Zaak C‑71/04
Administración del Estado
tegen
Xunta de Galicia
(verzoek van het Tribunal Supremo om een prejudiciële beslissing)
„Staatssteun – Artikel 93, lid 3, EG-Verdrag (thans artikel 88, lid 3, EG) – Steunregeling voor scheepsbouw en ‑verbouwing die niet binnen werkingssfeer van richtlijn 90/684/EEG valt – Ontbreken van voorafgaande aanmelding – Artikel 92, lid 1, EG-Verdrag (thans artikel 87, lid 1, EG) – Begrip staatssteun – Ongunstige beïnvloeding van handelsverkeer tussen lidstaten”
Conclusie van advocaat-generaal F. G. Jacobs van 26 mei 2005
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 juli 2005
Samenvatting van het arrest
Steunmaatregelen van de staten – Voorgenomen steunmaatregelen – Aanmelding bij Commissie – Werkingssfeer van verplichting – Steun aan scheepsbouw die niet binnen werkingssfeer van richtlijn 90/684 valt – Daaronder begrepen – Ontbreken van aanmelding – Verplichtingen van nationale rechterlijke instanties
[EG-Verdrag, art. 93, lid 3, en 94 (thans art. 88, lid 3, EG en 89 EG); richtlijn 90/684 van de Raad]
Een in een lidstaat ingevoerde steunregeling voor de scheepsbouw en de scheepsverbouwing, die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw valt, moet krachtens artikel 93, lid 3, van het Verdrag (thans artikel 88, lid 3, EG) en bij ontstentenis van een op grond van artikel 94 van het Verdrag (thans artikel 89 EG) vastgestelde verordening waarbij deze steunregeling van de aanmeldingsprocedure wordt vrijgesteld, vooraf bij de Commissie worden aangemeld, indien komt vast te staan dat deze regeling op zich, in het bijzonder wegens haar invloed op het handelsverkeer tussen de lidstaten, staatssteun in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 87, lid 1, EG) kan opleveren.
In geval van schending van deze bepaling dient de nationale rechter daaraan overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties te verbinden, zowel wat de geldigheid van handelingen tot uitvoering van de steunmaatregelen betreft, als wat de teruggave van in strijd met dit artikel 93, lid 3, van het Verdrag toegekende financiële steun betreft.
(cf. punten 28, 39, 50 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
21 juli 2005 (*)
„Steunmaatregelen van de staten – Artikel 93, lid 3, EG-Verdrag (thans artikel 88, lid 3, EG) – Steunregeling voor scheepsbouw en ‑verbouwing die niet binnen werkingssfeer van richtlijn 90/684/EEG valt – Geen voorafgaande aanmelding – Artikel 92, lid 1, EG-Verdrag (thans artikel 87, lid 1, EG) – Begrip staatssteun – Beïnvloeding van handelsverkeer tussen lidstaten”
In zaak C‑71/04,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Tribunal Supremo (Spanje) bij beslissing van 22 december 2003, ingekomen bij het Hof op 16 februari 2004, in de procedure
Administración del Estado
tegen
Xunta de Galicia,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: A. Rosas, kamerpresident, J.‑P. Puissochet, S. von Bahr, U. Lõhmus en A. Ó Caoimh (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs,
griffier: R. Grass,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– Xunta de Galicia, vertegenwoordigd door J. Rodríguez González, abogado,
– de Spaanse regering, vertegenwoordigd door M. Muñoz Pérez als gemachtigde,
– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door C. M. Wissels en H. G. Sevenster als gemachtigden,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door V. Kreuschitz en J. L. Buendía Sierra als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 26 mei 2005,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 93, lid 3, EG-Verdrag (thans artikel 88, lid 3, EG) met het oog op een precisering van de strekking van de verplichting tot voorafgaande aanmelding als bedoeld in de eerste volzin van deze bepaling, met betrekking tot steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing die niet binnen de werkingssfeer valt van richtlijn 90/684/EEG van de Raad van 21 december 1990 betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw (PB L 380, blz. 27).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de Administración del Estado en de Xunta de Galicia met betrekking tot decreto nr. 217/1994 van 23 juni 1994 (Diario Oficial de Galicia nr. 133 van 12 juli 1994, blz. 4663; hierna: „decreto nr. 217/1994”), waarbij de Consejo de Gobierno de la Comunidad Autónoma de Galicia (regering van de autonome gemeenschap Galicia) een steunregeling voor de scheepsbouw en ‑verbouwing in Galicia heeft vastgesteld. De Administración del Estado heeft om nietigverklaring van dit decreto verzocht, met name omdat bij de vaststelling de verplichting tot voorafgaande aanmelding van artikel 93, lid 3, van het Verdrag is geschonden.
Toepasselijke bepalingen
Bepalingen van gemeenschapsrecht
Het Verdrag
3 In artikel 92 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 87 EG) heet het:
„1. Behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.
[...]
3. Als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd:
[...]
c) steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad,
[...]
e) andere soorten van steunmaatregelen aangewezen bij besluit van de Raad, genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie.”
4 Artikel 93, lid 3, van het Verdrag bepaalt:
„De Commissie wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien zij meent dat zulk een voornemen volgens artikel 92 onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, vangt zij onverwijld de in het vorige lid bedoelde procedure aan. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid.”
5 Artikel 94 EG-Verdrag (thans artikel 89 EG) luidt:
„De Raad kan op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met gekwalificeerde meerderheid van stemmen alle verordeningen vaststellen, dienstig voor de toepassing van de artikelen 92 en 93, en met name de voorwaarden voor de toepassing van artikel 93, lid 3, bepalen alsmede de van die procedure vrijgestelde soorten van steunmaatregelen.”
Richtlijn 90/684
6 Richtlijn 90/684, waarvan de geldigheidsduur is verlengd bij verordening (EG) nr. 3094/95 van de Raad van 22 december 1995 betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw (PB L 332, blz. 1), voorziet, in het bijzonder op grond van artikel 92, lid 3, sub e, van het Verdrag, in specifieke voorschriften voor steun aan deze sector die een uitzondering vormen op het algemene verbod van artikel 92, lid 1, van het Verdrag.
7 Artikel 1, sub a en b, van deze richtlijn bepaalt:
„Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) scheepsbouw:
de bouw in de Gemeenschap van de volgende zeeschepen met metalen casco:
– koopvaardijschepen voor het vervoer van passagiers en/of goederen van 100 brt of meer,
– visserijschepen van 100 brt of meer,
– baggermolens of andere schepen voor werk op zee van 100 brt of meer, met uitzondering van boorplatforms,
– sleepboten van 365 kW of meer;
b) scheepsverbouwing:
de verbouwing in de Gemeenschap van zeeschepen met metalen casco als omschreven sub a, van 1 000 brt of meer, voorzover de uitgevoerde werkzaamheden een ingrijpende wijziging van het laadplan, de romp, het voortstuwingsmechanisme of de passagiersverblijven met zich brengen.”
8 Artikel 3, lid 1, eerste alinea, van deze richtlijn bepaalt dat alle vormen van steun aan reders of aan derden, die als steun voor de scheepsbouw of ‑verbouwing beschikbaar zijn, aan de kennisgevingsvoorschriften van artikel 11 van deze richtlijn zijn onderworpen.
9 In de artikelen 4 tot en met 10 van deze richtlijn staan de uitzonderingscriteria waaraan de bedrijfs‑ en de herstructureringssteun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing moeten voldoen om als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te kunnen worden beschouwd.
10 Artikel 11 van richtlijn 90/684 bepaalt:
„1. Voor steunmaatregelen ten behoeve van scheepsbouw‑, scheepsverbouwings‑ en scheepsreparatieondernemingen, als bedoeld in deze richtlijn, gelden, naast de artikelen 92 en 93 van het Verdrag, de in lid 2 bedoelde speciale kennisgevingsvoorschriften.
2. Het volgende wordt vooraf door de lidstaten ter kennis van de Commissie gebracht en wordt niet zonder goedkeuring van de Commissie ten uitvoer gelegd:
a) zowel nieuwe als bestaande steunregelingen of wijzigingen in bestaande steunregelingen, als bedoeld in deze richtlijn;
b) besluiten om algemene dan wel regionale steunregelingen te doen gelden voor de in deze richtlijn bedoelde ondernemingen;
c) individuele gevallen van toepassing van de steunregelingen bedoeld in artikel 4, leden 5, tweede alinea, en 7, van deze richtlijn wanneer de Commissie zulks nadrukkelijk heeft bepaald bij de goedkeuring van de betrokken steunregeling.”
Bepalingen van nationaal recht
11 Uit de verwijzingsbeschikking blijkt dat decreto nr. 217/1994, aldus de preambule ervan, tot doel heeft „de steun te regelen die aan de Galicische scheepswerven kan worden verleend ter stimulering van de scheepsbouwsector van Galicia door de invoering van steunmaatregelen voor de bouw en de verbouwing van zeeschepen die wegens hun bruto registertonnage, hun vermogen – in het geval van sleepboten – of wegens het materiaal van het casco, het type, de omvang en/of de kenmerken van de bouw of de verbouwing niet in aanmerking komen voor de steun van richtlijn [90/684] [...]”.
12 Artikel 2 van dit decreto bepaalt:
„Voor de toepassing van dit decreto wordt onder scheepsbouwsector verstaan, de Galicische scheepsbouwondernemingen die zeeschepen met metalen casco van minder dan 100 brt mogen bouwen.”
13 Artikel 3 van dit decreto preciseert:
„Onder scheepsbouw wordt verstaan: de bouw van de volgende vaartuigen (schepen) met metalen casco, die volledig door de in artikel 2 bedoelde ondernemingen zijn gebouwd:
a) koopvaardijschepen voor het vervoer van passagiers en/of goederen van minder dan 100 brt;
b) visserijschepen van minder dan 100 brt;
c) baggermolens of andere schepen voor werk op zee van minder dan 100 brt, met uitzondering van de boorplatforms;
d) sleepboten met een vermogen van minder dan 365 kW.”
14 Artikel 4 van decreto nr. 217/1994 luidt:
„Onder scheepsverbouwing wordt verstaan: de verbouwing van de zeeschepen als bedoeld in artikel 39, van minder van 1 000 brt na de verbouwingswerkzaamheden, voorzover de uitgevoerde werkzaamheden een ingrijpende wijziging van de romp, het voortstuwingsmechanisme en/of de elektriciteitscentrale, het laadplan en de passagiersverblijven in de schepen voor passagiersvervoer met zich brengen, dan wel tot doel hebben de visserijmethoden te verbeteren, evenals de arbeidsomstandigheden en de veiligheid in de visbakken, zowel in het achter- als het voorsteven.”
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
15 In 1994 heeft de Administración del Estado het Tribunal Superior de Justicia de Galicia om nietigverklaring van decreto nr. 217/1994 verzocht, met name op grond dat dit decreto in strijd met de gemeenschapsregeling inzake staatssteun was vastgesteld.
16 Bij arrest van 16 december 1996 heeft deze rechterlijke instantie dit beroep verworpen, in wezen omdat artikel 93, lid 3, van het Verdrag haars inziens geen verplichting oplegt om steunregelingen die, zoals die van decreto nr. 217/1994, buiten de werkingssfeer van richtlijn 90/684 vallen en bijgevolg als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt moeten worden beschouwd, van tevoren bij de Commissie aan te melden.
17 De Administración del Estado heeft tegen dit arrest bij het Tribunal Supremo beroep in cassatie ingesteld. Tot staving van dit beroep betoogt zij met name, dat decreto nr. 217/1994 in strijd met de verplichting tot voorafgaande aanmelding van artikel 93, lid 3, van het Verdrag en de speciale kennisgevingsvoorschriften van artikel 11 van richtlijn 90/684 is vastgesteld.
18 In zijn verwijzingsbeschikking merkt het Tribunal Supremo enerzijds op dat de bewoordingen van richtlijn 90/684 de indruk wekken dat de verplichting tot voorafgaande aanmelding van artikel 93, lid 3, van het Verdrag enkel geldt voor binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallende steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing, waaruit a contrario zou kunnen worden afgeleid dat deze aanmeldingsverplichting niet van toepassing is op buiten deze werkingssfeer vallende steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing. Ervan uitgaand dat laatstgenoemde steun het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag, kan deze steun naar het oordeel van de verwijzende rechter als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. Anderzijds wijst het Tribunal Supremo erop dat omgekeerd kan worden gesteld dat richtlijn 90/684 niet beoogt de lidstaten van de verplichting tot voorafgaande aanmelding van artikel 93, lid 3, van het Verdrag vrij te stellen, zodat deze verplichting ook geldt voor niet binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallende steun.
19 In deze omstandigheden heeft het Tribunal Supremo besloten, het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen:
„Kan op grond van het bepaalde in artikel 87, leden 1 en 3, sub c en [e], en artikel 88, lid 3, [...] EG, gelezen in samenhang met richtlijn 90/684 [...], zonder voorafgaande aanmelding bij de Commissie een nationale regeling worden vastgesteld – zoals de in decreto nr. 217/1994 [...] vervatte regeling – waarin een ‚nieuw stelsel van steunmaatregelen’ wordt ingevoerd voor een specifieke sector van scheepsbouw en ‑verbouwing, te weten de sector die wegens de bruto registertonnage, het vermogen en andere factoren van de betrokken schepen niet binnen de werkingssfeer van bovengenoemde richtlijn 90/684 valt?”
De prejudiciële vraag
20 Uit het dossier blijkt dat de verwijzende rechter, ofschoon in de prejudiciële vraag naar artikel 92 EG-Verdrag (thans artikel 87 EG) wordt verwezen, van het Hof wenst te vernemen wat de strekking is van de verplichting tot voorafgaande aanmelding van artikel 93, lid 3, EG-Verdrag (thans artikel 88, lid 3, EG). Met zijn vraag wenst deze rechter in wezen te vernemen of deze verplichting ook geldt voor een nieuwe steunregeling voor werkzaamheden van scheepsbouw en ‑verbouwing die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 vallen.
21 In dit verband zij eraan herinnerd dat dit artikel 93 in een bijzondere procedure van voortdurend onderzoek van en toezicht op staatssteun door de Commissie voorziet. Met betrekking tot nieuwe steunmaatregelen voorziet lid 3 van dit artikel in een voorafgaande procedure zonder welke geen steunmaatregel kan worden geacht op regelmatige wijze te zijn vastgesteld. In het bijzonder moet volgens deze bepaling de Commissie van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte worden gebracht om haar opmerkingen te kunnen maken, en kan de betrokken lidstaat de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid.
22 Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, volgt daaruit dat de Commissie ingevolge artikel 93, lid 3, eerste volzin, van het Verdrag van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen op de hoogte moet worden gebracht voordat die maatregelen worden uitgevoerd (zie arresten van 2 april 1998, Commissie/Sytraval en Brink’s France, C‑367/95 P, Jurispr. blz. I‑1719, punt 35; 17 juni 1999, Piaggio, C‑295/97, Jurispr. blz. I‑3735, punt 44, en 29 april 2004, Griekenland/Commissie, C‑278/00, Jurispr. blz. I‑3997, punt 30).
23 Overeenkomstig artikel 94 van het Verdrag kan de Raad bij verordening evenwel bepalen welke soorten van steunmaatregelen van deze aanmeldingsprocedure worden vrijgesteld.
24 In casu stelt de Xunta de Galicia in wezen, dat de bij decreto nr. 217/1994 ingestelde steunregeling niet bij de Commissie behoefde te worden aangemeld krachtens artikel 93, lid 3, van het Verdrag, omdat deze regeling specifiek steun beoogt toe te kennen voor scheepsbouw‑ en scheepsverbouwingsactiviteiten die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 vallen.
25 In dit verband zij echter vastgesteld dat, ten tijde van de vaststelling van decreto nr. 217/1994, geen enkele verordening krachtens artikel 94 van het Verdrag steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing van de aanmeldingsprocedure van artikel 93, lid 3, van het Verdrag vrijstelde.
26 In het bijzonder moet met de Commissie worden opgemerkt dat richtlijn 90/684 niet alleen geen bepalingen bevat waarin in een dergelijke vrijstelling is voorzien, maar dergelijke bepalingen ook niet kan bevatten, aangezien deze richtlijn niet op artikel 94 van het Verdrag is gebaseerd, maar op artikel 92, lid 3, sub e, van dit Verdrag, dat de Raad enkel toestaat bepaalde soorten van steunmaatregelen vast te stellen die als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd. In plaats van de binnen haar werkingssfeer vallende steun voor de scheepsbouw vrij te stellen, voorziet richtlijn 90/684 luidens artikel 11, lid 1, ervan, integendeel in „speciale kennisgevingsvoorschriften” „naast de artikelen 92 en 93 van het Verdrag”.
27 Daar de steun waarop decreto nr. 217/1994 betrekking heeft, niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 valt, golden voor dit decreto niet de speciale kennisgevingsvoorschriften van deze richtlijn.
28 Deze omstandigheid doet evenwel niet af aan het feit dat, bij ontstentenis van een op grond van artikel 94 van het Verdrag vastgestelde verordening waarbij steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing van de aanmeldingsprocedure van artikel 93, lid 3, van het Verdrag wordt vrijgesteld, deze aanmeldingsprocedure van toepassing blijft op die steun, met inbegrip van de steun die niet binnen de werkingssfeer van deze richtlijn valt.
29 Aangezien volgens artikel 11, lid 1, van richtlijn 90/684 voor de binnen de werkingssfeer van deze richtlijn vallende steun voor de scheepsbouw en ‑verbouwing aanvullende kennisgevingsvoorschriften gelden naast die van artikel 93, lid 3, van het Verdrag, is overigens op de steun aan deze sector die niet binnen deze werkingssfeer valt, a fortiori alleen de aanmeldingsprocedure van de laatstgenoemde bepaling van toepassing.
30 De Xunta de Galicia is evenwel van mening dat, voorzover in richtlijn 90/684 bepaalde steunmaatregelen ten gunste van grote schepen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden erkend, het feit dat deze richtlijn geen bepalingen betreffende mogelijke steunmaatregelen ten behoeve van kleinere schepen bevat, kan betekenen dat dit soort van maatregelen het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt. Deze richtlijn moet dan worden uitgelegd als een stilzwijgende erkenning van de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt van steunmaatregelen voor de bouw en de verbouwing van schepen waarvan de tonnage of het vermogen geringer is dan die bedoeld in artikel 1 van deze richtlijn, zodat zij voor deze schepen als het ware een specifieke de-minimisregel heeft ingesteld.
31 Anders dan de Xunta de Galicia stelt, kan de mogelijke verenigbaarheid van staatssteun met de gemeenschappelijke markt evenwel niet als zodanig afdoen aan de verplichting tot voorafgaande aanmelding van deze steun bij de Commissie overeenkomstig artikel 93, lid 3, van het Verdrag. Het is immers vaste rechtspraak dat wanneer de Commissie naderhand een eindbeslissing geeft waarbij steunmaatregelen verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden verklaard, dit niet tot gevolg heeft dat de uitvoering van steunmaatregelen die in strijd met artikel 93, lid 3, van het Verdrag niet zijn aangemeld, achteraf wordt gedekt (arresten van 21 november 1991, Fédération nationale du commerce extérieur des produits alimentaires en Syndicat national des négociants et transformateurs de saumon, C‑354/90, Jurispr. blz. I‑5505, punten 16 en 17, en 21 oktober 2003, Van Calster e.a., C‑261/01 en C‑262/01, Jurispr. blz. I‑12249, punten 62 en 63).
32 Integendeel, de aanmeldingsprocedure van artikel 93, lid 3, van het Verdrag geldt enkel voor steunmaatregelen van de staten in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag (arrest van 9 oktober 1984, Heineken Brouwerijen, 91/83 en 127/83, Jurispr. blz. 3435, punt 11). Ingevolge artikel 92, lid 1, van het Verdrag moet een maatregel, om als staatssteun te worden gekwalificeerd, met name het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden (zie in die zin arresten van 24 juli 2003, Altmark Trans en Regierungspräsidium Magdeburg, C‑280/00, Jurispr. blz. I‑7747, punten 74 en 75, en 3 maart 2005, Heiser, C‑172/03, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 27).
33 De nationale rechter dient het begrip steunmaatregel als bedoeld in artikel 92, lid 1, van het Verdrag uit te leggen en toe te passen om uit te maken of een overheidsmaatregel die buiten de voorafgaande controleprocedure van artikel 93, lid 3, om is ingesteld, daaraan al dan niet had moeten worden onderworpen (arrest van 9 augustus 1994, Namur‑Les assurances du crédit, C‑44/93, Jurispr. blz. I‑3829, punt 16).
34 In dit verband zij om te beginnen vastgesteld dat de binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 vallende steun aan de scheepsbouw het handelsverkeer tussen de lidstaten stellig ongunstig beïnvloedt in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag. Richtlijn 90/684 is immers vastgesteld op grond van artikel 92, lid 3, sub e, van het Verdrag, volgens hetwelke als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd de soorten van steunmaatregelen die bij besluit van de Raad zijn aangewezen. Wanneer steun onder een uitzonderingsregeling valt die uit hoofde van deze bepaling is vastgesteld, is hij in beginsel evenwel onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en wordt hij slechts als verenigbaar beschouwd op voorwaarde dat hij voldoet aan de in de beschikking tot goedkeuring van die regeling genoemde uitzonderingscriteria (arresten van 18 mei 1993, België/Commissie, C‑356/90 en C‑180/91, Jurispr. blz. I‑2323, punten 30 en 33; 5 oktober 1994, Duitsland/Commissie, C‑400/92, Jurispr. blz. I‑4701, punt 15, en 21 maart 2002, Spanje/Commissie, C‑36/00, Jurispr. blz. I‑3243, punt 47).
35 Bijgevolg valt deze steun, aangezien hij in beginsel onverenigbaar is, onder het begrip steunmaatregel van de staten in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag, wat betekent dat hij het handelsverkeer tussen de lidstaten noodzakelijkerwijs ongunstig beïnvloedt (zie in die zin arrest Spanje/Commissie, reeds aangehaald, punt 48). Aldus blijkt in casu meer bepaald uit de derde, de zesde, de negende en de veertiende overweging van de considerans van richtlijn 90/684, dat deze richtlijn tot doel heeft op een wereldmarkt eerlijke concurrentie op internationaal niveau tussen de scheepswerven te waarborgen, door de bouw van technologisch meer geavanceerde schepen aan te moedigen teneinde het voortbestaan van een efficiënte en concurrerende Europese scheepsbouwindustrie te verzekeren.
36 Zoals de Spaanse en de Nederlandse regering alsmede de Commissie evenwel terecht betogen, houdt deze vaststelling geenszins in dat de steun aan de scheepsbouw die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 valt, als steun moet worden aangemerkt die het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt.
37 Immers, hoewel artikel 92, lid 3, sub e, van het Verdrag de Raad machtigt om te bepalen welke soorten van steunmaatregelen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd, verleent het de Commissie geen enkele bevoegdheid om artikel 92, lid 1, van dit Verdrag uit te leggen (zie in die zin arrest van 14 april 2005, België/Commissie, C‑110/03, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 58).
38 Bijgevolg was de Raad, zoals de advocaat-generaal in punt 28 van zijn conclusie terecht heeft opgemerkt, bij de vaststelling van richtlijn 90/684 niet bevoegd om de Commissie te machtigen te verklaren dat bepaalde steunmaatregelen voor de scheepsbouw het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden, met als consequentie dat voor deze steunmaatregelen de aanmeldingsprocedure van artikel 93, lid 3, van het Verdrag niet zou gelden.
39 In casu is het namelijk geenszins uitgesloten dat de steun die door de betrokken gedecentraliseerde autoriteiten wordt verleend aan ondernemingen die plaatselijk of regionaal diensten voor scheepsbouw of ‑verbouwing verrichten waarvoor de tonnage‑ of vermogensdrempels van richtlijn 90/684 niet gelden, toch van invloed kan zijn op het handelsverkeer tussen de lidstaten.
40 Zoals het Hof immers reeds heeft geoordeeld, hangt de voorwaarde voor de toepassing van artikel 92, lid 1, van het Verdrag, dat de steunmaatregel het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig moet beïnvloeden, niet af van het plaatselijke of regionale karakter van de verrichte diensten of van de omvang van de betrokken sector van bedrijvigheid (arrest Altmark Trans en Regierungspräsidium Magdeburg, reeds aangehaald, punt 82).
41 Bovendien bestaat er geen drempel of percentage waaronder het handelsverkeer tussen de lidstaten kan worden geacht niet ongunstig te worden beïnvloed. De omstandigheid dat het steunbedrag betrekkelijk gering is of de begunstigde onderneming vrij klein, sluit immers niet a priori de mogelijkheid uit dat het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed (arrest Altmark Trans en Regierungspräsidium Magdeburg, reeds aangehaald, punt 81; arrest van 27 november 2003, Enirisorse, C‑34/01–C‑38/01, Jurispr. blz. I‑14243, punt 28, en arrest Heiser, reeds aangehaald, punt 32).
42 In het bijzonder kan steun van betrekkelijk geringe omvang dit handelsverkeer ongunstig beïnvloeden, wanneer de mededinging in de sector waarin de steunontvangende ondernemingen werkzaam zijn, intens is (zie arresten van 26 september 2002, Spanje/Commissie, C‑351/98, Jurispr. blz. I‑8031, punt 63, en 29 april 2004, Italië/Commissie, C‑298/00 P, Jurispr. blz. I‑4087, punt 54).
43 Wanneer een sector wordt gekenmerkt door een groot aantal kleine ondernemingen, kan steun, zelfs indien deze individueel gezien van geringe omvang is, maar potentieel alle of een zeer groot gedeelte van de ondernemingen in die sector daarvoor in aanmerking komen, gevolgen voor het handelsverkeer tussen de lidstaten hebben (zie arresten van 26 september 2002, Spanje/Commissie, reeds aangehaald, punt 64, en 29 april 2004, Italië/Commissie, C‑372/97, Jurispr. blz. I‑3679, punt 57).
44 Wanneer, ten slotte, steun van een staat of met staatsmiddelen bekostigd de positie van een onderneming ten opzichte van andere concurrerende ondernemingen in het intracommunautaire handelsverkeer versterkt, moet dit handelsverkeer worden geacht door de steun te worden beïnvloed (arresten van 17 september 1980, Philip Morris/Commissie, 730/79, Jurispr. blz. 2671, punt 11, en 19 september 2000, Duitsland/Commissie, C‑156/98, Jurispr. blz. I‑6857, punt 33).
45 Wanneer een lidstaat overheidssteun toekent aan scheepsbouw- of scheepsverbouwingsondernemingen, kunnen deze ondernemingen hun diensten daardoor evenwel blijven verrichten of intensiveren, met als gevolg dat de kansen van in andere lidstaten gevestigde ondernemingen om hun diensten in deze sector op de markt van deze staat te verrichten, afnemen (zie in die zin arrest Altmark Trans en Regierungspräsidium Magdeburg, reeds aangehaald, punt 78).
46 In casu blijkt overigens uit de preambule van decreto nr. 217/1994, dat dit decreto tot doel heeft de scheepswerven van Galicië, waarvan de clientèle bestaat uit „nationale en buitenlandse reders van vissersvaartuigen, koopvaardijschepen en andere zeeschepen”, in staat te stellen „soortgelijke financieringswaarborgen en ‑voorwaarden als hun concurrenten” te bieden.
47 Aangezien niet is uitgesloten dat de door de betrokken steunregeling begunstigde scheepswerven van Galicia concurreren met in een andere lidstaat gevestigde scheepswerven, moet bijgevolg de voorwaarde voor de toepassing van artikel 92, lid 1, van het Verdrag, betreffende de ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer tussen de lidstaten, worden geacht te zijn vervuld.
48 Indien een steunregeling voor de scheepsbouw en ‑verbouwing als die welke bij decreto nr. 217/1994 is ingevoerd, die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 valt, op zich staatssteun in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag kan opleveren, moet deze dus krachtens artikel 93, lid 3, van het Verdrag vooraf bij de Commissie worden aangemeld.
49 In geval van schending van deze bepaling dient de nationale rechter daaraan overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties te verbinden, zowel wat de geldigheid van handelingen tot uitvoering van de steunmaatregelen betreft, als wat de terugvordering van in strijd met deze bepaling toegekende financiële steun betreft (zie in die zin arresten Fédération nationale du commerce extérieur des produits alimentaires en Syndicat national des négociants et transformateurs de saumon, reeds aangehaald, punten 11 en 12, en Van Calster e.a., reeds aangehaald, punt 53, en arrest van 15 juli 2004, Pearle e.a., C‑345/02, Jurispr. blz. I‑7139, punt 31). Meer bepaald moet de vaststelling dat een steun in strijd met artikel 93, lid 3, laatste volzin, van het Verdrag is toegekend, in beginsel ertoe leiden dat deze overeenkomstig de nationale procedureregels wordt terugbetaald (arrest van 11 juli 1996, SFEI e.a., C‑39/94, Jurispr. blz. I‑3547, punt 68).
50 Gelet op een en ander, moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord dat een steunregeling voor de scheepsbouw en ‑verbouwing als die welke bij decreto nr. 217/1994 is ingevoerd, die niet binnen de werkingssfeer van richtlijn 90/684 valt, krachtens artikel 93, lid 3, van het Verdrag vooraf bij de Commissie moet worden aangemeld, indien komt vast te staan dat deze regeling op zich staatssteun in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag kan opleveren. In geval van schending van deze bepaling dient de nationale rechter daaraan overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties te verbinden, zowel wat de geldigheid van handelingen tot uitvoering van de steunmaatregelen betreft, als wat de teruggave van in strijd met deze bepaling toegekende financiële steun betreft.
Kosten
51 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Derde kamer) verklaart voor recht:
Een steunregeling voor de scheepsbouw en de scheepsverbouwing als die welke bij decreto nr. 217/1994 van 23 juni 1994 is ingevoerd, die niet binnen de werkingssfeer valt van richtlijn 90/684/EEG van de Raad van 21 december 1990 betreffende de steunverlening aan de scheepsbouw, moet krachtens artikel 93, lid 3, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 88, lid 3, EG) vooraf bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen worden aangemeld, indien komt vast te staan dat deze regeling op zich staatssteun in de zin van artikel 92, lid 1, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 87, lid 1, EG) kan opleveren. In geval van schending van deze bepaling dient de nationale rechter daaraan overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties te verbinden, zowel wat de geldigheid van handelingen tot uitvoering van de steunmaatregelen betreft, als wat de teruggave van in strijd met deze bepaling toegekende financiële steun betreft.
ondertekeningen
* Procestaal: Spaans.
Full & Egal Universal Law Academy