8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 3 september 2008 — Yassin Abdullah Kadi, Al Barakaat International Foundation/Raad van de Europese Unie, Commissie van de Europese Gemeenschappen, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(Gevoegde zaken C-402/05 P en C-415/05 P) (1)
(Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) - Specifieke beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, Al-Qa'ida-netwerk en Taliban - Verenigde Naties - Veiligheidsraad - Krachtens hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties vastgestelde resoluties - Uitvoering in Gemeenschap - Gemeenschappelijk standpunt 2002/402/GBVB - Verordening (EG) nr. 881/2002 - Maatregelen tegen personen en entiteiten die zijn opgenomen in door orgaan van Verenigde Naties opgestelde lijst - Bevriezing van tegoeden en economische middelen - Comité van Veiligheidsraad, ingesteld bij paragraaf 6 van resolutie 1267 (1999) van de Veiligheidsraad (sanctiecomité) - Opname van deze personen en entiteiten in bijlage I bij verordening (EG) nr. 881/2002 - Beroep tot nietigverklaring - Bevoegdheid van Gemeenschap - Gecombineerde rechtsgrondslag gevormd door artikelen 60 EG, 301 EG en 308 EG - Grondrechten - Recht op eerbiediging van eigendom, recht om te worden gehoord en recht op effectieve rechterlijke controle)
(2008/C 285/03)
Procestalen: Engels en Zweeds
Partijen
Rekwiranten: Yassin Abdullah Kadi (vertegenwoordigers: I. Brownlie, D. Anderson QC, P. Saini, barrister, G. Martin, solicitor), Al Barakaat International Foundation (vertegenwoordigers: L. Silbersky en T. Olsson, advokater)
Andere partijen in de procedure: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop, E. Finnegan en E. Karlsson, gemachtigden), Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: C. Brown, J. Enegren en P.J. Kuijper, gemachtigden), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: R. Caudwell, E. Jenkinson, S. Behzadi-Spencer, gemachtigden en C. Greenwood QC, A. Dashwood, barrister)
Interveniënten aan de zijde van de Raad van de Europese Unie: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: J. Rodríguez Cárcamo, gemachtigde), Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues, E. Belliard en S. Gasri, gemachtigden), Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: H. G. Sevenster en M. de Mol, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de Commissie van de Europese Gemeenschappen: Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues, E. Belliard en S. Gasri, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer — uitgebreid) van 21 september 2005, Kadi/Raad en Commissie (T-315/01), waarbij het Gerecht heeft vastgesteld a) dat niet behoeft te worden beslist op het beroep van rekwirant tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 2062/2001 van de Commissie van 19 oktober 2001 houdende de derde wijziging van verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 337/2000 (PB L 277, blz. 25), voor zover rekwirant daarbij wordt toegevoegd aan de lijst van personen en entiteiten wier tegoeden ingevolge voormelde verordening moeten worden bevroren, en b) dat wordt verworpen het verzoek van rekwirant tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 467/2001 (PB L 139, blz. 9), voor zover die handelingen betrekking hebben op hem
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer — uitgebreid) van 21 september 2005, Yusuf en Al Barakaat International Foundation/Raad en Commissie (T-306/01), houdende verwerping van het beroep tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van verordening nr. 467/2001
Dictum
1)
De arresten van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 21 september 2005, Kadi/Raad en Commissie (T-315/01) en Yusuf en Al Barakaat International Foundation/Raad en Commissie (T-306/01), worden vernietigd.
2)
Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan, wordt nietig verklaard voor zover zij betrekking heeft op Kadi en Al Barakaat International Foundation.
3)
De gevolgen van verordening nr. 881/2002, voor zover deze betrekking heeft op Kadi en Al Barakaat International Foundation, worden gehandhaafd gedurende een periode van maximaal drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de uitspraak van het onderhavige arrest.
4)
De Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen zullen elk hun eigen kosten dragen, alsook de helft van de kosten die Kadi en Al Barakaat International Foundation zowel in eerste aanleg als in het kader van de onderhavige hogere voorzieningen hebben gedragen.
5)
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zal zijn eigen kosten in verband met de procedure in eerste aanleg en de onderhavige hogere voorzieningen dragen.
6)
Het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden zullen hun eigen kosten dragen.
(1) PB C 36 van 11.2.2006.
PB C 48 van 25.2.2006.
Full & Egal Universal Law Academy