Zaak C‑379/04
Richard Dahms GmbH
tegen
Fränkischer Weinbauverband eV
(verzoek van het Landgericht Würzburg om een prejudiciële beslissing)
„Wijnbouwproducten – Verordening (EG) nr. 753/2002 – Artikel 21 – Rechtstreekse werking – Concours van wijnen en mousserende wijnen – Inschrijvingsgeld voor deelneming aan concours”
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 13 oktober 2005
Samenvatting van het arrest
Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Wijn – Aanduiding en aanbiedingsvorm van wijn – Verordening nr. 753/2002 – Gebruik van facultatieve vermeldingen in etikettering – Concours waarbij die vermeldingen worden toegekend – Wijze van organisatie van die concoursen – Uitgesloten van werkingssfeer van die verordening
(Verordening nr. 753/2002 van de Commissie, art. 21)
Artikel 21 van verordening nr. 753/2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, waarborgt de mogelijkheid om op de etikettering van tafelwijn met een geografische aanduiding of in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (v.q.p.r.d.) onderscheidingen of medailles te vermelden die zijn toegekend in het kader van door de lidstaten of door derde landen toegestane concoursen, na een objectieve procedure die elke discriminatie uitsluit. Dit artikel heeft dus niet tot doel, procedurevoorschriften voor de organisatie van die concoursen vast te leggen.
Derhalve kunnen de deelnemers of potentiële deelnemers aan een wijnconcours zich niet op deze bepaling beroepen om de wijze van organisatie van dit concours en met name de regels voor de vaststelling van het inschrijvingsgeld te betwisten.
(cf. punten 16‑17, 21 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
13 oktober 2005 (*)
„Wijnbouwproducten – Verordening (EG) nr. 753/2002 – Artikel 21 – Rechtstreekse werking – Concours van wijnen en mousserende wijnen – Inschrijvingsgeld voor deelneming aan concours”
In zaak C-379/04,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Landgericht Würzburg (Duitsland) bij beslissing van 23 augustus 2004, ingekomen bij het Hof op 3 september 2004, in de procedure
Richard Dahms GmbH
tegen
Fränkischer Weinbauverband eV,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: A. Rosas, kamerpresident, A. La Pergola, A. Borg Barthet, U. Lõhmus (rapporteur) en A. Ó Caoimh, rechters,
advocaat-generaal: L. A. Geelhoed,
griffier: R. Grass,
gezien de stukken,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
– Richard Dahms GmbH, vertegenwoordigd door J. Haas, Rechtsanwalt,
– Fränkischer Weinbauverband eV, vertegenwoordigd door B. Vincke, Rechtsanwalt,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. Erlbacher en T. van Rijn als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 21 van verordening (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten (PB L 118, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Richard Dahms GmbH (hierna: „Dahms”) en Fränkischer Weinbauverband eV (hierna: „Weinbauverband”), over het bedrag van het inschrijvingsgeld voor deelneming aan een wijnconcours.
Toepasselijke bepalingen van gemeenschapsrecht
3 Artikel 47 van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 179, blz. 1), bevat met name de voorschriften voor de etikettering van bepaalde producten, die tot doel hebben de wettige belangen van de consumenten en de producenten te beschermen, de soepele werking van de interne markt te verzekeren en de vervaardiging van kwaliteitsproducten te bevorderen. In dit artikel wordt onderscheid gemaakt tussen aanduidingen die verplicht op de etiketten moeten worden vermeld en die welke facultatief zijn.
4 In bijlage VII, B, punt 1, sub b, derde streepje, bij voormelde verordening wordt voorzien in de mogelijkheid om onder nader door de Commissie te bepalen voorwaarden op het etiket, naast de geografische aanduiding, „een onderscheiding, medaille of concours” te vermelden.
5 Verordening nr. 753/2002 is vastgesteld om uitvoering te geven aan de voorschriften betreffende met name de aanbiedingsvorm van bepaalde wijnbouwproducten. Titel IV daarvan bevat de bepalingen betreffende tafelwijn met een geografische aanduiding en in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (hierna: „v.q.p.r.d.”).
6 Artikel 21 van de genoemde verordening, dat onder titel IV staat, bepaalt onder het opschrift „Onderscheidingen, medailles”:
„Ter uitvoering van het bepaalde in bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, derde streepje, van verordening (EG) nr. 1493/1999 mogen op de etikettering van tafelwijn met een geografische aanduiding of v.q.p.r.d. onderscheidingen of medailles worden vermeld, op voorwaarde dat zij aan de betrokken partij wijn zijn toegekend in het kader van een door de lidstaten of door derde landen toegestaan concours, na een objectieve procedure die elke discriminatie uitsluit. De lidstaten en de derde landen delen de Commissie de lijst van de erkende concoursen mee. De Commissie zorgt met alle passende middelen voor de bekendmaking van deze lijsten.”
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
7 Dahms, verzoekster in het hoofdgeding, exploiteert een onderneming voor wijnbouw en wijnhandel. Weinbauverband, verweerder in het hoofdgeding, organiseert in Duitsland de Fränkische Wein‑ und Sektprämierung. Het inschrijvingsgeld voor dit concours varieert naargelang de deelnemer al dan niet lid van Weinbauverband is. Zo bedraagt het inschrijvingsgeld 46 EUR per partij wijn voor een lid van deze organisatie en 92 EUR per partij voor andere deelnemers, en 76,50 EUR respectievelijk 153 EUR per partij mousserende wijn.
8 Dahms was tot 2001 lid van Weinbauverband en heeft aan diverse concoursen deelgenomen. Zij is thans geen lid meer van deze organisatie en komt voor het Landgericht op tegen de door Weinbauverband opgelegde voorwaarden inzake het inschrijvingsgeld, die volgens haar discriminatie in de zin van artikel 21 van verordening nr. 753/2002 vormen, alsmede tegen het misbruik dat de monopoliepositie van Weinbauverband bij de organisatie van dergelijke concoursen inhoudt.
9 Dahms wenst onder dezelfde voorwaarden als de leden van Weinbauverband aan de concoursen deel te nemen. Subsidiair verzoekt zij, als niet-lid tot het concours te worden toegelaten tegen betaling van een door het Landgericht vast te stellen inschrijvingsgeld.
10 Weinbauverband betoogt voor de verwijzende rechter dat hij als vereniging het recht heeft, verschillende tarieven voor het inschrijvingsgeld te bepalen naargelang de deelnemers al dan niet lid zijn. Hij betwist dat er in het hoofdgeding sprake is van discriminatie in de zin van artikel 21 van verordening nr. 753/2002. Volgens hem is deze bepaling immers gericht tot de lidstaten en roept zij voor particulieren geen subjectief recht in het leven, en verbiedt dit artikel bovendien enkel willekeurige discriminatie.
11 In die omstandigheden heeft het Landgericht Würzburg besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:
„1) Kan verzoekster aan artikel 21 van verordening (EG) nr. 753/2002 een subjectief recht ontlenen om bij de Fränkische Wein‑ und Sektprämierung niet door verweerder te worden gediscrimineerd?
2) Ingeval de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
Levert de omstandigheid dat verweerder van verzoekster, die geen lid is van verweerder, voor deelneming aan de Fränkische Wein‑ und Sektprämierung tweemaal zoveel inschrijvingsgeld vraagt als van zijn leden, discriminatie in de zin van artikel 21 van verordening (EG) nr. 753/2002 op?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
De eerste vraag
12 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of artikel 21 van verordening nr. 753/2002 Dahms een subjectief recht verleent waarop zij zich kan beroepen om op te komen tegen de discriminatie waarvan zij beweerdelijk het slachtoffer is geweest omdat zij voor deelneming aan de Fränkische Wein‑ und Sektprämierung een hoger inschrijvingsgeld heeft moeten betalen dan de leden van Weinbauverband.
13 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat krachtens artikel 249, tweede alinea, EG een verordening een algemene strekking heeft en rechtstreeks toepasselijk is in elke lidstaat. Volgens vaste rechtspraak kan zij, wegens haar aard en functie in het stelsel van de communautaire rechtsbronnen, aan particulieren rechten verlenen die de nationale rechter gehouden is te beschermen (zie met name arresten van 10 oktober 1973, Variola, 34/73, Jurispr. blz. 981, punt 8, en 17 september 2002, Muñoz en Superior Fruiticola, C‑253/00, Jurispr. blz. I‑7289, punt 27).
14 Het staat aan de nationale rechterlijke instanties die in het kader van hun bevoegdheden belast zijn met de toepassing van de bepalingen van gemeenschapsrecht, de volle werking van deze bepalingen te verzekeren (zie met name arresten van 9 maart 1978, Simmenthal, 106/77, Jurispr. blz. 629, punt 16; 19 juni 1990, Factortame e.a., C‑213/89, Jurispr. blz. I‑2433, punt 19, en 20 september 2001, Courage en Crehan, C‑453/99, Jurispr. blz. I‑6297, punt 25, en arrest Muñoz en Fruiticola Superior, reeds aangehaald, punt 28).
15 Artikel 21 van verordening nr. 753/2002 bevat nadere regels voor de uitvoering van bijlage VII bij verordening nr. 1493/1999. Artikel 47 van laatstgenoemde verordening bepaalt onder meer dat de verplichte en facultatieve vermeldingen op de etiketten van bepaalde wijnbouwproducten tal van doelstellingen kunnen dienen. Deze doelstellingen worden eveneens vermeld in de vierde overweging van de considerans van verordening nr. 753/2002, naar luid waarvan het gaat om de bescherming van de wettige consumenten‑ en producentenbelangen, de soepele werking van de interne markt en de bevordering van de vervaardiging van kwaliteitsproducten.
16 Zoals de Commissie terecht opmerkt, waarborgt artikel 21 van verordening nr. 753/2002 de mogelijkheid om op de etikettering van tafelwijn met een geografische aanduiding of v.q.p.r.d. onderscheidingen of medailles te vermelden. Deze mogelijkheid is gebonden aan de voorwaarde dat deze onderscheidingen of medailles zijn toegekend in het kader van een door de lidstaten of door derde landen toegestaan concours, na een objectieve procedure die elke discriminatie uitsluit.
17 Bijgevolg heeft artikel 21 van verordening nr. 753/2002, zoals duidelijk blijkt uit de bewoordingen daarvan, betrekking op de etikettering van de betrokken wijnen, maar heeft het niet tot doel procedurele voorschriften voor de organisatie van wijnconcoursen vast te leggen. Dit artikel bepaalt weliswaar dat de procedure voor de toekenning van onderscheidingen en medailles aan een aantal dwingende eisen moet voldoen, maar regelt daarom nog niet de overige aspecten van de voor de organisatie van wijnconcoursen geldende procedure, ook al vormt dit het kader waarin dergelijke onderscheidingen en medailles worden toegekend.
18 Derhalve moet worden geoordeeld dat artikel 21 van verordening nr. 753/2002 betrekking heeft op de facultatieve vermeldingen betreffende de onderscheidingen en de medailles die ter bescherming van de wettige belangen van de consumenten en vooral van de producenten op de etikettering mogen worden aangebracht. De procedure of de regels voor toekenning van dergelijke onderscheidingen of medailles alsmede de regels die op de organisatie van wijnconcoursen van toepassing zijn, vallen onder de uitsluitende bevoegdheid van de lidstaten, op voorwaarde dat wanneer onderscheidingen en medailles in een dergelijk kader worden toegekend, het betrokken concours door de bevoegde nationale autoriteiten is toegestaan en de procedure voor toekenning ervan objectief is en elke discriminatie uitsluit.
19 Derhalve kan een deelnemer of potentiële deelnemer aan een wijnconcours zich niet op de inhoud van voormeld artikel 21 beroepen om de regels voor de organisatie van een concours in het algemeen en de vaststelling van het inschrijvingsgeld voor dit concours in het bijzonder te betwisten.
20 Daarentegen zullen, ingeval op een etiket onderscheidingen of medailles worden vermeld, concurrerende wijnproducenten zich tegen het gebruik van deze vermeldingen kunnen verzetten wanneer deze zijn toegekend na een concours dat niet door de bevoegde nationale autoriteiten is toegestaan, of na een niet-objectieve of discriminerende procedure.
21 Bijgevolg moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 21 van verordening nr. 753/2002 aldus moet worden uitgelegd dat deelnemers of potentiële deelnemers aan een wijnconcours zich niet op deze bepaling kunnen beroepen om de wijze van organisatie van dit concours en met name de regels voor de vaststelling van het inschrijvingsgeld te betwisten.
De tweede vraag
22 Gelet op het antwoord op de eerste vraag is de tweede vraag zonder voorwerp geraakt en behoeft zij niet te worden beantwoord.
Kosten
23 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Derde kamer) verklaart voor recht:
Artikel 21 van verordening (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, moet aldus worden uitgelegd dat deelnemers of potentiële deelnemers aan een wijnconcours zich niet op deze bepaling kunnen beroepen om de wijze van organisatie van dit concours en met name de regels voor de vaststelling van het inschrijvingsgeld te betwisten.
ondertekeningen
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy