15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/44
Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 8 juli 2008 — Huvis/Raad
(Zaak T-221/05) (1)
(„Dumping - Invoer van polyesterstapelvezels van oorsprong uit Korea - Verordening tot beëindiging van tussentijds nieuw onderzoek - Toepassing van andere methode dan die welke was gebruikt bij oorspronkelijk onderzoek - Noodzaak van wijziging van omstandigheden - Correctie voor kredietkosten - Betalingstermijnen - Bewijslast - Beginsel van behoorlijk bestuur - Artikel 2, lid 10, sub b en g, en artikel 11, lid 9, van verordening (EG) nr. 384/96’)
(2008/C 209/76)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Huvis Corp. (Gangnam-gu, Séoul, Zuid-Korea) (vertegenwoordigers: J.-F. Bellis, F. Di Gianni en R. Antonini, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: J.-P. Hix, gemachtigde, bijgestaan door G. Berrisch, advocaat)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: E. Righini en K. Talabér-Ricz, gemachtigden)
Voorwerp
Enerzijds, verzoek tot nietigverklaring van artikel 2 van verordening (EG) nr. 428/2005 van de Raad van 10 maart 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stapelvezels van polyester uit de Volksrepubliek China en Saoedi-Arabië en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2852/2000 van de Raad houdende instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stapelvezels van polyesters uit de Republiek Korea en tot beëindiging van de antidumpingprocedure ten aanzien van de invoer van dergelijke vezels uit Taiwan (PB L 71, blz. 1), en, anderzijds, verzoek uit hoofde van artikel 241 EG tot niet-toepasselijkverklaring van de bepalingen van verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB 1996, L 56, blz. 1), voor zover deze de bestreden conclusies in verordening nr. 428/2005 ondersteunen.
Dictum
1)
Artikel 2 van verordening (EG) nr. 428/2005 van de Raad van 10 maart 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stapelvezels van polyester uit de Volksrepubliek China en Saoedi-Arabië en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2852/2000 van de Raad houdende instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stapelvezels van polyesters uit de Republiek Korea en tot beëindiging van de antidumpingprocedure ten aanzien van de invoer van dergelijke vezels uit Taiwan, wordt nietig verklaard voor zover het antidumpingrecht dat is vastgesteld voor de invoer in de Europese Gemeenschap van de door Huvis Corp. geproduceerde en uitgevoerde producten hoger is dan het antidumpingrecht dat van toepassing zou zijn indien krachtens de bij het oorspronkelijke onderzoek gebruikte „input”-methode een correctie was toegepast op de normale waarde voor invoerheffingen en indirecte belastingen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Raad zal zijn eigen kosten en 70 % van de kosten van Huvis Corp. dragen.
4)
De Commissie zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 193 van 6.8.2005.
Full & Egal Universal Law Academy