Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 11 januari 2007 – Commissie / Griekenland
(Zaak C‑269/05)
„Niet-nakoming – Artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 – Zeevervoer – Havenrecht op schepen die reizigers of goederen vervoeren – Havenrecht op per veerboot vervoerde voertuigen – Discriminatie”
1. Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 23)
2. Vervoer – Zeevervoer – Vrij verrichten van diensten – Beperkingen (Verordening nr. 4055/86 van de Raad, art. 1) (cf. punten 24‑30)
Voorwerp
Niet-nakoming – Schending van artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen (PB L 378, blz. 1) – Havenrecht op schepen die passagiers en goederen vervoeren – Toepassing van een lager tarief op schepen die tussen havens op het nationale grondgebied varen – Havenrecht op voertuigen die met veerboten worden vervoerd – Havenrecht dat niet van toepassing is op transport van voertuigen tussen havens op het nationale grondgebied
Dictum
De Helleense Republiek is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en derde landen, door te handhaven:
– de havenrechten die worden opgelegd aan passagiersschepen (cruiseschepen daaronder begrepen) of vrachtschepen bij het op de rede komen, het aanmeren en het voor anker gaan in de havens van Piraeus en Thessaloniki, welke rechten lager zijn wanneer het vervoer plaatsvindt tussen twee havens op het nationale grondgebied dan in geval van internationaal vervoer,
– de rechten ten gunste van de bij wet nr. 2932/2001 opgerichte naamloze vennootschappen voor havenbeheer en ten gunste van de havens van Piraeus en Thessaloniki, waarmee de voertuigen worden belast bij inscheping op veerboten die internationale verbindingen onderhouden, terwijl voor de verbindingen tussen Griekse havens geen overeenkomstige rechten worden geheven,
– de bevoegdheid van de gemeenten op het grondgebied waarvan havens functioneren, om rechten te heffen op voertuigen die worden ingescheept op veerboten die buitenlandse havens als bestemming hebben.
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy