Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 13 juli 2006 – Hakala / L. Simons Transport
(Zaak C‑93/05)
„Artikel 104, lid 3, tweede alinea, van Reglement voor procesvoering – Vraag waarop antwoord geen ruimte voor redelijke twijfel laat – Verordening (EEG) nr. 3820/85 – Harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor wegvervoer – Beloning van in loondienst werkzame bestuurders naar gelang van afgelegde afstand – Verbod van dergelijke loonregeling tenzij verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht”
Vervoer – Wegvervoer – Sociale bepalingen (Verordening nr. 3820/85 van de Raad, art. 10) (cf. punten 24‑28, 30)
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing – Korsholms tingsrätt (Finland) – Uitlegging van artikel 10 van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 370, blz. 1) – Beloning van in loondienst werkzame bestuurder naar gelang van afgelegde afstand
Dictum
Een op de afgelegde afstand gebaseerde loonregeling is in strijd met artikel 10 van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tenzij een dergelijke regeling de verkeersveiligheid niet in gevaar kan brengen. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of dat, gelet op alle omstandigheden van het hoofdgeding, het geval is.
Full & Egal Universal Law Academy