Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 6 april 2006 – Halbritter
(Zaak C‑227/05)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Richtlijn 91/439/EEG – Wederzijdse erkenning van rijbewijzen – Intrekking van rijbewijs in lidstaat met tijdelijk verbod om nieuw rijbewijs te verkrijgen – Rijbewijs afgegeven in andere lidstaat na verstrijken van periode van tijdelijk verbod – Erkenning en omzetting van dat rijbewijs in eerste lidstaat – Overlegging van rijbekwaamheidsrapport vereist door nationale regeling”
Vrij verkeer van personen – Vrijheid van vestiging – Rijbewijs – Richtlijn 91/439 (Richtlijn 91/439 van de Raad, art. 1, lid 2, en 8, lid 2 en 4) (cf. punten 29, 32, 39, dictum 1-2)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Bayerische Verwaltungsgericht München – Uitlegging van de artikelen 1, lid 2, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1) – Weigering van erkenning van de geldigheid of van de inwisseling van een door een andere lidstaat na het verstrijken van de schorsingtermijn afgegeven rijbewijs, jegens een persoon wiens nationaal rijbewijs wegens het gebruik van verdovende middelen is ingetrokken – Verplichting om geschiktheidsonderzoeken te ondergaan
Dictum
Artikel 1, lid 2, juncto artikel 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn 97/26/EG van de Raad van 2 juni 1997, verzet zich ertegen dat een lidstaat de uit een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs voortvloeiende rijbevoegdheid, en bijgevolg de geldigheid van dat rijbewijs, op zijn grondgebied weigert te erkennen omdat de houder van dat rijbewijs wiens eerder verkregen rijbewijs op het grondgebied van de eerste lidstaat was ingetrokken, geen rijbekwaamheidsonderzoek heeft ondergaan zoals volgens de regeling van die lidstaat vereist is voor de afgifte van een nieuw rijbewijs na die intrekking, indien het aan de intrekking gekoppeld tijdelijke verbod om een nieuw rijbewijs te verkrijgen, was verstreken toen het rijbewijs in de andere lidstaat werd afgegeven.
Artikel 1, lid 2, juncto artikel 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/26, verzet zich ertegen dat een lidstaat bij wie een verzoek om omzetting van een geldig, in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs is ingediend, in omstandigheden zoals die van de zaak in het hoofdgeding, aan deze omzetting de voorwaarde kan verbinden dat de aanvrager een nieuw rijbekwaamheidsonderzoek ondergaat, zoals de regeling van de eerste lidstaat vereist, teneinde de twijfel weg te nemen die in dit opzicht bestaat op grond van omstandigheden die zijn voorafgegaan aan de verkrijging van het rijbewijs in de andere lidstaat.
Full & Egal Universal Law Academy