Beschikking van het Hof (Vierde kamer) van 1 juni 2006 – Plus Warenhandelsgesellschaft / BHIM
(Zaak C‑324/05 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 – Verwarringsgevaar – Aanvraag voor gemengd woord- en beeldmerk dat woordelement ‚Turkish Power’ bevat – Oppositie door houder van woordmerk POWER – Afwijzing van oppositie – Hogere voorziening die kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van aan Gerecht voorgelegde feitelijke gegevens – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 28‑29)
2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punt 43)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 22 juni 2005, Plus Warenhandelsgesellschaft mbH / BHIM (T‑34/04), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tot vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het BHIM houdende verwerping van het beroep dat rekwirante, houder van het merk „POWER”, had ingesteld tegen de afwijzing door de oppositieafdeling van de oppositie tegen de aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk „TURKISH POWER” – Gevaar voor verwarring van de merken
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
Plus Warenhandelsgesellschaft mbH wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy