28.8.2004
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 217/24
Beroep, op 28 mei 2004 ingesteld door Gul Ahmed Textil Mills Ltd tegen Raad van de Europese Unie
(Zaak T-199/04)
(2004/C 217/44)
Procestaal:Engels
Bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen is op 28 mei 2004 beroep ingesteld tegen de Raad van de Europese Unie door Gul Ahmed Textil Mills Ltd, gevestigd te Landhi, Karachi (Pakistan), vertegenwoordigd door L. Ruesmann, advocaat, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.
Verzoekster concludeert dat het het Gerecht behage:
—
artikel 1 van verordening (EG) nr. 397/2004 van de Raad van 2 maart 2004 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van katoenhoudend beddenlinnen uit Pakistan (1) nietig te verklaren, voorzover een antidumpingrecht is ingesteld op de producten van verzoekster;
—
de Raad te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster is een Pakistaanse onderneming die beddenlinnen vervaardigt en naar de Europese Unie uitvoert. Op haar producten zijn bij de bestreden verordening antidumpingrechten ingesteld. Tot staving van haar verzoek tot nietigverklaring van deze verordening voert verzoekster de volgende middelen aan:
—
schending van artikel 5, leden 7 en 9, van verordening (EG) nr. 384/96 (2) en van de artikelen 5.1. en 5.2. van de Antidumpingovereenkomst van de Wereldhandelsorganisatie, voorzover betrekking hebbend op de opening van het onderzoek. Verzoekster stelt dat de klacht naar aanleiding waarvan het onderzoek is geopend, kennelijk onvoldoende was, zowel ten aanzien van de daarin gestelde feiten als ten aanzien van de argumenten die daarin met het oog op de opening van een onderzoek zijn aangevoerd;
—
een kennelijke beoordelingsfout, schending van artikel 2, leden 3 en 5, en artikel 18, lid 4, van verordening (EG) nr. 384/96, en schending van de Antidumpingovereenkomst van de Wereldhandelsorganisatie, voorzover het de berekening van de normale waarde betreft;
—
schending van artikel 2, lid 10, van verordening (EG) nr. 384/96, van de Antidumpingovereenkomst van de Wereldhandelsorganisatie en van de verplichting krachtens artikel 253 EG om de op de vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs toegepaste neerwaartse correctie toereikend te motiveren;
—
een kennelijke beoordelingsfout, schending van artikel 3 van verordening (EG) nr. 384/96 en van de Antidumpingovereenkomst van de Wereldhandelsorganisatie, voorzover het gaat om de vaststelling van het bestaan van materiële schade en de vaststelling van een causaal verband tussen enerzijds de gestelde importen met dumping en anderzijds de gestelde schade.
(1) PB 2004, L 66, blz. 1.
(2) PB 1996, L 56, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy