15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 1 juli 2008 — Koninkrijk Zweden, Maurizio Turco/Raad van de Europese Unie, Koninkrijk Denemarken, Republiek Finland, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaken C-39/05 P en C-52/05 P) (1)
(Hogere voorziening - Toegang tot documenten van instellingen - Verordening (EG) nr. 1049/2001 - Juridische adviezen)
(2008/C 209/02)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Koninkrijk Zweden (vertegenwoordigers: K. Wistrand en A. Falk, gemachtigden), Maurizio Turco (vertegenwoordigers: O. Brouwer en C. Schillemans, avocaten)
Interveniënt aan de zijde van de verzoekende partijen: Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: H. G. Sevenster, C. M. Wissels en M. de Grave, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: J.-C. Piris, M. Bauer en B. Driessen, gemachtigden), Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: B. Weis Fogh, gemachtigde), Republiek Finland (vertegenwoordigers: A. Guimaraes-Purokoski en J. Heliskoski, gemachtigden), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: V. Jackson, S. Nwaokolo en T. Harris, gemachtigden, en J. Stratford, barrister), Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: M. Petite, C. Docksey en P. Aalto, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (Vijfde kamer) van 23 november 2004, Turco/Raad van de Europese Unie (T-84/03), houdende verwerping van het beroep T-84/03 tot nietigverklaring van de beschikking van de Raad, waarbij het verzoek van Turco om toegang tot bepaalde documenten op de agenda van de 2455ste bijeenkomst van de Raad „Justitie en binnenlandse zaken” van 14 en 15 oktober 2002, gedeeltelijk is geweigerd
Dictum
1)
Het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 23 november 2004, Turco/Raad (T 84/03), wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op de beschikking van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 waarbij Turco toegang is geweigerd tot advies nr. 9077/02 van de juridische dienst van de Raad met betrekking tot een voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten, en voor zover Turco en de Raad daarbij elk in de helft van de kosten zijn verwezen.
2)
De beschikking van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 waarbij Turco toegang is geweigerd tot advies nr. 9077/02 van de juridische dienst van de Raad wordt nietig verklaard.
3)
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten die het Koninkrijk Zweden heeft gemaakt in het kader van de hogere voorziening, alsmede in de kosten die door Turco zijn gemaakt in het kader van zowel de hogere voorziening als in de procedure in eerste aanleg, die heeft geleid tot eerdergenoemd arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen.
4)
Het Koninkrijk Denemarken, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Finland, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen dragen hun eigen kosten in verband met de hogere voorziening.
5)
De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten in verband met de procedure in eerste aanleg.
(1) PB C 106 van 30.4.2005.
Full & Egal Universal Law Academy