12.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 92/3
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 februari 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof — Oostenrijk) — Tele2 Telecommunication GmbH/Telekom-Control-Kommission
(Zaak C-426/05) (1)
(Elektronische communicaties - Netwerken en diensten - Gemeenschappelijk regelgevingskader - Artikelen 4 en 16 van Richtlijn 2002/21/EG (kaderrichtlijn) - Beroep - Administratieve marktanalyseprocedure)
(2008/C 92/04)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Tele2 Telecommunication GmbH
Verwerende partij: Telekom-Control-Kommission
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing — Verwaltungsgerichtshof — Uitlegging van artikelen 4, lid 1, en 16, lid 3, van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33) — Marktanalyseprocedure — Begrip „getroffen” partijen of „partijen die gevolgen ondervinden” („betroffen”) — Nationale regeling die hoedanigheid van partij bij procedure („Parteistellung”) enkel toekent aan adressaat van beslissing waarbij sectorspecifieke verplichtingen worden opgelegd, gewijzigd of ingetrokken, met uitsluiting van concurrerende ondernemingen
Dictum
1)
Het begrip „getroffen” gebruiker of onderneming in de zin van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) en het begrip partij „die gevolgen ondervindt” in de zin van artikel 16, lid 3, van deze richtlijn moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet enkel betrekking kunnen hebben op een onderneming die aanzienlijke macht heeft (of had) op de relevante markt en die het voorwerp uitmaakt van een in het kader van een marktanalyseprocedure in de zin van artikel 16 van deze richtlijn genomen beslissing van een nationale regelgevende instantie die tot haar is gericht, maar ook op de gebruikers en de concurrenten van deze onderneming die zelf geen adressaat van deze beslissing zijn, maar hierdoor in hun rechten worden aangetast
2)
Een bepaling van nationaal recht die de hoedanigheid van partij in een niet-contentieuze marktanalyseprocedure slechts verleent aan ondernemingen die aanzienlijke macht hebben (of hadden) op de relevante markt en ten aanzien waarvan specifieke verplichtingen worden opgelegd, gewijzigd of ingetrokken, is in beginsel niet in strijd met artikel 4 van richtlijn 2002/21. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter om na te gaan of het nationale procesrecht de rechten die de gebruikers en de concurrenten van een onderneming die aanzienlijke macht heeft (of had) op de relevante markt, aan de communautaire rechtsorde ontlenen, even goed beschermt als vergelijkbare rechten van interne aard en geen afbreuk doet aan de doeltreffendheid van de door artikel 4 van richtlijn 2002/21 gewaarborgde rechtsbescherming van deze gebruikers en ondernemingen.
(1) PB C 22 van 28.1.2006.
Full & Egal Universal Law Academy