BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN DE VIJFDE KAMER VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG
1 maart 2007 (*)
„Vertrouwelijkheid”
In zaak T‑336/04,
TVDanmark A/S, gevestigd te Skovlund (Denemarken),
Kanal 5 Denmark Ltd, gevestigd te Hounslow, Middlesex (Verenigd Koninkrijk),
vertegenwoordigd door D. Vandermeersch, K.‑U. Karl en H. Peytz, advocaten,
verzoeksters,
ondersteund door
Viasat Broadcasting UK Ltd, gevestigd te West Drayton, Middlesex (Verenigd Koninkrijk), vertegenwoordigd door S. E. Hjelmborg, advocaat,
interveniënte,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door N. Khan en M. Niejahr als gemachtigden,
verweerster,
ondersteund door
Koninkrijk Denemarken, vertegenwoordigd door J. Molde als gemachtigde, bijgestaan door P. Biering en K. Lundgaard Hansen, advocaten,
TV 2/Danmark A/S, gevestigd te Odense (Denemarken), vertegenwoordigd door O. Koktvedgaard en M. Thorninger, advocaten,
en
Union européenne de radio-télévision (UER), gevestigd te Grand-Saconnex (Zwitserland), vertegenwoordigd door A. Carnelutti, advocaat,
interveniënten,
betreffende een beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 2006/217/EG van de Commissie van 19 mei 2004 betreffende de staatssteun van Denemarken aan TV2/Danmark [waarvan kennis is gegeven onder nr. C(2004) 1814] (PB 2006, L 85, blz. 1), zoals gerectificeerd (PB 2006, L 368, blz. 112), voor zover bij deze beschikking is vastgesteld dat deze staatssteun gedeeltelijk verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt,
geeft
DE PRESIDENT VAN DE VIJFDE KAMER VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG
de navolgende
Beschikking
Feiten en procesverloop
1 TV 2/Danmark A/S (hierna: „TV2”) is een Deense publieke televisiemaatschappij.
2 Bij beschikking 2006/217/EG van de Commissie van 19 mei 2004 betreffende de staatssteun van Denemarken aan TV2 [waarvan kennis is gegeven onder nr. C(2004) 1814] (PB 2006, L 85, blz. 1), zoals gerectificeerd (PB 2006, L 368, blz. 112; hierna: „bestreden beschikking”), heeft de Commissie vastgesteld dat „[d]e steun die van 1995 tot 2002 [door het Koninkrijk Denemarken] [werd] verleend aan [TV2] in de vorm van omroepbijdragen en de andere subsidies die in deze beschikking worden beschreven, [...] krachtens artikel 86, lid 2 [EG] verenigbaar [was] met de gemeenschappelijke markt, met uitzondering van een bedrag van 628,2 miljoen [Deense Kronen (DKK)]” (zie artikel 1 van de bestreden beschikking).
3 Bij op 13 augustus 2004 ter griffie van het Gerecht neergelegd verzoekschrift hebben TVDanmark A/S en Kanal 5 Denmark Ltd (hierna respectievelijk „TVDanmark” en „Kanal 5”, of gezamenlijk „verzoeksters”) een beroep ingesteld tot gedeeltelijke nietigverklaring van de bestreden beschikking, voor zover hierbij de in het voorgaande punt genoemde staatssteun gedeeltelijk verenigbaar is verklaard met de gemeenschappelijke markt.
4 Bij akte van 18 november 2004 heeft het Koninkrijk Denemarken verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Bij brieven van 2 en 15 december 2004 hebben de Commissie en verzoeksters aangegeven dat zij geen bezwaar hadden tegen dit interventieverzoek.
5 Bij akte van 1 december 2004 heeft TV2 verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Dit verzoek werd op 3 december 2004 geregulariseerd. Bij brieven van 18 maart 2005 hebben de Commissie en verzoeksters laten weten dat zij geen bezwaar hadden tegen dit interventieverzoek.
6 Bij akte van 1 december 2004 heeft Viasat Broadcasting UK Ltd (hierna: „Viasat”) verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van verzoeksters. Dit verzoek werd op 17 februari 2005 geregulariseerd. Bij brieven van 18 maart 2005 hebben de Commissie en verzoeksters aangegeven dat zij geen bezwaar hadden tegen dit interventieverzoek.
7 Bij akte van 14 december 2004 heeft British Broadcasting Corp. (hierna: „BBC”) verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Dit verzoek werd op 7 januari 2005 geregulariseerd. Bij brief van 18 maart 2005 deelde de Commissie het Gerecht mee dat zij geen bezwaar had tegen dit interventieverzoek. Bij akte van 18 maart 2005 hebben verzoeksters het Gerecht verzocht dit interventieverzoek niet in te willigen.
8 Bij ongedateerde akte, ingeschreven ter griffie van het Gerecht op 13 december 2004, heeft de Union européenne de radio-télévision (hierna: „UER”) verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Bij brief van 18 maart 2005 heeft de Commissie aangegeven dat zij geen bezwaar had tegen dit interventieverzoek. Bij akte van 18 maart 2005 hebben verzoeksters het Gerecht verzocht om dit interventieverzoek niet in te willigen.
9 Bij brieven van 29 december 2004 en 18 maart 2005 hebben verzoeksters verzocht om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in het verzoekschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken, TV2, Viasat, UER en de BBC.
10 Bij beschikkingen van de president van de Vijfde kamer van het Gerecht van 15 april 2005 zijn het Koninkrijk Denemarken en TV2 toegelaten tot interventie aan de zijde van de Commissie en is Viasat toegelaten tot interventie aan de zijde van verzoeksters.
11 Bij brief van 20 april 2005 hebben verzoeksters verzocht om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in het verweerschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken, TV2, Viasat, UER en de BBC.
12 Bij beschikking van 25 april 2005, aan interveniënten betekend bij brief van diezelfde datum, heeft de griffier van het Gerecht de uiterste datum voor interveniënten om bezwaar te maken tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift, vastgesteld op 11 mei 2005.
13 Bij akte van 9 mei 2005 heeft het Koninkrijk Denemarken bezwaren opgeworpen tegen de door verzoeksters ingediende verzoeken om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van deze lidstaat.
14 Bij beschikkingen van de president van de Vijfde kamer van het Gerecht van 10 mei 2005 is UER toegelaten tot interventie aan de zijde van de Commissie en is het interventieverzoek van de BBC afgewezen.
15 Bij brief van 27 mei 2005, geregulariseerd op 15 juni 2005, hebben verzoeksters verzocht om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in de repliek ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken, TV2, Viasat en UER.
16 Bij beschikking van 17 juni 2005, aan interveniënten betekend bij brief van diezelfde datum, heeft de griffier van het Gerecht de uiterste datum voor interveniënten om bezwaar te maken tegen dit verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek, vastgesteld op 4 juli 2005.
17 Bij brief van 1 juli 2005, ingeschreven ter griffie van het Gerecht op diezelfde datum, heeft TV2 bezwaren opgeworpen tegen dit verzoek om vertrouwelijke behandeling. Bovendien heeft TV2 verklaard, de door het Koninkrijk Denemarken in zijn brief van 9 mei 2005 geformuleerde bezwaren tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift te delen.
18 Bij brief van 8 juli 2005 hebben verzoeksters, in antwoord op de door het Koninkrijk Denemarken in zijn brief van 9 mei 2005 geformuleerde bezwaren, hun verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift gedeeltelijk ingetrokken. Deze intrekking had met name betrekking op de bestreden beschikking, die als bijlage bij dit verzoekschrift was gevoegd, en op bepaalde passages van het verzoekschrift die bepaalde informatie uit deze beschikking rechtstreeks overnamen. Voor alle andere onderdelen van het verzoekschrift hebben verzoeksters hun verzoek gehandhaafd. Voor het geval dat geen vertrouwelijke behandeling zou worden toegestaan, hebben zij verzocht om zich te mogen beperken tot de overlegging van groepen cijfermatige gegevens.
19 Bij brief van 27 juli 2005 hebben verzoeksters geantwoord op de door TV2 in haar brief van 1 juli 2005 geformuleerde bezwaren.
20 Bij brief van 23 september 2005 hebben verzoeksters op verzoek van de griffie ter regularisatie nieuwe, niet-vertrouwelijke versies van het verzoekschrift en de bijlagen hierbij neergelegd.
21 UER en Viasat hebben geen opmerkingen aangaande de door verzoeksters geformuleerde verzoeken om vertrouwelijke behandeling ingediend.
Verzoeken om vertrouwelijke behandeling
Voorwerp van de verzoeken en opmerkingen van partijen
22 Gelet op de gedeeltelijke intrekking door verzoeksters van hun verzoek om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift (zie hierboven, punt 18), hebben de door verzoeksters ten aanzien van alle interveniënten ingediende verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift, het verweerschrift en de repliek betrekking op de hierna genoemde gegevens:
– op bladzijde 13 van het verzoekschrift, in de punten 21 en 23, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun marktaandeel en hun verliezen;
– op bladzijde 17 van het verzoekschrift, in punt 37, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op het voor 2000‑2002 geraamde gedeelte van de fondsen (share of money);
– op bladzijde 19 van het verzoekschrift, in punt 40, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op de verhouding tussen hun marktaandeel op de reclamemarkt en hun marktaandeel bij de kijkers (power ratio) voor 2000‑2002;
– op bladzijde 24 van het verzoekschrift, in punt 54, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op de prijsramingen;
– op de bladzijden 25 en 27 van het verzoekschrift, in de punten 60, 61 en 71, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun prijzen en op de vergelijkingen tussen hun kosten en de prijzen van TV2;
– op bladzijde 73 van het verzoekschrift, in punt 251, de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op de vergelijking tussen hun kosten en de prijzen van TV2;
– op bladzijde 76 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 9 van bijlage 2 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op de geraamde ruilverkopen (barter sale);
– op bladzijde 77 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 10 van bijlage 2 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun verkopen en op het netto eigen vermogen van de groep;
– op de bladzijden 80 en 81 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 13 en 14 van bijlage 2 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun prijsbeleid;
– op de bladzijden 82 en 83 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 15 en 16 van bijlage 2 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie in de rijen 1 tot en met 5 en 7 van tabel 5 en in de rijen 1, 3 en 4 van tabel 6 die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun opbrengsten en op hun kosten, alsmede de onleesbaar gemaakte informatie in voetnoot 46 die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun prijsbeleid en op hun kosten;
– op bladzijde 84 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 17 van bijlage 2 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun prijsbeleid, op de vergelijkingen tussen hun kosten en de prijzen van TV2 en op het door hun moedermaatschappij ingebrachte kapitaal;
– op bladzijde 87 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 1 bij bijlage 2 bij het verzoekschrift), alle cijfers van de tabel die door verzoeksters wordt aangeduid als een specificatie van de belangrijkste cijfers uit de jaarrekeningen;
– op bladzijde 89 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 2 bij bijlage 2 bij het verzoekschrift), alle cijfers van de tabel;
– op bladzijde 134 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 4 bij het verzoekschrift), de gehele inhoud van onderdeel B.1.a;
– op bladzijde 367 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 7 bij bijlage 4 bij het verzoekschrift), alle bedragen van de tabel die volgens verzoeksters betrekking heeft op de opbrengsten van SBS Broadcasting Danmark A/S en van TvDanmark Ltd voor de periode 1997‑2000 en op het begrotingsplan voor 2001;
– op bladzijde 489 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 4 van bijlage 5 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte eigennamen;
– op bladzijde 490 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 5 van bijlage 5 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte bedragen in de rijen 1, 3, 4 en 5 van schema 3, dat volgens verzoeksters betrekking heeft op hun kosten;
– op de bladzijden 491 en 492 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 6 en 7 van bijlage 5 bij het verzoekschrift), de inhoud van onderdeel III, getiteld „Verklaring van de verliezen van TVDanmark”;
– op bladzijde 494 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 9 van bijlage 5 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun kortingen;
– op bladzijde 495 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijde 10 van bijlage 5 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte inhoud van voetnoot nr. 8;
– op de bladzijden 510 tot en met 512 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 8-10 van bijlage 1 bij bijlage 5 bij het verzoekschrift), het schema en de informatie in de tabel en in de tekst die volgens verzoeksters betrekking hebben op hun prijzen en kosten;
– op de bladzijden 514 en 515 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 2 bij bijlage 5 bij het verzoekschrift), bepaalde eigennamen;
– alle informatie op de bladzijden 530 tot en met 538 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 5 bij bijlage 5 bij het verzoekschrift);
– alle informatie op de bladzijden 540 en 541 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 6 bij bijlage 5 bij het verzoekschrift);
– op bladzijden 608 en 609 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 3 en 4 van bijlage 12 bij bijlage 5 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op hun prijzen en kosten;
– op de bladzijden 613, 614, 616 en 618 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 3, 4, 6 en 8 van bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte informatie die volgens verzoeksters betrekking heeft op vertrouwelijke informatiebronnen en op hun prijzen;
– op bladzijde 636 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 4 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de eigennamen en de onleesbaar gemaakte gegevens;
– op bladzijde 741 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 7 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte bedragen die volgens verzoeksters betrekking hebben op de bruto-omzet van TVDanmark tussen 1995 en 2002;
– op bladzijde 745 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 9 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte bedragen die volgens verzoeksters betrekking hebben op hun prijzen en kosten;
– op de bladzijden 748 en 749 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 2 en 3 van bijlage 10 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte gegevens in de rijen 1, 3 tot en met 5 en 7 tot en met 10 van de tabel die volgens verzoeksters betrekking hebben op hun prijzen en kosten;
– op de bladzijden 752 en 753 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bladzijden 2 en 3 van bijlage 11 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte gegevens in de rijen 1, 3 tot en met 5 en 7 tot en met 10 van de tabel die volgens verzoeksters betrekking hebben op hun prijzen en kosten;
– op de bladzijden 756 en 757 van de bijlagen bij het verzoekschrift (bijlage 12 bij bijlage 6 bij het verzoekschrift), de onleesbaar gemaakte gegevens in de rijen 2 en 3 van tabel 2, de rijen 2 en 3 van tabel 4 en de rijen 1, 3 en 4 van tabel 6 die volgens verzoeksters betrekking hebben op hun prijzen en kosten;
– op bladzijde 19 van het verweerschrift, de onleesbaar gemaakte informatie in voetnoot 55;
– op bladzijde 20 van het verweerschrift, het onleesbaar gemaakte gedeelte van punt 39.2, met inbegrip van de voetnoten 59, 60 en 61;
– op bladzijde 21 van het verweerschrift, het onleesbaar gemaakte gedeelte van punt 40;
– op bladzijde 25 van het verweerschrift, het onleesbaar gemaakte gedeelte van punt 50.2, met inbegrip van voetnoot nr. 79;
– op bladzijde 55 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde iv van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van tabel 1;
– op bladzijde 56 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde v van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van schema 1;
– op bladzijde 85 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde 28 van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van tabel 5;
– op bladzijde 86 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde 29 van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van schema 10;
– op bladzijde 92 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde 35 van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van schema 12;
– op bladzijde 93 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde 36 van bijlage B.4 bij het verweerschrift), de onleesbaar gemaakte gedeelten van schema’s 13 en 14;
– op bladzijde 94 van de bijlagen bij het verweerschrift (op bladzijde 37 van bijlage B.4 bij het verweerschrift), het onleesbaar gemaakte gedeelte van schema 15;
– op bladzijde 23 van de repliek, het onleesbaar gemaakte gedeelte van punt 66;
– op bladzijde 24 van de repliek, de twee onleesbaar gemaakte gedeelten van punt 67;
– op bladzijde 28 van de repliek, het onleesbaar gemaakte gedeelte van punt 84.
23 Verzoeksters betogen dat alle gegevens van het verzoekschrift waarvan om vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, commercieel gevoelige informatie en bedrijfsgeheimen vormen, waarvan de verspreiding hun concurrentiebelangen of die van hun moedermaatschappij SBS Broadcasting aanmerkelijk zou schaden.
24 Het verzoek om vertrouwelijke behandeling van een persoonsnaam (op bladzijde 514 van de bijlagen bij het verzoekschrift) vloeit voort uit een verzoek van deze persoon en tast de mogelijkheid voor het Koninkrijk Denemarken en de andere interveniënten om hun belangen te verdedigen niet aan.
25 De gegevens in het verweerschrift ten aanzien waarvan om vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, hebben betrekking op informatie waarvan zij reeds om vertrouwelijke behandeling hebben verzocht in het verzoekschrift, en het onleesbaar maken van deze informatie heeft geen invloed op de mogelijkheid van de interveniënten om hun belangen te verdedigen.
26 Verder bevatten de passages van de repliek waarop het verzoek om vertrouwelijke behandeling betrekking heeft, vertrouwelijke informatie betreffende de prijzen en de marktaandelen van verzoeksters en andere commercieel gevoelige informatie, en de verspreiding van deze informatie zou aanmerkelijke schade toebrengen aan de belangen van verzoeksters of aan die van hun moedermaatschappij SBS Broadcasting.
27 Verzoeksters merken op dat de televisiesector in Denemarken een relatief kleine sector is met slechts weinig actoren, van wie de respectieve concurrentiepositie niet van het ene op het andere jaar wijzigt. De vertrouwelijke informatie in de repliek heeft dus, anders dan TV2 stelt, niet louter een historisch belang.
28 Ten slotte betogen verzoeksters dat, aangezien TV2 niet binnen de gestelde termijn bezwaren heeft opgeworpen tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in het verzoekschrift en het verweerschrift, niet kan worden toegestaan dat TV2 in het kader van de betwisting van het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek de vertrouwelijkheid betwist van gegevens in het verzoekschrift of het verweerschrift waarop de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van deze stukken reeds betrekking hadden. Drie van de vier vertrouwelijke passages in de repliek zijn reeds genoemd in de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift. Het gaat om de passages in punt 66, punt 67 (eerste onleesbaar gemaakte gedeelte van dit punt) en punt 84 van de repliek.
29 Het Koninkrijk Denemarken voert een aantal bezwaren aan tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in het verzoekschrift en het verweerschrift.
30 Wat het verzoekschrift betreft, ziet het Koninkrijk Denemarken, los van het feit dat de bestreden beschikking, waarop bepaalde onderdelen van de verzoeken om vertrouwelijke behandeling betrekking hebben, bekend is gemaakt, wat voor verzoeksters aanleiding vormde om hun verzoeken om vertrouwelijke behandeling gedeeltelijk in te trekken (zie hierboven, punt 18), niet goed in welke schadelijke gevolgen er in concreto uit de verspreiding van bepaalde informatie, zoals namen, zouden kunnen voortvloeien.
31 Meer algemeen meent het Koninkrijk Denemarken dat passages in het verzoekschrift door verzoeksters onleesbaar zijn gemaakt zonder dat de noodzaak hiervan daadwerkelijk is beoordeeld. Een dergelijke beoordeling lijkt althans niet te zijn verricht.
32 Voor wat de beweerdelijk vertrouwelijke informatie in het verweerschrift betreft, kan niet worden achterhaald welke informatie onleesbaar gemaakt en aldus geheim gehouden is. Alleen al daarom maakt het Koninkrijk Denemarken bezwaar tegen deze onleesbaarmaking, temeer daar het verweerschrift van de Commissie als gevolg hiervan op deze verschillende punten, die voor het geding zelfs van cruciaal belang lijken te zijn, volledig onbegrijpelijk is geworden.
33 Het Koninkrijk Denemarken concludeert derhalve tot algehele afwijzing van het door verzoeksters ingediende verzoek om vertrouwelijke behandeling, of althans tot de vaststelling van een nieuwe termijn voor de indiening door verzoeksters van een nieuw, herzien en gemotiveerd verzoek, met dien verstande dat verzoeksters daarbij concreet zouden moeten aangeven welk type informatie onleesbaar dient te worden gemaakt.
34 Voor zover het Gerecht de onleesbaarmaking van bepaalde informatie gerechtvaardigd zou achten, zou er minstens een bepaalde marge moeten worden aangegeven waarbinnen de betrokken cijfers zouden liggen. Deze marge zou voldoende smal moeten zijn om het Koninkrijk Denemarken een reële mogelijkheid te bieden om verzoeksters’ standpunten te bekritiseren.
35 TV2 deelt de bezwaren van het Koninkrijk Denemarken tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift.
36 TV2 werpt voorts bezwaren op tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in de repliek. Zo zouden verzoeksters geen enkele specifieke rechtvaardiging hebben aangevoerd voor de vertrouwelijke behandeling van de onleesbaar gemaakte informatie. Integendeel, hun verzoek om vertrouwelijke behandeling zou in algemene zin verwijzen naar bepaalde categorieën informatie. Volgens TV2 hebben verzoeksters niet aangetoond dat de verspreiding van deze informatie schade zou toebrengen aan henzelf of aan hun moedermaatschappij.
37 Op basis van de beperkte informatie die verzoeksters hebben verstrekt, veronderstelt TV2 dat de onleesbaar gemaakte gegevens betrekking hebben op historische gegevens.
38 Indien het Gerecht van mening zou zijn dat bepaalde cijfers die verzoeksters vertrouwelijk wensen te houden, niet openbaar hoeven te worden gemaakt, zouden zij moeten worden vervangen door voldoende smalle marges.
Beoordeling door de President
39 Artikel 116, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht bepaalt:
„Indien de tussenkomst waartoe het verzoek is gedaan binnen de in artikel 115, lid 1, bedoelde termijn van zes weken, wordt toegestaan, ontvangt de interveniënt afschriften van alle aan partijen betekende processtukken. Op verzoek van een partij kan de president evenwel toezending van afschriften van geheime of vertrouwelijke stukken weigeren.”
40 In deze bepaling is het beginsel neergelegd dat alle aan de partijen betekende processtukken moeten worden toegezonden aan de interveniënten. Enkel bij wege van afwijking van dit beginsel voorziet de tweede zin van deze bepaling in de mogelijkheid om bepaalde processtukken vertrouwelijk te behandelen, waardoor de verplichting tot toezending aan de interveniënten ten aanzien van die stukken vervalt (beschikking president Tweede kamer – uitgebreid – Gerecht van 3 juli 1998, Volkswagen en Volkswagen Sachsen/Commissie, T‑143/96, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 15; beschikking president Derde kamer – uitgebreid – Gerecht van 13 januari 2005, Deutsche Post/Commissie, T‑266/02, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 19, en beschikking president Derde kamer Gerecht van 24 januari 2006, Endesa/Commissie, T‑417/05, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 14).
41 Volgens de rechtspraak moet, om te kunnen beoordelen onder welke voorwaarden bepaalde stukken voor vertrouwelijke behandeling in aanmerking komen, voor elk processtuk of voor elke passage uit een processtuk waarvoor om vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, het rechtmatige belang van de verzoeker om een aanzienlijke aantasting van zijn commerciële belangen te voorkomen, worden afgewogen tegen het even rechtmatige belang van de interveniënten om over alle informatie te beschikken die zij nodig hebben om hun rechten ten volle te doen gelden en hun standpunt voor de gemeenschapsrechter uiteen te zetten (beschikking Gerecht van 4 april 1990, Hilti/Commissie, T‑30/89, Jurispr. blz. II‑163, gedeeltelijke publicatie, punt 11; beschikking president Eerste kamer Gerecht van 5 augustus 2003, Glaxo Wellcome/Commissie, T‑168/01, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 35; beschikking Deutsche Post/Commissie, aangehaald in punt 40, punt 20; beschikking Endesa/Commissie, aangehaald in punt 40, punt 15, en beschikking president Vijfde kamer Gerecht van 15 juni 2006, Deutsche Telekom/Commissie, T‑271/03, Jurispr. blz. II‑1747, punt 10).
42 Bovendien wordt in artikel 5, lid 4, eerste alinea, van de instructies voor de griffier van het Gerecht van eerste aanleg van 3 maart 1994 (PB L 78, blz. 32), zoals laatstelijk gewijzigd op 5 juni 2002 (PB L 160, blz. 1), bepaald dat in een verzoekschrift om vertrouwelijke behandeling de gegevens of passages waarvoor vertrouwelijke behandeling wordt gevraagd, nauwkeurig moeten worden aangeduid en dat ten aanzien van elk van die gegevens of passages de vertrouwelijkheid moet worden gemotiveerd. In de praktische aanwijzingen van het Gerecht voor de partijen van 14 maart 2002 (PB L 87, blz. 48) wordt gepreciseerd dat een verzoek dat niet voldoende nauwkeurig is geformuleerd, niet in aanmerking kan worden genomen en dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling nauwkeurig de betrokken gegevens of passages moet aangeven en voor elk van die gegevens of passages bondig moet meedelen waarom zij geheim of vertrouwelijk zijn (afdeling VIII, punten 2 en 3 van de praktische aanwijzingen voor de partijen).
43 Hieruit volgt dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling waarin de gegevens waarop dit verzoek betrekking heeft niet voldoende nauwkeurig zijn aangegeven, niet zal worden ingewilligd.
44 Ook volgt hieruit dat rekening zal worden gehouden met het summiere karakter van de motivering die is gegeven ter ondersteuning van een verzoek om vertrouwelijke behandeling in die gevallen waarin uit het onderzoek van de gegevens waarop dit verzoek betrekking heeft onvoldoende duidelijk blijkt of deze gegevens een vertrouwelijk karakter hebben (zie in die zin beschikking Endesa/Commissie, aangehaald in punt 40, punt 18). Deze overweging geldt in het belang van een goede rechtsbedeling temeer in het geval waarin de gevraagde vertrouwelijke behandeling een aanzienlijk aantal gegevens betreft (zie in die zin beschikking Deutsche Post/Commissie, aangehaald in punt 40, punt 23).
45 Ten slotte zij opgemerkt dat de bezwaren die de interveniënten tegen de vertrouwelijke behandeling opwerpen, specifieke onleesbaar gemaakte gegevens in de processtukken moeten betreffen en de redenen moeten vermelden waarom de vertrouwelijke behandeling ten aanzien van die gegevens moet worden geweigerd. Het verzoek om vertrouwelijke behandeling moet derhalve worden ingewilligd voor zover het gegevens betreft waaromtrent geen, of geen expliciete en specifieke, bezwaren zijn opgeworpen (beschikking Deutsche Telekom/Commissie, aangehaald in punt 41, punten 12, 14 en 15; zie ook in die zin beschikking president Derde kamer Gerecht van 15 oktober 2002, Michelin/Commissie, T‑203/01, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 10; beschikking president Derde kamer Gerecht van 5 februari 2003, Biolettrica/Commissie, T‑287/01, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 12; beschikking president Vierde kamer Gerecht van 22 februari 2005, Hynix Semiconductor/Raad, T‑383/03, Jurispr. blz. II‑621, punten 36 en 83, en beschikking president Derde kamer – uitgebreid – Gerecht van 4 maart 2005, BUPA e.a./Commissie, T‑289/03, Jurispr. blz. II‑741, punt 11).
Verzoeken om vertrouwelijke behandeling waartegen interveniënten geen bezwaren hebben opgeworpen
46 Viasat en UER hebben geen bezwaren opgeworpen tegen de door verzoeksters ingediende verzoeken om vertrouwelijke behandeling. Het Koninkrijk Denemarken heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek. TV2, ten slotte, heeft niet binnen de gestelde termijn bezwaar gemaakt tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift. TV2 heeft immers pas in haar brief van 1 juli 2005, dus na het verstrijken van de gestelde termijn, zonder overigens eigen argumenten aan te voeren, verklaard de door het Koninkrijk Denemarken in zijn brief van 9 mei 2005 in dit verband geformuleerde bezwaren te delen (zie hierboven, punten 12 en 17).
47 Bijgevolg moeten conform de hierboven in punt 45 aangehaalde rechtspraak de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift, het verweerschrift en de repliek ten aanzien van Viasat en UER in hun geheel worden ingewilligd. Het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken dient in zijn geheel te worden ingewilligd. Ten slotte dienen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van TV2 in hun geheel te worden ingewilligd.
Verzoeken om vertrouwelijke behandeling waartegen interveniënten bezwaren hebben opgeworpen
48 Het Koninkrijk Denemarken heeft bezwaren opgeworpen tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift. TV2 heeft bezwaren opgeworpen tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek.
– Ontvankelijkheid van de bezwaren van TV2 tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek
49 Het argument van verzoeksters dat de door TV2 opgeworpen bezwaren betreffende drie van de vier beweerdelijk vertrouwelijke gegevens in de repliek niet-ontvankelijk zijn, op grond dat reeds in de fase van het verzoekschrift en het verweerschrift is verzocht om vertrouwelijke behandeling van deze gegevens en TV2 niet binnen de gestelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen deze verzoeken, dient te worden verworpen.
50 Zolang een interveniënt de daartoe door het Gerecht gestelde termijnen in acht neemt, kan hem immers niet het recht worden ontnomen om bezwaren op te werpen tegen een verzoek om vertrouwelijke behandeling van bepaalde gegevens in een processtuk op grond dat hij niet tijdig is opgekomen tegen de vertrouwelijke behandeling van diezelfde gegevens toen deze werden overgelegd in een eerdere fase van de procedure. In casu staat vast dat TV2 binnen de gestelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek (zie hierboven, punten 16 en 17).
51 Derhalve zijn de bezwaren van TV2 tegen het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ontvankelijk.
– Gegrondheid van de verzoeken om vertrouwelijke behandeling
52 Derhalve dienen de door verzoeksters ingediende verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift, het verweerschrift en de repliek, voor zover het Koninkrijk Denemarken en TV2 hiertegen bezwaar maken, te worden onderzocht.
53 In dit verband moet in de eerste plaats worden vastgesteld dat, ofschoon deze verzoeken om vertrouwelijke behandeling een aanzienlijk aantal gegevens in de memories van partijen betreffen, de door verzoeksters aangevoerde motivering ter ondersteuning van deze verzoeken in globale en algemene bewoordingen is geformuleerd. Verzoeksters verklaren in wezen enkel dat de beweerdelijk vertrouwelijke gegevens bedrijfsgeheimen vormen waarvan de verspreiding hun commerciële belangen of die van hun moedermaatschappij zou schaden. Zij voeren geen specifieke, zelfs geen beknopte, argumenten aan voor elk van de gegevens waarop de verzoeken om vertrouwelijke behandeling betrekking hebben.
54 In deze omstandigheden, en overeenkomstig de hierboven in punt 44 aangehaalde rechtspraak, dient rekening te worden gehouden met het summiere karakter van de door verzoeksters ter ondersteuning van hun verzoeken om vertrouwelijke behandeling gegeven motivering.
55 In de tweede plaats lijken verzoeksters in hun verzoeken om vertrouwelijke behandeling het oog te hebben op een aantal gegevens met betrekking tot de jaren 1998 tot en met 2002, soms in combinatie met schattingen voor het jaar 2003, betreffende hun totale kosten en de verkoopprijzen van hun reclameblokken. Deze gegevens zijn overgelegd om aan te tonen dat TV2 haar reclameblokken verkocht tegen lagere prijzen dan de prijzen die een onderneming in een marksituatie, in casu TVDanmark, zou hebben moeten hanteren om zijn kosten te dekken (zie punt 189 van het verzoekschrift). Volgens verzoeksters is deze praktijk mogelijk gemaakt door de publieke financiering die TV2 heeft ontvangen bovenop hetgeen zij nodig heeft om haar openbare-omroepverplichtingen te vervullen. Deze gegevens zijn ook overgelegd in het kader van de bezwaren die verzoeksters hebben opgeworpen tegen het feit dat de Commissie in de bestreden beschikking de zogenaamde „maximalisering van de reclame-inkomsten”-test heeft uitgevoerd (zie de punten 137‑161 van de bestreden beschikking). Daarmee wilde de Commissie nagaan of TV2 wel of niet heeft getracht om tijdens de onderzoeksperiode haar reclame-inkomsten te maximaliseren (zie het derde en het vierde middel van het verzoekschrift, met name de punten 223 en 239‑265 van het verzoekschrift).
56 Weliswaar kunnen de kosten en de resultaten van de marktdeelnemers en de prijzen die zij hanteren eventueel bedrijfsgeheimen vormen, doch dit neemt niet weg dat de betrokken gegevens betrekking hebben op periodes die hoofdzakelijk dateren van minstens vier jaar geleden. In deze omstandigheden is de president, gelet op het feit dat deze gegevens vrij oud zijn, in casu van oordeel dat, wat verzoeksters ook beweren, niet is aangetoond dat de openbaarmaking van deze gegevens de huidige commerciële belangen van verzoeksters wezenlijk kan schaden.
57 In ieder geval lijkt de openbaarmaking van deze gegevens als zodanig, dus niet vervangen door marges, noodzakelijk te zijn om de interveniënten die bezwaar hebben gemaakt tegen de verzoeken om vertrouwelijke behandeling, in staat te stellen hun rechten te doen gelden en hun standpunt voor de gemeenschapsrechter uiteen te zetten.
58 Ten overvloede moet op basis van een onderlinge vergelijking van de verschillende, beweerdelijk vertrouwelijke gegevens worden vastgesteld dat, ten eerste, sommige van deze gegevens in feite worden vermeld in de bestreden beschikking [zie met name de onleesbaar gemaakte percentages op bladzijde 24 (punt 54) en bladzijde 25 (punt 60) van het verzoekschrift, en op bladzijde 80 (eerste en tweede onleesbaar gemaakte passage) van de bijlagen bij het verzoekschrift, welke percentages worden vermeld in de punten 43 en 143 van de bestreden beschikking]. Ten tweede zijn sommige gegevens die op bepaalde plaatsen in de memories onleesbaar zijn gemaakt, elders in deze memories niet onleesbaar gemaakt [zie met name bepaalde gegevens die worden vermeld op (a) bladzijde 25 (punt 61) van het verzoekschrift, (b) bladzijde 89, (c) bladzijde 491, (d) bladzijde 492 en (e) bladzijde 614 (tweede en derde onleesbaar gemaakte passage) van de bijlagen bij het verzoekschrift en (f) bladzijde 25 (punt 50.2 en voetnoot nr. 79) van het verweerschrift, welke gegevens ook, niet onleesbaar gemaakt, staan vermeld respectievelijk op (a) bladzijde 28 (punt 84) van de repliek, (b) en (c) bladzijde 11 (punt 23.3) van de dupliek, (d) bladzijde 11 (punt 23.2) van de dupliek, (e) bladzijde 613 (tweede streepje, eerste volzin) van de bijlagen bij het verzoekschrift en (f) de bladzijden 526 tot en met 528 van diezelfde bijlagen]. Ten derde kunnen bepaalde, beweerdelijk vertrouwelijke gegevens in feite worden vastgesteld op basis van loutere observatie van de markt van televisiereclame [zie met name de onleesbaar gemaakte gegevens op de bladzijden 13 (punt 21), 17 en 19 van het verzoekschrift], of op basis van een vergelijking tussen een dergelijke observatie en niet-vertrouwelijke informatie [zie met name bladzijde 80 (laatste onleesbaar gemaakte passage) van de bijlagen bij het verzoekschrift], of worden afgeleid uit de rekeningen van verzoeksters of van de andere vennootschappen van hun groep [zie met name de onleesbaar gemaakte gegevens op de bladzijden 84 (derde alinea), 87, 89, 367, 530‑541 van de bijlagen bij het verzoekschrift], van welke rekeningen geenszins is gesteld dat zij niet zijn bekendgemaakt en waarvan bepaalde gegevens hoe dan ook bekend zijn bij derden [zie de beweerdelijk vertrouwelijke, maar in feite van TV2 afkomstige tabel op bladzijde 745 van de bijlagen bij het verzoekschrift]. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat bepaalde verzoeken om vertrouwelijke behandeling betrekking hebben op hele paragrafen tekst of tabellen, zonder dat een passende motivering wordt gegeven of zonder dat de informatie in deze paragrafen of tabellen die mogelijkerwijs voor vertrouwelijke behandeling in aanmerking komt, nauwkeurig wordt aangegeven (zie bijvoorbeeld bladzijden 492 en 530‑541 van de bijlagen bij het verzoekschrift).
59 Gelet op het voorgaande en na onderzoek van elk van de verschillende passages waarop het verzoek om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift, het verweerschrift en de repliek betrekking heeft, dient om te beginnen met betrekking tot de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken (de enige interveniënt die hiertegen bezwaar heeft gemaakt) te worden beslist dat de vertrouwelijke behandeling moet worden geweigerd voor de onleesbaar gemaakte gegevens op de bladzijden 13, 17, 19, 24, 25, 27 en 73 van het verzoekschrift, op de bladzijden 77, 80 tot en met 84, 87 tot en met 89, 134, 367, 490 tot en met 492, 510 tot en met 512, 530 tot en met 541, 608, 609, 613 (behalve de eerste onleesbaar gemaakte passage), 614, 616, 636 (behalve de eerste, de tweede en de vierde onleesbaar gemaakte passage), 741 en 745 tot en met 757 van de bijlagen bij het verzoekschrift, op de bladzijden 19, 20 (behalve het percentage dat wordt vermeld vóór de verwijzing naar voetnoot nr. 60, alsmede de percentages die worden vermeld in deze voetnoot), 21 en 25 van het verweerschrift en, ten slotte, op de bladzijden 55, 56 en 85 tot en met 94 van de bijlagen bij het verweerschrift. Vervolgens dient het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ten aanzien van TV2 (de enige interveniënte die hiertegen bezwaar heeft gemaakt) te worden afgewezen voor wat betreft de onleesbaar gemaakte gegevens op de bladzijden 23, 24 en 28 van de repliek. Aangezien deze gegevens alle gegevens vormen waarop het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek betrekking heeft, komt dit er in de praktijk op neer dat het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ten aanzien van TV2 in zijn geheel wordt afgewezen.
60 Daarentegen moeten de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken worden ingewilligd voor wat betreft, ten eerste, bepaalde gegevens betreffende de opsplitsing van de ruilverkopen (barter sale) tussen nationale en regionale verkopen, ten tweede, bepaalde naamgegevens en, ten derde, de gedetailleerde gegevens betreffende bepaalde regels voor de toekenning van kortingen door verzoeksters. Het betreft de gegevens die zijn vermeld op de bladzijden 76, 489, 494, 495, 514, 515, 613 (eerste onleesbaar gemaakte passage), 618, 636 (eerste, tweede, en vierde onleesbaar gemaakte passage) van de bijlagen bij het verzoekschrift, alsmede op bladzijde 20 van het verweerschrift (enkel het percentage dat wordt vermeld vóór de verwijzing naar voetnoot nr. 60 en de percentages die worden vermeld in deze voetnoot).
DE PRESIDENT VAN DE VIJFDE KAMER VAN HET GERECHT
beschikt:
1) De verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift, het verweerschrift en de repliek ten aanzien van de Union européenne de radio-télévision en Viasat Broadcasting UK Ltd worden in hun geheel ingewilligd.
2) Het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken wordt in zijn geheel ingewilligd; voorts worden de verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken ingewilligd voor de volgende, in deze verzoeken bedoelde passages: de onleesbaar gemaakte passages op de bladzijden 76, 489, 494, 495, 514, 515, 613 (eerste onleesbaar gemaakte passage), 618 en 636 (eerste, tweede, en vierde onleesbaar gemaakte passage) van de bijlagen bij het verzoekschrift, alsmede op bladzijde 20 van het verweerschrift (enkel het percentage dat wordt vermeld vóór de verwijzing naar voetnoot nr. 60 en de percentages die worden vermeld in deze voetnoot).
3) De verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van het Koninkrijk Denemarken worden afgewezen voor zover zij betrekking hebben op de onleesbaar gemaakte passages op de bladzijden 13, 17, 19, 24, 25, 27 en 73 van het verzoekschrift, op de bladzijden 77, 80 tot en met 84, 87 tot en met 89, 134, 367, 490 tot en met 492, 510 tot en met 512, 530 tot en met 541, 608, 609, 613 (behalve de eerste onleesbaar gemaakte passage), 614, 616, 636 (behalve de eerste, de tweede en de vierde onleesbaar gemaakte passage), 741 en 745 tot en met 757 van de bijlagen bij het verzoekschrift, op de bladzijden 19, 20 (behalve het percentage dat wordt vermeld vóór de verwijzing naar voetnoot nr. 60, alsmede de percentages die worden vermeld in deze voetnoot), 21 en 25 van het verweerschrift en, ten slotte, op de bladzijden 55, 56 en 85 tot en met 94 van de bijlagen bij het verweerschrift.
4) De verzoeken om vertrouwelijke behandeling van het verzoekschrift en het verweerschrift ten aanzien van TV2/Danmark A/S worden in hun geheel ingewilligd.
5) Het verzoek om vertrouwelijke behandeling van de repliek ten aanzien van TV2/Danmark A/S wordt in zijn geheel afgewezen.
6) Verzoeksters en de Commissie dienen binnen de door de griffier van het Gerecht gestelde termijn niet-vertrouwelijke versies van het verzoekschrift en het verweerschrift die de in punt 3 bedoelde passages bevatten, over te leggen.
7) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Luxemburg, 1 maart 2007.
De griffier
De president van de Vijfde kamer
E. Coulon
M. Vilaras
* Procestaal: Engels.
Full & Egal Universal Law Academy