1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/2
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 4 juni 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Luleå tingsrätt — Zweden) — Åklagaren/Percy Mickelsson, Joakim Roos
(Zaak C-142/05) (1)
(Richtlijn 94/25/EG - Onderlinge aanpassing van wetgevingen - Pleziervaartuigen - Verbod om waterscooters buiten openbare vaarwegen te gebruiken - Artikelen 28 EG en 30 EG - Maatregelen van gelijke werking - Toegang tot markt - Belemmering - Bescherming van milieu - Evenredigheid)
2009/C 180/02
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Luleå tingsrätt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Åklagaren
Verwerende partij: Percy Mickelsson, Joakim Roos
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Lulea tingsrätt — Uitlegging van de artikelen 28 tot en met 30 EG van richtlijn 2003/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 tot wijziging van richtlijn 94/25/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen (PB L 214, blz. 18) — Verbod om waterscooters buiten de openbare vaarwegen te gebruiken
Dictum
Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003, verzet zich niet tegen een nationale regeling die, om redenen van milieubescherming, het gebruik van waterscooters buiten de aangewezen vaarwegen verbiedt. De artikelen 28 EG en 30 EG verzetten zich niet tegen een dergelijke nationale regeling, op voorwaarde dat:
—
de bevoegde nationale autoriteiten verplicht zijn de voorziene uitvoeringsmaatregelen te nemen teneinde de gebieden buiten de openbare vaarwegen aan te wijzen waarin waterscooters mogen worden gebruikt;
—
die autoriteiten de hun op dit punt verleende bevoegdheid daadwerkelijk hebben uitgeoefend en de gebieden hebben aangewezen die aan de voorwaarden van de nationale regeling voldoen, en
—
dergelijke maatregelen zijn vastgesteld binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding van deze regeling.
De verwijzende rechter dient na te gaan of in het hoofdgeding aan die voorwaarden is voldaan.
(1) PB C 143 van 11.6.2005.
Full & Egal Universal Law Academy