Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 2 februari 2006 – Papoulakos / Italië en Commissie
(Zaak C‑215/05 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Hogere voorziening die kennelijk niet-ontvankelijk is”
Hogere voorziening – Middelen – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 7‑10)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 26 november 2001, Papoulakos / Italië en Commissie (T‑248/01), waarbij het beroep van Papoulakos is verworpen wegens kennelijke onbevoegdheid van het Gerecht voorzover het tegen de Italiaanse Republiek was gericht, en wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en kennelijke ongegrondheid rechtens voorzover het tegen de Commissie was gericht
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
Papoulakos draagt de eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy