CONCLUSIE VAN ADVOCAAT‑GENERAAL
JACOBS
van 14 juli 2005 1(1)
Zaak C‑197/04
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Bondsrepubliek Duitsland
1. In deze zaak verzoekt de Commissie het Hof te verklaren dat de Bondsrepubliek Duitsland, door op tabaksrolletjes die onder de benaming „West Single Packs” worden verkocht, het belastingtarief toe te passen dat geldt voor tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 95/59/EG van de Raad(2) en artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 92/79/EEG van de Raad.(3)
2. Tussen partijen is strijdig, of dergelijke rolletjes met het oog op de accijnstarieven moeten worden beschouwd als sigaretten dan wel als tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten.
Relevante wetgeving
3. In de Gemeenschap zijn de accijnstarieven voor tabaksproducten tot op zekere hoogte geharmoniseerd. Het is niet nodig, hier de gedetailleerde regels voor deze harmonisatie uiteen te zetten. Er hoeft slechts op te worden gewezen dat voor de totale accijns, die in het algemeen een specifiek element (per producteenheid) omvat en een ad valorem-element, een minimum geldt dat varieert al naar gelang het soort product.
4. Krachtens artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 92/79(4) bedraagt dat minimum voor sigaretten die tot de meest gevraagde prijsklasse behoren 57 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, en niet minder dan 60 EUR per 1000 sigaretten.
5. Voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten is het minimumtarief in artikel 3, lid 1, van richtlijn 92/80/EEG(5) vastgesteld op 36 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of 32 EUR per kilogram.
6. Richtlijn 95/59 geeft een aantal definities van tabaksproducten ten behoeve van de harmonisatie van de structuur van de accijns op tabak.
7. Volgens artikel 4, lid 1, worden als sigaretten beschouwd:
„a. tabaksrolletjes die geschikt zijn om als zodanig te worden gerookt en die geen sigaren of cigarillo’s zijn […];
b. tabaksrolletjes die door middel van een eenvoudige niet-industriële handeling in een huls van sigarettenpapier worden geschoven;
c. tabaksrolletjes die door middel van een eenvoudige niet-industriële handeling met sigarettenpapier worden omhuld.”
8. De definitie in artikel 4, lid 1, sub b, wordt in overweging 14 van de considerans van de richtlijn voorafgegaan door de verklaring dat „tabaksrolletjes die als zodanig na een eenvoudige behandeling met de hand kunnen worden gerookt, ter wille van een uniforme belasting van die producten […] als sigaret dienen te worden beschouwd”.
9. Tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten is een begrip dat zich grotendeels zelf verklaart. Het wordt nader gedefinieerd in artikel 6 van richtlijn 95/59 door de verwijzing naar de snijbreedte, maar dat criterium is in de onderhavige zaak niet aan de orde.
10. In Duitsland zet § 2, lid 2, punt 2, van het Tabaksteuergesetz (wet inzake de tabaksbelasting), zoals gewijzigd, de definities van artikel 4, lid 1, van richtlijn 95/59 om in bewoordingen die in wezen identiek zijn.
Het litigieuze product
11. West Single Packs zijn een in Duitsland verkocht tabaksproduct. Het gaat om rolletjes tabak van fijne snede die individueel in een huls van aluminiumfolie zijn gewikkeld, welke aan beide zijden open is en de juiste maat heeft om in, eveneens onder de merknaam „West” verkochte, hulzen van sigarettenpapier met een filter te worden geschoven.
12. Teneinde uit deze bestanddelen een sigaret samen te stellen, schuift de roker een tabaksrolletje met de aluminiumverpakking in een huls van sigarettenpapier en verwijdert hij vervolgens de verpakking, waarbij de tabak in de huls achterblijft.
13. De producent brengt daartoe een instrument op de markt dat „West Maker” wordt genoemd en dat qua afmetingen en uiterlijk op een balpen lijkt. Het bestaat hoofdzakelijk uit een huls met een uiteinde dat kan grijpen, en een staafje aan de binnenkant. Het uiteinde grijpt voorzichtig de aluminiumverpakking, die enigszins uit de huls van sigarettenpapier steekt. Door het staafje naar binnen te schuiven, duwt de roker het tabaksrolletje en de huls van sigarettenpapier weg van de aluminiumverpakking, zodat een kant‑en‑klaarsigaret ontstaat.(6)
Procesverloop
14. De tarieven van de accijns die in Duitsland wordt geheven op sigaretten en tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, zijn in overeenstemming met de respectieve minimumtarieven die zijn vastgelegd in de communautaire wetgeving, maar Duitsland past op West Single Packs het lagere tarief voor tabak voor het zelf rollen van sigaretten toe.
15. Omdat de Commissie bezwaar heeft tegen deze indeling, heeft zij op 18 oktober 2002 de procedure van artikel 226 EG ingeleid en Duitsland vervolgens op 11 juli 2003 een met redenen omkleed advies gestuurd.
16. Duitsland handhaafde zijn standpunt dat de indeling juist was. De Commissie heeft daarop op 30 april 2004 het onderhavige beroep ingesteld.
Beoordeling
17. Deze zaak betreft de indeling ten behoeve van de accijnsheffing op een enkel product. Omdat bij het Hof geen argumenten zijn aangevoerd ter zake van de indeling van gelijksoortige, maar niet identieke andere producten, doet zich alleen de vraag voor of dat specifieke product valt onder de definitie van sigaret van artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 95/59. Voor het geval dat niet zo is, is geen andere indeling voorgesteld dan die als tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten.
18. Met betrekking tot de vaststelling of West Single Packs onder de definitie van sigaret vallen, bestaat er tussen partijen maar op één punt verschil van mening: is het samenstellen van de sigaret een eenvoudige niet-industriële handeling?
19. Ter terechtzitting heeft de vertegenwoordiger van de Commissie op handige wijze een sigaret vervaardigd met gebruikmaking van de door mij in de punten 11 tot en met 13 beschreven materialen en methode. Het zag er beslist eenvoudig uit. Met betrekking tot de uitlegging van richtlijn 95/59 zijn evenwel enkele argumenten aangevoerd.
20. Deze argumenten weiden grotendeels uit over de bewoordingen van artikel 4, lid 1, sub b, en overweging 14 van de considerans. Ik geloof echter niet dat nader onderzoek van deze bewoordingen een verfijnd richtsnoer kan bieden.
21. De zinsnede „eenvoudige niet‑industriële handeling” (respectievelijk „simple non-industrial handling” in het Engels en „einfachen nichtindustriellen Vorgang” in het Duits) luidt bijvoorbeeld in het Frans „simple manipulation non industrielle”. Deze (in andere Romaanse talen terug te vinden) woordvolgorde zou kunnen impliceren dat er tussen „eenvoudig” en „niet-industrieel” een verband is dat verschilt van dat in het Engels of het Duits; het ontbreken van een komma tussen „eenvoudig” en „niet-industrieel” in elk van beide laatste talen verliest daardoor aan betekenis. En mijns inziens kan er in het geheel geen algemene conclusie worden getrokken uit de specifieke bewoordingen van overweging 14 van de considerans in de drie talen: „simple handling” in het Engels, „simple manipulation manuelle” in het Frans en „einfachen Vorgang nicht industrieller Art” in het Duits. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat aan het volledige spectrum van taalversies meer duidelijkheid zou kunnen worden ontleend.
22. Deze mate van semantische verschillen tussen de verschillende taalversies en tussen de considerans en de betrokken bepalingen staat mijn inziens in de weg aan een iedere strikte uitlegging van de zinsnede „eenvoudige niet-industriële handeling” als zodanig. Een systematisch criterium verdient de voorkeur. Partijen zijn het erover eens dat dit criterium omwille van de rechtszekerheid duidelijk en nauwkeurig moet zijn. Mijns inziens bevatten de bewoordingen van de definitie een dergelijk duidelijk en nauwkeurig criterium wanneer zij in de context van de betrokken bepalingen in de beschouwing worden betrokken.
23. Op grond van het gemeenschapsrecht geldt voor accijns op tabak die wordt aangeboden in de vorm van sigaretten of in die vorm kan worden omgezet, een van de twee minimumtarieven en er bestaat, althans op dit moment, een significant verschil tussen deze twee minimumtarieven.
24. Het lijkt mij niet gewenst, voor het maken van een onderscheid op een glijdende schaal zonder meeteenheden een vaste grens te trekken tussen eenvoudigheid en ingewikkeldheid van het proces van samenstelling van een sigaret uit de verschillende bestanddelen daarvan. Hoe of waar die grens ook zou worden getrokken, er zou altijd onzekerheid bestaan bij het indelen van producten die dicht in de buurt van die grens komen.
25. Mijns inziens gebiedt een realistische uitlegging, dat nagenoeg ieder procédé waarbij een roker zelf zijn sigaretten maakt uit geprefabriceerde bestanddelen, als een eenvoudige niet-industriële handeling moet worden beschouwd. Wanneer het procédé niet na een beetje oefening door de gemiddelde roker betrekkelijk eenvoudig en zonder al te veel vaardigheid zou kunnen worden uitgevoerd zodat een acceptabele sigaret wordt verkregen, is het onwaarschijnlijk dat de bestanddelen aftrek zouden vinden.
26. Wat de in artikel 4, lid 1, van richtlijn 95/59 als sigaretten gedefinieerde producten onderscheidt van tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, is dus niet de mate van eenvoud of ingewikkeldheid van het handmatig samenstellen van de uiteindelijke sigaret.
27. Een duidelijk onderscheidend kenmerk is veeleer dat alle producten die als sigaretten worden gedefinieerd, (geprefabriceerde) „tabaksrolletjes” („rolls of tobacco”) zijn, terwijl de andere categorie bestemd is „voor het rollen” („for … rolling”). Hoewel het onderscheid taalkundig in sommige andere taalversies niet zo duidelijk mag zijn als in de Engelse, is er een duidelijk materieel verschil tussen tabak waaraan door de fabrikant reeds de vorm en de afmeting van een sigaret is gegeven en losse tabak die door de roker nog in die vorm moet worden gebracht.
28. Zo gezien moeten „West Single Packs” worden ingedeeld als sigaretten overeenkomstig artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 95/59 en geldt daarvoor de minimumaccijns van artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 92/79. Duitsland heeft derhalve, zoals door de Commissie is aangevoerd, niet voldaan aan de verplichtingen die krachtens deze bepalingen op hem rusten.
Kosten
29. Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. De Commissie heeft verwijzing van verweerster in de kosten gevorderd.
Conclusie
30. Ik geef het Hof derhalve in overweging:
– te verklaren dat de Bondsrepubliek Duitsland, door op tabaksrolletjes die onder de benaming „West Single Packs” worden verkocht, het belastingtarief toe te passen dat geldt voor tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 95/59/EG van de Raad van 27 november 1995 betreffende de belasting, andere dan omzetbelasting, op het verbruik van tabaksfabrikaten, en artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 92/79/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de onderlinge aanpassing van de belastingen op sigaretten;
– de Bondsrepubliek Duitsland in de kosten te verwijzen.
1 – Oorspronkelijke taal: Engels.
2 – Richtlijn van de Raad van 27 november 1995 betreffende de belasting, andere dan omzetbelasting, op het verbruik van tabaksfabrikaten (PB L 291, blz. 40)
3 – Richtlijn van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de onderlinge aanpassing van de belastingen op sigaretten (PB L 316, blz. 8).
4 – Zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/10/EG van de Raad van 12 februari 2002 (PB L 46, blz. 26).
5 – Richtlijn van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de onderlinge aanpassing van de belastingen op andere tabaksfabrikaten dan sigaretten (PB L 316, blz. 10). zoals met ingang van 1 juli 2004 gewijzigd bij richtlijn 2002/10 (aangehaald in de voorgaande voetnoot).
6 – Voor nieuwsgierige rokers van 18 jaar en ouder is dit proces te zien op de website van West, .
Full & Egal Universal Law Academy