ARREST VAN HET GERECHT (Derde kamer)
31 januari 2007
Zaak T‑236/05
Willem Aldershoff
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Loopbaanontwikkelingsrapport – Beoordelingsperiode 2003 – Kennelijk onjuiste beoordeling – Ontoereikende motivering – Recht om te worden gehoord”
Betreft: Beroep tot nietigverklaring van verzoekers loopbaanontwikkelingsrapport over de beoordelingsperiode 2003.
Beslissing: Het loopbaanontwikkelingsrapport van verzoeker, Willem Aldershoff, over de beoordelingsperiode 2003 wordt nietig verklaard. De Commissie wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van verzoeker.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Beoordeling – Loopbaanontwikkelingsrapport – Motiveringsplicht
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
2. Ambtenaren – Beoordeling – Loopbaanontwikkelingsrapport
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
1. Wanneer het paritaire beoordelingscomité in het kader van het door de Commissie ingevoerde beoordelingssysteem gewag maakt van bijzondere omstandigheden waardoor de geldigheid of de juistheid van de aanvankelijke beoordeling van de beoordelaar of de beoordelingsautoriteit op de helling kan komen te staan, dient de beoordelaar in hoger beroep een met redenen omkleed advies uit te brengen, dat wil zeggen een advies dat gegevens bevat waaruit blijkt dat op deze bijzondere omstandigheden voldoende is ingegaan, aan welke verplichting hij niet kan voldoen door louter stilzwijgend te verwijzen naar de oorspronkelijke motivering van het loopbaanontwikkelingsrapport. Deze mogelijkheid zou ertoe leiden dat de volledige procedure voor het paritaire evaluatiecomité haar nuttige werking wordt ontnomen.
(cf. punten 59 en 61)
2. Aangezien beoordelaars bij de waardering van het werk van degenen die zij moeten beoordelen over een grote beoordelingsvrijheid beschikken, staat het aan de ambtenaar die om nietigverklaring van zijn loopbaanontwikkelingsrapport verzoekt, aan te tonen dat hij kennelijk onjuist is beoordeeld.
Van een dergelijke onjuiste beoordeling is sprake, wanneer het rendement van een hoofd van administratieve eenheid wordt getoetst aan doelstellingen die hem zijn opgelegd op basis van een personeelsuitbreiding die er uiteindelijk niet is gekomen, zonder dat die doelstellingen naar beneden zijn bijgesteld, toen bleek dat niet tot de in het vooruitzicht gestelde aanwervingen zou worden overgegaan.
(cf. punten 83, 90 en 92)
Referentie: Gerecht 25 oktober 2005, Fardoom en Reinard/Commissie, T‑43/04, JurAmbt. blz. I‑A‑329 en II‑1465, punt 79
Full & Egal Universal Law Academy