21.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/35
Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 30 september 2009 — Hoechst/Commissie
(Zaak T-161/05) (1)
(„Mededinging - Mededingingsregelingen - Monochloorazijnzuurmarkt - Beschikking houdende vaststelling van inbreuk op artikel 81 EG - Marktverdeling en vaststelling van prijzen - Toerekenbaarheid van inbreukmakende gedraging - Geldboeten - Evenredigheid - Medewerking - Verzwarende omstandigheden - Recidive - Toegang tot dossier - Verslag van raadadviseur-auditeur - Stakingsbevel”)
2009/C 282/64
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Hoechst GmbH, voorheen Hoechst AG (Frankfurt am Main, Duitsland) (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Klusmann en U. Itzen en vervolgens M. Klusmann, U. Itzen en S. Thomas, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Bouquet, F. Amato en M. Schneider en vervolgens A. Bouquet en M. Kellerbauer, gemachtigden)
Voorwerp
Primair een verzoek om nietigverklaring van de artikelen 2 en 3 van beschikking C (2004) 4876 def. van de Commissie van 19 januari 2005 betreffende een procedure krachtens artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/E-1/37.773 — MCAA) en subsidiair een verzoek tot verlaging van de aan verzoekster opgelegde geldboete
Dictum
1.
Het bedrag van de bij artikel 2, sub b, van beschikking C (2004) 4876 def. van de Commissie van 19 januari 2005 betreffende een procedure overeenkomstig artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/E-1/37.773 — MCAA) aan Hoechst AG opgelegde geldboete wordt vastgesteld op 66,627 miljoen EUR.
2.
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3.
Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 155 van 25.6.2005.
Full & Egal Universal Law Academy