Zaak C‑339/05
Zentralbetriebsrat der Landeskrankenhäuser Tirols
tegen
Land Tirol
(verzoek van het Landesgericht Innsbruck om een prejudiciële beslissing)
„Doorhaling”
Conclusie van advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer van 6 juni 2006
Beschikking van de president van de Tweede kamer van het Hof van 4 augustus 2006 I – 0000
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER VAN HET HOF VAN JUSTITIE
4 augustus 2006 (*)
„Doorhaling”
- 757 801 -
In zaak C‑339/05,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Landesgericht Innsbruck (Oostenrijk) bij beslissing van 22 juni 2005, ingekomen bij het Hof op 19 september 2005, in de procedure
Zentralbetriebsrat der Landeskrankenhäuser Tirols
tegen
Land Tirol,
geeft
DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER VAN HET HOF VAN JUSTITIE,
advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer gehoord,
de navolgende
Beschikking
1 Bij brief van 27 juni 2006, ter griffie van het Hof ingekomen op 5 juli 2006, heeft het Landesgericht Innsbruck het Hof meegedeeld dat partijen in het hoofdgeding zijn overeengekomen het geding ten einde te brengen [„ewiges Ruhen”].
2 Bijgevolg dient de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.
3 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
De president van de Tweede kamer van het Hof van Justitie beschikt:
Zaak C‑339/05 wordt doorgehaald in het register van het Hof.
Luxemburg, 4 augustus 2006.
De griffier
De president van de Tweede kamer
R. Grass
C. W. A. Timmermans
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy