Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 7 november 2006 – ASAJA e.a. / Raad
(Zaak C‑418/05 P)
„Hogere voorziening – Verordening (EG) nr. 864/2004 – Beroep tot nietigverklaring – Steunregeling in olijfoliesector – Natuurlijke en rechtspersonen – Niet individueel geraakt zijn”
Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, eerste alinea, sub c) (cf. punten 21‑23)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 8 september 2005, ASAJA e.a., / Raad (T‑295/04–T‑297/04), houdende niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen tot gedeeltelijke nietigverklaring van verordening (EG) nr. 864/2004 van de Raad van 29 april 2004 houdende wijziging van verordening (EG) nr. 1786/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, en tot aanpassing daarvan in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie (PB L 161, blz. 48)
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
Rekwiranten worden verwezen in de kosten.
De Commissie van de Europese Gemeenschappen zal haar eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy