Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 14 september 2006 – Banca Popolare FriulAdria / Agenzia delle Entrate, Ufficio Pordenone
(Zaak C‑336/04)
„Staatssteun – Beschikking 2002/581/EG – Belastingvoordelen voor banken – Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Prejudiciële vraag die identiek is met vraag waarover Hof zich reeds heeft uitgesproken”
Steunmaatregelen van de staten – Beschikking van Commissie houdende vaststelling van onverenigbaarheid van steunmaatregel met gemeenschappelijke markt – Nationale maatregel waarbij terugbetaling van steun wordt gelast (Art. 87 EG; verordening nr. 659/1999 van de Raad, art. 14) (cf. punt 38, dictum 2)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Commissione tributaria provinciale di Pordenone – Geldigheid van beschikking 2002/581/EG van de Commissie van 11 december 2001 inzake de fiscale maatregelen voor banken en bancaire stichtingen, ten uitvoer gelegd door Italië [kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3955] (PB 2002, L 184, blz. 27)
Dictum
1)
Bij onderzoek van de prejudiciële vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van beschikking 2002/581/EG van de Commissie van 11 december 2001 inzake de fiscale maatregelen voor banken en bancaire stichtingen, ten uitvoer gelegd door Italië.
2)
De artikelen 87 EG en volgende, artikel 14 van verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag, en het vertrouwens‑, het rechtszekerheids‑ en het evenredigheidsbeginsel kunnen niet in de weg staan aan een nationale maatregel die de terugbetaling van steun gelast ter uitvoering van een beschikking van de Commissie waarbij die steun onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard en bij toetsing waarvan aan die bepalingen en algemene beginselen niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten.
Full & Egal Universal Law Academy