12.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 8/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 15 november 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Hovrätten för Övre Norrland — Zweden) — Strafzaak tegen Fredrik Granberg
(Zaak C-330/05) (1)
(Accijns - Minerale oliën - Atypisch vervoer)
(2008/C 8/05)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Hovrätten för Övre Norrland
Partij in de strafzaak
Fredrik Granberg
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hovrätten för Övre Norrland — Uitlegging van artikel 9, lid 3, van richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (PB L 76, blz. 1) — Invoer door particulieren van in een andere lidstaat tot gebruik uitgeslagen minerale oliën — Atypisch vervoer
Dictum
1)
Artikel 9, lid 3, van richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/108/EEG van de Raad van 14 december 1992, biedt de lidstaat van verbruik niet de mogelijkheid, huisbrandolie die een particulier voor eigen behoefte in een andere lidstaat heeft verkregen en zelf naar deze lidstaat van verbruik heeft vervoerd, in het algemeen aan de betaling van accijns te onderwerpen, ongeacht de wijze waarop deze particulier de huisbrandolie heeft vervoerd.
2)
Het vervoer door een particulier van 3 000 l huisbrandolie in drie zogeheten „intermediate bulk containers” aan boord van een bestelwagen is een vorm van „atypisch vervoer” in de zin van artikel 9, lid 3, van richtlijn 92/12, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/108.
3)
Artikel 7, lid 4, van richtlijn 92/12, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/108, verzet zich niet tegen de wettelijke regeling van een lidstaat van bestemming waarin de accijns verschuldigd is ingevolge de mogelijkheid van artikel 9, lid 3, van deze richtlijn, krachtens welke een particulier die zelf en voor eigen behoefte huisbrandolie heeft verkregen in een andere lidstaat waar dat goed tot verbruik is uitgeslagen, en dat goed zelf „op een atypische wijze” in de zin van genoemd artikel 9, lid 3, naar deze lidstaat van bestemming vervoert, een zekerheid moet stellen om de betaling van de accijns te waarborgen en in het bezit moet zijn van een geleidedocument en van een document waaruit blijkt dat deze zekerheid is gesteld.
(1) PB C 271 van 29.10.2005.
Full & Egal Universal Law Academy