27.2.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 15 december 2009 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-387/05) (1)
(Niet-nakoming - Van douanerechten vrijgestelde invoer van materieel voor zowel civiel als militair gebruik)
2010/C 51/05
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Wilms, L. Visaggio en C. Cattabriga, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: I. M. Braguglia, gemachtigde, G. De Bellis, avvocato dello Stato)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordiger: J. Bering Liisberg, gemachtigde), Helleense Republiek (vertegenwoordigers: E.-M. Mamouna, A. Samoni-Rantou en K. Boskovits, gemachtigden), Portugese Republiek (vertegenwoordigers: C. Guerra Santos, L. Inez Fernandes en J. Gomes, gemachtigden), Republiek Finland (vertegenwoordiger: A. Guimaraes-Purokoski, gemachtigde)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 26 EG en van diverse douanevoorschriften [artikel 20 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1), artikelen 2, 9, 10 en 17, lid 1, van verordening (EEG, Euratom) nr. 1552/89 van de Raad van 29 mei 1989 houdende toepassing van besluit 88/376/EEG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (PB L 155, blz. 1), en de overeenkomstige bepalingen van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 (PB L 130, blz. 1)] — Van douanerechten vrijgestelde invoer van materieel voor militair en civiel gebruik — Weigering om de bedragen te berekenen die hadden moeten worden geïnd en als eigen middelen ter beschikking van de Gemeenschappen hadden moeten worden gesteld
Dictum
1)
Door de invoer van materieel dat voor zowel civiele als militaire doeleinden kan worden gebruikt, in het tijdvak tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002 van douanerechten te hebben vrijgesteld, en door berekening, vaststelling en terbeschikkingstelling aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te hebben geweigerd van de wegens die vrijstelling niet geïnde eigen middelen en van de vertragingsrente die opeisbaar is geworden doordat die eigen middelen niet tijdig ter beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn gesteld, is de Italiaanse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die enerzijds op haar rustten krachtens artikel 26 EG, artikel 20 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en bijgevolg het gemeenschappelijk douanetarief, en anderzijds krachtens de artikelen 2, 9, 10 en 17, lid 1, van verordening (EEG, Euratom) nr. 1552/89 van de Raad van 29 mei 1989 houdende toepassing van besluit 88/376/EEG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen, zoals gewijzigd bij verordening (Euratom, EG) nr. 1355/96 van de Raad van 8 juli 1996, en dezelfde artikelen van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen.
2)
De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
3)
Het Koninkrijk Denemarken, de Helleense Republiek, de Portugese Republiek en de Republiek Finland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 22 van 28.1.2006.
Full & Egal Universal Law Academy