gemeenschapsrecht van belang, met welk soort veiligheidsgebrek de machine is behept, en zo ja in welke mate?
c) Zijn – en zo ja, in hoeverre – de [...] bepalingen van artikel 40 van de työturvallisuuslaki (wet inzake de veiligheid op het werk) in strijd met het gemeenschapsrecht, gelet op de [...] strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen in geval van schending van die bepalingen?”
II – Het rechtskader
A – Het gemeenschapsrecht
13. Richtlijn 98/37 stelt de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften vast waaraan machines moeten voldoen. Richtlijn 98/37 heeft richtlijn 89/392/EEG vervangen en gecodificeerd. (3)
14. Artikel 2 van richtlijn 98/37 luidt:
„1. De lidstaten treffen alle dienstige maatregelen om ervoor te zorgen dat de machines of veiligheidscomponenten waarop deze richtlijn van toepassing is, uitsluitend in de handel kunnen worden gebracht en in bedrijf gesteld indien zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van personen en, in voorkomend geval, van huisdieren of voor de veiligheid van goederen en indien zij op passende wijze worden geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
2. De bepalingen van deze richtlijn doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om, met inachtneming van het Verdrag, de eisen voor te schrijven die zij noodzakelijk achten ter bescherming van personen, inzonderheid van werknemers, bij het gebruik van de bedoelde machines of veiligheidscomponenten, voorzover deze voorschriften geen wijzigingen inhouden van deze machines of veiligheidscomponenten ten opzichte van de bepalingen van deze richtlijn.
[...]”
15. Ingevolge artikel 3 van de richtlijn moeten de machines en veiligheidscomponenten waarop de richtlijn van toepassing is, voldoen aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften die in bijlage I bij de richtlijn worden genoemd.
16. Artikel 4 van richtlijn 98/37 bepaalt:
„1. De lidstaten mogen het op hun grondgebied in de handel brengen en in bedrijf stellen van machines en veiligheidscomponenten die voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn, niet verbieden, beperken of verhinderen.
[...]”
17. Artikel 5 van de richtlijn luidt:
„1. De lidstaten beschouwen als in overeenstemming te zijn met het bepaalde in deze richtlijn, met inbegrip van de conformiteitsbeoordelingsprocedures van hoofdstuk II:
– machines die voorzien zijn van de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, deel A, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming;
– veiligheidscomponenten die vergezeld gaan van de in bijlage II, deel C, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.
Bij ontbreken van geharmoniseerde normen treffen de lidstaten de maatregelen die zij nodig achten om de betrokken partijen in kennis te stellen van de bestaande nationale normen en technische specificaties die van belang of nuttig worden geacht voor de juiste toepassing van de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van bijlage I.
2. Wanneer een nationale norm die de omzetting is van een geharmoniseerde norm, waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd, een of meer fundamentele veiligheidsvoorschriften omvat, wordt aangenomen dat de volgens deze norm gebouwde machine of veiligheidscomponent voldoet aan de desbetreffende fundamentele voorschriften.
De lidstaten publiceren de referenties van de nationale normen die een omzetting zijn van de geharmoniseerde normen.
[...]”
18. Artikel 7 van richtlijn 98/37 luidt:
„1. Wanneer een lidstaat vaststelt dat
– machines die voorzien zijn van de CE-markering, of
– veiligheidscomponenten die vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming,
bij gebruik overeenkomstig hun gebruiksdoel, de veiligheid van personen en, in voorkomend geval, van huisdieren of goederen in gevaar dreigen te brengen, neemt hij alle nodige maatregelen om de machines of de veiligheidscomponenten uit de handel te nemen, het in de handel brengen en in bedrijf stellen te verbieden of het vrije verkeer ervan te beperken.
De lidstaat stelt de Commissie onmiddellijk van deze maatregel in kennis en geeft de redenen van zijn besluit aan [...]
2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Wanneer de Commissie na afloop van het overleg vaststelt dat de maatregel gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaat die hem heeft genomen en de overige lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis. Wanneer de Commissie na dit overleg vaststelt dat de maatregel niet gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaat die hem heeft genomen alsook de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan onmiddellijk in kennis. Wanneer de reden van het in lid 1 bedoelde besluit een leemte in de normen is, legt de Commissie, indien de lidstaat die het besluit heeft genomen, dit wil handhaven, de kwestie aan het comité voor en leidt zij de in artikel 6, lid 1, bedoelde procedure in.
3. Wanneer
– een machine die niet in overeenstemming is, de CE-markering draagt, of
– een veiligheidscomponent die niet in overeenstemming is, vergezeld gaat van een EG-verklaring van overeenstemming,
neemt de bevoegde lidstaat passende maatregelen tegen degene die de markering heeft aangebracht of de verklaring heeft opgesteld en stelt hij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis.
[...]”
19. Artikel 8 van richtlijn 98/37 bepaalt dat in de regel de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde het onderzoek naar overeenstemming van een in de Gemeenschap gefabriceerde machine verricht. Daartoe moet hij een EG-verklaring van overeenstemming opstellen, de CE-markering op de machine aanbrengen en het in bijlage V bij de richtlijn bedoelde dossier samenstellen. Voor bepaalde soorten machines met een verhoogd risico, die in bijlage IV bij de richtlijn worden genoemd, waaronder kantbanken, is een meer dwingende procedure van onderzoek naar overeenstemming voorzien, die de deelneming inhoudt van de instantie waarvan overeenkomstig bijlage VII bij die richtlijn kennisgeving is gedaan.
20. Punt 1.7.3. van bijlage I bij richtlijn 98/37 bepaalt dat op elke machine, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar, ten minste moeten zijn aangebracht, de naam en het adres van de fabrikant, de CE-markering, de serie- of typeaanduiding, het serienummer voorzover bestaand en het bouwjaar. Afhankelijk van de aard van de machine, moeten hierop tevens alle noodzakelijke aanwijzingen worden vermeld voor een veilig gebruik (bijvoorbeeld draaisnelheid etc.).
21. Uit punt 1.7.4. van bijlage I bij richtlijn 98/37 blijkt:
– bij elke machine moet een gebruiksaanwijzing zijn gevoegd, waarin ten minste de volgende gegevens zijn vervat;
– de gebruiksaanwijzing wordt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde opgesteld in één van de talen van de Gemeenschap. Bij de inbedrijfstelling moet elke machine vergezeld gaan van een vertaling van de gebruiksaanwijzing in de taal/talen van het land waar de machine wordt gebruikt plus de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. De vertaling wordt gemaakt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde dan wel door degene die de machine in het betreffende taalgebied invoert;
– de gebruiksaanwijzing moet de tekeningen en schema’s bevatten die noodzakelijk zijn voor de inbedrijfstelling, het onderhoud, de inspectie, de controle van de goede werking, en eventueel de reparatie van de machine alsmede alle dienstige aanwijzingen, met name op veiligheidsgebied;
– geen enkele documentatie over de machine mag wat de veiligheidsaspecten betreft, in strijd zijn met de gebruiksaanwijzing.
22. Bijlage II, A, bij richtlijn 98/37, betreffende de EG-verklaring van overeenstemming voor machines, preciseert dat deze verklaring een bepaald aantal gegevens moet bevatten, waaronder de naam en het adres van de fabrikant of van zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde, de beschrijving van de machine, alle relevante bepalingen waaraan de machine voldoet, in voorkomend geval, de naam en het adres van de instantie waarvan kennisgeving is gedaan en het nummer van het EG-typeonderzoek dan wel van de instantie waarvan kennisgeving is gedaan en waaraan het dossier is toegezonden overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn.
23. Voorts bepaalt bijlage II, A, bij de richtlijn dat de EG‑verklaring van overeenstemming in dezelfde taal moet worden opgesteld als de gebruiksaanwijzing, en wel in machineschrift of drukletters. Zij moet vergezeld gaan van een vertaling in één van de talen van het land waar de machine wordt gebruikt. Voor het maken van deze vertaling gelden dezelfde voorwaarden als voor de vertaling van de gebruiksaanwijzing.
24. Bijlage V bij richtlijn 98/37 geeft een omschrijving van de inhoud van het dossier bedoeld in artikel 8 dat de fabrikant of zijn gevolmachtigde moet samenstellen en zo moet bewaren dat het te zijnen kantore beschikbaar blijft voor eventuele controles. Punt 4, sub a, van deze bijlage preciseert evenwel dat de in punt 3 bedoelde documenten niet permanent in materiële vorm voorhanden behoeven te zijn, maar „ter beschikking [moeten] worden gesteld binnen een met het belang ervan verenigbare tijd”. Ingevolge punt 4, sub c, van deze bijlage moeten de documenten in één van de officiële talen van de Gemeenschap zijn gesteld, met uitzondering van de gebruiksaanwijzing van de machine.
B – Het nationale rechtskader
25. Wat het nationale rechtskader betreft, blijkt uit de omschrijving van de nationale rechter dat de Finse wet inzake de veiligheid op het werk onder meer de bepalingen bevat die richtlijn 89/391/EEG omzetten. (4)
26. Deze wet bevat eveneens bepalingen die verplichtingen opleggen aan anderen dan de werkgever. Het betreft hier artikel 40, leden 1 en 2, dat in de ten tijde van de feiten van het hoofdgeding geldende versie luidde als volgt:
„De fabrikant, de importeur of de verkoper van een machine, een toestel of een ander technisch apparaat dan wel iemand die een dergelijk voorwerp op de markt brengt of in gebruik laat nemen, dient ten aanzien van eenieder ervoor te zorgen dat:
1) het voorwerp, wanneer het op de markt wordt gebracht of bij levering teneinde alhier te worden gebruikt, geen ongeval kan veroorzaken noch een gevaar kan opleveren voor de gezondheid;
2) het voorwerp is ontworpen, gefabriceerd en indien nodig geïnspecteerd overeenkomstig hetgeen daarover nader is bepaald en geregeld;
3) het voorwerp is voorzien van voor normaal gebruik noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen, de nodige merktekens en andere verklaringen over de conformiteit van het voorwerp.
Het voorwerp dient vergezeld te zijn van een gebruiksaanwijzing waarin gegevens zijn vervat over de installatie, het gebruik en het onderhoud van het voorwerp. Zo nodig zijn daarbij aanwijzingen gevoegd over de reiniging en de gebruikelijke reparatie- en afstellingwerkzaamheden alsmede de maatregelen die bij gewone probleemsituaties moeten worden getroffen. Deze werkzaamheden dienen betrokken te worden bij de beoordeling van de noodzaak van veiligheidsvoorzieningen.”
27. De niet-inachtneming van deze bepalingen heeft strafrechtelijke en civielrechtelijke gevolgen.
III – Beoordeling
A – Opmerkingen vooraf
28. Richtlijn 98/37 maakt deel uit van de categorie richtlijnen met een „nieuwe benadering” op het gebied van de aanpassing van wetgevingen. Zij geeft de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het ontwerp en de bouw van machines en veiligheidscomponenten alsmede de details voor de overeenstemming van machines ter zake van de beoordeling, de verklaring en de markering.
29. Volgens de zevende overweging van de considerans beoogt richtlijn 98/37 het vrije verkeer van machines te waarborgen, zonder dat dit tot verlaging leidt van de in de lidstaten bestaande en gerechtvaardigde beschermingsniveaus. Op het gebied van het ontwerp en de bouw van machines voorziet deze richtlijn in bepalingen die voor het streven naar een veiligere werkomgeving van fundamenteel belang zijn. Daarnaast geeft zij bijzondere bepalingen ter voorkoming van bepaalde gevaren waaraan de werknemers tijdens hun werk kunnen worden blootgesteld, alsook bepalingen betreffende de organisatie van de veiligheid van de werknemers. Blijkens de achtste overweging van de considerans beoogt de richtlijn belemmeringen van het vrije handelsverkeer weg te nemen die als gevolg van verschillen in de nationale wetgevingen met betrekking tot de commercialisering bestaan.
30. Een en ander wordt nader gepreciseerd in de artikelen 3 en 4 van richtlijn 98/37. Op grond van artikel 3 moeten machines en veiligheidscomponenten die binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallen, voldoen aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften die in bijlage I bij de richtlijn worden genoemd. Artikel 4 van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten het op hun grondgebied in de handel brengen en in bedrijf stellen van machines en veiligheidscomponenten die voldoen aan de bepalingen van richtlijn 98/37, niet mogen verbieden, beperken of verhinderen.
31. Voordat een machine in de handel wordt gebracht moet door middel van een EG-verklaring van overeenstemming en het aanbrengen van een CE‑markering op de machine worden verklaard dat deze in overeenstemming is met de bepalingen van de richtlijn. De procedures voor onderzoek naar overeenstemming, die verschillend zijn naar gelang het soort machine, worden gespecificeerd in artikel 8 van de richtlijn.
32. Het onderzoek naar overeenstemming wordt in beginsel verricht door de fabrikant zelf of door zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde. Wanneer het om uit derde landen ingevoerde machines gaat rusten de verplichtingen inzake de verklaring van overeenstemming en de markering volgens artikel 8, lid 7, van richtlijn 98/37 op degene die de machine in de Gemeenschap in de handel brengt. In dat geval kan het dus zo zijn dat de importeur van de machine in de Gemeenschap de controle van de overeenstemming moet verrichten. Uiteraard geldt dit niet voor degene die een machine vanuit de ene in de andere lidstaat invoert, ofschoon hij volgens de bewoordingen van de nationale wettelijke regeling als „importeur” wordt aangemerkt.
33. Volgens artikel 8, lid 2, sub a, van de richtlijn dient de fabrikant, zonder tussenkomst van een derde, het onderzoek naar overeenstemming te verrichten van een in de Gemeenschap gefabriceerde machine. Hij dient het in bijlage V bij de richtlijn vereiste dossier samen te stellen en ervoor te zorgen dat de middelen die hij heeft gebruikt om aan de fundamentele voorschriften te voldoen, in het dossier worden opgenomen en dat dit dossier op verzoek ter beschikking van de nationale autoriteiten kan worden gesteld.
34. Voor bepaalde machines met een verhoogd risico, die in bijlage IV bij richtlijn 98/37 uitputtend worden genoemd, is echter een meer dwingende onderzoeksprocedure voorzien. In dat geval moet de instantie waarvan kennisgeving is gedaan volgens artikel 8, lid 2, sub b, van de richtlijn het EG-typeonderzoek overeenkomstig bijlage VI bij de richtlijn verrichten op basis van het model van de machine. (5)
35. Wanneer de in bijlage IV bedoelde machines zijn vervaardigd volgens geharmoniseerde normen betreffende alle fundamentele veiligheidsvoorschriften in de zin van artikel 5, lid 2, van richtlijn 98/37, voorziet artikel 8, lid 2, sub c, van de richtlijn in minder dwingende, optionele procedures.
36. In het hoofdgeding gaat het om een machine die onder bijlage IV, A, punt 9, bij richtlijn 98/37 valt en waarvoor dus de procedure voor onderzoek naar overeenstemming geldt waarbij de keuringsinstantie waarvan kennisgeving is gedaan betrokken is. Bij het in de handel brengen van het model kantbank waar het in het hoofdgeding om gaat, bestonden voor dit soort machines nog geen geharmoniseerde normen met technische specificaties. (6) Deze machine diende dus aan het EG‑typeonderzoek te worden onderworpen. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt dat de Franse keuringsinstantie waarvan kennisgeving is gedaan deze machine had onderzocht en goedgekeurd.
37. Blijkens de artikelen 7 en 10 van richtlijn 98/37 brengt de vaststelling dat een machine die is voorzien van de CE-markering een gevaar voor de veiligheid oplevert, voor de lidstaten dan wel voor de fabrikant of zijn gevolmachtigde in de Gemeenschap bepaalde verplichtingen mee om dit gevaar te verminderen of zelfs weg te nemen.
38. Richtlijn 98/37 heeft drie voordelen ten opzichte van de „klassieke” richtlijnen op het gebied van de harmonisatie van technische normen. Zij is soepeler, omdat zij het mogelijk maakt om op basis van nieuwe technologieën betere oplossingen voor de bescherming van de veiligheid te kiezen, zonder dat daartoe eerst de tussenkomst van de wetgever is vereist. Deze richtlijn voorziet in één keer in de totstandkoming van het vrije verkeer van machines voorzien van een CE-markering, terwijl de lidstaten het in de handel brengen of in bedrijf stellen van die machines op hun grondgebied niet meer kunnen verbieden, beperken of belemmeren. Ten slotte verzekert deze richtlijn, voorzover zij correct wordt toegepast, een hoog niveau van bescherming van de gezondheid.
39. Uit het voorgaande volgt dat richtlijn 98/37 voorziet in een volledige harmonisatie van fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor machines. Hetzelfde geldt voor de procedure voor onderzoek naar overeenstemming. De nationale regels betreffende de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor machines, daaronder begrepen de regels die verplichtingen inhouden voor het onderzoek naar overeenstemming, moeten dus verenigbaar zijn met die richtlijn. (7)
40. De goede werking van het door de richtlijn voorziene systeem veronderstelt dus een algemene zorgvuldigheidsplicht, niet alleen voor de fabrikanten van machines, wier verplichtingen in de richtlijn en de bijlagen erbij exact zijn aangegeven, maar eveneens voor marktdeelnemers die in een volgende fase van de distributieketen actief zijn, zoals importeurs, distributeurs en eindgebruikers van machines. Zij moeten zich ervan vergewissen dat de partijen die in een eerdere fase van de keten actief waren naar behoren hebben voldaan aan de verplichtingen die de richtlijn hun oplegt. Indien zij deze zorgvuldigheid niet betrachten, kunnen de gevolgen van de nalatigheden of vergissingen die in een eerdere fase zijn gemaakt doorwerken tot in de eindfase van gebruik van de machines, met alle gevaren die dit voor de gezondheid en de veiligheid van werknemers oplevert. In dit verband kunnen in de nationale rechtsorde bepaalde specifieke verplichtingen worden opgelegd aan importeurs van machines met een CE-markering op het nationale grondgebied en aan andere ondernemers uit de distributiesector.
41. In de onderhavige zaak wenst de verwijzende rechter met name te vernemen, wat de omvang van de verplichtingen van de importeur of de distributeur is en binnen welke grenzen zij door de nationale wettelijke regeling aansprakelijk kunnen worden gesteld voor tekortkomingen op het gebied van de veiligheid.
42. In het hoofdgeding staat vast dat de Franse fabrikant door middel van de maatregelen voorzien in artikel 10 van richtlijn 98/37, wilde voldoen aan zijn verplichtingen op het gebied van de markering en de overeenstemming. Het staat eveneens vast dat de machine, ondanks de CE-markering en de verklaring van overeenstemming, niet voldeed aan de bepalingen van de richtlijn. In deze omstandigheden had de Republiek Finland, na te hebben vastgesteld dat er gevaar bestond voor de veiligheid van personen, overeenkomstig artikel 7 van de richtlijn alle nodige maatregelen moeten treffen om de betrokken machines uit de handel te nemen.
B – De verplichtingen waaraan importeurs en distributeurs op grond van de nationale wettelijke regeling kunnen worden onderworpen
43. Indien wij aannemen dat richtlijn 98/37 in beginsel bepaalde verplichtingen voor importeurs of distributeurs kan meebrengen én dat deze verplichtingen in de nationale wettelijke regeling met behulp van civiel- of strafrechtelijke sancties kunnen worden gedefinieerd en versterkt, moet de omvang van deze verplichtingen enerzijds uit de tekst en opzet van de richtlijn worden afgeleid en anderzijds uit de werkzaamheden die de importeur en de distributeur normaliter in de distributieketen verrichten.
44. Het is in dit opzicht duidelijk dat richtlijn 98/37 de fabrikant er in de eerste plaats voor aansprakelijk stelt dat de door hem vervaardigde machines aan de fundamentele voorschriften inzake veiligheid en gezondheid voldoen en dat de procedure voor de controle van overeenstemming met die voorschriften in acht wordt genomen.
45. Het zou dus in strijd zijn met richtlijn 98/37 om de importeur of de distributeur van een machine waarvan de fabrikant heeft verklaard dat deze aan de voorschriften van die richtlijn voldoet, de verplichting op te leggen om te onderzoeken of dit product aan die fundamentele voorschriften voldoet. Zij beschikken overigens niet over de technische en specifieke kennis die de fabrikant, als bouwer, bezit om aan een dergelijke verplichting te voldoen. Het feit dat de nationale wettelijke regeling importeurs en distributeurs deze verplichting oplegt komt dus neer op een ernstige belemmering van het vrije verkeer van machines in de gemeenschappelijke markt, die richtlijn 98/37 nu juist uit de weg wil helpen.
46. De Commissie heeft in dit verband terecht verwezen naar het arrest in de zaak Wurmser en Norlaine (8) waarin het Hof heeft geoordeeld dat de verplichting voor de importeur om op straffe van aansprakelijkstelling te verifiëren of het ingevoerde product aan de geldende voorschriften voldoet, alleen verenigbaar kan worden geacht met de artikelen 28 EG en 30 EG, indien de importeur aan deze verplichting kan voldoen door overlegging van een door de autoriteiten van de lidstaat van productie afgegeven certificaat of van een ander attest dat een vergelijkbare waarborg biedt.
47. Deze rechtspraak van het Hof dateert uit een periode waarin er op communautair niveau geen algemene regels voor de betrokken producten bestonden. Aangezien dergelijke communautaire regels in de onderhavige zaak wel van kracht zijn, zou het tegen de logica van het gemeenschapsrecht op het gebied van het vrije verkeer van goederen ingaan om ervan uit te gaan dat er voor de importeur (of de distributeur) uitgebreidere verplichtingen bestaan dan die welke het Hof in een situatie waarin er nog geen gemeenschappelijke normen bestonden, verenigbaar met het EG-Verdrag heeft geacht.
48. Hieruit volgt dat de verplichtingen waarin de nationale wettelijke regeling voorziet, tenzij richtlijn 98/37 zelf anders bepaalt, niet verder mogen gaan dan de door het Hof in het arrest Wurmser en Norlaine (9) aangegeven grenzen mogelijk maken. Een nationale bepaling die de importeur of de distributeur verplicht om zelf te verifiëren of een machine aan de veiligheidsvoorschriften voldoet, moet dus strijdig met het gemeenschapsrecht worden geacht.
49. In het kader van deze grenzen kan de nationale wettelijke regeling de importeur en de distributeur bepaalde verplichtingen opleggen, op voorwaarde dat deze niet onverenigbaar zijn met de rol die deze marktdeelnemers normaliter in de distributieketen vervullen.
50. Volgens artikel 2 van richtlijn 98/37 dienen de lidstaten toezicht te houden op de markt. Daartoe kunnen zij de marktdeelnemers samenwerkingsverplichtingen opleggen, zoals assistentie bij het verkrijgen van informatie bij de fabrikant of zijn gevolmachtigde ten tijde van de controle of de machine aan de bepalingen van die richtlijn voldoet. Deze samenwerkingsverplichtingen kunnen ook inhouden dat de bevoegde autoriteiten worden geïnformeerd over elk veiligheidsincident betreffende de door de marktdeelnemers geleverde machines, voorzover zij van een dergelijk incident op de hoogte zijn gesteld.
51. Overigens zijn de importeurs en de distributeurs in het kader van hun beroepswerkzaamheden op grond van nationale civiel- of handelsrechtelijke bepalingen gewoonlijk verplicht om de juiste zorgvuldigheid te betrachten, ook ten aanzien van de juridische voorschriften die specifiek gelden voor de producten waarin zij handelen. Wat meer in het bijzonder machines betreft die binnen de werkingssfeer van richtlijn 98/37 vallen is, mag ervan worden uitgegaan dat zij weten welke informatie bij het product moet worden gevoegd en in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat moet worden geleverd en welke tekens duidelijk aangeven dat het product niet in overeenstemming is of dat het niet langer voldoet aan de veiligheidsvoorschriften waaraan het voldeed toen het op de markt werd gebracht. Zij mogen derhalve geen machines leveren waarvan zij weten of, op basis van de hun ter beschikking staande informatie en als professionele marktdeelnemers, moesten weten dat zij niet in overeenstemming zijn met de geldende juridische voorschriften.
52. Uit de algemene zorgvuldigheidsplicht die op de distributeur of de importeur rust kunnen ook specifiekere verplichtingen voortvloeien in verband met bepaalde categorieën kwetsbare producten bij de opslag of het vervoer ervan.
53. Ik ben enigszins terughoudend ten aanzien van bepalingen van nationaal recht die de aansprakelijkheid van de importeur of de distributeur meebrengen, in gevallen waarin hij niet mocht vertrouwen op de juistheid van de verklaring van overeenstemming. Bepalingen met een dergelijke draagwijdte overschrijden mogelijkerwijs de dubbele grens die ik in de punten 48 en 49 hierboven heb aangegeven, hetzij omdat zij de verborgen verplichting inhouden om te verifiëren of de machine aan de fundamentele voorschriften voldoet, hetzij omdat zij de aansprakelijk die krachtens de richtlijn op de fabrikant rust uitbreiden naar volgende schakels van de distributieketen. In beide gevallen kunnen, in strijd met het hoofddoel van de richtlijn, belemmeringen voor het vrije verkeer van machines ontstaan.
54. Ten slotte wil ik opmerken dat een nationale wettelijke regeling bij de huidige stand van de verwezenlijking van de interne markt, wat de samenwerkings- en de zorgvuldigheidsverplichting betreft, geen onderscheid meer mag maken naar gelang het om een marktdeelnemer gaat die een machine vanuit een andere lidstaat invoert of om een marktdeelnemer die op een ander niveau van de distributieketen actief is. Met name wanneer het groot materieel betreft, vallen de distributienetten niet langer samen met de territoriale grenzen van de lidstaten.
IV – Conclusie
55. Op basis van het voorgaande geef ik het Hof in overweging, de prejudiciële vragen van de Korkein oikeus te beantwoorden als volgt:
„1) De bepalingen van richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines verzetten zich tegen de toepassing van nationale bepalingen op grond waarvan:
– de importeur of de distributeur van een machine die is voorzien van de CE-markering en van een EG-verklaring van overeenstemming erop moet toezien dat deze machine aan de fundamentele voorschriften van deze richtlijn voldoet;
– de importeur of de distributeur van een machine moet voldoen aan verplichtingen die volgens de bewoordingen van deze richtlijn op de fabrikant van de machine rusten.
2) De bepalingen van richtlijn 98/37 verzetten zich echter niet tegen de toepassing van nationale bepalingen op grond waarvan de importeur of de distributeur, op straffe van civiel- of strafrechtelijke aansprakelijkheid:
– zich ervan moet vergewissen dat de machine is voorzien van de CE‑markering;
– zich ervan moet vergewissen dat de fabrikant of zijn gevolmachtigde de procedure voor onderzoek naar overeenstemming heeft gevolgd;
– de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming moet verkrijgen en zich ervan moet vergewissen dat deze betrekking heeft op de betrokken modelmachine en de daarmee verband houdende vereiste informatie bevat;
– zich ervan moet vergewissen dat de machine vergezeld gaat van de EG‑verklaring van overeenstemming.
3) In de gevallen waarin een machine bij invoer niet vergezeld gaat van de EG‑verklaring van overeenstemming in één van de talen van het land van gebruik, brengt de zorgvuldigheid die de importeur of de distributeur uit hoofde van zijn beroep moet betrachten mee dat de persoon die de machine binnen het betrokken taalgebied brengt, aan deze verplichting moet voldoen. Dit geldt eventueel ook voor de gebruiksaanwijzing.
4) De bepalingen van richtlijn 98/37 verzetten zich er in beginsel evenmin tegen dat de importeur of de distributeur aansprakelijk wordt gesteld wanneer hij wist of moest weten dat de machine niet aan de toepasselijke fundamentele voorschriften voldeed, op voorwaarde dat de vereiste zorgvuldigheid niet betekent dat hij wordt verplicht om zelf te controleren of de machine aan deze fundamentele voorschriften voldoet noch dat hem andere verplichtingen worden opgelegd die volgens de bewoordingen van die richtlijn op de fabrikant rusten.”
1 – Oorspronkelijke taal: Frans.
2 – PB L 207, blz. 1.
3 – Richtlijn van de Raad van 14 juni 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines, gewijzigd bij de richtlijnen 91/386/EEG van de Raad van 20 juni 1991 (PB L 198, blz. 16), 93/44/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB L 175, blz. 12) en 93/68/EEG van de Raad (PB L 220, blz. 1).
4 – Richtlijn van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183, blz. 1).
5 – De instantie waarvan kennisgeving wordt gedaan moet door de lidstaten zijn aangewezen. Zij moet voldoen aan de minimumcriteria voor de kennisgeving van keuringsinstanties genoemd in bijlage VII bij richtlijn 98/37.
6 – De geharmoniseerde norm betreffende hydraulische kantbanken (EN 12622) werd pas in september 2001 vastgesteld.
7 – Arrest van 8 mei 2003, ATRAL (C-14/02, Jurispr. blz. I-4431, punt 44).
8 – Arrest van 11 mei 1989 (25/88, Jurispr. blz. 1105, punten 18 en 19).
9 – Aangehaald in voetnoot 8.
Full & Egal Universal Law Academy