Zaak C‑177/05
María Cristina Guerrero Pecino
tegen
Fondo de Garantía Salarial (Fogasa)
(verzoek van de Juzgado de lo Social Único de Algeciras om een prejudiciële beslissing)
„Prejudiciële verwijzing – Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Sociale politiek – Bescherming van werknemers bij insolventie van werkgever – Richtlijn 80/987/EEG (gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG) – Schadeloosstelling overeengekomen bij schikking – Betaling gewaarborgd door waarborgfonds – Betaling die rechterlijke beslissing vooronderstelt”
Beschikking van het Hof (Vierde kamer) van 13 december 2005
Samenvatting van de beschikking
1. Prejudiciële vragen – Antwoord dat duidelijk valt af te leiden uit rechtspraak – Toepassing van artikel 104, lid 3, van Reglement voor procesvoering
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 104, lid 3)
2. Sociale politiek – Harmonisatie van wetgevingen – Bescherming van werknemers bij insolventie van werkgever – Richtlijn 80/987 – Werkingssfeer – Begrip bezoldiging – Nationale wettelijke regeling die bij vonnis of administratieve beslissing erkende aanspraken op schadeloosstelling wegens onrechtmatig ontslag omvat, maar in gerechtelijke schikkingsprocedure erkende aanspraken uitsluit – Schending van gelijkheidsbeginsel – Verplichtingen en bevoegdheden van nationale rechter
(Richtlijn 80/987 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74, art. 3, lid 1)
BESCHIKKING VAN HET HOF (Vierde kamer)
13 december 2005 (*)
„Prejudiciële verwijzing – Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor de procesvoering – Sociale politiek – Bescherming van werknemers bij insolventie van werkgever – Richtlijn 80/987/EEG (gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG) – Bij schikking overeengekomen schadeloosstelling – Betaling gewaarborgd door waarborgfonds – Betaling die een rechterlijke beslissing vooronderstelt”
In zaak C‑177/05,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Juzgado de lo Social Único de Algeciras (Spanje) bij beschikking van 30 maart 2005, ingekomen bij het Hof op 20 april 2005, in het geding
M. C. Guerrero Pecino
tegen
Fondo de Garantía Salarial (Fogasa),
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: K. Schiemann, kamerpresident, N. Colneric (rapporteur), en E. Juhász, rechters,
advocaat-generaal: A. Tizzano,
griffier: R. Grass,
voornemens om te beslissen bij een met redenen omklede beschikking overeenkomstig artikel 104, lid 3, eerste alinea, van zijn Reglement voor de procesvoering,
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
1 Dit verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283, blz. 23), zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 (PB L 270, blz. 10; hierna: „richtlijn”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Guerrero Pecino en het Fondo de Garantía Salarial (loonwaarborgfonds; hierna: „Fogasa”) over de weigering van Fogasa om in het kader van zijn subsidiaire aansprakelijkheid een schadeloosstelling wegens onrechtmatig ontslag te betalen aan belanghebbende, aangezien de betaling van deze schadeloosstelling was overeengekomen in een gerechtelijke schikking tussen Guerrero Pecino en haar werkgever.
Rechtskader
Gemeenschapsregeling
3 Artikel 1, lid 1, van de richtlijn bepaalt dat „deze richtlijn van toepassing is op uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voortvloeiende aanspraken van werknemers tegenover werkgevers die in staat van insolventie in de zin van artikel 2, lid 1, verkeren”.
4 Volgens artikel 2, lid 2, doet de richtlijn geen afbreuk aan het nationale recht met betrekking tot de definitie van de termen „werknemer”, „werkgever”, „bezoldiging”, „verkregen recht” of „recht in wording”.
5 Artikel 3, lid 1, van de richtlijn luidt:
„De lidstaten treffen de nodige maatregelen opdat waarborgfondsen onder voorbehoud van artikel 4 de onvervulde aanspraken van de werknemers honoreren die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen, met inbegrip van de vergoeding wegens beëindiging van de arbeidsverhouding, indien de nationale wetgeving hierin voorziet.”
6 Volgens artikel 4 van de richtlijn hebben de lidstaten de bevoegdheid om de in artikel 3 van deze richtlijn bedoelde betalingsverplichting van de waarborgfondsen te beperken door de duur van de periode vast te stellen waarvoor dit fonds de onvervulde aanspraken honoreert, of door plafonds vast te stellen voor de betalingen door dit fonds.
7 Volgens artikel 10, sub a, ervan doet deze richtlijn „geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten [...] om de nodige maatregelen te treffen met het oog op het voorkomen van misbruiken”.
Spaanse regeling
8 Artikel 33, leden 1 en 2, van Real Decreto legislativo 1/1995 van 24 maart 1995, houdende goedkeuring van de herziene tekst van het Estatuto de los Trabajadores (wet inzake het statuut van de werknemers) (BOE nr. 75 van de 29 maart 1995, blz. 9654), in de versie van wet 60/1997 van 19 december 1997 (BOE nr. 304 van 20 december 1997, blz. 37453; hierna: „werknemersstatuut”) bepaalt:
„1. Het loonwaarborgfonds is een zelfstandig, onder het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken vallend orgaan met rechtspersoonlijkheid en handelingsbevoegdheid ter verwezenlijking van zijn doelstellingen, dat aan de werknemers de lonen uitkeert die hun niet zijn uitbetaald wegens insolvabiliteit, surséance van betaling of faillissement van de ondernemers.
Als loon in de zin van het hierboven bepaalde wordt aangemerkt het als zodanig in een minnelijke schikking of bij rechterlijke beslissing erkende bedrag betreffende alle aanspraken als bedoeld in artikel 26, lid 1, alsmede de eventueel door de bevoegde rechterlijke instantie bepaalde aanvullende schadeloosstelling bij wege van de ,salarios de tramitación’ [loonbetalingen tijdens de procedure], met dien verstande dat het fonds in geen geval, in totaal dan wel in gedeelten, een hoger bedrag kan uitkeren dan het bedrag dat wordt verkregen door het dubbele minimumdagloon te vermenigvuldigen met het aantal dagen waarover geen loon werd uitgekeerd, tot een maximum van honderdtwintig dagen.
2. Het loonwaarborgfonds keert in de in het vorige lid genoemde gevallen de schadeloosstellingen uit die bij een vonnis of administratieve beslissing wegens ontslag of beëindiging van de arbeidsovereenkomsten aan werknemers worden toegekend overeenkomstig de artikelen 50, 51 en 52, sub c, van deze wet, tot een maximum van een jaarsalaris, met dien verstande dat het dagloon dat als berekeningsgrondslag dient, niet meer dan het dubbele van het wettelijk minimumdagloon kan bedragen.
Het bedrag van de schadeloosstelling wordt, uitsluitend voor de betaling door het loonwaarborgfonds in geval van ontslag of beëindiging van arbeidsovereenkomsten overeenkomstig artikel 50 van deze wet, berekend op basis van 25 dagen per arbeidsjaar tot het in de vorige alinea bepaalde maximum.”
9 Artikel 56, lid 1, van het werknemersstatuut luidt als volgt:
„1. Wanneer het ontslag onrechtmatig is verklaard, kan de werkgever tot vijf dagen na bekendmaking van het vonnis kiezen tussen het weer in dienst nemen van de werknemer, met betaling van de sub b van dit lid bedoelde ,salarios de tramitación’, en de betaling van de volgende bedragen, die in het vonnis worden vastgesteld:
a) een schadeloosstelling die overeenkomt met 45 dagen loon per arbeidsjaar, waarbij perioden korter dan een jaar naar rata van het aantal maanden worden berekend, tot een maximum van 42 maanden;
b) een bedrag gelijk aan het bedrag van de lonen die verschuldigd zijn vanaf de datum van het ontslag tot die van de bekendmaking van het vonnis waarbij het ontslag onrechtmatig is verklaard, of tot de datum waarop de werknemer opnieuw werk heeft gevonden, indien deze vóór de uitspraak van het vonnis valt, en de werkgever het bewijs levert van de uitbetaling van de bedragen, zodat deze van de ,salarios de tramitación’ kunnen worden afgetrokken.
De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer bij de sociale verzekering ingeschreven blijft gedurende de hierboven sub b bedoelde periode waarover lonen verschuldigd zijn.”
10 Volgens artikel 84 van Real Decreto legislativo 2/1995 van 7 april 1995, houdende goedkeuring van de herziene tekst van de Ley de Procedimiento laboral (procedurewet voor het arbeidsrecht) (BOE nr. 86, van 11 april 1995, blz. 10695, hierna: „LPL”), moet na de mislukking van de schikkingsprocedure voor een administratieve dienst waarbij de zaak eerst aanhangig moet worden gemaakt krachtens artikel 63 van dit decreet, een nieuwe schikkingsprocedure voor de bevoegde rechter plaatsvinden.
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
11 Guerrero Pecino, verzoekster in het hoofdgeding, heeft van 9 juli 1990 tot 27 december 2001, de dag waarop zij werd ontslagen, deel uitgemaakt van het personeel van Camisas Leica SL (hierna: „Camisas Leica”).
12 In het kader van een procedure voor de verwijzende rechter hebben Guerrero Pecino en Camisas Leica op 13 mei 2002 een schikking getroffen, waarbij laatstgenoemde erkende dat verzoekster in het hoofdgeding onrechtmatig was ontslagen, en zich er uitdrukkelijk toe verbond haar volgens de toepasselijke wetsbepalingen schadeloos te stellen, dat wil zeggen haar een schadeloosstelling van 45 dagen loon per arbeidsjaar alsook de „salarios de tramitación” te betalen.
13 Guerrero Pecino heeft op basis van een op haar verzoek door dezelfde rechter op 5 maart 2003 uitgesproken voorlopige insolventverklaring van Camisas Leica Fogasa verzocht om betaling van de door haar oude werkgever niet voldane schadeloosstelling en de „salarios de tramitación”.
14 Fogasa stemde in met betaling van 3 338,88 EUR als „salarios de tramitación”, maar wees de door Guerrero Pecino gevraagde ontslagvergoeding ad 8 622,42 EUR af, daar deze niet bij een vonnis of andere rechterlijke beslissing was erkend.
15 Guerrero Pecino heeft de weigering van Fogasa om haar de ontslagvergoeding te betalen, betwist voor de Juzgado de lo Social Único de Algeciras.
16 De verwijzende rechter merkt op dat richtlijn 2002/74, die richtlijn 80/987 heeft gewijzigd, reeds van kracht was toen hij de insolventie van Camisas Leica vaststelde.
17 Volgens deze rechter is Fogasa naar Spaans recht krachtens artikel 33, lid 2, van het werknemersstatuut zonder twijfel verplicht tot betaling van de schadeloosstelling wegens beëindiging van de arbeidsverhouding, evenwel alleen wanneer deze „bij een vonnis of administratieve beslissing wegens ontslag of beëindiging van de arbeidsovereenkomsten aan werknemers is toegekend”. Het Tribunal Supremo heeft deze bepaling aldus uitgelegd dat ontslagvergoedingen verschuldigd op basis van een in het kader van het werknemersstatuut gesloten gerechtelijke schikking, niet daaronder vallen.
18 De verwijzende rechter wenst te vernemen of er ondanks de tekst van deze bepaling steekhoudende argumenten zijn op basis waarvan volgens een gemeenschapsrechtconforme uitlegging ook ontslagvergoedingen die bij de beëindiging van de arbeidsverhouding aan een werknemer verschuldigd zijn krachtens een schikking, binnen de werkingssfeer van deze bepaling kunnen worden gebracht.
19 In deze omstandigheden heeft de Juzgado de lo Social Único de Algeciras besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
„Zijn tegen de achtergrond van het algemene gelijkheids‑ en non-discriminatiebeginsel het bij artikel 33, lid 2, van het werknemersstatuut ingevoerde verschil in behandeling en de uitlegging van dit voorschrift door het Tribunal Supremo objectief gerechtvaardigd, zodat ontslagvergoedingen voor de werknemer die bij gerechtelijke schikking zijn erkend, buiten de werkingssfeer van de [richtlijn] vallen;
of zijn tegen de achtergrond van het algemene gelijkheids‑ en non-discriminatiebeginsel het bij artikel 33, lid 2, van het werknemersstatuut ingevoerde verschil in behandeling en de uitlegging van dit voorschrift door het Spaanse Tribunal Supremo integendeel niet objectief gerechtvaardigd, zodat de ontslagvergoedingen voor de werknemer die bij gerechtelijke schikking zijn erkend, buiten de werkingsfeer van de [richtlijn] vallen?”
De prejudiciële vraag
20 Aangezien het antwoord op de gestelde vraag duidelijk kan worden afgeleid uit zijn rechtspraak, en met name uit het arrest van 16 december 2004, Olaso Valero (C‑520/03, Jurispr. blz. I‑12065), kan het Hof overeenkomstig artikel 104, lid 3, eerste alinea, van zijn Reglement voor de procesvoering beslissen bij een met redenen omklede beschikking.
21 De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen of het gemeenschapsrecht zich ertegen verzet dat ontslagvergoedingen die een werknemer in een gerechtelijke schikking worden toegekend, anders worden behandeld dan ontslagvergoedingen die bij een vonnis of administratieve beslissing worden erkend.
22 Met zijn vraag verzoekt de verwijzende rechter om uitlegging van richtlijn 2002/74. Deze richtlijn is volgens artikel 3 ervan in werking getreden op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, te weten 8 oktober 2002, en volgens artikel 2, lid 1, eerste alinea, ervan doen „[d]e lidstaten [...] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 8 oktober 2005 aan deze richtlijn te voldoen”. Volgens artikel 2, lid 1, tweede alinea, van deze richtlijn, „passen [de lidstaten] de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toe op iedere staat van insolventie van een werkgever die na de datum van inwerkingtreding van die bepalingen intreedt”.
23 De navolgende overwegingen gelden alleen voor het geval dat richtlijn 2002/74 op de relevante datum reeds in nationaal recht was omgezet, hetgeen de verwijzende rechter moet vaststellen. Indien dit niet het geval was, moet het hoofdgeding worden beoordeeld in het licht van de overwegingen van het arrest Olaso Valero, reeds aangehaald.
24 De werkingssfeer van de richtlijn is vastgesteld in artikel 1 ervan. Uit artikel 1, lid 1, juncto artikel 3, lid 1, van de richtlijn blijkt dat zij van toepassing is op uit arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voortvloeiende aanspraken van werknemers, met inbegrip van de vergoeding wegens beëindiging van de arbeidsverhouding, indien de nationale wetgeving hierin voorziet.
25 Het nationaal recht moet dus de vergoedingen bepalen die binnen de werkingssfeer van de richtlijn vallen. Naar Spaans recht, zoals uitgelegd door het Tribunal Supremo, dient Fogasa in geval van insolventie van de werkgever slechts de ontslagvergoedingen te betalen die bij een vonnis of administratieve beslissing zijn toegekend.
26 Het Hof heeft evenwel verklaard dat de mogelijkheid voor het nationale recht om te bepalen welke uitkeringen voor rekening van het waarborgfonds komen, is onderworpen aan de eerbiediging van de grondrechten, waartoe in het bijzonder het algemene gelijkheids‑ en non-discriminatiebeginsel behoort. Dit beginsel vereist dat vergelijkbare situaties niet verschillend worden behandeld, tenzij dit objectief gerechtvaardigd is (arrest Olaso Valero, reeds aangehaald, punt 34).
27 Het Hof heeft ook verklaard dat de onrechtmatig ontslagen werknemers zich in een vergelijkbare situatie bevinden voorzover zij recht hebben op schadeloosstelling indien zij niet opnieuw in dienst worden genomen (arrest Olaso Valero, reeds aangehaald, punt 35).
28 Bij het onderzoek van de vraag of de verschillende behandeling die volgens de Spaanse regeling voor deze werknemers geldt, objectief kon worden gerechtvaardigd, heeft het Hof verklaard dat de dossiers in de zaken die tot het arrest van 12 december 2002, Rodríguez Caballero (C‑442/00, Jurispr. blz. I‑11915) en het arrest Olaso Valero hadden geleid, geen gegevens bevatten ter rechtvaardiging van de ongelijke behandeling van aanspraken op schadeloosstelling wegens onrechtmatig ontslag die bij vonnis of administratieve beslissing zijn erkend, en aanspraken op schadeloosstelling wegens onrechtmatig ontslag die in een schikkingsprocedure zijn erkend (arrest Olaso Valero, reeds aangehaald, punten 36 en 37).
29 In de onderhavige zaak heeft de verwijzende rechter in wezen de rechtspraak van het Tribunal Supremo in herinnering gebracht, maar geen enkel nieuw argument aangevoerd dat het Hof niet reeds heeft onderzocht.
30 Bijgevolg moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord dat, wanneer volgens de betrokken nationale regeling schadeloosstellingen wegens onrechtmatig ontslag die bij vonnis of administratieve beslissing zijn erkend, naar nationaal recht moeten worden beschouwd als vergoedingen wegens beëindiging van de arbeidsverhouding in de zin van artikel 3, lid 1, van de richtlijn, soortgelijke schadeloosstellingen die in een schikkingsprocedure zoals in het hoofdgeding zijn erkend, ook moeten worden beschouwd als vergoedingen in de zin van deze bepaling. De nationale rechter moet een regeling die in strijd met het gelijkheidsbeginsel laatstbedoelde schadeloosstellingen uitsluit van het begrip „vergoedingen” in de zin van deze regeling, buiten toepassing laten.
Kosten
31 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
verklaart het Hof (Vierde kamer) voor recht:
Wanneer volgens de betrokken nationale regeling schadeloosstellingen wegens onrechtmatig ontslag die bij vonnis of administratieve beslissing zijn erkend, naar nationaal recht moeten worden beschouwd als vergoedingen wegens beëindiging van de arbeidsverhouding in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, moeten soortgelijke schadeloosstellingen die in een schikkingsprocedure zoals in het hoofdgeding zijn erkend, ook worden beschouwd als vergoedingen in de zin van deze bepaling. De nationale rechter moet een regeling die in strijd met het gelijkheidsbeginsel laatstbedoelde schadeloosstellingen uitsluit van het begrip „vergoedingen” in de zin van deze regeling, buiten toepassing laten.
ondertekeningen
* Procestaal: Spaans.
Full & Egal Universal Law Academy