Zaak C‑302/05
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Italiaanse Republiek
„Niet-nakoming – Richtlijn 2000/35/EG – Artikel 4, lid 1 – Eigendomsvoorbehoud – Tegenwerpbaarheid”
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 26 oktober 2006
Samenvatting van het arrest
Harmonisatie van wetgevingen – Bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties – Richtlijn 2000/35
(Richtlijn 2000/35 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, lid 1)
Volgens artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, dat bepaalt dat de lidstaten ervoor zorgen, in overeenstemming met de nationale bepalingen die ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn, dat de verkoper eigenaar blijft van de goederen totdat de prijs volledig is betaald, wanneer tussen koper en verkoper vóór de levering van de goederen uitdrukkelijk een beding van eigendomsvoorbehoud is overeengekomen, gelezen in samenhang met de eenentwintigste overweging van de considerans van deze richtlijn, heeft de gemeenschapswetgever het wenselijk geacht, ervoor te zorgen dat schuldeisers van het beding van eigendomsvoorbehoud op niet-discriminerende grondslag in de gehele Gemeenschap gebruik kunnen maken telkens wanneer dat beding geldig is volgens de nationale bepalingen welke ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn. De mogelijkheid voor de schuldeisers om zich op een dergelijk beding te beroepen, vormt een specifieke bijdrage tot de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties.
Gelet op de bewoordingen van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 en het doel van deze richtlijn, kan uit deze bepaling evenwel niet worden afgeleid dat zij andere regels raakt dan die op grond waarvan met zoveel woorden de verkoper en de koper vóór de levering van goederen uitdrukkelijk een beding van eigendomsvoorbehoud kunnen opnemen en de verkoper eigenaar van de goederen kan blijven totdat de koopprijs volledig is betaald. Derhalve worden de nationale regels die betrekking hebben op de tegenwerpbaarheid van bedingen van eigendomsvoorbehoud aan derden, wier rechten door richtlijn 2000/35 niet worden geraakt, nog steeds bij uitsluiting door de interne rechtsorden van de lidstaten beheerst.
(cf. punten 28‑30)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)
26 oktober 2006 (*)
„Niet-nakoming – Richtlijn 2000/35/EG – Artikel 4, lid 1 – Eigendomsvoorbehoud – Tegenwerpbaarheid”
In zaak C‑302/05,
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 28 juli 2005,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. Schima en D. Recchia als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door M. Massella Ducci Teri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, R. Schintgen, P. Kūris, J. Klučka (rapporteur) en G. Arestis, rechters,
advocaat-generaal: M. Poiares Maduro,
griffier: R. Grass,
gezien de stukken,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door te bepalen dat het beding van eigendomsvoorbehoud slechts aan derden, schuldeisers van de koper, kan worden tegengeworpen indien het is aangebracht op elke voor de achtereenvolgende leveringen afgegeven factuur waarop een aan het beslag voorafgaande datum is vermeld en die regelmatig in de boeken is ingeschreven, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (PB L 200, blz. 35).
Rechtskader
Gemeenschapsregeling
2 Richtlijn 2000/35 beoogt de harmonisatie van de wettelijke regelingen van de lidstaten inzake de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties voor het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.
3 Artikel 1 van deze richtlijn bepaalt:
„Deze richtlijn is van toepassing op alle betalingen tot vergoeding van handelstransacties.”
4 Artikel 2 van diezelfde richtlijn luidt als volgt:
„In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1) ‚handelstransactie’: transactie tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties die leid[t] tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding;
[...]
3) ‚eigendomsvoorbehoud’: contractuele afspraak volgens dewelke de verkoper eigenaar blijft van de goederen in kwestie totdat de prijs volledig is betaald;
[...]”
5 Artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 bepaalt:
„De lidstaten zorgen ervoor, in overeenstemming met de nationale bepalingen die ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn, dat de verkoper eigenaar blijft van de goederen totdat de prijs volledig is betaald, wanneer tussen koper en verkoper vóór de levering van de goederen uitdrukkelijk een beding van eigendomsvoorbehoud is overeengekomen.”
6 In de eenentwintigste overweging van de considerans van deze richtlijn staat te lezen:
„Het is wenselijk ervoor te zorgen dat schuldeisers een eigendomsvoorbehoud op niet-discriminerende basis in de gehele Gemeenschap kunnen doen gelden, telkens wanneer het gaat om een beding van eigendomsvoorbehoud dat geldig is volgens de nationale bepalingen welke ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn.”
Nationale regeling
7 De verkoop met eigendomsvoorbehoud is in het Italiaanse recht geregeld in boek IV, titel III, hoofdstuk I, lid 3, van de Codice civile (burgerlijk wetboek).
8 Artikel 1523 van dit wetboek, „Overdracht van de eigendom en van de risico’s”, luidt als volgt:
„Bij koop en verkoop op afbetaling met eigendomsvoorbehoud wordt de koper eigenaar van de zaak op het tijdstip van de betaling van het laatste gedeelte van de koopprijs, maar draagt hij het risico van de zaak vanaf de levering ervan.”
9 Artikel 1524, lid 1, van ditzelfde wetboek bepaalt dat het eigendomsvoorbehoud slechts aan de schuldeisers van de koper kan worden tegengeworpen indien het schriftelijk is aangebracht op een document waarop een aan het beslag voorafgaande datum is vermeld. De leden 2 en 3 van voormeld artikel 1524 regelen de tegenwerpbaarheid van dit beding jegens de derde-verkrijger wanneer de verkoop betrekking heeft op machines met een waarde van meer dan 30 000 ITL (ongeveer 16 EUR) of op in een openbaar register ingeschreven roerende goederen.
10 Artikel 11, lid 3, van decreto legislativo (wetsbesluit) nr. 231 van 9 oktober 2002 (hierna: „decreto legislativo”) luidt als volgt:
„Het eigendomsvoorbehoud bedoeld in artikel 1523 van de Codice civile dat vooraf schriftelijk is overeengekomen tussen de koper en de verkoper, kan worden tegengeworpen aan derden, schuldeisers van de koper, indien het is aangebracht op elke voor de achtereenvolgende leveringen afgegeven factuur waarop een aan het beslag voorafgaande datum is vermeld en die regelmatig in de boeken is ingeschreven.”
De precontentieuze procedure
11 Bij de Commissie is een klacht ingediend volgens welke artikel 4 van richtlijn 2000/35 niet naar behoren in Italiaans recht is omgezet. Volgens de klager leidt artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo tot aanzienlijke administratiekosten voor de verkoper.
12 Na de Italiaanse Republiek te hebben aangemaand, haar opmerkingen over deze bepaling van nationaal recht in te dienen tegen de achtergrond van artikel 4 van voormelde richtlijn, heeft de Commissie op 18 oktober 2004 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarbij deze lidstaat is verzocht, de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om binnen een termijn van twee maanden na de betekening van het advies hieraan te voldoen.
13 Daar zij geen antwoord ontving, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
Het beroep
Argumenten van partijen
14 De Commissie betoogt dat artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo in strijd is met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 en met de geest van deze richtlijn.
15 Doordat de verkoper het beding van eigendomsvoorbehoud op elke factuur moet aanbrengen, wil hij dit aan de schuldeisers van de koper kunnen tegenwerpen, wordt hem een extra voorwaarde opgelegd, terwijl hij volgens richtlijn 2000/35, teneinde eigenaar van de goederen te blijven totdat de koopprijs volledig is betaald, dit beding slechts met de koper hoeft overeen te komen vóór de levering van de goederen.
16 Daarnaast is het feit dat volgens artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo op de facturen een aan het beslag voorafgaande datum vermeld moet staan, eveneens onverenigbaar met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35, welke bepaling benadrukt dat de tussen de koper en de verkoper uitdrukkelijk gesloten overeenkomst van eerdere datum moet zijn.
17 De Commissie antwoordt dat het beding van eigendomsvoorbehoud wordt gezien als accessoir aan de koopovereenkomst. De geldigheid is aan generlei specifieke vormvoorwaarde onderworpen, aangezien de enige geldigheidsvoorwaarde erin bestaat dat het beding is overeengekomen op het tijdstip van het sluiten van de koopovereenkomst.
18 Artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo is vastgesteld om de bepalingen van de Codice civile te vervolledigen en het heeft alleen betrekking op de tegenwerpbaarheid van het beding van eigendomsvoorbehoud jegens de schuldeiser van de koper en niet op de tegenwerpbaarheid jegens de derde-verkrijger. Het vult enkel artikel 1524, lid 1, van de Codice civile aan. In dit verband wijst de Italiaanse regering erop dat de bij artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo aangebrachte wijziging enkel betrekking heeft op bepaalde categorieën verkoopovereenkomsten, met name verkopen met levering in termijnen, waarvoor de goederen, die individueel kunnen worden gewaardeerd en een aanzienlijke economische waarde kunnen hebben, gespreid in de tijd kunnen worden aangeschaft. Verder verklaart zij dat deze bepaling ziet op bepaalde modellen van gemengde overeenkomsten, waarvoor de koper tal van facturen dient af te geven, eveneens in grote mate gespreid in de tijd.
19 Volgens de Italiaanse regering heeft de verplichting om het beding van eigendomsvoorbehoud te vermelden in de documenten die de latere uitvoering van oorspronkelijke overeenkomst bevestigen, met name tot doel, de eerbiediging te waarborgen van het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen van een derde die zaken doet met de bezitter van een goed waarvan een andere persoon eigenaar is.
20 Ten slotte beroept deze regering zich op de in de Codice civile neergelegde bewijsregeling. Volgens de rechtspraak van de Italiaanse Corte suprema di cassazione kan elk feitelijk element worden aangevoerd ten bewijze dat een document van oudere datum is. Daarbij neemt deze rechterlijke instantie onder meer in aanmerking of de persoon aan wie het beding wordt tegengeworpen kennis had van het document.
21 Betreffende dit laatste punt neemt de Commissie er akte van dat gemakkelijk kan worden bewezen of inderdaad een datum was vermeld, maar handhaaft zij haar bezwaar dat de in artikel 11, lid 3, van het decreto legislativo gestelde voorwaarden onverenigbaar zijn met artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35.
Beoordeling door het Hof
22 Teneinde de gegrondheid van het beroep van de Commissie te beoordelen, moet artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 worden geanalyseerd en moet worden nagegaan of deze bepaling gevolgen heeft voor de regels van een lidstaat ter zake van de tegenwerpbaarheid aan derden van bedingen van eigendomsvoorbehoud.
23 Vooraf moet worden onderstreept dat de betrokken richtlijn niet strekt tot harmonisatie van alle regels inzake betalingsachterstanden bij handelstransacties. Zij heeft enkel betrekking op bepaalde specifieke regels ter bestrijding van dergelijke achterstanden, namelijk de interest in geval van betalingsachterstand (artikel 3), het eigendomsvoorbehoud (artikel 4) en de invorderingsprocedures voor onbetwiste schulden (artikel 5).
24 Bovendien verwijst deze richtlijn op verschillende punten naar de nationale bepalingen. Dit is met name het geval, zoals uit de vijftiende en de negentiende overweging van de considerans blijkt, voor de verschillende procedures van gedwongen executie van een executoriale titel en de voorwaarden waaronder gedwongen executie van een dergelijke titel kan worden beëindigd of opgeschort, alsook de wijze van sluiting van overeenkomsten.
25 Met betrekking tot bedingen van eigendomsvoorbehoud verwijst artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 naar de nationale bepalingen door te bepalen dat de lidstaten ervoor zorgen, in overeenstemming met de nationale bepalingen die ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn, dat de verkoper eigenaar blijft van de goederen totdat de prijs volledig is betaald, wanneer tussen koper en verkoper vóór de levering van de goederen uitdrukkelijk een beding van eigendomsvoorbehoud is overeengekomen.
26 Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt dat deze de gevolgen van het beding van eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de koper en de verkoper regelt, in dier voege dat deze laatste eigenaar van de goederen kan blijven totdat de koopprijs volledig is betaald. Tevens stelt deze bepaling als voorwaarde voor de geldigheid van een dergelijk beding dat dit uitdrukkelijk tussen de verkoper en de koper is overeengekomen vóór de levering van de goederen.
27 Hieraan moet worden toegevoegd dat de verwijzing in artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 naar de nationale bepalingen die ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn, de voorwaarden voor geldigheid van het beding van eigendomsvoorbehoud betreft.
28 Volgens deze bepaling, gelezen in samenhang met de eenentwintigste overweging van de considerans van richtlijn 2000/35, heeft de gemeenschapswetgever het immers wenselijk geacht, ervoor te zorgen dat schuldeisers van het beding van eigendomsvoorbehoud op niet-discriminerende grondslag in de gehele Gemeenschap gebruik kunnen maken, telkens wanneer dat beding geldig is volgens de nationale bepalingen welke ingevolge het internationaal privaatrecht van toepassing zijn. De mogelijkheid voor de schuldeisers om zich op een dergelijk beding te beroepen, vormt een specifieke bijdrage tot de bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties.
29 Gelet op de bewoordingen van artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35 en het doel van deze richtlijn, kan uit deze bepaling evenwel niet worden afgeleid dat zij andere regels raakt dan die op grond waarvan met zoveel woorden de verkoper en de koper vóór de levering van goederen uitdrukkelijk een beding van eigendomsvoorbehoud kunnen opnemen en de verkoper eigenaar van de goederen kan blijven totdat de koopprijs volledig is betaald.
30 Derhalve worden de in casu aan de orde zijnde regels, die betrekking hebben op de tegenwerpbaarheid van bedingen van eigendomsvoorbehoud aan derden, wier rechten door richtlijn 2000/35 niet worden geraakt, nog steeds bij uitsluiting door de interne rechtsorden van de lidstaten beheerst.
31 In die omstandigheden heeft de Italiaanse Republiek, door te bepalen dat het beding van eigendomsvoorbehoud slechts aan de schuldeisers van de koper kan worden tegengeworpen indien het is aangebracht op elke voor de achtereenvolgende leveringen afgegeven factuur waarop een aan het beslag voorafgaande datum is vermeld en die regelmatig in de boeken is ingeschreven, niet gehandeld in strijd met de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/35.
32 Bijgevolg moet het beroep van de Commissie worden verworpen.
Kosten
33 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Italiaanse Republiek worden verwezen in de kosten.
Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart:
1) Het beroep wordt verworpen.
2) De Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt verwezen in de kosten.
ondertekeningen
* Procestaal: Italiaans.
Full & Egal Universal Law Academy